Hoodoo

(Levensgrote modellen… Vodou in het Tropenmuseum 2008, Morgana) 

Hoodoo is de Afrikaans-Amerikaanse volksmagietraditie zoals deze in onze moderne tijd wordt bedreven. De rituelen en gebruiken zijn meegebracht door slaven vanuit Afrika en in Amerika wijd verspreid. Negentiende-eeuwse hoodoo is een mengvorm van creolisatie en syncretisme, van verschillende Afrikaanse, Europese en Native American culturen, wat heeft geresulteerd in een vorm van unieke magie, zoals bedreven in de zuidelijke staten van Amerika.

De oorsprong van hoodoo is diep geworteld in de sub-Sahararegio, waar magie een onlosmakelijk onderdeel is van het dagelijkse leven. Geen enkele groep of cultuur kan de oorsprong van hoodoo claimen; iedere stam of regio heeft in meer of mindere mate bijgedragen aan deze magische traditie. De oorsprong van hoodoo ligt in de traditionele religieuze en magische gebruiken van het land waar de voorouders als slaven vandaan gevoerd werden.

Hedendaagse Hoodoo is een mengvorm van magische gebruiken waarvan de oorsprong ligt in de twee regio’s van kolonisatie in de 17e, 18e en 19e eeuw, de Latijnse en de Engelse. De eerste regio waar veel Engelse kolonisten neerstreken omvatten Maryland, Virginia, Noord-Carolina, Zuid-Carolina en Georgia. In 1619 kwamen hier de eerste slaven aan en in de eeuwen erna nam de aanvoer van slaven een grote vlucht. Door de geïsoleerde ligging en de dominantie van de Engelse cultuur heeft dit gebied zich op eigen wijze kunnen ontwikkelen. Het tweede gebied heeft een sterke Frans-Spaanse invloed en omvat hoofdzakelijk het gebied rondom de golf van Mexico, St. Augustine, Florida en Texas. Het grootste Franse gebied omvat New Orleans en omgeving. In de Frans-Spaanse gebieden legden bevolkingsgroepen uit Noordwest-Afrika de basis van de Afrikaans-Amerikaanse cultuur en bepaalden het gezicht van de magische tradities. Deze tradities werden in een later stadium sterk beïnvloed door immigratie vanuit de Caraïben, Afro-Amerikanen en vluchtelingen uit Haïti. In de Engelse gebieden voerde men voornamelijk slaven aan uit West Centraal Afrika. Deze etnische verschillen brengen een sterk verschil met zich mee in de ontwikkeling van beide gebieden. Men ziet niet alleen grote verschillen in het gebruik van bijvoorbeeld (magische) terminologie en het gebruik van (religieuze) attributen en teksten. Ook religie en Goden bleven een grote rol spelen binnen de verschillende tradities en hierin zie je eveneens verschillen in ontwikkeling.

(Levensgrote modellen… Vodou in het Tropenmuseum (2)  2008, Morgana) 

Kofi Asare Opoku, auteur van West African Traditional Religions, verdeelt de noordwestelijke tradities van doden en spirits onder in zes groepen: bovenaan de rangorde staat God, het Goddelijke, the supreme being; daarop volgen de voorouderlijke geesten, lagere goden, lagere wezens, de wezens die magie ondersteunen en de heks of magiër ondersteuning bieden en de wezens die resideren in bijvoorbeeld charms of amuletten. Deze worden gemaakt door de makers van magie. De West Centraal-Afrikaanse tradities kennen een vergelijkbare onderverdeling: naast de alles omvattende God kent men nog vier groepen in de hiërarchie: de voorouders, Goden en spirits, de wezens die resideren in amuletten en charms, gemaakt door magiërs of priesters en de slechte wezens of spirits.

Men zegt ook wel dat dit reïncarnaties zijn van heksen. Met de slavenhandel zijn deze religieuze systemen niet verdwenen en door de tijd heen zijn ze gaan mengen met de plaatselijke gebruiken en culturen. Een bekend voorbeeld hiervan is het mengen, of verbergen, van Goden of religieuze personen uit de Afrikaanse tradities in katholieke heiligen. De Frans-Spaanse gebieden hebben een zeer visuele nalatenschap van de Afrikaanse tradities, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Engels-protestantse gebieden. Ook de verhouding blank-zwart in een gebied heeft veel invloed gehad op het behoud en vermengen van de verschillende tradities. Deze verschillen hebben grote invloed op de dagelijkse magische hoodoo-praktijk.

(Magische spiegels… Vodou in het Tropenmuseum 2008 (3), Morgana) 

Hoodoo is bij uitstek een syncretiseerde magische traditie, rijk aan invloeden van diverse culturen. In Afrika kent men een variëteit aan personen die omgang hebben met de geestenwereld. Men kent hierin specialisaties, priesterschappen, magiërs, heksen, zowel vanuit positieve als vanuit een minder positieve invalshoek. Deze personen leiden ceremonies, communiceren met Goden en voorouders en zij spelen een grote rol op het gebied van magisch werken maar ook rondom divinatie. Ook hier worden heksen gezien als adepten van het kwade. Zij hebben geen magische formules of amuletten en charms nodig om hun magie te kunnen bedrijven: zij kunnen vliegen, een dierlijke vorm aannemen, onzichtbaar worden en lichaam en geest van het slachtoffer overnemen. Een gebied heeft een ‘heksendokter” of ‘heksenjager” nodig om het gebied veilig te houden van hekserij.

Net als de goddelijke hiërarchie hebben ook de geestelijke en magische professies zich vermengd met de magische en religieuze aspecten van het dagelijks leven. Zowel mannen  als vrouwen hadden toegang tot deze specialismen binnen de gemeenschap. Een ander belangrijk aspect van de Afrikaanse cultuur zijn de zogenaamde geheime gemeenschappen. Het gaat hierbij om een combinatie van religieuze, sociale, culturele en leidende organisaties binnen een gemeenschap. Zij hadden diverse functies, waaronder regulering, zorg voor hen die dat nodig hebben, diplomatieke taken, bevorderen van handel tussen stammen en dorpen en onderwijs voor mannen en vrouwen. Door middel van riten en initiatie kon men opklimmen in de hiërarchie. Onder druk van de slavernij namen dit soort gemeenschappen een grote vlucht en geheimhouding werd een levensvoorwaarde voor het verbergen van activiteiten binnen de eigen gemeenschap. De nadruk kwam te liggen op magische en religieuze activiteiten, politiek en economie verdwenen naar de achtergrond. De vormen van initiatie in deze gemeenschappen legden een sterke nadruk op de Afrikaanse achtergrond, maar gaven de deelnemer bijvoorbeeld ook de kracht van magie.

(Een stoel voor de ouderen… Vodou in het Tropenmuseum (4) 2008, Morgana) 

De Amerikaanse schrijfster Zora Neal Hurston heeft veel geschreven over deze  vorm van initiaties. Initiatie was een manier om aan magische krachten te komen. Afrika was ook een blauwdruk voor andere vormen van het verkrijgen van magische vermogens. Een hoodooïst kon de krachten erven van zijn of haar voorgangers, of ze ontvangen als gift van de goden, spirits of de Christelijke God zelf. Heksen en priesters erfden hun gaven vaak vanuit de familielijn en dan vaak vanuit de  afstamming van de moeder. Er wordt wel eens gezegd dat magie in de lever groeit en op deze manier wordt doorgegeven aan de kinderen via de geboorte.

Een andere manier om aan magische krachten te komen was in dienst treden van de Goden of geesten en veel hoodooïsten verbinden hun krachten aan specifieke Goden en geesten. Veel heksen en priesters ontvangen een roeping, vaak vooraf gegaan aan een gebeurtenis waarbij de specifieke God het lichaam van degene overneemt. Kinderen worden vanaf de geboorte bekeken om te zien of er zich talenten en aanleg ontwikkelen door de jaren heen. Het ontvangen van een gift wordt in Afrika niet altijd als iets onverdeeld positiefs gezien. Ook slechte geesten en goden kunnen een gift of een roeping geven. Demonen kunnen mensen dwingen zich met hekserij bezig te houden. Mensen vallen buiten de gemeenschap door het verkopen van hun ziel aan slechte geesten. Ongeacht hoe men aan de magische krachten komt, men heeft een lange periode van initiatie, oefening en studie voor de boeg. In deze periode leert men alles over de kunst van magie, het gebruik van kruiden, heilige dansen, taboes en leefregels, religieus erfgoed en diverse andere aspecten van het magische en religieuze leven. Maar hoewel een deel van de kennis en training afkomstig was vanuit de voorouderlijke lijnen en tradities, oude gebruiken en gewoonten verdwenen en nieuwe tradities vonden hun weg. En deze tradities waren van degenen waarmee de gemeenschap in aanraking kwam in het nieuwe thuisland. Binnen de wetenschap en in de moderne visie ziet men de Europese dominantie vaak als alleen een negatieve invloed op het behoud van de Afrikaanse religieuze en magische gebruiken.

De katholieke heiligen worden gezien als slechts een vehikel tot behoud van een verder intacte Afrikaanse religie en traditie. Europese en Indiaanse invloeden waren echter net zo groot en belangrijk als de wortels in Afrika. Europese invloeden veroorzaakten een afname van Afrikaanse gewoonten, een versterking van de eigen gebruiken en een introductie van nieuwe ideeën en gebruiken.

Desondanks waren magie, hoodoo, polytheïstische religie en gebruiken een reden voor vervolging. Op zijn best werd er naar gekeken als achterhaalde paganistische neigingen uit een (ver)oude(rde) wereld. Magie bleef niet in de oude wereld. Onder de Europese immigranten waren ook hen die vervolgd werden om hekserij, paganisme en Europese magische gebruiken. Dit was een eigen stroming van heksen en priesters die eigen kennis en kunde met zich meebrachten. Het geloof in hekserij en magie was wijd verspreid onder de kolonisten van de nieuwe wereld. In Europa werd hekserij gezien als activiteiten van de duivel, gemeenschap met het kwade, en hekserij verdween bijna volledig uit het leven in de oude wereld. Hoewel men hekserij en de bijbehorende magie als schadelijk zag en men bang was voor heksen was de tolerantie in de nieuwe wereld toch een stuk groter dan in Europa.

De heksen en magiërs uit Europa deelden veel kenmerken met hun Afrikaanse collega’s, zowel in goede als in slechte zin. Heksen uit Afrika en Europa deelden het vermogen om te communiceren met de geestenwereld, het vervloeken en overnemen van de lichamen van slachtoffers. Men dichtte hen kannibalisme en het wegnemen van zielen toe. Blanken kenden hun eigen heksenmeesters en vervolgingen. Maar ook andere vormen van Europese magie deelden kenmerken met Afrikaans-Amerikaanse hoodoo. Nu zouden deze mensen bekend staan als witte heksen,  cunning women and men, genezers, waarzeggers, kruidenvrouwtjes en sjamanen. Mensen wenden zich in de nieuwe wereld naar deze professie en men werd ingehuurd voor het doen van bezweringen, het maken van drankjes en potions, het vinden van verloren voorwerpen of het zegenen van land en vee. Zij werden net als hun hoodoo-collega’s betaald voor hun diensten. Een grote variëteit aan formules en spreuken was beschikbaar voor hen die er gebruik van wensten te maken. Boeken en geschriften circuleerden voor wie het schrift machtig waren en deze verspreidden en vermengden kennis over kruiden, planten en dieren.

(Magische spiegels… Vodou in het Tropenmuseum (5) 2008, Morgana) 

We weten dat beide magische en religieuze tradities elkaar ondersteunden en met elkaar vermengden in het voortzetten van de eigen achtergrond. Tijdens de heksenrechtzaken in Salem waren enkele beschuldigden van donkere afkomst. Het gebruik van talismans en amuletten, erg belangrijk in Afrikaanse magie, kende een Europese equivalent. Dit betekent dat blanken en zwarten potentiële klanten waren van elkaar. Men deelde dezelfde magisch religieuze principes en theoriëen. Toch stond het beoefenen van en deelnemen aan ‘blanke magie’ niet voor iedereen open en zal een plantage-eigenaar met occulte kennis met wantrouwen zijn bezien. De eerder genoemde katholieke heiligen boden een manier om de Afrikaanse traditie voort te zetten in minder gunstige of ongunstige omstandigheden. Daarnaast bracht de heersende blanke elite eigen magie en tradities met zich mee. Zwarte slaven kwamen hiermee in aanraking bijvoorbeeld via observatie tijdens huishoudelijke taken. Mensen van gemengd ras hadden meer mogelijkheden om in contact te komen met kennis en traditie van de blanke elite. Daarnaast leerden zij soms bewust elkaars magie. Maar het in stand houden of vermengen van de wederzijdse tradities zijn niet de enige manieren waarop beide met elkaar in aanraking komen. Beide leverden een belangrijke en unieke bijdrage aan de vorming van volksmagie.

Naast het gebruik van gemeenschappelijke terminologie – een conjurer bijvoorbeeld heeft betere annotaties dan een heks – en de eerder genoemde regio’s hadden een eigen taalgebruik en bijbehorende betekenis. Het katholicisme had een grote invloed op de vorm van hoodoo-rituelen, en altaren kregen een typische mengvorm van bijvoorbeeld goden, heiligen, kaarsen, gebeden en voedsel. Hierbij ontstonden natuurlijk ook de eerder genoemde regionale verschillen. Een belangrijke bijdrage vanuit het christendom was het gebruik van de Bijbel. Zora Neal Hurston noemt de Bijbel het grootste magische boek ter wereld. In hedendaagse hoodoo is de Bijbel een belangrijk onderdeel van diverse vormen van magisch (spell)werk, het reinigen en zegenen van zaken en het aanroepen of uitdrijven van geesten en heiligen. Niet alle vernieuwingen zijn afkomstig vanuit Europese religie. Ook Europa kent een rijke traditie van het gebruik van talismannen en amuletten en deze vind je op verschillende magische gebieden als liefde, bescherming en geldzaken. Een andere typische Europese vernieuwing is het gebruik van een conjure bottle of heksenfles. En sommige Europese gebruiken worden nu volledig toegeschreven aan hoodoo, zoals het kruid ‘vijfvingergras’ als bescherming tegen duivelse praktijken. Maar ook kleurenleer, divinatie met spelkaarten, droomkussens en het principe van de evil eye zijn typisch Europese vernieuwingen.

Een andere belangrijke invloed, in dit artikel kort aangestipt, is de invloed van de native Americans. Waar Europa en Afrika samenkwamen in de nieuwe wereld, daar ontmoetten zij de oorspronkelijke bewoners. Slaven en indianen leverden vaak gezamenlijke inspanningen tegen de blanke onderdrukkers en er is bekend dat slaven werden opgenomen in Indiaanse stammen na het ontvluchten van een plantage, waar zij een relatieve vrijheid kenden. Veel bekende namen, bijvoorbeeld voodoo-queen Marie Laveau uit New Orleans, claimen een Indiaans voorouderschap. De Afrikaanse tradities hebben veel overeenkomsten met de Indiaanse, misschien wel meer dan met de blanke Europese tradities. Hierbij kun je denken aan voorouderlijke tradities, de visie op de wereld(en), magische specialisaties, organisatie in (geheime) gemeenschappen, visie op hekserij als duistere kunst, de ziel en kosmologie, religieuze ceremonies en de manieren waarop men magische krachten kan verwerven.

Een sterke overeenkomst is te vinden in de kracht van hoodoo charms en Indiaanse magical bundles. Een belangrijke Indiaanse bijdrage aan hoodoo is de magische kruidenleer, het gebruik van stenen en kristallen. Hoodoo heeft haar oorsprong in Afrika, maar de transformatie die ze onderging maakt haar een Amerikaanse magische traditie. Het contact met Europa en de oorspronkelijke bewoners heeft de traditie veranderd en tegelijkertijd verrijkt. Sommige magische elementen vinden hun oorsprong in Amerika zelf, en niet in Europa of Afrika. De termen rootwork, rootdocter of rootworker voor een beoefenaar van deze vorm van magie is een typisch voorbeeld van nieuwe invloedrijke bouwstenen. Maar ook het toevoegen van Goden en heiligen zoals saint Expedite, die nergens eerder bekend zijn is een invloedrijke toevoeging in deze magische traditie.

In de huidige tijd is er veel veranderd in hoodoo. De gemeenschap is veranderd en niet alleen kleiner, maar ook groter geworden door de komst van internet. Hoodoo-magie is gemakkelijk verkrijgbaar via online ondernemingen, zonder enige kennis van traditie, inwijding en achtergrond. Recepten zijn zonder moeite te vinden, net als ingrediënten. Massamedia worden gebruikt om producten zo breed mogelijk aan de man te brengen. Hoodoo is verder beinvloed door de New Age-ideologie. De hoodooïst die erop uit trekt in de wildernis om ingrediënten te verzamelen is een zeldzaamheid geworden. New Orleans is het middelpunt geworden van voodoo-toerisme, een industrie in zichzelf. Goden, geesten en voorouders maken geen actief onderdeel meer uit van de traditie van het maken en bezielen van voorwerpen.

Het gevolg is ook dat volksmagie zoals hoodoo niet alleen bekender is geworden voor een breder publiek maar ook meer wordt geaccepteerd buiten de grenzen van de eigen gemeenschap. Men begint meer oog te krijgen voor de variëteit aan achtergronden en invloeden binnen de traditie. Verschillende magische en niet-magische tradities krijgen in toenemende mate belangstelling voor elkaar, bijvoorbeeld op het gebied van geneeskunde en patiëntenzorg. Effectiviteit van magie is een onderdeel van wetenschappelijk onderzoek geworden. Hoodoo is een traditie in beweging en wordt beïnvloed door de omliggende wereld.

Bibliografie:
Conjure in African American Society – Jeffrey E. Ph.D. Anderson
Hoodoo – Catherine Ironwode
Mules and man – Zora Neal Hurston.

Dit bericht is geplaatst in Artikelen met de tags . Bookmark de permalink.