Meer over Mede

Wie ooit mede gedronken heeft, herinnert zich vast wel de zalige zoetheid die over zijn of haar tong naar beneden glijdt. Mede is een alcoholische drank die middels vergisting gemaakt wordt van honing en water. Mede wordt in de volksmond ook wel honingwijn genoemd. Als je een drank met deze benaming tegen komt, moet je er trouwens wel op letten dat met honingwijn ook wel wijn wordt aangeduid waaraan achteraf honing is toegevoegd. Het alcoholpercentage loopt net zo uiteen als dat van andere wijnen. Aan het basisrecept kunnen andere ingrediënten, zoals kruiden of fruitsoorten, toegevoegd worden om verschillende smaakvariaties te krijgen, zo is er voor ieder wat wils.

Mead is made from Honey, Water, and Yeast‎

Historie van honingwijn
Mede werd waarschijnlijk al eerder dan wijn gebruikt als geestverruimend middel. Waar de vroegste bewijzen voor het maken van wijn stammen uit het Mesopotamië van 7000 jaar geleden, dateert het vroegste archeologisch bewijs voor de productie van mede van ongeveer 2000 jaar eerder. In het noorden van China zijn aardewerken vaten uit deze tijd gevonden, waarin een mengsel van honing, rijst en fruit met resten van een fermentatieproces zat. (noot 1: zie: http://www.pnas.org/content/101/51/17593.full)

Binnen Europa dateren de vroegste vondsten van ongeveer 4000 jaar na de Chinese vondsten. Hierbij gaat het om mederesten die zijn aangetroffen in het karakteristieke aardewerk van de Klokbekercultuur.
De oudst overgedragen beschrijving van mede is te vinden in een van de liederen van de Rigveda, een van de heilige boeken van de Vedische traditie, een voorloper van het Hindoeïsme. De Rigveda wordt ergens tussen 1700 en 1100 voor het begin van onze jaartelling gedateerd. Een deel van de tekst luidt:

“1. Mogen de melkkoeien, die snellen naar hun doel, met goede bedoelingen tot ons komen met vloeibare zoetigheid. De zanger, lovingen uitend, roept, voor overvloedige rijkdommen, de Zeven Machtigen die vreugde brengen.
2. Met eerbied en lofuitingen breng ik voort, om kracht te krijgen, onuitputtelijke aarde en hemel. Vader en moeder, schoon van spraak, met mooie handen, mogen zij, met verrijkende faam, ons beschermen in elk gevecht.
3. Adhvaryus, maak de zoete plengoffers klaar, en breng het heerlijke helder sap naar Vāyu. God, als onze priester, wees de eerste ervan te drinken: wij geven u de mede om u vreugde te bezorgen.
4. Twee armen – de Soma’s behendige offeraars – en de tien vingers plaatsen en bevestigen de druk-steen. De sluiper heeft gegoten, schoon met zijn uitgespreide takken, de mede’s helder glinsterende sap dat zich op de bergen bevindt.
5. De Soma is voor u gedrukt, zijn geliefde, om u kracht en macht te geven en grote vreugde. Aangeroepen, doe wederkeren in uw wagen, Oh Indra, indien nodig, uw twee goedgetrainde en geliefde zwartgemaande paarden. …”

(noot 2: Rigveda, boek 5, lied XLIII, bewerking naar het Nederlands door de auteur. Naar de vertaling van Ralph T. H. Griffith, 1896)

Mede was ook bekend en werd gedronken in het klassieke Griekenland en in het Romeinse Rijk. Zo hebben verschillende Griekse en Romeinse auteurs over de heldere honingdrank geschreven. Ook bij de Kelten en Germanen werd mede gedronken. De bard Taliesin schreef omstreek het jaar 550 het lied ‘Kanu y med’, oftewel het ‘Mede-lied’. Daarnaast zijn er zowel bij de Kelten als Germanen vele verhalen bekend van strijders die in de medehal mede dronken, zoals in het Angelsaksische gedicht ‘Beowulf’ en in het Welshe ‘Y Gododdin’, die beide stammen uit de achtste eeuw. Mede werd veel gebrouwen door de Germaanse stammen. Later bleven sommige kloosters doorgaan met het maken van mede, vooral in gebieden waar geen druiven groeien. Nadat bier zijn intrede deed, werd mede langzamerhand steeds minder populair. Begrijp jij waarom?

Waarom het woord?
Ons woord mede stamt af van de Proto-Germaanse woord ‘meduz’. Dit woord betekent zowel ‘honing’ als ‘mede’. Hier vanaf stammen bijvoorbeeld ook het Engelse ‘mead’, het Scandinavische ‘mjöd’/’mjød’, het Slavische ‘med’/’miod’ en het Duitse ‘met’. Als we de afstamming nog wat verder terug zoeken, blijken ook het Poolse ‘miód’, het ‘medovina’ uit de Balkan, het Baltische ‘midus’, het Welshe ‘medd’ en het ‘maddhu’ uit het Sanskriet een zelfde oorsprong te hebben. Dit zou er dus ook al op kunnen wijzen dat de volkeren die zich lang geleden vanuit het huidige India over Europa verspreidden al voordat ze dat gingen doen een honingdrank kenden die ze mede noemden. Verder maakt het feit dat de woorden voor mede overal heel veel op elkaar lijken het natuurlijk erg makkelijk om in het buitenland een flesje (of meer) van de zoete honingwijn te bestellen.

Mede in de mythologie
Behalve in de Rigveda speelt mede ook een centrale rol in de Germaanse godenwereld. De belangrijkste vermeldingen betreffen de dichtersmede. De Proza Edda verhaalt hoe de dwergen Fjalar en Galar de god Kvasir vermoorden en diens bloed met honing mengen. Dit mengsel vergist tot de dichtersmede. Later vermoorden de twee broers de reuzen Gilling en zijn vrouw. Hun zoon Suttung gaat naar hen op zoek en vindt Fjalar en Galar. Hij bedreigt hun vervolgens dusdanig, dat ze hem de dichtersmede meegeven. Suttung verbergt de mede vervolgens midden in een berg. De god Odin krijgt hier lucht van en beslist dat hij de dichtersmede voor zichzelf wilt hebben. Met een list komt hij in dienst van Suttungs broer Baugi, in ruil voor een slok van de dichtersmede. Wanneer Odin zijn werkzaamheden met goed gevolg heeft afgesloten, boort Baugi een gat in Suttungs berg. Odin verandert zich in een slang en kruipt door het gat. Hier blijft hij drie nachten bij de bij de mede wakende Gunnlöd. Gedurende elke nacht kan hij een vat dichtersmede leeg drinken. Vervolgens verandert de god zich in een adelaar en vliegt weg met de mede. Tijdens zijn vlucht nadert Suttung hem zo, dat hij enkele druppels van de dichtersmede morst. Door dit ‘dichtersdeel’ krijgt ook de mensheid dichterlijke gaven. Aangekomen in de godenstad Asgard wijdde Odin de dichtersmede aan de andere goden en diegenen der mensheid die bedreven zijn in de poëzie. Zo staat elk moment van dichterlijke inspiratie gelijk aan een slok uit de ketel met dichtersmede. Tevens was mede ook de uit de uiers van de geit Heidrun komende drank die de gevallen strijders in Odins hal Walhalla geschonken kregen.

In de mythologie van de Britse eilanden wordt gewag gedaan van een rivier van mede die door het Keltische paradijs stroomt. (noot 3: Robert Gayre, zoals aangehaald op http://www.thehomebrewstore.com/meadhis.htm.

De Griekse goden nuttigden ambrosia en nectar, dranken gemaakt uit honing. Aan deze mede dankten de goden hun onsterfelijkheid. (noot 4 : http://www.ambrosiasociety.org/ambrosia__nectar.html

Bronnen:
– Wikipedia, “Mede (drank)” – http://nl.wikipedia.org/wiki/Mede_(drank)
– Wikipedia, ‘Mead’ – http://en.wikipedia.org/wiki/Mead
– Ofer Bar-Yosef, ‘Fermented beverages of pre- and proto-historic China’, artikel op PNAS, 2004 – http://www.pnas.org/content/101/51/17593.full
– Ralph T. H. Griffith (vert.), “The Rig Veda”, 1896 – http://www.sacred-texts.com/hin/rigveda/index.htm
– Wikipedia, “Mead of poetry” – http://en.wikipedia.org/wiki/Mead_of_poetry
– ‘A friend in mead…’ – http://www.thehomebrewstore.com/meadhis.htm
– The ambrosia society.org, “ambrosia and nectar”  – http://www.ambrosiasociety.org/ambrosia__nectar.html

Met dank aan Draak, zie ook: http://www.debaldadigebij.nl/mede.html en http://www.homebrewtalk.com/wiki/index.php/Mead.

Geplaatst in Artikelen | Getagged , , , , , , , | 1 reactie

Index Imbolc 2012

In dit nummer vind je de volgende artikelen / In this issue you’ll find the following articles

In het Nederlands:
– Volle maan van de overstroming – Loes
Mag het ook echt zijn? – Hagetessa
– Karmapunten voor een nieuwe start – Yoeke
– Oud nieuws in de verjongingsketel gegooid – Medeia
Meer over mede – Draak
– Bijen – Jana
– Websites over bijen – Jana
Websites, Imbolc 2012 – Jana
– Redactioneel Imbolc 2012 – Jana
– Agenda – Serotia
– Esbats en sabbats – Serotia
– Heksencafés en pubmoots – Serotia
– Arachne’s Web – Serotia

In English:
– To and from the land of the Dead – Michael Berman
When runes became the gods – Vincent Ongkowidjojo
– Bees, a review by Bobby Matherne
– Websites on bees – Jana

en deze recensies / and these reviews:
Bees – book by Rudolf Steiner
Het Occulte Licht / Het Boek der Wet – website
The Wanton Green – a book by by Creeping Toad & Susan Cross
Saksische tradities – boek van D.F.G.A. ten Holt
Secrets of Asgard – a book by Vincent Ongkowidjojo
Mystieke plekken in Zuid West Engeland – boek van Jan Willem Verkerk en Annemieke Loots
Godinnen van eigen Bodem – boek van Ineke Bergman
Compendium van rituele planten in Europa – boek van Marcel de Cleene en Marie-Claire Lejeune

In January we published some articles on Merlin, our former editor who passed the way on January 3, 2012.  You can read those articles here:
Merlin Sythove, witch extraordinaire
Merlin, heks extraordinaire
Onze herinneringen aan Merlin.

Geplaatst in Artikelen, English articles | Getagged , | 1 reactie

Het Occulte Licht / Het Boek der Wet

Dit is een nieuwe Nederlandse website, nog “under construction .. but up and running”.

Het Occulte Licht:
http://www.hetoccultelicht.com/

Welkom bij het occulte licht,

Hierbij willen we u van harte uitnodigen om deel te nemen aan deze tekst en illustraties.
Het Occulte Licht is een magazine wat magisch georienteerde onderwerpen behandeld, deze onderwerpen hebben onderling ook weer raakvlakken en zo willen we de mensen bewust maken van de onderlinge relaties van de onbewuste werkelijkheden…

Het Occulte Licht is ook een tijdschrift. Email: HetOcculteLicht::at::gmail.com.

DanielRa Læisternad is de contactperson. Hij heeft ook ‘The Book of the Law’/ ‘Het Boek der Wet’ vertaald, compleet met de verplichte originele facsimile van de oorspronkelijke handgeschreven Crowley-versie.

Uitgegeven in eigen beheer, dit is duidelijk een ‘labour of love’.

Natuurlijk is zoiets als ‘Liber Al Vel Legis’ moeilijk te vertalen. Ik denk dat de taalpuristen af en toe kromme tenen zullen krijgen.

Wat denk je van

58. Ik geef onimaginaire vreugden op aarde: zekerheid geen geloof, tijdens het leven, tot in de dood, onuitsprekelijke vrede, rust, extase; noch doe ik om offers vragen

In het Engels (en voor de hexsen onder ons een zeer herkenbaar stuk…)

58 I give unimaginable joys on earth: certainty, not faith, while in life, upon death; peace unutterable, rest, ecstasy; nor do I demand aught in sacrifice.

Zover ik het weet is dit de enige Nederlandse versie die uitgegeven is en zodoende wel de moeite waard.

Met eigen tekeningen.

Contact DanielRa voor meer informatie: hetoccultelicht::at::gmail.com.

Geplaatst in Boeken, Recensies, Web Wegwijzer | Getagged , | Reacties uitgeschakeld voor Het Occulte Licht / Het Boek der Wet

To and From the Land of the Dead

To and From the Land of the Dead
by Michael Berman

http://www.merciangathering.com/learbooks/home.htm

 

The concepts of heaven and hell are familiar to all of us, whatever our faiths may be, and the idioms that incorporate the words themselves have become so overused that they are now nothing more than cliché.  On the other hand, although they appear in a number of mythologies and religions, the locations known as heaven and hell are by no means common to all. Neither are they what we are primarily concerned with here. Instead, it is the shamanic concept of the Land of the Dead that is the focus of this new book.

Different types of shamanic journeys can be undertaken to the Lower World to make contact with Power Animals, to the Upper World to meet your Sacred Teacher, and to the Middle-world to see events that take place in this reality in their non-ordinary reality forms and to gain a greater insight into their nature. There are also journeys for the purpose of divination and journeys to carry out soul retrievals. Journeys are also undertaken to the Land of the Dead.

Sometimes the Land of the Dead is antipodal, meaning everything there is reversed: day here is night there, and vice versa. And it is not always necessary to be dead in order to visit ghost land. In eastern Melanesia, for example, living people can go down to the netherworld, Panoi, either in the body or in spirit, and either in dream or in a near-death state. Ghosts advise them not to eat from the food of the dead, for otherwise they cannot come back alive (Couliano, 1991, p.37).

Shamanic rituals enable us to explore the issues of death and dying experientially before we eventually have to face up to the real thing. The divine experience can thus become a preparation for the earthly experience, rather than the reverse. In other words, what is learnt in non-ordinary reality can be transferred to and applied in this reality. In the same way, what can be learnt through a shamanic story (a story that has either been based on or inspired by a shamanic journey, or one that contains a number of the elements typical of such a journey) can be transferred to and applied to this reality and so help us come to terms with the crossing over of our loved ones. From such tales we can learn, for example, that the wish to have those we love, but who have departed from this world, returned to us is perhaps nothing but selfishness on our part. At least this is what the following Hawaiian example would seem to suggest:

A Visit to the Spirit Land: The Strange Experience of a Woman in Kona, Hawaii

KALIMA had been sick for many weeks until at last she died. Her friends gathered around her with loud cries of grief, and with many expressions of affection and sorrow at their loss they prepared her body for its burial.

The grave was dug, and when everything was ready for the last rites and sad act, husband and friends came to take a final look at the rigid form and ashen face before it was laid away forever in the ground. The old mother sat on the mat-covered ground beside her child, brushing away the intrusive flies with a piece of cocoanut-leaf, and wiping away the tears that slowly rolled down her cheeks. Now and then she would break into a low, heart-rending wail, and tell in a sob-choked, broken voice, how good this, her child, had always been to her, how her husband loved her, and how her children would never have any one to take her place. “Oh, why,” she cried, “did the gods leave me? I am old and heavy with years; my back is bent and my eyes are getting dark. I cannot work, and am too old and weak to enjoy fishing in the sea, or dancing and feasting under the trees. But this, my child, loved all these things, and was so happy. Why is she taken and I, so useless, left?” And again that mournful, sob-choked wail broke on the still air, and was borne out to the friends gathered under the trees before the door, and was taken up and repeated until the hardest heart would have softened and melted at the sound. As they sat around on the mats looking at their dead and listening to the old mother, suddenly Kalima moved, took a long breath, and opened her eyes. They were frightened at the miracle, but so happy to have her back again among them.

The old mother raised her hands and eyes to heaven and, with rapt faith on her brown, wrinkled face, exclaimed: “The gods have let her come back! How they must love her!”

Mother, husband, and friends gathered around and rubbed her hands and feet, and did what they could for her comfort. In a few minutes she revived enough to say, “I have something strange to tell you.”

Several days passed before she was strong enough to say more; then calling her relatives and friends about her, she told them the following weird and strange story:

“I died, as you know. I seemed to leave my body and stand beside it, looking down on what was me. The me that was standing there looked like the form I was looking at, only, I was alive and the other was dead. I gazed at my body for a few minutes, then turned and walked away. I left the house and village, and walked on and on to the next village, and there I found crowds of people,–Oh, so many people! The place which I knew as a small village of a few houses was a very large place, with hundreds of houses and thousands of men, women, and children. Some of them I knew and they spoke to me,–although that seemed strange, for I knew they were dead,–but nearly all were strangers. They were all so happy! They seemed not to have a care; nothing to trouble them. Joy was in every face, and happy laughter and bright, loving words were on every tongue.

“I left that village and walked on to the next. I was not tired, for it seemed no trouble to walk. It was the same there; thousands of people, and every one so joyous and happy. Some of these I knew. I spoke to a few people, then went on again. I seemed to be on my way to the volcano,

–to Pele’s pit,–  and could not stop, much as I wanted to do so.

“All along the road were houses and people, where I had never known any one to live. Every bit of good ground had many houses, and many, many happy people on it. I felt so full of joy, too, that my heart sang within me, and I was glad to be dead.

“In time I came to South Point, and there, too, was a great crowd of people. The barren point was a great village. I was greeted with happy alohas, then passed on. All through Kau it was the same, and I felt happier every minute. At last I reached the volcano. There were some people there, but not so many as at other places. They, too, were happy like the others, but they said, You must go back to your body. You are not to die yet.’

“I did not want to go back. I begged and prayed to be allowed to stay with them, but they said, ‘No, you must go back; and if you do not go willingly, we will make you. go.’

“I cried and tried to stay, but they drove me back, even beating me when I stopped and would not go on. So I was driven over the road I had come, back through all those happy people. They were still joyous and happy, but when they saw that I was not allowed to stay, they turned on me and helped drive me, too.

“Over the sixty miles I went, weeping, followed by those cruel people, till I reached my home and stood by my body again. I looked at it and hated it. Was that my body? What a horrid, loathsome thing it was to me now, since I had seen so many beautiful, happy creatures! Must I go and live in that thing again? No, I would not go into it; I rebelled and cried for mercy.

“‘You must go into it; we will make you!’ said my tormentors. They took me and pushed me head foremost into the big toe.

“I struggled and fought, but could not help myself. They pushed and beat me again, when I tried for the last time to escape. When I passed the waist, I seemed to know it was of no use to struggle anymore, so went the rest of the way myself. Then my body came to life again, and I opened my eyes.

“But I wish I could have stayed with those happy people. It was cruel to make me come back. My other body was so beautiful, and I was so happy, so happy!”

Taken from Thrum, T.G. (1907) Hawaiian Folk Tales: A Collection of Native Legends, Chicago: A.C. McClurg & Co. Scanned at sacred-texts.com, July 2006. Proofed and formatted by John Bruno Hare. This text is in the public domain in the United States because it was published prior to 1923.
****

Michael Berman works as a teacher and a writer. Publications include The Power of Metaphor for Crown House, The Nature of Shamanism and the Shamanic Story for Cambridge Scholars Publishing, Shamanic Journeys, Shamanic Stories for O-Books, and To and From the Land of the Dead for Lear Books. For more information please visit www.Thestoryteller.org.uk

Geplaatst in Boeken, English articles, Recensies | Getagged , , | Reacties uitgeschakeld voor To and From the Land of the Dead

Websites on bees

Websites in English on bees

Logo pagina Webwegwijzer Wiccan Rede Online Magazine

 

Andrew Gough’s Arcadia, three articles on bees
Very interesting articles, with lots of illustrations, on the history of bees and beekeeping, the mythology around bees et cetera. The first article deals with the prehistory. The second with the classical Mediterranean cultures (Minoan, Greek, Mithraism). The third article discusses Masonic views on bees, French heraldry and Rennes-Le-Château.
The Bee: part 1 – Beedazzled
http://www.andrewgough.co.uk/bee1_1.html
The Bee: part 2 – Beewildered
http://www.andrewgough.co.uk/bee2_1.html
The Bee: part 3: Beegotten
http://www.andrewgough.co.uk/bee3_1.html

Mead making handbook
This Mead Making Handbook was prepared by Jace Crouch of the Brewer’s Guild. It is designed to spread the word about Mead-making, and to guide both neophyte and more experienced brewers through the Mead-Making process.
http://mysite.verizon.net/mshapiro_42/meadmanl.html

The Barefoot Beekeeper
“This site is about sustainable, low-impact, low-cost, chemical-free, small-scale, ‘organic’, natural beekeeping, using simple equipment that almost anyone can make at home. If you have not yet heard of ’top bar hives’ or ‘natural beekeeping’, then this is a place to learn about them.
You will find plenty of reading material here, with opportunities to learn from experienced beekeepers.” Phil Chandler also presents an online introduction (movie) on natural beekeeping and there’s a book ‘The Barefoot Beekeeper’.
http://www.biobees.com/

Journeying with bees (blogspot)
“This is a bee-log of my journey into working with bees and natural beekeeping, as well snippets of bee lore, mythology, ritual and the sacred nature of bees and honey.”
Karin’s site has nice and enlightening photos of bees on her blog.
http://journeyingwithbees.blogspot.com

Documentary ‘Queen of the sun. What are the bees telling us?’:
http://www.queenofthesun.com/

Film on ‘City bees in Copenhagen’:
http://www.eea.europa.eu/

http://www.naturalbeekeepingtrust.org/

The Natural Beekeeping Trust aims to promote awareness of sustainable beekeeping which is determined by our understanding of  the essential  needs of the bees.

Episode image for Spirit of the Beehive

Spirit of the Beehive, Radio broadcast:
http://www.bbc.co.uk/programmes/b013r2gv

Nina Perry’s composed feature ‘Spirit of the Beehive’ explores our enduring relationship with the honeybee, lifting the lid of the beehive to hear some surprising lessons to be learnt through observing and working with bees, as well as how the life of bees inspires human endeavours in the arts and in business.

We follow a group of young people from Hackney in London who are passionate urban beekeepers. They work for The Golden Company, a social enterprise taking their beekeeping to new heights by installing bees on the roof of investment bank Nomura – where the bees are seen as a symbol of productivity and growth in the city.

Scientists at Sussex University explain how they are looking at ways to help the honeybee by eavesdropping in on their communication system, the waggle dance. We peek inside the bee-inspired Parisian Artist community La Ruche (the beehive) and are lead through the bee sanctuary of the Natural Beekeeping Trust to discover the virtues of listening to bees.

Musician: Oli Langford (Violin) Composer: Nina Perry

Producer: Nina Perry  A Falling Tree Production for BBC Radio 4.

Geplaatst in English articles, Web Wegwijzer | Getagged , | Reacties uitgeschakeld voor Websites on bees

Oud nieuws in de verjongingsketel gegooid – Imbolc 2012

Logo rubriek Nieuws - Wiccan Rede Online Magazine
Reiniging bij de jaarwisseling

Op Curaçao maakt kruidenvrouw Dinah Veeris elk jaar een kruidenwater om mee te baden bij de jaarwisseling. De samenstelling is niet elk jaar hetzelfde: vorig jaar mediteerde ze over 10-10-10, de datum van de autonomie van Curaçao, en koos ze tien kruiden en tien parfums; dit jaar dacht ze aan de waterschaarste in Afrika en nam ze verschillende soorten water (putwater, wijwater en regenwater) als uitgangspunt. Zij volgde een herboristenopleiding in California, maar leerde ook heel veel van haar tante, haar moeder en oudere eilandbewoners. Jeanette van Ditzhuijzen interviewde haar voor Trouw.

Met een flinke voorraad kruidenwater gaat Dinah Veeris op de dag van het oude jaar naar het Briónplein, waar zo’n driehonderd mensen een flesje komen halen. Dan gaan ze naar huis om te baden. Bij het baden wordt een witte kaars op een schotel in het water gezet.  Met een uitgeholde kalebas wordt kruidenwater over het lichaam gesprenkeld, van boven naar beneden. ‘s Avonds komen de mensen terug naar het plein, om daar over een vuurpot met wierook van zeven kruiden te springen. Vroeger werd dit allemaal in gezinsverband gedaan, nadat het huis was gereinigd met kruidenwater en wierook, maar nu is het een massaal feest op het plein geworden waarbij mensen dansend over de vuurpot springen.

Eten bij de jaarwisseling

In de kookrubriek van Trouw stonden aan het eind van het jaar recepten die in Nederland traditioneel worden gegeten bij de jaarwisseling. Het ene was een eenpansmaaltijd van witte bonen en snijbonen met rookworst, ‘Blote kindertjes in het gras’ of ook wel ‘blote billetjes in het gras’, ‘blote mannetjes in het veld’, ‘juffertjes in het groen’ of ‘naakte kindertjes in het groen’ genaamd. Dit was in veel streken het gerecht voor Nieuwjaarsdag. Het feestelijke zou hem zitten in de verschillende kleuren. De snijbonen zijn vanzelfsprekend het gras en de witte bonen de blote billetjes, volgens sommige mensen die van het kindje Jezus dat speelt in gras dat na de winter weer zal groeien.

Het andere recept was voor duivekater, het luxe brood uit de Zaanstreek dat volgens de krant “oorspronkelijk een Nieuwjaarsbrood (en dus ook Paasbrood)” was. Over dit brood wordt wel gezegd dat het van oorsprong een offerbrood was dat een dieroffer verving, en dat het daarom de vorm van een scheenbeen heeft. Het artikel lijkt te suggereren dat dit verhaal de wereld in is gebracht door “deeggeleerde E.J. Nannings” in een Germaans-dweperig boek uit 1931, Broodvormen en hunne gebruiken. De naam van het brood zou iets te maken hebben met de duivel, die ook wel als kater werd voorgesteld. In de krant wordt voorgesteld de duivekater te eten met bijvoorbeeld gerookte zalm of plakjes hardgekookt ei. Dat komt mij voor als een ontraditioneel advies van de culinair journaliste zelf.

Hunebedden en reuzen

Begin februari had het educatieve jeugdprogramma Het Klokhuis een uitzending over hunebedden. “Het zijn de oudste bouwwerken van Nederland, zelfs nog ouder dan de piramides in Egypte,” vertelde verslaggever Bart. Bij het grootste hunebed in Borger in Drenthe legde hij uit dat er wel veertig overleden mensen in konden worden neergelegd, met wapens en sieraden en potten met voedsel en drank erbij, voor de reis naar het dodenrijk. Met kleine stenen demonstreerde hij hoe een hunebed kan zijn gebouwd en met een grote steen, een heleboel ronde palen en één geit die niet wilde deugen als trekdier, liet hij zien hoe de stenen waarschijnlijk werden verplaatst.

Paarden en ezels waren er nog niet in die tijd. Poezen, cavia’s en konijnen al evenmin en allerlei groente en fruit groeide in de prehistorie nog niet in deze streken. Niet alleen sinaasappels, tomaten, aardappels en paprika’s moesten hier nog arriveren, maar ook spinazie, prei en peren. Was er wel salie? Bij het verzamelen van brandnetels voor een lekker soepje volgens prehistorisch recept noemde Bart dat kruid, waarvan ik dacht dat het met de Romeinen was meegekomen.

En waarom heet een hunebed een hunebed? Omdat men vroeger dacht dat alleen reuzen zoiets konden bouwen. ‘Hune’ was een ander woord voor reus.

Grafheuvels en kabouters

Een paar dagen eerder ging het in het programma Labyrint op Radio 1 over archeologie in Nederland, in het bijzonder over grafheuvels. Daarvan zijn er nu 2500 à 3000 officieel geregistreerd, uit een periode van 2900 v.C. tot en met de Romeinse tijd. Veel daarvan zijn nog nooit onderzocht.

In Hoogeloon in Noord-Brabant was een grafheuvel uit de Romeinse tijd (ca. 100 v.C.) die plaatselijk bekend stond als de Kabouterberg. Volgens de verhalen woonde hier de kabouterkoning Kyrië. ‘s Nachts dansten de kabouters op de berg, en soms gingen ze de schoenmaker helpen, die een eindje verderop woonde. Tegenwoordig doen de archeologen-broers Roymans er onderzoek en zij bouwen de grafheuvel opnieuw op. In een filmpje van Omroep Brabant is te zien hoe het er moet hebben uitgezien. In augustus moet het klaar zijn.

Op een internetpagina van het Grafheuvelonderzoek van de Universiteit Leiden schrijft archeoloog David Fontijn, die te gast was in het radioprogramma, dat het Vorstengraf bij Oss ook wel de Hans Joppenberg werd genoemd omdat daar de vriendelijke kabouter Hans Joppen zou wonen. Waarom juist grafheuvels woonplaatsen van kabouters zouden zijn, weet hij niet.

Oker

Een gedeelte van het radioprogramma was gewijd aan het gebruik van oker door Neanderthalers. Rode oker wordt tegenwoordig bij groepen van jagers-verzamelaars op zo veel verschillende manieren toegepast – van medicijn tot middel bij het bereiden van voedsel of het prepareren van huiden – dat daaruit niet valt af te leiden hoe het in de prehistorie moet zijn gebruikt. Toch denken veel mensen dat het iets te maken heeft gehad met kunst, abstract denken en het geloof in een voortbestaan na de dood.

Wil Roebroeks van de Leidse universiteit houdt het bij de vaststelling dat minstens een kwart miljoen jaar geleden Neanderthalers, in de buurt van wat nu Maastricht is, van rode oker een papje maakten en daar wat druppels van op de grond morsten. Hierdoor konden de archeologen die dertig jaar geleden deze bijzondere vondst deden, de afwijkende rode kleur in de grond goed te herkennen. Waar het papje voor werd gebruikt, is niet vast te stellen maar het is interessant dat het in dezelfde periode is waarin de voorlopers van de moderne mens (Homo sapiens) in Afrika ook gebruik maakten van rode oker. Dat is veel eerder dan men altijd aannam, valt op te maken uit een wetenschappelijk artikel hierover.

Begin februari kwam het nieuws dat er in Spanje grotschilderingen waren ontdekt van houtskool en oker, waarvan men denkt dat die ook door Neanderthalers zijn gemaakt. Als de datering van de tekeningen klopt, zijn dit bovendien de oudst bekende grotschilderingen ter wereld, ouder dan die uit de Franse grot waar Werner Herzog een film maakte (zie hierna), waarvan wordt aangenomen dat die nog ouder zijn dan de bekende schilderingen uit Lascaux, al bestaat er twijfel over de precieze datering.

Dromen uit de prehistorie

In november gaf Werner Herzog op het filmfestival IDFA een masterclass. Het krantenbericht daarover attendeerde me op zijn al eerder verschenen 3D-film ‘Cave of Forgotten Dreams’ (met muziek van Ernst Reijseger). Voor deze documentaire kreeg Herzog toestemming te filmen in een grot met prehistorische schilderingen in Zuid-Frankrijk. De grot is pas in 1994 ontdekt en niet opengesteld voor het publiek. Ook wetenschappers mogen er maar mondjesmaat binnen.

De grot bevat schilderingen van dertig- à vijfendertigduizend jaar geleden, gemaakt met vooral houtskool en oker. Er is knap gebruik gemaakt van de ruimtelijkheid van de grotwand, begrijp ik uit de krant, en in een trailer van de film vertelt een onderzoeker dat de beelden zoveel indruk op hem maakten dat hij elke nacht over leeuwen droomde, echte en geschilderde. Het was emotioneel zo heftig, dat hij na vijf dagen besloot niet meer de grot in te gaan.

“Er zijn geen grenzen tussen de wereld waar wij ons bevinden en de wereld van de geesten,” zegt Werner Herzog in dezelfde trailer. “Deze beelden zijn herinneringen aan langvergeten dromen. Zullen we ooit in staat zijn de visie van de kunstenaars te begrijpen, over een dergelijke afgrond in de tijd heen?” Het beeld van een levende man in dierenvellen die een kromme (van bot gemaakte?) fluit bespeelt, doet vermoeden dat er in elk geval is geprobeerd de kloof te overbruggen.

Hedendaagse dromen

“Dromen zijn eenvoudig gedachten in een andere biochemische toestand” is te lezen in het artikel ‘Answers in your dreams’ in Scientific American – Mind (november/december 2011). Juist deze andere bewustzijnstoestand, schrijft Deirdre Barrett, maakt dat we in dromen vaak oplossingen vinden voor de problemen die ons overdag bezighouden. De gebruikelijke, dagelijkse denkpatronen staan die oplossingen soms in de weg.

Waarom dromen we? Volgens Barrett is dat net zo’n vreemde vraag als ‘waarom hebben we gedachten als we wakker zijn’. Niettemin bespreekt ze een aantal theorieën. De bekendste is die van Sigmund Freud, die stelde dat dromen verdrongen seksuele en agressieve verlangens uitdrukten. Andere psychoanalytici zochten het in de richting van narcistische drijfveren of compensatie van minderwaardigheidsgevoelens. Geen van deze theorieën gaat op voor alle dromen die mensen kunnen hebben.

Onderzoek in de jaren vijftig naar de REM-slaap (een slaapstadium gekenmerkt door snelle oogbewegingen: Rapid Eye Movements) toonde aan dat mensen meer dromen hebben dan ze zich ‘s morgens herinneren. Onderzoek van de laatste twintig jaar met PET-scans richtte zich op het in kaart brengen van de hersengedeelten die tijdens de droom meer of minder actief zijn en niet op het zoeken naar een verklaring voor het feit dat we dromen. Dromen werden vooral gezien als toevallig bijverschijnsel van nachtelijke hersenactiviteit.

In de afgelopen jaren is vastgesteld dat tijdens de REM-slaap het geheugen wordt getraind. Proefpersonen bleken na een dutje beter in staat een patroon te herkennen in een ingewikkelde opdracht of hun weg te vinden in een labyrint, dan wanneer ze tussendoor niet konden slapen.

Onderzoek van Deirdre Barrett zelf wijst er op dat het probleemoplossend vermogen van dromen lijkt samen te hangen met de verhoogde activiteit in gebieden van de hersenen die met zien te maken hebben en verminderde activiteit in gebieden die met logische of sociale oordelen te maken hebben. Van de personen die zij hiernaar vroeg, zei meer dan de helft van de beeldend kunstenaars ideeën te hebben gekregen uit dromen; ongeveer de helft van de schrijvers en steeds minder naarmate de beroepen abstracter werden.

Bij het artikel staan tips om jezelf te oefenen in het vinden van oplossingen voor problemen in een droom. In de oudheid gingen mensen naar de tempel van Asclepius om te dromen hoe ze genezing konden vinden; volgens de benadering van de moderne psychologie schrijf je het probleem op en denk je er een paar minuten zo beeldend mogelijk over na voordat je gaat slapen. Je kunt ook voorwerpen die met het probleem te maken hebben naast je bed leggen. Sta bij het ontwaken niet meteen op, maar probeer je eerst te herinneren wat je hebt gedroomd.

Het daaropvolgende artikel, van Ursula Voss, bespreekt lucide dromen. Dat zijn dromen waarin je je ervan bewust bent dat je droomt. Ook hier worden tips gegeven, bijvoorbeeld: als je jezelf overdag regelmatig afvraagt “ben ik nu wakker of slaap ik?” vergroot dat de kans dat je je die vraag in een droom stelt. In de spiegel kijken als ‘reality check’ en een droomdagboek bijhouden schijnt ook te helpen. Weten dat je droomt, betekent vaak ook dat je het verloop van de droom kunt beïnvloeden. Mensen die vaak nachtmerries hebben of erg angstig zijn, zouden hier baat bij kunnen hebben.

Wonderen

Bij de tempel van Asclepius in Epidaurus vermeldden inscripties de wonderbaarlijke genezingen die aan deze god te danken waren, schrijft Geschiedenis Magazine in het themanummer over ‘Wonderen’ (november/december 2011). Vroege christenen namen deze gewoonte over en propageerden hun geloof met wonderverhalen over martelaren in de zogeheten mirakelboeken.

De bekende christelijke Mariaverschijningen hebben voorlopers in de epifanieën uit de oudheid, waarbij een god zich vertoonde aan een mens die een speciale band met die god had. Meestal deden de goden dit op verzoek, dat wil zeggen na offers, maar soms ook “zonder aansporing” zoals een monument uit de derde eeuw v.C uit Halos in Thessalië getuigt. Hierop betuigt een zekere Pankleidas zijn dank aan Artemis de Redster. Wat de godin méér voor hem heeft gedaan dan zich laten zien, wordt niet verteld.

Bij een koortsboom die bij Overasselt in de buurt van Nijmegen staat, hoort een verhaal over een wonderbaarlijke genezing door de christelijke Willibrord en/of de heilige Walrik. Dit verhaal is aan het eind van de negentiende eeuw bedacht door een onderwijzer. Het bijbehorende gebruik om lapjes in de boom te hangen om van koorts af te komen, is waarschijnlijk niet ouder. Tegenwoordig is het christelijke aspect wat op de achtergrond geraakt en komen mensen niet meer om levensbedreigende koortsen af te wenden, maar om een wens te doen. Zo hangt er een lapje in de boom met de tekst “ik wens dat ik later een d.j. mag worden”.

Sjamanisme

In hetzelfde themanummer een artikel van Jeroen Broekhoven over de herkomst van het sjamanisme zoals dat nu in het westen wordt beleefd. Volgens hem werd het sjamanisme in de jaren tachtig populair onder New-Agers door het boek The Way of the Shaman van Michael Harner. Deze Amerikaanse hoogleraar antropologie zag in alle bekende vormen van sjamanisme een centraal thema: de sjamanistische reis. Harner was een van de eersten die workshops sjamanisme organiseerde.

Karin de Groot noemde in haar programma Heb ik genoeg… spiritualiteit? het sjamanisme onbekommerd “de oudste spirituele stroming ter wereld”. In haar zoektocht naar innerlijke rust bezocht ze onder meer Lucia Maanvrouw , die haar begeleidde op een trancereis om uit te zoeken wat haar krachtdier was. Karins eerste woorden bij terugkomst waren: “Hm, merkwaar- hoe lang heeft dit geduurd?” Daarna vertelde ze over haar reis door de lucht en door het water, en haar ontmoeting met een inktvis waaraan ze vroeg of die haar krachtdier wilde zijn. “Hij zei niks hoor, zover ging het niet. Maar ik dacht: een inktvis is ook wel fijn, want die heeft zóveel armen om je op te vangen en om je vast te houden!”

Tot besluit van haar twee weken sjamanisme ging Karin op een vierdaagse Vision Quest in de Drentse bossen. “Waarom moet ik altijd zoveel?” was de vraag waarop ze een antwoord wilde vinden. Rob Top en Alex begeleidden haar. Ze begon in een zweethut die aan een baarmoeder deed denken en ging daarna door een poort het bos in. Op de eerste dag zag ze een torretje dat wat moeite had weg te vliegen. Ze vroeg zich af of ze het moest helpen en bedacht toen: wat een grootheidswaanzin, alsof de wereld om me heen alleen maar goed draait als ik een handje help.

De dagen erna had ze vooral last van kou en regen en had ze honger. “Inmiddels begin ik me af te vragen wat de hele lol hiervan is. (…) Ik word er niet spiritueler van. Het spirituele wat ik er in zie, of zag, dat was volgens mij wat ik al wist of vond.” Maar toen het weer was opgeklaard, zei ze wel dat ze in die tijd wel goed had kunnen nadenken en dat de Vision Quest haar had geleerd dat ze niet zoveel hoeft en vaker nee mag zeggen. En dus ook: “Ik hoef hier helemaal niet te blijven, in dit verrekte bos!” Opgelucht ging ze terug.

Trouw sloot de fotoserie ‘Religie Nu’ af met een foto van een inzegening door sjamaan Searching Dear alias Jan Prins van de pasgeboren tweeling van de fotograaf van de serie, Eddy Seesting. In de jaren ’90 in Canada kwam Seesting bij een indianenstam voor het eerst in contact met natuurreligies en sjamanen. Terug in Nederland is hij toen zweethutceremonies gaan bijwonen. Volgens hem is een sjamaan iemand die in dienst van het individu, de gemeenschap en de mensheid het contact met het goddelijke in de natuur onderhoudt. Bij de inzegening van de baby’s kwamen een eekhoorn en een roofvogel voorbij en voelde de fotograaf een grote kracht en zegen neerdalen.

O’Hanlon in Gabon

“Het onderbewuste is er dol op,” antwoordde Redmond O’Hanlon lachend, toen iemand opmerkte dat hij toch werkelijk geloof leek te hechten aan talismans en rituelen. “Je gelooft het half, hoe rationeel je ook bent. Hoe atheïstisch je ook bent.”

In de televisieserie O’Hanlons Helden, stelde hij aan het begin van zijn reis door het oerwoud, in de voetsporen van de negentiende-eeuwse Fransman Paul Du Chaillu, geamuseerd-enthousiast voor om de expeditie in Gabon te laten zegenen door een fetisjpriester. Dat is “eigenlijk net zoiets als een psycholoog. Maar nooit kwaadwillend. Geen tovenaar. Daar kun je ook heen, die is veel duurder, maar die doodt mensen voor je. Die is veel gevaarlijker.”

Voor O’Hanlon was het natrekken van de verhalen van Du Chaillu over tovenarij en kannibalisme aanvankelijk rondlopen in een jongensboekenfantasie. Hij betreurde het dat zijn vader een Engelse plattelandsdominee was geweest en geen kannibaal. Ook liet hij een fetisj (talisman) zien die hij al jaren met zich meedroeg. Iemand in Congo had die voor hem gemaakt en daarbij verteld dat er een kindervinger in zat. O’Hanlon zei dat er nu eenmaal veel kinderen sterven en dat het dan “heel normaal” is om een gestorven kind aan de tovenaar te geven om te laten verwerken in talismans.

Verderop in deze aflevering bleek de werkelijkheid minder romantisch-primitief. Ouders vertelden hoe ze de resten van het lichaam van hun kind terugvonden langs de weg of aan het strand, als weggegooide onbruikbare rommel. Hun bloed was afgetapt en lichaamsdelen die worden gezien als zetels van kracht en energie, zoals het hart, de tong en de geslachtsdelen, waren verwijderd. Dergelijke delen van het lichaam worden opgegeten, niet omdat men het zo lekker vindt, maar vanwege de kracht. Om macht te verkrijgen.

De deskundige die O’Hanlon vertelde dat rituele misdrijven een enorm probleem vormen in Gabon, was zelf een hooggeplaatst persoon en zeer welsprekend. O’Hanlon vroeg hem of hij dan ook kindertongen had opgegeten of zoiets. Terwijl de camera inzoomde op een gevlochten bandje om zijn arm, naast het horloge, antwoordde de man dat iedereen dat ongetwijfeld van hem zou denken. In Gabon, Congo en Kameroen denkt iedereen er zo over, zei hij: je kunt geen machtig man worden zonder dit soort dingen te doen. “Over drie of vier maanden zijn hier parlementsverkiezingen en de mensen zeggen nu al: Let goed op je kinderen.”

Heksenhuis?

Ook gruwelijk, maar anders. Bij een bouwproject in de buurt van Pendle Hill in Lancashire werd in december een volledig bewaard gebleven zeventiende-eeuwse boerderij opgegraven, met in een van de muren het skelet van een kat. Men neemt aan dat de kat levend is ingemetseld als bescherming tegen kwade geesten.

Pendle Hill staat bekend als een heksengebied. De beschuldigden van een van de bekendste heksenprocessen in Engeland, bijgenaamd de Pendle Witches , kwamen hier vandaan. In augustus dit jaar is het precies vier eeuwen geleden dat zij in Lancaster Castle ter dood werden veroordeeld. Alles wat mis kon gaan, werd in die tijd toegeschreven aan de kwade praktijken van heksen en tovenaars, die naar men zei bijeen kwamen in de Malkin Tower in Pendle Forest.

Simon Entwistle, een deskundige op het gebied van de Pendle Witches, noemde het belang van deze vondst “vergelijkbaar met de ontdekking van het graf van Toetankhamon (…) Dit zou wel eens de befaamde Malkin Tower kunnen zijn.” De leider van het archeologische team sprak van “zoiets als je eigen Pompeï in het klein” omdat er zoveel zo goed bewaard was gebleven, niet alleen uit de zeventiende eeuw maar ook uit de latere perioden dat er mensen in de boerderij woonden.

De maand ervoor werd al aangekondigd dat men in Roughlee een standbeeld wilde oprichten van Alice Nutter, een van de Pendle Witches. Het monument is bedoeld als eerherstel van deze vals beschuldigde voormalige inwoonster.

~ Met dank aan iedereen die mij nieuws toestuurde of me er op attendeerde ~

Geplaatst in Nieuws | Getagged , , , , , , , , , , | 1 reactie

Websites – Imbolc 2012

Logo pagina Webwegwijzer Wiccan Rede Online Magazine
The White Goddess, Pagan Portal and Forum
“The White Goddess Pagan Portal, is an online resource for Pagans, Wiccans and Witches, providing in depth information on a varied range of areas, including, Moon Phases, The Sabbats, Book of Shadows and a Forum for the serious discussion of Pagan topics.
It is the aim of The White Goddess Pagan Portal to promote a friendly and enjoyable environment for the discussion of Pagan Paths. You will come across a diverse cross-section of opinions, some of which may conflict with your own personal beliefs.”
Ryewolf:
“My aim when I set up this site, was for it to be a repository for all the things that interest me. To be an online record of my thoughts as a pagan. Most of the articles on the site have been written by me.”
What you can find: articles on Paganism, Sabbats, the elements, moon phases and more. For instance: Wiccan basics – meditation.
http://www.thewhitegoddess.co.uk/index.asp

Doreen Valiente
A site about the life and work of Doreen Valiente, from birth certificate till funeral rite. The articles on her life are presented chronologically: her youth, the 1960s, the 1970s, etc.
Special pages are dedicated to Doreens poetry and her books. I doubt the claim of the Doreen Valiente Foundation on the copyright of ’the long version of The Wiccan Rede’, as I’ve learned to know it in the last decade, since no one really knows its origin and it might be by Adriana Porter. But all in all this is an interesting and informative website about one of the founders of Wicca, or at least a very important person in the wording of Wiccan core texts. See also the video tributes and the blog entries.
http://doreenvaliente.org/the-doreen-valiente-foundation/

Merlin’s Archive
Naast de vele andere dingen die Merlin nalaat, is er zijn speciale collectie van artikelen onder de naam Merlin’s Archive. Je vindt er artikelen over ‘Arts & Crafts’, waarbij het zelf maken van wierook of andere attributen voor de praktiserende heks, maar ook een artikel over magische alfabetten en symbolen. In ‘Geschiedenis & wetenschap’ artikelen over het ontstaan van het tijdschrift Wiccan Rede (prints van de allereerste edities) en de heksencafés.
Onder ‘Paganisme & folklore’ een artikel over ’the Other People’ dat je eigenlijk gelezen moet hebben (een van de artikelen van andere auteurs dan Merlin zelf, en een van de Engelstalige artikelen). En in het grootste deel over ‘Wicca & hekserij’ antwoorden op een aantal basisvragen en een interview met Merlin zelf. Buiten het ‘Archive’ maar beslist het lezen waard, is het artikel ‘Second opinion’ elders op de Silver Circle-site (https://www.silvercircle.org/secondopinion.htm ).
Some articles are in English!
http://www.merlinsarchive.silvercircle.org/

Geplaatst in English articles, Web Wegwijzer | Getagged , | Reacties uitgeschakeld voor Websites – Imbolc 2012

Mag het ook echt zijn?

Logo rubriek 'Gedachten' in Wiccan Rede Online Magazine
Een van de grote nadelen van in een verstandelijkte cultuur leven is dat er letterlijk geen oog is voor de problemen die veroorzaakt worden door zaken die buiten die verstandelijkte blik vallen. Alles moet tastbaar, meetbaar of ten minste toch zichtbaar of voorstelbaar zijn. En als het dat niet is? Dan bestaat het niet. Dan is er vast iets mis in de hersenen, heb je een kronkel of een chemische inbalans. Want ook als iets niet verklaarbaar is, dan nog moet en zal het passen in het normale wereldbeeld. Want iets anders is niet mogelijk…

Sjamanisme is altijd praktisch gericht geweest. Niet om spiritueel te groeien, maar om het dagelijks leven makkelijker hanteerbaar te maken. De basisvooronderstelling die eraan ten grondslag ligt is dan ook dat de spirituele werelden en de tastbare wereld heel nauw verweven zijn, direct met elkaar te maken hebben en elkaar rechtstreeks kunnen beïnvloeden. Je werkt voor een goede jacht, voor regen, voor een goede oogst. Je werkt voor genezing, voor het vinden van liefde. Voor zaken die direcht te maken hebben met het leven van alledag.

Ook in onze maatschappij zijn dergelijke zaken nooit helemaal weggeweest. De mediums, paragnosten, strijkers, allerlei dialectnamen voor mensen die iets konden op dat gebied. In het dorp waar ik opgegroeid ben, was een familie die de naam had, dat zij met dat soort dingen iets konden. Toen mijn buurmeisje ooit door een grote hond op drie plekken in haar benen gebeten was, heeft de moeder van een klasgenootje, die uit die familie kwam, haar pijn weggehaald. Werkte als een trein. De oom van dat klasgenootje kon wateraders opsporen. Zeker vroeger een heel nuttig talent.

Binnen de wicca is die praktische grondslag altijd duidelijk aanwezig geweest. Maar tegenwoordig zijn we ook in de hekserij vaak vooral bezig met persoonlijke en spirituele groei. We willen een beter mens worden, we doen ervaringen op met meditatie en krijgen een hoger bewustzijn. Wat dat betreft heeft hekserij meer gemeen met New Age dan mensen soms willen zien.

Er is nog iets, dat daar mee gepaard gaat, wat ook typisch is voor de verschillende stromingen op spiritueel gebied hier: Het mag niet te echt worden. Sommige topics op het Silver Circle forum zouden zo overgeplaatst kunnen worden naar dat van Skepsis en niet omdat de vraagsteller een gewichtje aan haar ballon nodig had.
Spiritueel groeien, en daardoor anders tegen de wereld aankijken? Prima. De wereld zèlf kunnen beïnvloeden? Echt beïnvloeden en niet stiekem toch veilig weg te schrijven op het conto van de psychologie? Da’s eng.
Gezond verstand, ja natuurlijk. Maar gezond verstand zie ik in de hekserij ook gebruikt worden om weg te redeneren, weg te verklaren. Om vooral te benadrukken dat magie hard oefenen voor een klein beetje effect is. Hoe serieus nemen we onszelf eigenlijk?

Vroeger hadden mensen geen apart woord voor religie, liepen de spirituele handelingen door het daagse heen. Werd er tijd en aandacht besteed aan het opbouwen en onderhouden van banden. Met de voorouders. Met de landgeesten. Natuurlijk merkte de een meer dan de ander. En was er ook veel angst voor al dat onzichtbare. Een angst die vaak ongegrond was en het leven behoorlijk kon bemoeilijken. Geen tijd om naar terug te willen.

Maar wat als we wat we geleerd hebben nou eens combineren met terugwinnen wat we verloren zijn. Rationeel en kritisch denken samen met open zijn voor de stemmen uit de andere werelden? Durven loslaten, durven experimenteren, durven hulp vragen bij het leven hier?
Niet om verlicht te worden of onze eigen goddelijkheid te ontwikkelen, maar om ons eigen echte leven te helpen vormgeven en makkelijker maken. De invloed van de wezens van de onzichtbare werelden serieus nemen. Onze eigen vermogens om invloed te hebben op ons eigen leven serieus nemen. Wat zou er dan kunnen gebeuren? Doe je mee?

Geplaatst in Artikelen | Getagged , , | 1 reactie

Bijen

Munt uit Ephesos met afbeelding van een bij

2012 is het Jaar van de bij. Een mooie aanleiding om eens kennis te maken met bijen. Wist je dat bijen heel belangrijk zijn voor ons voedsel? En dat ze bedreigd worden met uitsterven? Hoe leven bijen, hoe kunnen wij ze helpen en wat leveren zij ons, en hoe lang hebben mensen eigenlijk al een relatie met bijen? Je leest er hier in het kort wat over, in de hoop je nieuwsgierig te maken naar deze fascinerende dieren.

Bijen komen op alle continenten voor, behalve op Antarctica. Er zijn zo’n 20.000 soorten bekend, en 349 daarvan komen voor in Nederland en België. Er zijn wilde bijen, hommels en honingbijen. Ze leven van nectar en stuifmeel. Wilde bijen leven solitair, hoewel soms zo dicht bij elkaar dat ze een kolonie kunnen vormen. Ze leven vaak maar een paar weken en doen alles alleen: voedsel zoeken en ook eieren leggen. De nakomelingen overleven de winter als larve. Wilde bijen steken bijna nooit, omdat ze geen kolonie hoeven te beschermen. Je kunt wilde bijen in je tuin helpen door planten met nectar te planten en door ‘bijenhotels’ neer te zetten.

Eusociale bijen
Hommels en honingbijen leven in een volk. Ze kunnen grotere afstanden afleggen dan wilde bijen, wel tot drie kilometer. Hommels zijn de soorten met een wat langere beharing, die daarom ook in koelere omstandigheden kunnen overleven. In Nederland leven 29 soorten, maar slechts vijf zijn er nog algemeen. De rest heeft het moeilijk. Van alle bijen wordt 60 % bedreigd. Honingbijen komen van oorsprong voor in Azië, Europa en Afrika en zijn na de ‘ontdekking’ van Amerika daar geïntroduceerd. In Imkerpedia wordt gesproken over de (kruisingen van) ondersoorten van de Apis mellifera die in de lage landen voorkomen, als het daar gaat over ‘onze honingbij’. In tegenstelling tot wespen en mieren, die ook weleens dierlijk materiaal eten, zijn bijen en hun larven geheel vegetarisch. Mensen steken doen ze alleen als het niet anders kan: ze gaan daar zelf aan dood.

De honingbij leeft in een samenwerkingsverband van één koningin, tienduizenden werkbijen en enkele honderden mannetjes, de darren. Deze zijn er alleen in dat deel van het jaar dat de voortplanting plaats moet vinden. Bij tellingen is gebleken dat er maximaal zo’n 42.500 bijen in een volk leven. De koningin en de werkbijen zijn vrouwtjes, geboren uit bevruchte eitjes. De darren worden geboren uit onbevruchte eitjes. Alleen de koningin kan bevruchte eitjes leggen. Zij komt uit eenzelfde eitje als de werkbijen, maar wordt met speciale voeding, de koninginnegelei, koningin. Als er iets met de koningin gebeurt, kan zo een nieuwe koningin gemaakt worden.

Bijendans
De werkbijen gaan erop uit om voedsel te verzamelen: nectar, stuifmeel, water en propolis. Als ze terugkomt, kan de werkbij aan andere werkbijen laten weten waar ze iets heeft gevonden, door dat te laten proeven en de zogeheten bijendans te doen. Een werkbij vliegt niet verder dan zo’n drie kilometer en is alleen welkom in de eigen woning. Darren kunnen wel zeven kilometer vliegen en zijn ook welkom in andere bijenvolken, wat helpt om inteelt te voorkomen en genetisch materiaal te verspreiden. Honingbijenvolken willen jaarlijks zwermen, dat is de manier waarop er meer volken komen. De oude koningin vertrekt met een deel van het volk, en daarna een of meer jonge koninginnen ook met een gedeelte van het volk. Die jonge koninginnen worden bevrucht tijdens de bruidsvlucht. Een koningin kan zo’n vijf jaar oud worden.

Werkbijen worden in de zomer niet ouder dan zo’n negen weken. Na drie weken kruipen ze uit de broedcel, ze doen drie weken binnendienst (bijvoorbeeld het verzorgen van de larven) en drie weken buitendienst (voedsel verzamelen). In de winter leven ze langer, tot wel zes maanden. Wel gaan er dan meer bijen dood dan er nieuwe bij komen. Na de kortste dag begint de koningin weer eitjes te leggen, maar pas rond 1 april komen er dagelijks evenveel bijen bij als er doodgaan. In de winter houden de bijen elkaar warm door dicht op elkaar te kruipen in de wintertros, waar ze gezamenlijk de temperatuur op 20 graden proberen te houden. In mei of juni zijn er genoeg bijen om te gaan zwermen.

Imkers
De imker verzorgt zijn of haar bijen en probeert zoveel mogelijk honing en en broed te krijgen. Honing om te consumeren en eventueel te verkopen, en broed om het volk sterk te maken. De imker controleert het hele jaar door de bijenstand. Is er nog voldoende voer aanwezig, is de koningin er nog? Ook onderhoudt de imker de kasten. Het leuke is dat iedereen imker kan worden. Je hebt er geen hele grote tuin voor nodig, en je kunt het vak leren van andere imkers, die al langer bijen houden. Kijk of er in jouw omgeving een bijenhoudersvereniging is. Vaak hebben deze mensen hele mooie verhalen over bijen en het houden van bijen, en ze verkopen lokale honing. Die is geheel natuurlijk, in tegenstelling tot sommige honing die je in de supermarkt kunt kopen. En sommige mensen zeggen dat hun hooikoorts verdwenen is door elke dag een lepel honing te nemen uit de eigen omgeving. Imkers kunnen hun bijen tijdelijk plaatsen bij tuinders die hun gewassen willen laten bestuiven, bijvoorbeeld in boomgaarden. Ze krijgen hiervoor een vergoeding.

Drachtplanten
Ook als je geen imker bent, kun je veel voor de bijen doen. Je kunt zorgen voor planten die nectar en stuifmeel dragen, door die in je tuin te planten of in plantsoenen of op open plekken in de buurt. Organiseer bijvoorbeeld een bloemenplantactie met de wijk. Handig om tevoren te overleggen met de gemeente en leuk om een imker uit te nodigen om wat te komen vertellen over bijen. Op websites over ‘drachtplanten’ kun je vinden welke planten goed zijn voor bijen. Zorg ervoor dat er het hele jaar door bloeiende planten en bomen zijn, van crocussen en wilgenkatjes in het voorjaar, tot Sedum ‘Herbstfreude’ die tot heel laat in het jaar bloeit. Een goede tip is om enkelvoudige bloemen te zaaien, omdat bijen en vlinders daarvan de nectar makkelijker kunnen bereiken. De dubbelbloemige zijn misschien mooier, maar voor de insecten minder interessant. Ik heb afgelopen jaar drie keer een zakje zaad aangeboden gekregen van bloemen die goed zijn voor de bijen, bij lezingen van imkers en een actie in de natuurtuin in mijn wijk. En je kunt ook ‘zaadbommen’ maken, met zaadjes en wat aarde in klei verpakt, die je bij wijze van ‘groene guerrilla’ op braakliggende terreinen dropt.

Mensen en bijen
In de grot van de spin, nabij Valencia, Spanje, is een schildering van 15.000 jaar oud waar je een figuur zijn leven ziet wagen om honing te halen uit een bijennest op een klif.

In Anatolië, ten tijde van de Neolitische nederzetting Catal Huyuk, achteneenhalf duizend jaar geleden, werden rudimentaire afbeeldingen van bijen geschilderd boven het hoofd van een godin, in de vorm van een halo. In de buurt daarvan sieren schilderingen van bijenraatcellen tempelwanden. De verering van de bij duurde duizenden jaren voort, zoals wordt gedemonstreerd door de achttiende-eeuwse Hittiten, bij wie honing een belangrijk element was in hun religieuze riten. (Leuk om te weten dat het woord ‘kovan’ Turks is voor ‘bijenkorf’).

Van een Soemerische stèle is wel gedacht dat daar buitenaardse wezens op afgebeeld staan. Waarschijnlijker is het dat deze voorstelling, en vergelijkbare andere, de verering van de Moedergodin uitbeeldt, in haar manifestatie als bijenkoningin of bijengodin. Honing werd door Soemerische genezers beschouwd als een uniek en vitaal medicijn. Er wordt zelfs gesuggereerd dat de Soemeriërs apitherapie hebben uitgevonden. Dat is het medicinale gebruik van bijenproducten, zoals honing, stuifmeel, ‘royal jelly’, propolis en bijengif. Beeldjes gegoten uit bijenwas werden gevonden in de oudste Soemerische samenlevingen. Logisch dan, dat de bij zou zijn vereerd.

Gold bee pendant. Mallia, Kreta, ca. 4000 BCE:

Minoan Gold Bee pendant, Crete circa 2000 BC

Minoan Gold Bee pendant, Crete circa 2000 BC

Minoïsch
In de Minoïsche cultuur was het houden van bijen erg belangrijk. Marija Gimbutas zegt erover: “De apicultuur van de Minoïsche beschaving wordt gedocumenteerd door hiëroglyfen, die bijenkorven, gegraveerde afbeeldingen en mythen voorstellen.” De Minoërs waren uitstekende imkers die het ambacht hebben overgedragen op de Grieken. Zoals bekend was honing de nectar van de Griekse goden.
De god Apollo zalfde de Pythia, de voornaamste orakelende priesteres bij Delphi, met de titel ‘de Delfische bij’. In het antieke Griekenland werd een hogepriesteres geacht de bijenkoningin te zijn, en haar rituelen vergden honing om in hogere spirituele staten te geraken.

Op de website The Bee Goddess staat een citaat waar geen bronvermelding bij genoemd wordt, maar dat wel interessant is: “De priesteressen van historische opvolgsters van de Bijengodin uit de oudheid – Demeter, Rhea, Cybele – werden Melissae genoemd, het klassieke Latijnse woord voor bijen. De Bijbel noemt een heerseres en profetes uit het oude Israël Deborah, de bijenkoningin, en haar priesteressen waren ook bekend als Deborahs. Sommigen zeggen dat de priesteressen van de maangodin bijen genoemd werden, omdat geloofd werd dat alle honing van de maan kwam, de korf waarvan de sterren de bijen waren. Melissa, de godin als bijenkoningin, leerde stervelingen hoe honing te fermenteren tot mede. In de Homerische Hymne aan Hermes, voeden de Melissae zich met honing en worden zo geïnspireerd ‘de waarheid te zeggen’. Deze tradities maken de omphalos* de plaats van heilige uitingen – de waarzeggende kracht geassocieerd met het zoemen van de bijen en de zoemende vibratie van het leven…”.
*(Is het toeval dat de ‘navel van de wereld’ wordt afgebeeld in de vorm van een bijenkorf?)

Verder lezen
Lees nog veel meer geschiedenis en cultuur op de website ‘Andrew Gough’s Arcadia’, op de pagina’s Beedazzled, Beewildered en Beegotten. Het is teveel om hier allemaal op te noemen (en bovendien laat ik hem graag het copyright) maar wil je meer weten over de relatie van bijen met de stier, over de Egyptenaren en bijen, en over de Fransen en de vrijmetselaars en de bij, lees dan wat hij er allemaal over verzameld heeft. Zie ook de pagina’s met websites – Engelstalige en Nederlandstalige – over bijen, hieronder genoemd.

Bedreigingen
Helaas wordt 60% van alle bijen momenteel bedreigd in hun bestaan. Het is niet precies duidelijk waaraan dat ligt, mogelijk een combinatie van factoren. De bijen raken bijvoorbeeld verzwakt door de varroamijt, die door export is overgekomen uit Azië en zich inmiddels over de hele wereld heeft verspreid. Dat maakt bijen waarschijnlijk vatbaarder voor andere ziektes en parasieten. Mogelijk heeft UMTS-straling een rol, en zeer waarschijnlijk een nieuwe reeks bestrijdingsmiddelen, de neonicotines, waarmee zaad behandeld wordt en waardoor complete planten giftig worden voor insecten. Het gebrek aan nectarhoudende planten, de grootschalige landbouw, en in de Verenigde Staten ook de grootschalige bijenhouderij, doet er ook geen goed aan.
Landbouwers krijgen nu subsidie om een strook met nectarhoudende planten aan te leggen rondom hun akkers, wat ook mooi is voor de toeristen. Gemeentelijke plantsoenendiensten planten speciaal weer bloeiende planten aan en zaaien bijvoorbeeld phacelia, een geschikte drachtplant. En ook in onze tuinen kunnen we planten neerzetten die goed zijn voor honingbijen en wilde bijen, en bijenhotels beschikbaar stellen voor de kleine wilde bijen.

Honing
Bijen maken honing van nectar door er enzymen aan toe te voegen en er het overtollige vocht uit te laten dampen. De grondstof bevat diverse suikers, mineralen en sporenelementen. Smaak, geur, kleur en consistentie van honing variëren, afhankelijk van de bloemen waaruit de nectar is gewonnen: er bestaan bijvoorbeeld lindehoning, lavendelhoning, rozenhoning, klaverhoning en heidehoning. Baby’s kun je beter nog geen honing geven.

Mede
Een laatste onderwerp dat genoemd moet worden in een blad over wicca, in een artikel over bijen, is mede. We zijn er immers dol op, en drinken graag mede in onze rituelen en bij drumcirkels. Er bestaat ook met honing versterkte wijn van druiven (honingwijn) die ook heel erg lekker is, maar echte mede wordt gemaakt van honing. Er zijn recepten beschikbaar voor wie het zelf wil maken. Heel lekker is om dat te doen van honing waarvan je weet dat die op een bepaalde plant gewonnen is, zoals pepermunthoning of dennenhoning. Je lokale imker weet meestal heel goed waar zijn of haar bijen hun voedsel hebben gehaald, en kan aan de kleuren van de dekseltjes op de raten zien op welke planten de bijen hun stuifmeel verzameld hebben. Als je de honing niet van een imker afneemt, koop het dan in ‘biologische winkels’ of als fair tradeproduct.
Wie mede of honingwijn kant en klaar wil kopen, kan terecht bij speciaalzaken, bijenhoudersverenigingen en het Bijenhuis. De meeste slijters van de grote ketens hebben nog nooit van mede gehoord, maar winkels die biologische producten verkopen, en natuurinformatiecentra – bezoekerscentra van natuurorganisaties – hebben vaak wel een aantal flessen op voorraad. Of koop je mede op een festival als Elf Fantasy Fair of Castlefest!

Websites over bijen.
Websites on bees.

Geplaatst in Artikelen | Getagged , , , | Reacties uitgeschakeld voor Bijen

Saksische tradities (recensie)

Saksische tradities : een mozaïek van het Germaans religieus cultureel erfgoed in Nedersaksisch en Angelsaksich gebied
D.F.G.A. Ten Holt

Uitgeverij Van de Berg, 2011. 268 p. ISBN 978-90-5512-358-2
€ 29,95, www.uitgeverijvandeberg.nl en www.streekboeken.nl

Voorkant van het boek Saksische tradities

Dominick ten Holt maakte een complete studie over Saksische tradities en cultuurelementen. Bij de samenstelling van het boek werd hij geholpen door zijn broer Jan ten Holt, die ook enkele hoofdstukken schreef. Het Saksische gebied strekt zich uit van Twente en de Achterhoek, via een groot deel van Noord-Duitsland tot in Denemarken, en van het Isle of Wight tot in Schotland in het Verenigd Koninkrijk. Het voorwoord is van Dolores Ashcroft-Nowicki, van wie ook de kennis afkomstig is in het hoofdstuk over ‘The Folk’.

Tot de besproken onderwerpen horen de volksgebruiken rond Joel, Ostara en de zomeroogstfeesten; Saksische goden en godinnen; oud Saksisch volksgeloof in sagen; Saksische tradities in de Harz, in Oost-Anglië en Veluwse raakvlakken met de Saksische cultuur; runen, gildetekens en ‘stiepeltekens’ op boerderijen en wat Engelse en Nedersaksische volkeren met elkaar delen. Met name de wijze waarop het dorp draait en de ‘noaberplichten’ en ‘de factor van de Angelsaksische vruchtbaarheidscultus met de rol van het vrouwelijk element daarin bij de beleving van het geloof’ spraken mij erg aan. Evenals trouwens de kijk op de heerser die wij kennen als Karel de Grote en het verzet tegen hem en de hoofdstukken over de Harz en over Tyr en Tanfana (dat laatste hoofdstuk werd als artikel al gepubliceerd in Wiccan Rede in 1996).

‘Mozaïek’ is een goede benaming van het boek: het bestaat weliswaar uit losse hoofdstukken over allerlei onderwerpen, maar bij elkaar vormen ze een geheel dat méér is. En er zijn ook edities in het Engels en Duits, dus iedereen die in Saksisch gebied leeft, kan er kennis van nemen.

Geplaatst in Boeken | Getagged , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Saksische tradities (recensie)