Het Middelpunt van de Cirkel I

Enige tijd geleden werd me gevraagd of ik een bijdrage zou willen leveren aan de Wiccan Rede, het liefst vanuit Jungiaans perspectief en passend bij het thematische Jaarfeest van de betreffende editie.

Ik werd meteen geprikkeld tot schrijven door dit verzoek en het stemde mij tot diepe gedachten, want wat heeft Carl Gustav Jung (1875-1962) nu met wicca, met hekserij, paganisme van doen?

Jung was geen wicca, en hoewel hij vanuit de schaduwtraditie werkte was hij zeker geen heks. Een pagan wellicht, hij had naast zijn praktijk en chique woonhuis in Kussnacht, Zwitserland, ook een prachtige toren gebouwd in Bollingen, direct aan het Meer van Zurich. Op de wanden van deze toren had hij prachtige inscripties aangebracht, en op de steen, buiten de toren, had hij een diepzinnige alchemistische tekst aangebracht waaruit zijn verbondenheid met de (eeuwige) natuur sprak. Deze toren kende geen modern gerief als stromend water en gas en dergelijke. Gekookt werd er op een houtvuur en water kwam uit een bron. Hier leefde Jung dicht bij de natuur, naar eigen zeggen één met de natuur, en konden zijn vooroudergeesten zich thuis voelen. Om zijn geest tot rust te brengen en in contact te treden met de creatieve processen in zijn ziel staarde hij urenlang over het meer; de schittering van de waterspiegel en de golfslag van het water brachten hem terug naar zijn ware Zelf.

Oké, maar waarom is de Jungiaanse psychologie dan zo interessant voor menig wicca, heks en Pagan? Wel, een rode draad die door de werken van Jung loopt, wordt gevormd door wetenschap en religie. Jung zette zich sterk af tegen het dogmatische religieuze geloven van zijn vader, die predikant was in een klein Zwitsers dorpje. Deze vorm van religie was gericht op geloven omdat het zo voorgeschreven werd door de kerk. Een geloof dat geheel berustte op aannames en dogma en waarin geen enkele ruimte was voor eigen invulling of beleving. Jung kende al vanaf jonge leeftijd religieuze ervaringen, visioenen en dromen waardoor hij in strijd kwam met het dogmatische geloof van zijn vader, en de kerk als instituut.

Ook in zijn latere werk, waarin duidelijke invloeden zichtbaar zijn van Kant, Schopenhauer, Goethe en Nietzsche, is Jung altijd gericht gebleven op de eigen persoonlijke beleving en ervaring en de symbolische werkelijkheid. Een prachtig voorbeeld hiervan is het gnostisch aandoend Rode Boek, Novum Libres, een rijk geïllustreerd werk waarin hij verslag doet van zijn eigen innerlijke onderzoekingen en confrontatie met zijn onderbewustzijn. Ook putte Jung rijkelijk uit verschillende religieuze stromingen, de gnosis, de alchemie, de Hermetische tradities en de Occulta Philosofia.

Als arts en wetenschapper zette hij zich af tegen het reductionistische en materialistische karakter van de wetenschap in die tijd, maar tegelijkertijd maakte hij gebruik van wetenschappelijke theorieën die hij wel kon gebruiken ter onderbouwing van zijn werk. Ingegeven door een afkeer van religieuze en wetenschappelijke instituties, gaf hij de individuele beleving een centrale plaats met het Zelf als centrale autoriteit, de werkelijkheid slechts een constructie van mentale processen, in eerste instantie aangestuurd vanuit het persoonlijk onbewuste dat verbonden is met het collectieve onderbewustzijn. De inhouden van dit collectieve deel komen tot uiting in mythen, archetypen en symbolen. Het Zelf is het centrale archetype en omvat de totaliteit van de menselijke psychische waarin bewuste en onderbewuste samenkomen. Het Zelf wordt ook wel het goddelijke in de mens genoemd en bijvoorbeeld door de Tibetaanse monniken in het Oosten weergeven als mandala. Het middelpunt van de cirkel, maar tegelijkertijd ook de omtrek daarvan. In veel verhalen en mythen wordt het Zelf gesymboliseerd als een kind, ofwel het Goddelijke Kind, alchemistisch bezien de Homunculus, de gerijpte Mercurius. Jung beschreef het psychologische ontwikkelingsproces van de mens, het individuatieproces, als een weg naar het Zelf. Ook ontdekte hij dat de oude geschriften van Westerse alchemisten als Maier (1617), Mylius (1622), Mangetus (1722), maar ook in de Oosterse alchemie zoals in het door Richard Wilhelm vertaalde werk ‘Het geheim van de gouden bloem’, handelden over dit psychologische proces. De persoonlijkheid ontwikkelt zich en komt tot bloei vanuit de schaduw, zoals een lelie uit de modder groeit. De duisternis en schaduw dus als onlosmakelijk verbonden met de persoonlijkheid. Hoe meer wij ons alleen maar identificeren met het Ich, hoe gevaarlijker onze duistere kanten worden, aldus Jung.

Een en ander past natuurlijk helemaal in het paganistische wereldbeeld en zal dan ook resoneren in de ziel van menig lezer. Een afkeer van religieuze instituties zal bekend in de oren klinken, net als de gerichtheid op en centraal stellen van de eigen beleving. Het centraal stellen van het Zelf als eigen autoriteit zal herkenbaar zijn voor velen onder ons, evenals het ervaren van het goddelijke in de mens en in de natuur. Een ander raakvlak tussen het paganisme en de Jungiaanse psychologie is de verhouding tot de schaduw, het onderbewuste, het duister en de modder. Waar veel new-agers zich engelen en lichtwezens wanen met verheven opdrachten al zwevend naar het licht, staan pagans doorgaans met beide voeten in de modderige doch vruchtbare aarde en hebben kennis en bewustzijn van de polariteit van het leven. Ook het duister en de schaduw worden (uitzonderingen daargelaten) in de eigen persoon geplaatst en erkend als zijnde deel van deze polariteit. Jungiaans bezien bevatten de schaduw en het persoonlijk onderbewuste niet alleen maar afval en verdrongen zaken zoals Freud beweerde, maar ook die eigenschappen en kwaliteiten die nog niet ontwikkeld zijn. Eigenschappen die liggen te wachten als zaden in het duister tot het juiste moment van ontkiemen is aangebroken.

Het uitvoeren van rituelen is vaak, naast het religieuze aspect, tevens het opnieuw in de werkelijkheid zetten van – en participeren in – oeroude mythologische verhalen zodat deze opnieuw ervaren en beleefd kunnen worden. Een ieder onder ons die ervaring heeft met bijvoorbeeld het vieren van de jaar- en maanvieringen of ander ritueel werk waarin deze mythologische verhalen tot uiting komen, zal kunnen beamen dat een ritueel vaak nog een nawerking heeft of bepaalde psychologische processen in werking zet. Deze oeroude mythologische verhalen zijn niet stoffig en doods maar vormen veeleer een toegankelijke en levende waarheid die hoort bij ons mens-zijn.

Wachters, waar zijn we aangeland?

Het is de tijd van Imbolc. De donkerste tijd van het jaar ligt inmiddels achter ons. Het Goddelijke kind is reeds opnieuw geboren in de donkere nacht van de Ziel. Deze geboorte hebben we gevierd en ritueel vorm gegeven tijdens het Yule-feest, de allerlangste nacht van het jaar. Ook persoonlijke groei komt voort uit zielenpijn zoals ook het nieuwe leven voort komt uit de donkere nacht. Die donkere nacht was duister en uitzichtloos. Alle energie was naar binnen gezogen, naar de onderwereld. Er waren dit jaar zelfs mensen die dachten dat de hele aarde zou vergaan. En dan, als alle hoop verloren lijkt te zijn, scheurt de ziel open waardoor het licht naar binnen valt en er nieuw leven kan ontkiemen, ruimte komt voor nieuwe ontwikkelingen en de creatieve levensenergie opnieuw in beweging komt.

Het archetype dat zich het sterkst manifesteert op dit punt van het wiel van het jaar is het archetype van de Maagd. Bij verschillende volkeren is er door de eeuwen heen een veelheid aan maagdelijke godinnen te benoemen die vereerd werden in deze periode en die beduidend verder terug gaan dan de rituelen en gebruiken rondom de Maagd Maria. Haar Lichtmis wordt gevierd op 2 februari. Ik zal deze godinnen verder niet bespreken in dit artikel aangezien er al vele uitstekende boeken hierover gepubliceerd zijn.

Imbolc. De aarde vernieuwt zich en verkeert na alle afbraakprocessen van de herfst en winter in een staat van reinheid, zuiverheid en ontvankelijkheid. Een hernieuwde belofte voor vruchtbaarheid. En welke betekenis kan en wil je nu verbinden aan het jaarfeest Imbolc in relatie tot je eigen groeiproces, dan wel de processen die plaatsvinden in je eigen ziel?

Allereerst is het natuurlijk van belang dat je zicht krijgt op datgene wat je zou willen zaaien, maar ook wat er al aan zaden verborgen ligt in je eigen schaduw (modder, vruchtbare aarde) en welke daarvan je tot ontkieming wilt laten komen en welke (nog) niet.

Een aardige vraag die ik tijdens de opleiding aan het Jungiaans Instituut kreeg voorgelegd als oefening was: Neem iemand in gedachten die je bewondert, en denk na over de vraag welke eigenschappen van die persoon je nu precies bewondert. De kans is groot dat juist die eigenschappen als zaden besloten liggen in je eigen modder!

En niet geheel onbelangrijk, kun je net als de aarde zelf in een staat van zuiverheid en ontvankelijkheid verkeren, voor datgene wat zich aandient vanuit de buitenwereld, maar zeker ook voor datgene wat zich aandient vanuit de diepte van je eigen ziel? Welke wijsheid en richting ontvang je uit jouw Innerlijke Rijken, tijdens Dromen? Wellicht verneem je een zacht gefluister in de wind van het Oosten, over vruchtbaarheid en nieuw leven..

 

Serge van Heel (1972) is opgeleid en ingewijd in de Gardneriaanse traditie. Naast zijn baan als ambtenaar heeft hij een praktijk aan huis voor Jungiaans analytische therapie, coaching & counseling.

Voor meer informatie zie ook: www.sergevanheel.nl.

 

Dit bericht is geplaatst in Artikelen met de tags , , , , . Bookmark de permalink.