Geschiedenis, mythe en verbeelding

Het werd me allemaal wat te veel en ik besloot rust te nemen. Een jaartje geen ‘Oud nieuws in de verjongingsketel’ en daarna zien we wel verder. Maar er kwam een persbericht binnen. Nieuw nieuws? Dat kon ik de lezers van Wiccan Rede Online toch niet onthouden!

Heksen van de Ruiten Aa

Het persbericht meldde dat er van 15 april t/m 3 september in Museum Klooster Ter Apel een tentoonstelling wordt gehouden over de drie heksenprocessen die in een periode van tien jaar aan het eind van de zestiende eeuw plaatsvonden in de streek Westerwolde. Hierbij kwamen 23 mensen om het leven. Dit was uitzonderlijk veel voor Nederland.

Marjan Daanje en Melissa Steenhuis, studentes van de masteropleiding geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, hebben onderzoek gedaan naar deze processen en naar de rol van het Klooster hierbij. Uit archiefstukken blijkt dat de prior en subprior bij enkele verhoren aanwezig waren.

Behalve archiefmateriaal en een originele Malleus Maleficarum (Heksenhamer, het beruchte ‘handboek voor heksenjagers’) is er op de tentoonstelling ‘De heksen van de Ruiten Aa’ keramisch werk te zien van Ludmilla van der Spoel.

vergeet-mij-nietjes

Ludmilla van der Spoel is grafisch en keramisch kunstenares. Ook heeft ze religiewetenschappen gestudeerd aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij kwam op het idee voor deze beelden tijdens een meerdaagse voettocht, toen ze langs de Ruiten Aa wandelde en daar grote bossen vergeet-mij-nietjes langs de waterkant zag, door hun eigen gewicht omgevallen en drijvend op het water als “haardossen van onderwater geraakte wezens”1 . Niet lang daarna kwam ze op de voormalige executieplaats Giezelbaarg (Geselberg). Daar zag ze de in 2007 geplaatste gedenksteen voor in dit gebied als heksen vervolgde vrouwen en mannen. Vergeet ons niet, leek de boodschap. Vergeet niet wat mensen andere mensen hier hebben aangedaan. Vergeet het niet, denk erover na, laat zoiets nooit meer gebeuren.

De “tot heks gemaakten”2 in Westerwolde hadden de waterproef moeten ondergaan. De waterproef hield in dat een vermeende heks in het water werd gegooid. Als de beschuldigde zonk, was zij of hij onschuldig, maar wie bleef drijven, was een heks. Deze proef scheen te berusten op de opvatting dat heksen zo licht waren dat ze konden vliegen en dat ze daarom ook zouden blijven drijven, en/of dat water metafysisch rein was en daarom geen metafysisch kwaad, zoals belichaamd in een heks, in zich zou willen ontvangen. Dat iemand kon blijven drijven door louter natuurlijke oorzaken zoals lucht onder de natte kleding, was geen mogelijkheid waarmee men rekening hield. Slechts één van de beschuldigden in Westerwolde werd bij de waterproef onschuldig bevonden.

water

Anna van Mekelenburg was oud en arm en werkte met kruiden die geesten zouden verdrijven. Ze werd op 13 mei 1587 levend verbrand op beschuldiging van hekserij. Het beeld van Ludmilla van der Spoel toont haar als ‘witte vrouw’ die een samenhang vindt tussen de magie van het water en de magie in zichzelf.

De Ruiten Aa is een beek in de streek Westerwolde. Water vormt in sprookjes dikwijls een barrière waar het kwaad (boze geesten, verdorven tovenaars e.d.) waardoor de held(in) wordt achtervolgd, niet zonder meer voorbij kan. Water fungeert wereldwijd in tal van rituelen (zoals de doop bij de christenen) als een middel om ongewenste invloeden weg te wassen en het goede daarvoor in de plaats te laten komen. Water staat als element in verband met het toenemen en afnemen van de Maan. Het staat voor veranderingen, fantasie en creativiteit, want het heeft geen eigen vorm of kleur, maar neemt gemakkelijk de vorm of kleur aan die zich voordoet of die eraan wordt gegeven. Water kan een poort naar de Andere Wereld vormen: daarvoorbij – onder water, door het water heen of aan de Overzijde – ligt Avalon, het rijk van de Zeemeermin, Elfenland, het dodenrijk van de voorouders… Water kan de dood door verdrinking brengen, maar uit het water komt ook het leven weer voort. Volgens bepaalde theorieën heeft water een geheugen.

Full fathom five thy father lies.
Of his bones are coral made.
Those are pearls that were his eyes.
Nothing of him that doth fade
But doth suffer a sea change
Into something rich and strange.
Sea nymphs hourly ring his knell.
Hark, now I hear them: ding dong bell.
de geest Ariel, in Shakespeare: The Tempest

Zoals Armando de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog terugzag in het ‘schuldige landschap’ waarin de bomen rond Kamp Amersfoort gewoon maar onverschillig doorgroeiden, herinnerde de plaatselijke natuur in Westerwolde Ludmilla aan de verschrikkingen van de heksenvervolging. Maar bij haar is het landschap allesbehalve ‘schuldig’. De natuur is voor haar geen toneel van wreedheden, maar een wereld van verwondering, troost en magie. Het water van de Ruiten Aa houdt de herinnering aan de vermoorde vrouwen en mannen levend, maar transformeert die ook: van gehate ‘heksen’, uitgestotenen, slachtoffers, worden zij tot mysterieuze sprookjeswezens die onlosmakelijk deel uitmaken van de natuur: waternimfen met haren van vergeet-mij-nietjes, genezeressen die tovercirkels in het water trekken en bezweringen fluisteren, blazers van alchemistische wind.

mythe

Johan Tonnis zou een melkkoe hebben behekst. Hij werd op 11 september 1589 levend verbrand. Beeld van Ludmilla van der Spoel. De wolk uit Johans mond heeft de vorm van de goddelijke adem in alchemistische prenten.

Margot Adler schreef in Drawing Down the Moon over ’the Myth of Wicca’. Deze mythe wordt gevormd door ideeën over hekserij als de prehistorische religie van een godin van de vruchtbaarheid en een god van de jacht, die na de komst van het christendom onder het volk en later in het geheim in kleine groepen bleef voortbestaan; over de God die door de Kerk tot Duivel werd gemaakt en natuurgenezeressen die tot heksen werden gemaakt om de bevolking onder de duim te houden; over een genocide op vrouwen die miljoenen slachtoffers eiste; etc. Elementen van de Mythe van de Wicca waren tot ca. 1980 in vrijwel alle boeken over wicca te vinden, schreef zij, en hoewel de Mythe elementen van waarheid bevat, zijn grote delen ervan aanvechtbaar. “Veel onderzoekers weerlegden de letterlijke juistheid van de mythe en verwierpen vervolgens ten onrechte de moderne Craft als bedrog.” Adler wees er op dat de ‘waarheid’ van mythen zich op een ander vlak afspeelt. “Om ze te begrijpen, moet men poëzie van proza kunnen onderscheiden, metaforische waarheid van letterlijke realiteit.”3

Zoveel jaren later is de ‘mythe van de wicca’ uitgewaaierd en veranderd in een ‘mythe van de heksen’. De ‘heksen’ uit het verleden worden nu bovenal voorgesteld als sterke, onafhankelijke vrouwen, en hedendaagse heksen of vrouwen die voor zichzelf opkomen als hun nakomelingen of geestelijke erfgenames. Slachtoffers van de vervolgingen worden vereerd als spirituele feministes avant la lettre. Geschiedkundig gezien is deze voorstelling van zaken onjuist. We hebben hier te maken met de Mythe.

Het woord ‘heks’ kan zo veel verschillende zaken aanduiden dat bij de onthulling van een heksenmonument, zoals die de laatste decennia op diverse plaatsen in Europa zijn opgericht, en bij de verzoeken om postuum eerherstel voor de slachtoffers van heksenprocessen, de diverse betekenissen gemakkelijk door elkaar lopen. Bij de gedenksteen op de Giezelbaarg zag Ludmilla sporen van rituelen die daar kennelijk soms worden gehouden.

De naadloze overgang van geschiedschrijving naar politiek, religie en spiritualiteit en vice versa, en in het bijzonder de gelijkstelling van mythe aan realiteit die bij dit onderwerp al gauw optreedt, is diverse wiccapriesteressen en -priesters een doorn in het oog. Daardoor wordt er soms enigszins geprikkeld gereageerd op nòg een gedenkplaats, nòg een roman, nòg een theaterstuk… en dan nu weer een tentoonstelling? Klopt er eigenlijk wel wat van de dingen die daar allemaal worden beweerd?4

Kritiek op het verwarren van mythe met feitelijke geschiedenis is zinvol. Maar pas op dat het kind niet met het badwater wordt weggegooid. Leden van Gardners coven schijnen elkaar regelmatig zuchtend te hebben aangekeken wanneer Gerald weer eens een uiteenzetting begon over het leven van heksen “vroeger, in de tijd vóór de vervolgingen”. Zij herkenden dit niet als de kunstgreep of stijlfiguur waarmee de verteller een (fictief) ver verleden of een ver land oproept om denkruimte te scheppen, waar de verbeelding vrij mag dwalen over wat zou kunnen, in contrast met wat is.

Een dergelijk verhaal is niet bedoeld om correcte informatie te verstrekken. Het is iets om over na te denken, om over te mijmeren en te dromen, om inspiratie uit te putten. Om door de spiegel van het Andere met een verfriste, onbevangen blik naar het bekende te kunnen kijken en te zien wat van de dagelijkse vanzelfsprekendheden misschien helemaal niet zo universeel vanzelfsprekend is.

reflectie

Een uitstapje naar de wereld van verhalen, kunst en verbeelding voedt het voorstellingsvermogen en kan zo leiden tot nieuwe ideeën en inzichten. Zo kan ook de confrontatie met gebruiken en voorvallen uit het verleden of met andere culturen of subculturen die ons raar, onbegrijpelijk, aanstootgevend of ronduit verkeerd voorkomen, aanzetten tot bespiegeling: kan het zijn dat wijzelf, net als die anderen, ons handelen en onze oordelen baseren op aannames en zienswijzen die onszelf evident lijken, maar die meer aangeleerd dan natuurlijk zijn, en wellicht meer kwaad dan goed doen? Valt daaraan te ontsnappen? Hoe?

Dit is niet eenvoudig te beantwoorden en snelle antwoorden zijn meestal onvoldoende doordacht. Maar het is belangrijk om hierover na te denken. Niet omdat het vreemde altijd beter zou zijn, niet omdat er niet zoiets als ‘goed’ en ‘fout’ zou zijn, maar omdat het vertrouwde en eigene niet per definitie het beste is.

verbeelding

De tentoonstelling in Klooster Ter Apel bestaat uit twee componenten: enerzijds de historische objecten en informatie, en anderzijds de keramische beelden van Ludmilla van der Spoel. De beelden zijn, excuseer de woordspeling, een ver-beeld-ing van het mythische, dat elementen van historische feiten in zich draagt maar verder gaat; dat een àndere wereld toont dan deze realiteit.

Alke Engels werd ervan beschuldigd een kind te hebben vermoord met een betoverde appel. Zij werd op 17 februari 1597 levend verbrand. Haar zus Geertken Johans anders Tijs belandde na een zelfmoordpoging in de cel en overleed daar. Men geloofde dat ’toovnaarschen’ in bomen sliepen. In dit beeld van Ludmilla van der Spoel rusten ze in vrede in een holle knotwilg.

In het fotoboek dat Ludmilla over de totstandkoming van deze serie beelden maakte, vertelt ze hoe ze tijdens het wandelen haar fantasie de vrije loop liet over de vergeet-mij-nietjes in het donkere water, en schetsen maakte van de raadselachtige en verontrustende visioenen die voor haar geestesoog opdoemden. Hoe ze op de Giezelbaarg plotseling betekenis in deze gewaarwordingen vond, toen ze las over de vrouwen en mannen die “op het water geworpen” waren, gefolterd en levend verbrand. Ze beschrijft hoe ze zich probeerde voor te stellen hoe dat in werkelijkheid geweest moest zijn: “De pijn, de angst, de wanhoop, de ontreddering! Gebeden smekend verschroeien, terwijl je blik vlucht naar het koele stromende water van de Ruiten Aa…”

het heden

De ‘heksen’ waren geen levensbedreigende handlangers van het kwaad, maar evenmin waren ze heilige martelaressen van hedendaagse opvattingen. Wat waren ze dan wel? Slachtoffers ja, maar waarvan precies, en hoe kwam dat dan? Er zijn in de loop der tijden veel verschillende verklaringen voor de heksenvervolgingen gegeven, waarbij in elke tijd en vanuit elke ideologische achtergrond juist die aspecten werden belicht die een relatie tot maatschappelijke kwesties in de eigen tijd leken te hebben: wat heeft dit ons te zeggen?

Een reflectie op de gebeurtenissen neemt wat er feitelijk heeft plaatsgevonden als uitgangspunt, maar gaat verder. Vanuit het zoeken naar een historische realiteit beweegt het denken zich naar de verbeeldingswereld, en door de verbeelding komt een boodschap terug voor de realiteit. De magisch-realistische, sprookjesachtige beelden van Ludmilla van der Spoel brengen het zoeken naar betekenis in de heksenvervolgingen tot uitdrukking.

Het mythische karakter van Ludmilla’s beelden impliceert dat het getoonde iets betreft wat overal en in alle tijden kan en niet kan gebeuren. Iets waarbij elk van ons slachtoffer kan zijn, en evenzeer tot de daders kan behoren. “De mechanismen die geleid hebben tot de gruwelen van de heksenvervolgingen, zijn zeker ook in onze huidige wereld actief” schrijft zij in het slotwoord van haar boek. “Andersdenkenden of vrouwen zijn maar een klein voorbeeld van groepen of mensen die onderdrukt worden of verantwoordelijk gehouden worden voor ellende als gevolg van crisissituaties.”

De geschiedenis laat zien dat mensen tot afgrijselijke daden in staat zijn. De tegenwoordige tijd is evenmin vrij van gruwelijkheden. Ludmilla’s kunst draagt de hoop in zich dat het mogelijk is deze dingen ten volle te beseffen en toch niet te worden lamgeslagen door verdriet, woede en een algehele afkeer van de mensheid. Schoonheid, creativiteit, verlangens en dromen herinneren eraan dat een harmonieuze, vriendelijke wereld niet ondenkbaar is, en iets is om naar te blijven streven. Hopelijk draagt deze tentoonstelling daar toe bij.

De tentoonstelling ‘De heksen van de Ruiten Aa’ is t/m zondag 3 september 2023* te bezichtigen in Museum Klooster Ter Apel, Boslaan 3-5, 9561 LH Ter Apel. Van een vriendin heb ik gehoord dat het museum beslist de moeite waard is, en ook leuk voor kinderen.

Het boek De heksen van de Ruiten Aa. Beelden van Ludmilla van der Spoel is een hardcover op stripboekformaat. Het is verschenen in een gelimiteerde oplage van 100 gesigneerde exemplaren en voorzien van een gesigneerde en genummerde linosnede. Het is te koop bij de tentoonstelling of voor € 45 + verzendkosten te bestellen bij de kunstenares.

foto’s bij dit artikel: © Ludmilla van der Spoel

* Nagekomen bericht (augustus 2023)
De tentoonstelling ‘De heksen van de Ruiten Aa’ wordt vanwege de grote belangstelling die ervoor blijkt te zijn, verlengd tot en met 5 november 2023.

Noten
1 citaat uit het persbericht.
2 dit begrip naar analogie van de ’tot slaaf gemaakten’ trof ik aan in Ludmilla’s boek.
3 Margot Adler: Drawing Down the Moon. Witches, Druids, Goddess-Worshippers, and Other Pagans in America Today. Revised edition with an updated Appendix III. Penguin/Arkana 1997. p.45-46.
4 Bij het schrijven van dit artikel was de tentoonstelling nog niet geopend. Ik zie geen reden om het geschiedkundig onderzoek blindelings te wantrouwen. Uit berichten op Facebook van mensen die er inmiddels zijn geweest, maak ik op dat de tentoonstelling de moeite waard is. Maar mocht iemand bij een bezoek onverhoopt op aantoonbare onwaarheden stuiten, dan verneem ik daar graag over via een reactie hieronder of een ingezonden artikel voor een komend nummer.

Over Medeia

Een belangrijke, niet-christelijke basis van onze zgn. westerse beschaving is het oude, deels imaginaire, Griekenland. Medeia is een naam uit de Griekse mythen, waar zij echter werd beschreven als een sinistere snuiter uit het barbaarse Oosten. De spanning die voortkomt uit een denken in tegenstellingen, zoals erbij horen / een buitenstaander zijn, is in Medeia’s beleving een drijvende kracht in ‘de oude religie’. Uit de nalatenschap van de klassieke oudheid stamt ook het ideaal van de Kunst als toegang tot een andere dan de alledaagse werkelijkheid. Medeia schrijft sinds 2010 voor Wiccan Rede.
Dit bericht is geplaatst in Artikelen, Boeken, Nieuws met de tags , , , , , , , . Bookmark de permalink.