Recensie: Paradijs in de polder

Paradijs in de polder. Ontdek wat landschap je vertelt
Arita Baaijens
Atlas Contact, 2018. 200 p. ISBN 978 90 450 3602 1. € 19,99
Paradijs in de polder, Arita Baaijens

Bestaat bezielde natuur in Nederland? Die vraag kwam op bij Arita Baaijens nadat ze jarenlang door de Sahara was getrokken, en daarna door Siberië en de Altaj, en daar boeken over had uitgegeven. In ‘Zoektocht naar het paradijs‘ had ze geprobeerd om – letterlijk – in kaart te brengen hoe landschap en geest elkaarbeïnvloeden. Na een reis vliegend boven Nederland zag ze het polderland en besefte hoe dit landschap ook haar had gevormd. Bovendien spraken mensen haar erop aan dat het wel makkelijk was om op een verre berg in vervoering te raken, maar hoe zat het met dichtbevolkte cultuurlandschappen dichter bij huis? Juist daar moest het landschap herontdekt worden.

Baaijens is wetenschapper, maar wat toetsbaar is, wat je kunt meten, zegt niet alles over een plek. Wetenschap is een methode om de werkelijkheid te benaderen, maar er zijn ook andere methoden. We kunnen de natuur ook niet uit de mens halen alsof we los zijn van de aarde.

Wij plaatsen onszelf in gedachten overal buiten en het liefst ook boven. De westerse mens ervaart de wereld niet, maar dénkt haar. Maar natuurlijk zijn we nog steeds onderdeel van de wereld. Een dag bestaat uit snapshots, een serie losse gebeurtenissen die plaatsvinden in de echte of in de virtuele wereld. Het brein ziet iets, oordeelt, plakt er een etiket op en stopt het in een doosje. Klaar. Volgende plaatje. Wie kent nog de sensatie van ruwe aardkluiten onder eeltige voetzolen, van slapen op de grond met de neus in het gras?

Na een samenvatting van de persoonlijke (zoek)tocht van Arita Baaijens, geeft ze tientallen oefeningen waarmee de lezer zelf op pad kan. Zelf contact kan maken met het landschap, gebruikmakend van alle zintuigen. Sommige oefeningen kun je alleen doen, maar samen doen is ook leuk, en voor sommige oefeningen heb je gezelschap nodig. Delen van de resultaten is ook goed, want:

Wat we nodig hebben zijn nieuwe woorden waarmee we elkaar kunnen vertellen wat ertoe doet en wat het leven de moeite waard maakt. Weiden met pinksterbloemen bijvoorbeeld. En landschappen die herinneringen bewaren, gewild onkruid in de stad en rivieren die vrij mogen stromen. De nieuwe taal die Paradijs in de polder wil introduceren houdt zich verre van nostalgisch treuren om wat geweest is en nooit meer terugkomt. We zoeken eigentijdse woorden en beelden, vitaal, aansprekend, vernieuwend en verbindend. Taal, kortom, die ons eropuit stuurt om te verkennen wat we over het hoofd hebben gezien.

Baaijens roept dan ook op om je ideeën te delen en ook de ‘deep maps’ die je maakt van een landschap. (In het boek uitleg en voorbeelden van ‘deep maps’).

De oefeningen zijn heel leuk om te doen, en moet je ook echt dóen, in plaats van er alleen over te lezen. Een paar kende ik al, bijvoorbeeld van IVN-excursies met kinderen. De theorie sluit aan bij wat andere mensen gelukkig ook al schrijven en doen. ‘Guerilla gardening’ en #gewildgroei, bijenhotels. Li An Phoa die duizend kilometer langs de Maas loopt om haar ideaal van drinkbare rivieren onder de aandacht brengen. IVN dat laat onderzoeken hoe (en waarom) goed groen doet. Er zijn Levend landschap-initiatieven tegen ‘landschapspijn‘. Mensen gaan ‘therapeutisch wandelen’, of met wandelcoaches of nemen een bosbad. Erik Scherder vertelt waarom wandelen zo goed is voor je brein en er is tegenwoordig aandacht voor groene schoolpleinen en er is buitenschoolse opvang in de natuur. Met blote voeten.

De invalshoek is soms dat het goed is voor de mens, en soms dat het goed is voor de natuur, maar meestal is het goed voor beide. De wereld zou er anders uit zien als iedereen het besef zou hebben dat elke plek waarde heeft voor wie er leeft en woont: planten, dieren en mensen. Je kunt geen lijnen op een landkaart trekken met een lineaal. Je kunt geen olie winnen in het Waddengebied, op de Noordpool of in de Nigerdelta. Of chemicaliën lozen uit je farmaceutische fabriek in de rivier ernaast. Dat zou niet moeten mogen.

Het theoretische gedeelte van het boek geeft, net als ‘Zoektocht naar het paradijs’ nog veel meer namen van mensen die ideeën hebben over de waarde van natuur en landschap. Niet de economische waarde, maar de intrinsieke waarde van een landschap, de betekenis van de natuur voor de bewoners, de bezielde natuur. Net als Emma Restall Orr in The Wakeful World. Schrijvers, filosofen, enzovoorts die woorden geven aan het belang van de aarde, de natuur zelf. Woorden ook aan het belang van bewoners die klein in aantal zijn, en ver staan van de wereld van de machthebbers. Inheemse volkeren, bijvoorbeeld. Want onze Westerse ideeën, waarden en landkaarten zijn niet zo neutraal als je misschien denkt. ‘Native Americans’ raakten meer land kwijt door landkaarten dan door gewapende conflicten, vertelt Jim Enote in een video-interview, aangehaald op de pagina’s over ‘deep maps’.

Een belangrijk boek, waarvan ik hoop dat meer groepen het gaan lezen én gebruiken. Inspirerend!

Over Jana

Wicca is mijn religie, achteraf gezien is dat altijd al zo geweest. Ik heb het geluk gehad mensen te leren kennen waarmee het goed klikte. In 1984 hebben zij me ingewijd in een Gardnerian coven. Anders was ik alleen verder gegaan. Mijn ideeën over de rol van man en vrouw komen in wicca terug. Zo ook mijn ideeën over het belang van natuur en milieu: ik vier de jaarfeesten en eet de groenten van het seizoen. En de Wiccan Rede ('Doe wat je wilt, mits het niemand schaadt') was al mijn lijfspreuk voor ik wicca leerde kennen.
Dit bericht is geplaatst in Boeken met de tags , , . Bookmark de permalink.