Volle maan van De Speer, Lughnasadh 2013

Lugh van wickerwork op CastleFest 2013. Foto Loes.

Het feest van de god Lugh, de zonnegod. Het laatste grote maanfeest van het jaar, een optelsom van Samhain, Imbolc en Beltaine. Tijdens deze jaarfeesten heb je spiritueel kunnen groeien en op dit laatste maanfeest mag je de uitkomst van deze groei vieren en delen met je vrienden. Mooiste is als je dit in alle vroegte, op 10 augustus, bovenop een berg kan vieren. Zelf denk ik voor 1 augustus te gaan. We zijn dan natuurlijk weer op Castlefest, het feest van Lugh. En op het terrein is een mooie heuvel aanwezig… en we zijn er dit jaar met 30 mensen 🙂 Eens kijken of er mensen bereid zijn om vroeg hun bedje uit te komen.
De volle maan van de Speer, die bij Lughnasadh hoort, is een maan die vraagt om je te focussen op de vruchten van jouw oogst. Wat is de uitkomst van jouw spirituele groei van afgelopen jaar? Lughnasadh is een oogstfeest, een feest om dankbaar te zijn voor wat de natuur ons gebracht heeft, maar ook om naar binnen te kijken en te bezien wat jouw eigen oogst is.
De speer is ook een richtingaanwijzer, ooit geschonken aan de zonnegod Lugh. Het spirituele krijgersvolk de Tuatha Dé Danann hebben het meegebracht vanuit de onderwereld. Ze vonden een magische speer in het brandende fort Goirias. Met de magische speer werd Lugh onoverwinnelijk, met deze speer kon hij zijn vuur richten en kon hij vuur met vuur bestrijden (denk aan de bliksem)
En ook wij kunnen ons vuur richten, onze passie inzetten om te groeien, en te bouwen aan ons zelfvertrouwen… het thema van deze volle maan van de speer.
Vanuit het Indiaans sjamanisme is het thema “Zij die heelt”, ik denk dat ik die zelf vorig jaar behoorlijk nodig heb gehad en ik heb haar ook gevoeld. Ik zal het delen met jullie… een heftig jaar!

Volle maan van de Speer 2013

Op 22 juli zal de maan op haar volst staan. Zelf drijf ik dan op m’n rug in het zwembad van de sauna, genietend van haar aanblik! Dus wandelen wordt ’t ‘m niet maandagavond de 22ste. Ik besluit om 21 juli een voorschotje te nemen op deze krachtige maan van de Speer. Na een hele middag en avond genoten te hebben van goed gezelschap en lekkere hapjes, besluit ik om, om 22.30, mijn wandelstaf te pakken en op weg te gaan. Als ik de deur uitstap zie ik de maan al hoog boven de huizen staan, ik ben laat.

Ergens zou ik best deze keer met iemand hebben willen wandelen… ik merk dat ik ‘jumpy’ ben. De afgelopen weken veel meegemaakt, zaken die flink onder de huid kunnen kruipen. De 9e juli heb ik namelijk iemand dood aangetroffen thuis, onderaan de trap. De oudere dame was, zoals we in eerste instantie vermoedde, de dag ervoor van de trap gevallen. En zoals het liet aanzien opslag dood gevallen. Een nare ervaring… maar nog erger was het toen bleek dat er behoorlijk wat geld verdwenen was van haar rekening, overgeschreven op de dag van haar dood… dus geen ongeluk. En dat kwam allemaal aan het licht na haar crematie. Vandaag ben ik op het bureau geweest voor een tweede verklaring, vanuit een andere optiek. De zaak is nu natuurlijk vol in onderzoek. Mijn deel is nu voorbij, hoop ik. Ik had het zo mooi afgesloten voor mezelf. Een mooi gedicht geschreven voor de crematieplechtigheid, ik mocht als tweede spreken omdat mijn gedicht zo duidelijk maakte wat er gebeurd was… dachten we. Ze was zeer geliefd en heel actief in Zwolle, dus het was een druk bezochte plechtigheid, een druk bezongen en besproken gebeuren… het leek wel of heel creatief Zwolle er zat.

De week erop, toen ik in het huis van de buren was, vloog daar een merel naar binnen… haar merel. Hij poepte de boel flink onder en vertrok weer… ik moest toen denken aan het Joodse verhaaltje (zij was half Joods) van het zieltje van een kind dat vlak voor de geboorte in de gedaante van een vogel komt kijken of alles klaar is voor de geboorte. Vlak voor de geboorte van mijn eigen dochter was dat een duif die de dakkapel binnen vloog en op de kast rustig ging zitten kijken hoe mijn vader haar meubeltjes mintgroen verfde. Nu beleefde ik het als de ziel van de dame die even haar merel gekaapt had om gedag te zeggen… ontroerend! En toen kreeg ik ’s middags een telefoontje van de politie, of ik de volgende week even langs wilde komen. Toen ik haar dochter belde en kreeg te horen dat er geld verdwenen was, trok de kou door me heen. De merel kwam dus vertellen dat er flink stront aan de knikker zat!

Met deze ervaring vers in mijn lijf bemerk ik dat ik angstig ben. In ieder geval niet zo ontspannen als anders. Ik noem het maar ‘jumpy’, dat klinkt wat vriendelijker.

Ondertussen loop ik langs de buitenkant van de wijk, de maan staat helder en duidelijk boven de huizen. De zon is reeds ver achter de horizon verdwenen en de lucht kleurt prachtig rood tegenover de volle maan. Ik kan dit nog net op de foto zetten, straks is het te donker. Als ik een bocht om loop staat er opeens een man met een zwarte herdershond voor mijn neus. Net achter de bosjes, in een zijweggetje. Ik schrik best van de gestalten en groet hem, er komt geen reactie… hij blijft daar stil staan… vreemd. Nu weet ik het zeker… ik ben ‘jumpy’. De rest van de wandeling door de bebouwde kom verloopt normaal. Het is stil buiten, vanuit de huizen hoor ik de mensen. Het valt me op hoe weinig mensen nu nog buiten zitten, op zo’n warme avond/nacht. Het is overdag zo’n 30 graden geweest en nu nog is het warm. Als ik over de brug het buitengebied in loop voel ik me alleen. Luca, mijn kattevriend, heb ik al maanden niet gezien 🙁 Ik roep hem wel drie maal, over de velden, dan weet hij dat ik er ben. Maar ook deze maan zal ik hem niet treffen… voelt niet goed. In de zomer was hij altijd in het bos, toch?

De lucht is zoet en zwaar, de moerasspirea staat in volle bloei en kleurt de slootkanten wit. De waterlelies stapelen zich op in de sloten… het lijken wel lotussen, zo ver komen ze omhoog. Ik besluit het bos niet in te gaan. Ik loop naar B8 en zal niet verder gaan. In de winter is het bos verlaten, maar in de zomeravonden niet altijd. En ik wil nu geen mensen meer tegenkomen en zeker niet in een donker bos. Eigenlijk vind ik het een hele overwinning van mezelf om toch te gaan wandelen onder gegeven omstandigheden… ik zit niet lekker in m’n vel.

Als ik het wilgenlaantje in loop vind ik het al een heel eind naar de plek van ‘Boompje’. Ik plaats mijn staf op het onzichtbare stompje in de graspol… ‘Zekerheid’ krijg ik van het stompje. Ja, dat ben ik even kwijt… mijn lijf speelt even zijn eigen spel, dat heb ik wel gemerkt afgelopen weken. Langzaam verwerken mijn geest en lijf de ervaringen van die tijd. Zekerheid is dat ik dat goed in de gaten hou en mezelf niet pest of ontken. En ‘zekerheid’, daar hou ik van. Ik regel graag, zorg dat er geen vervelende verrassingen zijn en dat ik me kan richten op fijne dingen. Dus die ‘zekerheid’ bevalt me wel 🙂 Dan loop ik naar B8, daar ging ik per slot van rekening heen. Van B8 krijg ik ‘Lot’. Nu valt zekerheid in een andere categorie… de zekerheid van je lot. Dat is een nadenkertje, vooral na de ervaring van afgelopen weken. Zal het haar lot zijn geweest? Was deze dood een zekerheid? Bah, daar wil ik helemaal niet over nadenken.

Moirae en Noodlot

Knotwilgen aan het water bij avondlicht. Foto Loes.

Ondertussen begrijp ik waarom er zo weinig mensen buiten zitten. Ik word opgegeten door de muggen!
Ik ga een tijdje met m’n rug tegen B8 aan staan. Het is stil en uitgestorven in het buitengebied. Zal ik nog doorlopen? Het bos is donker en weinig uitnodigend. De schaapskudde, waar ik net langs ben gelopen, maakt het enige geluid. Het geblaat en de grote bellen om de nekken van de leidsters klinken ver. De maan staat helder en strak. Als ik nadenk over ‘lot’, zit daar ook wel ‘doel’ in. Je lotsbestemming, je doel… nu sluit lotsbestemming de vrije wil behoorlijk uit. Dat is waarschijnlijk mijn ‘Bah!’ Je doel, daar kan je zelf veel meer mee, daar zit vrije wil en zelfontwikkeling in. Dat voelt veel aangenamer. Maar het zal toch… dat het gewoon vaststaat, een zekerheid is. Dat bij je geboorte al vaststaat dat je overlijdt door, vul maar in… jakkie.
Doel dus… iets dat Artemis, de godin van de maan, niet vreemd is. Ik neem mijn staf in de hand en neem de Artemishouding aan. Met mijn staf als speer, sta ik enkele minuten te wankelen. Mijn linkerbeen trekt en de houding valt mij zwaar. Een paar jaar geleden, op het hunebed in Havelte, stond ik beter… toen was ik niet alleen. Dat was trouwens de eerste en laatste keer dat ik een maanwandeling met anderen heb gedaan. Ik werp mijn staf van me af… met als doel “Ik verbind me niet met de negatieve daad (en dus de dader) die haar dood ten gevolge heeft gehad”. Ik wil haar nagedachtenis niet bezoedelen, daar was ze te mooi voor! Met dit doel voor ogen loop ik terug naar huis. Als ik bij de grote weiland-hekken kom ga ik eens lekker over zo’n hek hangen. Het metaal van het hek is koel. De ransuil laat van zich horen, een schril gepiep. De kikkers geven een luid concert, het is hier heel wat drukker dan bij het wilgenlaantje. Een auto scheurt voorbij, draait een rondje op de parkeerplaats in het bos (dat is goed te horen en te zien door de bomen) en scheurt even later weer voorbij. Hij seint met zijn lichten door ze uit en aan te doen… tja, vreemde zaken gebeuren daar.
Mijn wandelstaf gebruik ik steeds minder om daadwerkelijk te wandelen. Mijn voeten zijn welhaast genezen, de staf ligt eigenlijk steeds vaker als speer in mijn hand. Het voelt wel heel goed om ‘m bij me te dragen. Hij maakt me zelfverzekerder, als steun bij klimmen en drassige grond. En om zaken te beroeren, hoef ik niet te bukken. En als verdediging, voor wat dan ook, dieren of mensen.
Dus met de staf lekker losjes in de hand, heerlijk in evenwicht, loop ik terug naar huis.
Ik denk dat ik mijn doel van deze maand goed gekozen heb. Eén slachtoffer is genoeg. Een prachtige vrouw, een moeder voor velen, waar ik 15 jaar lief en leed mee heb mogen delen, is niet meer.
Tijdens donkere maan 8 juli heeft zij de noodlottige val gemaakt… bizar. Zij heeft, net als de slang (het dier van deze maan), haar huid (maar dan haar hele lichaam) afgelegd. ‘De speer die buldert om bloed’ (De volle maan van De Speer wordt genoemd in de tiende zin van het lied van Amergin. In 13 zinnen heeft deze druïde de psychologische cyclus van het leven beschreven. En de zin ‘De speer die buldert om bloed’ hoort bij deze maan), heeft het ruimschoots gekregen. Deze maan zal me leren met deze heftige gebeurtenis om te gaan, mijn vuur te richten en om te gaan met de disbalans die er nu even is.
Gister, tijdens de volle maan, heerlijk een dag naar de sauna geweest. Het was er zeer rustig. Wat wil je ook met 33 graden. Heerlijk de hitte van de sauna en de koude dompelbaden, de buiten-temperatuur is dan zeer relatief 🙂 Gemediteerd bij het open vuur in de grotsauna, aan de lelievijver bij opkomende maan en drijvend op mijn rug onder een heldere hemel (jammer dat de maan erg laag stond). Een heerlijke extra lange massage gehad, en ja, links zit vast… behoorlijk, emotie!! Het mag er allemaal zijn, ook als het er nu even niet is.

Liefs, Loes

Lieve allemaal,

Vanochtend, bij het inpakken van de spullen voor ons weekend Zwarte Cross, kwam ik tot het inzicht dat mijn doel van de Speer negatief is. Ik zeg altijd: “Zeg wat je wél wil, niet wat je niet wil”. Bij deze zal ik mijn doel herbenoemen. Mijn doel is bij nader inzien “Ik verbind me met de positieve en blije daden in het leven en met de mensen die zich ook hierop richten”. Zo, dat voelt heel wat beter!! Het is best moeilijk om haatzaaiers te ‘blokken’, hun daden zitten werkelijk zo onder je huid 🙂
Ik wens jullie allemaal een heel mooi weekend, ik ga me onderdompelen in chaos en plezier! Nu maar hopen dat de schmink wil houden met dit weer 😛

Liefs, Loes

Zo, dat was alweer een jaar geleden. Het heeft mij toen drie maanden gekost om weer te kunnen wandelen in het donkere bos. Pas in november tijdens de volle maan van de klif (Samhain) ben ik weer dieper het bos in gegaan. Pas toen kreeg ik mijn basisvertrouwen weer terug. Zo doordeweeks merkte ik er weinig van, dan is er drukte en afleiding genoeg. Maar als ik alleen in het duister op pad was, voelde ik duidelijk dat ik nog steeds ‘jumpy’ was. En Samhain was een mooi moment om het oude achter me te laten. Op de reling van de brug (mijn klif de afgelopen zeven jaar) met de regen in m’n snuit heb ik de boel afgesloten en gevraagd om een minder hectisch jaar… en weer maakte ik dezelfde fout! Vraag wat je wel wil, niet wat je niet wil! Maar de boodschap is gelukkig wel aangekomen. Tot nu toe hebben we het heerlijk rustig gehad, verbouwing achter de rug en de moord is opgelost!
Nu een jaar later is de dader (het computermannetje, een bekende van haar dus) veroordeeld tot elf jaar gevangenis zonder kans op eerder vrijkomen. Dat er zulke misselijkmakende figuren rondlopen, bah! En dat alles na zeer grondig recherchewerk, petje af!

En voor nu… heel druk met de voorbereidingen voor Castlefest. Dit jubileum jaar (10 jaar!) mogen we met 30 groentjes aanwezig zijn op dit feest ter ere van Lugh. Op 1,2 en 3 augustus zullen de poorten weer open gaan en vele mensen weten de weg ondertussen. Als entertainmentgroep zullen we het vuur dat zo mooi is mogen laten groeien in ons, mogen richten. De Speer leert ons om dit innerlijk vuur op een creatieve manier in te zetten. En wel zodanig dat eenieder er plezier aan beleeft. Zelf moeten we er voor zorgen om deze zonne-energie over drie dagen te spreiden. En dit is best een opgave! Als groentjes strooien we behoorlijk met energie en het is zaak om dat niet te verspillen. Natuurlijk ontvangen we ook een hoop energie van de bezoekers en onze taak is het, om daar een goede balans in te vinden… geven… ontvangen… geven… ontvangen (doorgeven dus).
Het is een prachtige training in zoeken naar balans, beheersen en doorgeven van zonnekracht. We hebben er weer zin in!!

Liefs, Loes

Verbranding van de Lughfiguur op CastleFest 2013. Foto Loes.

Geplaatst in Volle Maan Wandelingen | Getagged , , | Reacties uitgeschakeld voor Volle maan van De Speer, Lughnasadh 2013

Het Middelpunt van de Cirkel deel VII

Oh do not tell the priest of or plight or he would call it a sin,
But we’ve been out in the woods all night,
A conjuring Summer in.”

Het is de periode van midzomer als ik dit artikel schrijf. De langste dag en de kortste nacht. Op een bijzondere plaats, ergens in de bossen, hebben we met een groep vrienden dit magische moment gevierd. Een hoogtepunt in het jaar, en de zomer moet nog beginnen!
Het is naar dit punt dat de natuur heeft toegewerkt. De vruchten van de Hieros Gamos zijn al overal zichtbaar hoewel de meeste nog niet rijp zijn voor de oogst.

In de natuur gaat vanaf dat zonnige midzomer-moment meer en meer zichtbaar worden dat alles onderhevig is aan processen van geboren worden, vrucht dragen en tenslotte het stervensproces dat uiteindelijk de transformatie zal voltooien. Er kan nu eenmaal geen groei bestaan zonder afbraak en afbraak zonder groei evenmin.

Het midzomerfeest heeft als thema dat de groeikracht op dat moment op zijn hoogtepunt is. Evenwicht is echter zeldzaam in de natuur. Evenwicht is vaak stilstand terwijl natuur vooral ontwikkeling is, voortgaande beweging. Het duurt dan ook niet lang meer of de afbrekende kracht zal heel langzaamaan, haast sluipend, weer in potentie gaan toenemen. Maar voor het weer zover is zullen we feest vieren en de vruchten plukken van ons bestaan!

Ook een mensenleven kent een dergelijk hoogtepunt. Het toppunt van groeikracht. Laten we zeggen het omslagpunt tussen de eerste en tweede levenshelft. In de eerste levenshelft treedt ons bewustzijn uit het rijk der schaduwen en lopen we op het pad des levens de zon tegemoet. Het leven staat in het teken van opbouw, inrichten en vormgeven. We hebben keuzes te over en genieten! Keuzes worden gemaakt in het besef dat de tijd aan onze kant staat en dat er altijd andere keuzes gemaakt kunnen worden indien nodig. Dat stemt vrolijk, zorgeloos en geeft een gevoel van vrijheid. Studeren, partner, werk, kinderen of juist niet. Jungiaans bezien zou dit het moment zijn van het aanbreken van de tweede levenshelft. De mens is zo tussen zijn 35ste en 40ste levensjaar in de kracht van zijn leven als hij plots bemerkt dat de zon niet langer in het zenit staat, maar reeds achter hem. De zon schijnt niet langer in het gelaat van de wandelaar op het pad des levens, maar in zijn rug en werpt haar stralen vooruit op zijn levenspad, hierbij de schaduwen steeds langer makend…

Carl Jung verwoordde dit principe al beeldend in “Ziel en dood:”

Vanaf het midden van het leven blijft slechts diegene levend die met het leven wil sterven. Want, datgene wat in het geheime uur van de levensmiddag gebeurt, is de omkering van de levenscurve, de geboorte van de dood. Het leven in de tweede levenshelft betekent niet stijgen, ontplooien, vermeerderen en levensovervloed, maar dood, want het doel ervan is het einde. Het levenshoogtepunt niet-willen is hetzelfde als zijn einde niet-willen. Beide is: niet-leven-willen. Niet-leven-willen betekent hetzelfde als niet-sterven-willen, ontstaan en vergaan vormen dezelfde curve.” 1

De geboorte van de dood, dat klinkt nogal heftig! Jung was natuurlijk een echte Leeuw en zoals wellicht bij een ieder bekend kunnen Leeuwen nogal dramatisch doen en nu en dan overdrijven. Toch is de geboorte van de dood een prachtige symboliek voor de afbrekende kracht die vanaf het levenshoogtepunt weer in kracht gaat toenemen. Wellicht komen er met deze geboorte van de dood ook de existentiële vragen op het levenspad van de wandelaar. Wat is de betekenis van het leven in het licht van de eigen sterfelijkheid? Wat wordt je antwoord op de processen van afbraak en ziekte die daar ergens in die tweede levenshelft liggen te wachten? Hoe ga je om met verlies dat je ongetwijfeld zult gaan lijden?

In hoeverre de tweede levenshelft betekent dat er geen sprake meer zou zijn van levensovervloed doch slechts van dood, zoals gelezen zou kunnen worden in het citaat van Jung, valt nog te bezien. Lammas moet immers nog komen en juist in de tweede levenshelft kan genoten worden van de vruchten van datgene wat men in de eerste levenshelft heeft gezaaid! Sommige vruchten zul je misschien zelf consumeren op je oude dag, sommige vruchten van je werk zullen niet bestemd zijn voor je eigen, persoonlijk gebruik, maar voor de generaties die na jou zullen komen. Vruchten die zullen dienen als zaaigoed voor anderen! Denk bijvoorbeeld aan boeken die je geschreven hebt, de kunstwerken die je hebt gecreëerd, mensen die je hebt geïnspireerd, grote dromen die je vormgegeven hebt, kinderen die je hebt begeleid naar volwassenheid. Kortom, jouw persoonlijke bijdrage aan het proces dat evolutie heet!

Welk gedeelte van jouw oogst is bestemd voor de generaties na jou?

Ook schilders werden geïnspireerd door de zomer. Afbeelding van een molen.

Ook veel schilders, dichters en schrijvers zijn geïnspireerd door de thematiek van midzomer en Lammas. De thematiek die verbonden is aan deze momenten in het jaar vormt een inspiratiebron voor het creëren van allerlei kunstzinnige uitingen.
Zowel thema’s als leven als dood, groei en afbraak komen veelvuldig voor, maar ook thema’s als offers, oogst en transformatie vormen de ingrediënten van veel kunst. Alsof de schepper van het kunstwerk zijn worsteling en geploeter met de existentiële levensvragen en de daarbij behorende tegenstrijdige emoties heeft willen omzetten, heeft willen transcenderen, tot een nieuwe vorm.

Hoe geeft je zelf vorm aan deze thema’s in jouw leven? Lukt het jou om antwoorden te geven op deze thema’s en hoe is het gesteld met hun onderlinge verbondenheid in jouw leven?

Vaak denk ik na over mijn eigen thema’s. Over het loslaten van controle en het laten gebeuren van de dingen. Dat is vaak datgene wat ik zou moeten doen maar juist ook datgene wat ik vaak ook zo lastig vindt. Over levensvragen. Existentiële angsten. Ook denk ik vaak na over mijn religie die Wicca heet. En wat ik lees in sociale media over Wicca. Woorden. Aaneengeregen tot zinnen. Standpunten. Definities.

Is de ontwikkeling van wicca nu over haar hoogtepunt heen? Stopt de expansie van het aantal mensen dat nog wil worden ingewijd in de traditie? Is wicca zich aan het ontwikkelen als een echte godsdienst met, eigenlijk heel mannelijk, vaste regels, structuren, hiërarchie, in/ en exclusion ofwel een duidelijke scheiding tussen het wie wel en wie niet, wat wel en wat niet? Krijgen we straks te maken met Wicca-priests, mannelijk of vrouwelijk, die ons gaan vertellen wat zondig is, net als in de Tree song maar dan omgekeerd? En zijn het niet juist de eclectische groepen die, eigenlijk heel vrouwelijk, een wat meer open en lossere structuur hebben, vaak zonder hiërarchie en waar bijeenkomsten een laagdrempelig karakter hebben wat mensen in deze tijd meer aanspreekt? Was Gardner ook niet gewoon eclectisch?

Het voelt niet als bosgrond onder mijn blote voeten en het ruikt niet naar wierook. Geen zacht briesje op mijn huid. Geen vervoering. Niet het schijnsel van de kaarsen, of de handen van mijn zusters en broeders in de mijne. Het is niet de oogopslag van de Godin van achter haar sluier, de knetterende energie van een god met Horens evenmin…

Serge van Heel

Serge van Heel (1972): Ik ben opgeleid en ingewijd in de Gardneriaanse traditie. Naast mijn werk als ambtenaar heb ik een praktijk aan huis voor Jungiaans Analytische Therapie. Als afstudeerproject van mijn opleiding (Postgraduate Program in Depth Psychology) ben ik bezig met een scriptie genaamd: Het middelpunt van de cirkel, over symbolen, archetypen, rituelen en het individuatieproces in de moderne hekserij.

Voor meer informatie of afspraken zie ook: www.sergevanheel.nl of mail me.

 

1 Jung: Bewust en onbewust (1981) pag. 69

Geplaatst in Artikelen | Getagged , , , | 4 reacties

Oud nieuws in de verjongingsketel gegooid – Lughnasadh 2014

Plaquette

Nog geen jaar na de onthulling van het blauwe bordje in Brighton ter herinnering aan Doreen Valiente , “Poet, Author and Mother of Modern Witchcraft” is er nu ook een plaquette die Gerald Brosseau Gardner, “Father of Modern Witchcraft” herdenkt. In Highcliffe, Dorset werd op de 130e verjaardag van Gardner, vrijdag de dertiende juni, de dag van volle maan, het bordje onthuld.

Gardner werd als kind naar Madeira gestuurd om daar op te groeien, omdat men dacht dat het warme klimaat beter was voor zijn astma. Als jongeman vertrok hij naar de Britse koloniën, waar hij werk vond als ambtenaar bij rubberplantages. Hij interesseerde zich voor de gebruiken en opvattingen van de lokale bevolkingen en schreef over hun magische praktijken. Op zijn 52ste ging hij met pensioen en verhuisde naar Engeland, waar hij in contact kwam met occultisten van divers slag.

In 1939 werd hij naar eigen zeggen ingewijd in de coven van New Forest. De leden van die heksengroep zouden aanhangers zijn van een voorchristelijk geloof dat ten tijde van de heksenvervolgingen ondergronds was gegaan. Gardner zette zijn ideeën hierover uiteen in Witchcraft Today en The Meaning of Witchcraft. Deze boeken werden gepubliceerd in de jaren nadat in Engeland een achttiende-eeuwse wet tegen hekserij was vervangen door een verbod op oplichterij door mediums. Hierdoor kwam hekserij als alternatieve levensbeschouwing en –praktijk in de publieke belangstelling te staan.

Historici hebben bedenkingen bij Gardners schets van de geschiedenis van de hekserij. “Hij was bijzonder innemend (…) maar een beetje een trickster-figuur. De meesten die hem hebben gekend, vonden hem een leuke vent, maar ietwat onbetrouwbaar met betrekking tot hekserij,” zei professor Ronald Hutton tegen de BBC .

plaquette

De plaquette op het huis Southridge in Highcliffe, Dorset (foto: Centre For Pagan Studies)

Buitenlandse pagans waren overwegend enthousiast, maar in Nederlandse wiccakringen leken veel heksen de publieke aandacht voor hun ‘moeder’ en ‘vader’ overdreven poeha te vinden. De Britse satirische website The Poke verzon een aantal plaquettes voor Gewone Mensen, zoals “Game of Thrones-fan (1975-2014). Leidde hier een fantasieleven. Was bereid de IJzeren Prijs te betalen. Stierf door Red-Bullvergiftiging.” en “Babyboomer (1945-2010). Zag hier alle zekerheden van zijn generatie vervliegen. Liefhebber van porno.” Gardner had er vast hartelijk om kunnen lachen!

Gedenkteken

Op dezelfde dag dat in Engeland de Gardnerplaquette werd onthuld, werd in Glarus in Zwitserland een gedenkteken ingehuldigd ter herinnering aan Anna Göldi, de “laatste heks van Europa”, d.w.z. de laatste die op beschuldiging van hekserij ter dood is veroordeeld. In Europa hadden toen al ruim vier decennia geen heksenprocessen meer plaatsgevonden.

Anna Göldi was dienstmeisje bij een dokter en magistraat in Glarus. Volgens de aanklacht had ze de achtjarige dochter van haar baas vergiftigd. Eerder werd gezegd dat ze spelden in de melk en het brood van het meisje had getoverd, waardoor het kind ziek werd. Onder marteling bekende ze een pact met de duivel te hebben gesloten, maar die verklaring trok ze later weer in. Toch werd ze veroordeeld en op 13 juni 1782 werd ze in Glarus onthoofd.

Anna had een seksuele verhouding met haar baas. Aangenomen wordt dat hij met het proces zijn reputatie wilde beschermen. Dat ze uit een andere streek in Zwitserland afkomstig was, speelde ook een rol bij haar veroordeling. Het proces was destijds al omstreden en er is in de loop der tijd veel aandacht aan besteed.

In 2007 verscheen het boek Der Justizmord an Anna Göldi. Neue Recherchen zum letzten Hexenprozess in Europa (De gerechtelijke moord op Anna Göldi. Nieuw onderzoek naar het laatste heksenproces in Europa) van journalist en jurist Walter Hauser. Een jaar later werd Göldi officieel onschuldig verklaard. Volgens Hauser was zij daarmee niet alleen de laatste ‘heks’ van Europa, maar ook de eerste van wie het doodvonnis formeel werd herroepen.

Het monument in Glarus is bedacht door het kunstenaarsduo Regula Hurter en Uri Urech. Het bestaat uit een eeuwig brandend licht achter twee ronde ramen boven in het gerechtsgebouw, als symbool voor hoop, troost en leven. Op de parkeerplaats voor het gebouw (de oorspronkelijke executieplaats) wijdt een opschrift het “licht daarboven” toe aan “alle slachtoffers van gerechtelijke willekeur, politieke vervolgingen en bijgelovige veroordelingen. Wereldwijd.” Behalve het monument is er in Glarus een Anna Göldi-museum.

Geschiedschrijving

In Onkruid (mei/juni) stond een aardig, zij het ‘ietwat onbetrouwbaar’ (om met professor Hutton te spreken) artikel over heksen in de geschiedenis. Het gaat uit van hekserij als oude natuurreligie met een “esoterische moedergodin”. Die religie is volgens deze lezing vanaf de tijd dat de Romeinen christenen werden, steeds sterker onderdrukt, met name door de kerk maar ook door de opkomende farmacie die geen concurrentie van natuurgeneeswijzen duldde. Pas ten tijde van de Verlichting ging men hekserij zien als primitief bijgeloof. Men realiseerde zich dat de angst voor heksen meer zei over degenen die daar bang voor waren, dan over degenen die van hekserij werden beschuldigd.

Deze kijk op de geschiedenis is voor een groot deel terug te voeren op de geromantiseerde geschiedenis La sorcière (De heks) van de 19de-eeuwse historicus Jules Michelet. Een interessant en invloedrijk boek, beslist de moeite waard om eens gelezen te hebben (zowel de Franse versie als een Engelse vertaling zijn op internet te vinden), maar zoals bij wel meer boeken geldt: beter niet al te letterlijk te nemen.

Hekserij voor de massa

Over Gerald Gardner schrijft Onkruid: “Hij wilde magie op grotere schaal gaan gebruiken en wicca naar de massa brengen. (…) Hij vond zijn publiek, honderden mensen wilden in de vijftiger jaren heks worden: terug naar de harmonie van de seizoenen van de aarde, in het ritme van de natuur. (…) Bij de sociale revolutie in de jaren zestig vond wicca door zijn feministische en ecologisch vriendelijke toon een harmonieuze klik met de flowerpowerbeweging.”

Zonder dogma’s

Het daaropvolgende artikel ‘Een heksenkring voor iedereen’ gaat over Aellora Freia, hogepriesteres van de coven ‘Fryske Moanne’ (Friese maan(d)), die bijeenkomt in Friesland, soms in de natuur en soms in een voormalige kerk. Aellora noemt drie verschillende stromingen in de moderne hekserij: Gardnerians, Alexandrians en Traditionals. Haar eigen coven ontstond zes jaar geleden in Noord-Holland, toen enkele solitaire heksen samenkwamen en hun rituelen op elkaar gingen afstemmen.

In de hekserij van de Fryske Moanne zijn drie graden te behalen: de eerste geeft aan dat je al iets weet van hekserij, rituelen meemaakt en meer wilt leren. Voor een tweedegraads inwijding schrijft iemand zelf het ritueel, waarin de heks symbolisch sterft en een nieuw leven begint. Derdegraads heksen zijn hogepriesteressen of hogepriesters. Zij kunnen een eigen coven beginnen. Om daarin een eigen vorm te vinden, is er dan een jaar en een dag geen contact meer met de oude coven. Een coven bestaat uit minimaal drie, maar idealiter vijf tot acht leden.

Fryske Moanne is een coven zonder dogma’s, zegt Aellora, waarin iedereen zich creatief kan uiten en in zijn waarde wordt gelaten, en zij voelt zich als hogepriesteres niet verheven boven de anderen. Iedereen kan van elkaar leren en niemand is ooit uitgeleerd. Ze houdt haar covenbijeenkomsten het liefst buiten. Ze schaamt zich niet voor haar natuurreligie en vindt het niet nodig zich te verbergen. Andere covens durven zich niet goed te laten zien: als die buiten werken, doen ze eerst een onzichtbaarheidsritueel.

Zonnewende

Bij de zomerzonnewende waren dit jaar in Stonehenge naar schatting 37.000 bezoekers zichtbaar. Het was weer een heel festival, waar rituelen werden gehouden en acties gevoerd, maar ook werd gefeest en gedanst. Volgens kenners was de zonsopkomst de mooiste in tien jaar.

In een midzomerweekendbijlage met het thema ‘De mythologiserende mens’ besteedde de Volkskrant aandacht aan de zonnewende. Druïde Jurre Yntema vertelde daarin dat hij met vierhonderd druïden uit de hele wereld zou deelnemen aan een ceremonie bij Stonehenge, waarbij het niet zozeer om de ceremonie zelf gaat, maar om een natuurlijk bewustzijn van het moment in het jaar: de oogsttijd komt er aan, hoe staat het ervoor met alles wat je hebt geplant of gepland?

Astrologe Liz Hathway viert het thuis, met een altaar met zomerse kruiden en schelpen. Ze legt uit dat een zonnewende een keerpunt is en daarmee een goed moment is om een nieuwe start te maken.

Voor de heks Esther van der Weide is het de tijd om gebruik te maken van de energie van de vurige zon om goede voornemens uit te voeren, en de groei en overvloed van het leven te vieren. Zij viert het feest met haar coven. Ze dansen om een vuur en gooien zakjes kruiden in het vuur om zorgen te verdrijven.

Archeoloog Mike Parker Pearson vertelde de journalist van de Volkskrant dat vondsten van varkensbotten bij Stonehenge er op wijzen dat in de prehistorie waarschijnlijk de winterzonnewende het grote feest was waarvoor mensen van heinde en verre naar de steencirkel kwamen. Maar hij heeft begrip voor moderne bezoekers die de zomerzonnewende prefereren: “in de midwinter is het gewoon veel te koud.”

De Morgen wist te vertellen dat de stenen van Stonehenge een “luid, klingelend geluid” maken als er op wordt geslagen, als een stenen klokkenspel. Men denkt dat prehistorische bezoekers op die manier muziek maakten bij hun feest. Die van tegenwoordig gebruiken trommels.

Op reis

In een bijlage van Trouw (ook op 21/6) schreef Anniek van den Brand over een georganiseerde ‘energiereis’ die ze maakte naar Stonehenge en Glastonbury Tor. Bij een meditatie op de heuvel van Glastonbury sprak ze in haar hoofd met haar gestorven vriendin, die opmerkte dat doodgaan net zoiets is als een bevalling, maar dan andersom.

Een week eerder schreef Karen Meirik over haar reizen naar de menhirs in Bretagne. Een gids in Carnac had verteld dat vroeger de vrouwen die een kind wilden krijgen, met hun buik over zo’n opgerichte steen wreven. Dan zouden ze binnen het jaar zwanger zijn. Zij had het stiekem uitgeprobeerd en acht maanden later was ze weer in Bretagne – zeven maanden zwanger!

De menhirs van Carnac staan in lange rijen achter elkaar. Een legende vertelt dat de stenen Romeinse soldaten waren, die werden achtervolgd door de heilige Cornelius en in hun vlucht werden versteend. Omdat de rijen van oost naar west lopen en daarmee min of meer de opkomst en ondergang van de zon bij de lente- en herfstevening aanwijzen, denken sommigen dat er sprake is van een soort zonnekalender.

Babylon

“Hoe zou het komen,” vroeg mijn moeder zich onlangs hardop af, terwijl ze peinzend naar haar tien vingers keek, “dat in heel veel talen de getallen pas vanaf 13 een naam hebben met tien er in: der-tien, veer-tien, maar dat elf en twaalf aparte woorden zijn net zoals acht, negen, tien?” – “Twaalf is een dozijn,” zei ik. “Misschien dat die manier tellen, van rekenen in 12-tallen, zich uit Mesopotamië over de wereld heeft verspreid? In elk geval hadden ze daar al vroeg een geavanceerde wiskunde, gebaseerd op de hemel en de tijd: het jaar verdeeld in twaalven, een cirkel van 360 graden …”

Over die Mesopotamiërs had ik namelijk juist iets gelezen in de Volkskrant-bijlage over ‘de mythologiserende mens’: “[De Babyloniërs] rekenden met vijf cijfers achter de komma in het zestigtallig stelsel en ze kenden de stelling van Pythagoras.” Volgens archeo-astronoom Teije de Jong besteden geschiedenisboeken veel te weinig aandacht aan de Mesopotamische cultuur.

Teije de Jong hielp als jongen in de jaren vijftig zijn moeder met de berekeningen voor het trekken van horoscopen. Hij raakte gefascineerd door de cultuur waaruit de astrologie was voortgekomen. Toen hij ging studeren, verruilde hij de horoscopen voor astrofysica.

Naast zijn werk als sterrenkundige bleef hij belangstelling houden voor het oude Babylon. Op een congres ontmoette hij mensen die bezig waren met kleitabletten waarop in spijkerschrift iets over Saturnus stond. De Jong had computerprogramma’s ontwikkeld om planeetposities in de oudheid te berekenen en kon ze helpen. Uit dit contact ontstond een vruchtbare samenwerking tussen assyriologen en sterrenkundigen.

De Babyloniërs geloofden dat de wil van de goden was af te lezen aan de positie van planeten aan de hemel, zonsverduisteringen en dergelijke. Daarom noteerden ze bij belangrijke gebeurtenissen nauwkeurig de hemelse en andere omstandigheden. Aan de hand van de verzamelde gegevens in die ‘Hemelboeken’ probeerden ze destijds politieke voorspellingen te doen; door diezelfde informatie is men nu in staat historische gebeurtenissen en dynastieën die zijn beschreven op kleitabletten, nauwkeurig te dateren.

kalender

Kalenderbladen voor het schooljaar 1970-71, met data in spijkerschrift, oud-Indiase cijfers en computercijfers uit het Aquariustijdperk (klik op het plaatje voor een groter beeld)

Werelderfgoed

‘De Mesopotamische cultuur’ die er zo bekaaid vanaf komt in de geschiedschrijving, bestrijkt een periode van duizenden jaren. De Babylonische en Assyrische perioden daarin lopen vanaf de vroege bronstijd tot in de late oudheid. In de eerste en tweede eeuw n.C. was de stad Hatra, in het huidige Irak, er een belangrijk religieus en commercieel centrum.

De locatie staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Horrorfans kennen Hatra uit het begin van de film The Exorcist. Pater Merrin krijgt daar tijdens een archeologische opgraving te maken met de demon Pazuzu. In werkelijkheid was het voorchristelijke tempelcomplex van Hatra gewijd aan Shamash, de zonnegod.

Na de val van Saddam probeerden Amerikanen de bekendheid van de horrorfilm te gebruiken om toerisme naar het gebied te stimuleren: ‘The Exorcist Experience’! Maar door de burgeroorlog bleven de toeristen weg.

In juni viel Hatra in handen van soldaten van plaatselijke stammen en ISIS-strijders. Iraakse politieagenten die de tempels moesten beschermen, waren gevlucht. Vervolgens werd het gebied zwaar gebombardeerd door vliegtuigen van de regering. Men vreest dat de tempels niet veilig zijn voor plunderaars en jihadistische beeldenstormers, en schade oplopen door de bombardementen.

Vele namen

ISIS, schreef ik hierboven, want dat is de afkorting die in de meeste media wordt gebruikt voor de jihadistische groepering: Islamitische staat in Irak en (groot-) Syrië / Islamic State in Iraq and al-Sham. In het Arabisch: al-Dawla al-Islamiya fi-l ‘Iraq wa al-Sham. Vertegenwoordigers van de Verenigde Naties en de VS vertaalden ‘al-Sham’ met ‘de Levant’ en kwamen tot de afkorting ISIL. In de Arabische wereld gebruiken sommigen de afkorting Da’ish, kennelijk een onvriendelijke aanduiding, hoewel het geen bestaand woord schijnt te zijn.

Pagans over de hele wereld stoorden zich eraan dat in de verslaggeving over het Midden-Oosten steeds de naam van de godin Isis leek te vallen, wanneer het in feite over de terreurbeweging ging. “Hoe lang nog, voor aanhangers van Isis worden aangezien voor terroristen?” vroeg iemand zich af. De Fellowship of Isis en de Pagan Federation riepen iedereen en in het bijzonder de media op, voortaan de afkorting ISIL te gebruiken, om te voorkomen dat er in het onbewuste van de mensen een connectie zou ontstaan tussen de godin en islamistische militia’s.

Mogelijk waren ze bij ISIL zelf ook niet gelukkig met de associatie met een heidense godin. Toen ze hun kalifaat uitriepen, verklaarden ze meteen dat de groepering voortaan moest worden aangeduid als IS: Islamitische Staat. Zelf spreken ze, nog korter, over ‘al-Dawla’: de Staat.

Op Facebook wees een enkeling er op, dat ‘Isis’ niet de oorspronkelijke Egyptische, maar de Grieks-Romeinse naam van de godin was. In het oude Egypte klonk haar naam waarschijnlijk als ‘Aset’ of iets dergelijks. Een hermetische website gaat uitvoerig in op de Egyptische uitspraak en schrijfwijze, en verzekert de lezer dat het de godin niet uitmaakt hoe je het uitspreekt of hoe je haar noemt, zij weet heus wel wie je bedoelt. Het Dodenboek leert dat zij Iset Nudjerit em Renus Nebu is: Isis, Godin van Alle Namen.

Verstoorde fee

Had de boze fee in het sprookje van Doornroosje oorspronkelijk een naam? Ik herinner me alleen dat ze ‘de dertiende’ was, en niet werd uitgenodigd omdat de koning en koningin maar twaalf gouden borden hadden. Later dacht ik dat de fee misschien wel Eris (‘Twist’) heette en dezelfde was als de Griekse godin die niet werd uitgenodigd op de bruiloft van Thetis en Peleus, omdat men geen Ruzie op het feest wilde.

The Independent weet te vertellen dat de fee in het achttiende-eeuwse sprookje van Charles Perrault niet werd uitgenodigd omdat ze al zo oud was dat men dacht dat ze wel dood zou zijn. Van Wikipedia begrijp ik dat de fee toen inderdaad nog geen naam had, maar later werd gelijkgesteld aan Carabosse, een boze fee of heks die ook in andere verhalen voorkwam. ‘Carabosse‘ betekent zoiets als ‘de Gebochelde’. In de bewerking van het sprookje door de gebroeders Grimm werd ze ‘de Dertiende’. Pas toen er in 1959 een Disneyfilm van het sprookje werd gemaakt, kreeg de fee de naam Maleficent, die associaties oproept met de kwaadaardige heksen uit de Malleus Maleficarum, de Heksenhamer.

Eind mei kwam er een nieuwe film in de bioscopen, dit keer met Maleficent in de hoofdrol, gespeeld door Angelina Jolie. Maleficent groeit in deze versie van het verhaal op als een onschuldig, zorgeloos feetje in de natuur. (Heet ze dan al Maleficent?) Ze wordt pas boos en wraakzuchtig als een koning met zijn leger haar gebied binnenvalt en de vrede verstoort. Volgens recensies in Trouw is het “een film vol girlpower” die “gaat over rancune versus veerkracht, wreedheid versus zorgzaamheid, liefde versus haat; en over dochters die meer aan peetmoeders hebben dan aan prinsen.” Op Facebook las ik veel enthousiaste reacties van mensen die de film hadden gezien.

Nog een monument

Eerherstel dus voor historische (Anna Göldi) en fictieve heksen (Maleficent). En hoe staat het met degene die traditioneel voor het opperhoofd van de heksen werd gehouden, de duivel? Volgens een artikel in Trouw (april) is Satan weer helemaal terug onder jonge christenen. Maar dan werkelijk als de kracht van het Kwaad, niet als miskende rebel tegen God, wiens verhaal nu eindelijk eens vanuit zijn perspectief wordt verteld.

Oklahoma in de VS wordt wel “de Bible Belt van de Bible Belt” genoemd. Bij het regeringsgebouw aldaar heeft iemand twee jaar geleden een monument laten plaatsen waarop de christelijke Tien Geboden staan. Leden van de New Yorkse Satanic Temple zijn daarop een campagne begonnen om pal daarnaast een beeld van Baphomet te laten neerzetten. De campagne leverde meer geld op dan strikt noodzakelijk en een kunstenaar is inmiddels begonnen met de uitvoering van het beeld, dat ruim twee meter hoog moet worden en in brons gegoten. Baphomet draagt een vlak op zijn schoot liggende lendendoek (sommige zaken gaan blijkbaar zelfs de satanisten te ver) en wordt geflankeerd door twee kinderen die in aanbidding naar hem opkijken.

Moderne mythe

Het is te hopen dat die kinderen niet staan voor kinderen die zich het hoofd op hol laten brengen door het idee van een bovennatuurlijk wezen, en misdaden gaan plegen uit naam van Baphomet. In juni scheef de BBC over twee schoolmeisjes in de VS die een klasgenootje hadden geprobeerd te vermoorden, omdat ze geloofden in de fictieve figuur Slenderman, en op die manier hun trouw wilden bewijzen. Ze staken negentien keer met een mes op haar in. “Stabby, stab, stab,” legden ze na hun arrestatie uit aan de politie.

Kinderen kunnen zo opgaan in een spel dat ze het onderscheid tussen verbeelding en werkelijkheid uit het oog verliezen. Volwassenen zijn daar trouwens ook niet immuun voor. De heksenwaan in Salem begon toen twee meisjes zich lieten meeslepen door de spannende verhalen over toverij die het dienstmeisje Tituba vertelde. Ze speelden, en geloofden mogelijk echt dat ze behekst waren en met onzichtbare naalden werden gestoken, en dat ze heksen konden herkennen. De volwassenen die hun gegil en rare capriolen waarnamen, namen het allemaal doodserieus.

Slenderman is een internetmythe en een game. In 2009 werd op het forum van de site Something Awful een photoshopwedstrijd gehouden: maak van een gewone foto iets griezeligs, en post die met een bijpassend verhaal op paranormale forums. Victor Surge nam twee zwartwitfoto’s van groepen kinderen en voorzag die van bijschriften als:

“We wilden niet weg, we wilden ze niet vermoorden, maar zijn aanhoudende zwijgen en uitgestrekte armen maakten ons bang en troostten ons tegelijk…” – 1983, fotograaf onbekend, vermoedelijk dood.

Vervolgens borduurden zowel hijzelf als anderen er op voort. “Hij bestaat, omdat je aan hem dacht. Probeer nu maar eens niet aan hem te denken,” schreef iemand en zo werd de moderne mythe van Slenderman geboren: een wezen dat uit is op de dood van kinderen, nagenoeg onzichtbaar – tot het te laat is. De film ‘Blair Witch Project’ was een van de inspiratiebronnen.

Vorig jaar stonden er in Achterwerk op de VPRO-gids brieven van kinderen die vertelden dat ze zo bang waren voor Slenderman. Dat ze wel wisten dat hij niet echt was, maar toch… De naam Slenderman zei mij niets en ik besteedde er weinig aandacht aan; daardoor weet ik niet meer precies wat er in de brieven stond. Wel herinner ik me dat er een grote angst uit sprak.

Maar op een VPRO-gids uit januari, die ik nog wel wist te bemachtigen, schrijft iemand: “Met Slenderman heb ik niet echt iets, maar als ik aan hem denk, dan bedenk ik altijd dat hij een soort van beschermengel voor mij is, net zoals met Lost Silver.”

Dat is toch wel mooi. Dat kunnen kinderen gelukkig ook: een schrikbeeld dat zo eng is, dat “het is niet echt” niet meer volstaat om de angst te bedwingen, omfantaseren tot een beschermende kracht. Op dezelfde manier waren in de oudheid de goden of demonen die kwaad konden doen, ook degenen die het kwaad konden afweren.

Oude mythen

Als je in een Russisch bos Leshy, de heer van de boswezens tegenkomt, hoef je ook niet bang te zijn. Zelfs als hij zich vermomt als een familielid, kun je hem herkennen aan zijn dierenogen, lange haar en rode muts of gordel. En hij vraagt altijd of je iets te roken voor hem hebt. Hij wil je weliswaar laten verdwalen in het bos, maar je kunt dat tegengaan door een gebed te zeggen, of nog beter: geducht te vloeken, want natuurgeesten houden niet van lelijke woorden. Je kunt ook je kleding binnenstebuiten aantrekken (dit werkt ook bij Scandinavische trollen die je eindeloos in kringetjes laten ronddolen, leerde ik als kind) of je linker- en rechterschoen verwisselen.

Russia Beyond The Headlines schreef in juni over de goden en geesten die men in het oude Rusland kende en waar de mensen ook na de komst van het christendom in bleven geloven, tot op de dag van vandaag. “De belangrijkste heidense goden werden afgezworen, maar het geloof in plaatselijke geesten bleef hardnekkig bestaan.” De volksverhalen over boswezens en watergeesten waarschuwden de mensen tegen roekeloos gedrag in de natuur.

Op feestdagen was het verboden te zwemmen, want anders zou de Vodyanoi je pakken. Deze koning van de waterwezens ontvoerde graag mensen die opschepten over hun zwemkwaliteiten, en op feestdagen werd er stevig gedronken en gepocht… Mensen die verdronken, waren eigenlijk bestemd voor de Vodyanoi en daarom werden ze niet begraven op een orthodox kerkhof.

De huisgeest Domovoi is een zeer oud lid van de familie. Hij woont onder de haard, waar het lekker vies is, en steelt soms dingen uit het huis. Hij wil ook wel eens helpen met het huishouden. Je moet ‘s nachts geen bestek of eten laten liggen, want dan eigent hij zich dat toe en wordt het voor de mensen ‘onrein’. Bij een verhuizing moet het oudste levende familielid de domovoi uitnodigen in het nieuwe huis. Als er iets mis is in de familie, waarschuwde de domovoi traditioneel door mensen in hun slaap te verstikken. Maar dat laatste doet hij tegenwoordig nog maar zelden, nu de mensen in goed geventileerde huizen wonen en het niet meer zo vaak voorkomt dat er ‘s nachts koolmonoxide onder een slecht brandende haard vandaan kruipt, het huis vult en de mensen verstikt.

~ met dank aan iedereen die me, direct of indirect, op nieuws attendeerde ~

Geplaatst in Nieuws | Getagged , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Oud nieuws in de verjongingsketel gegooid – Lughnasadh 2014

Recensie: Element Songs

Element Songs
Hanna Rijs
ISBN 90-809998-1-4

Voorkant van de bundel Element Songs

Love Song

Duizend woorden op mijn tong
Versmelten in één enkele kus

Golfslag ben ik
Eeuwig brekend

Op jouw kust

Dit is een van de gedichten van Hanna die spreken van liefde. Andere getuigen van pijn en van onvermogen elkaar te bereiken. Met hier en daar een glimp van hoop, een hint naar een oplossing.

De bundel bestaat uit een deel Nederlandse gedichten en een deel Engelse gedichten. Vooral die laatste spreken me aan om de spiritualiteit die erin verwoord wordt. ‘Moon in tune’ lees ik als een verslag van een reis in de andere wereld, een pathworking. Vol symboliek, en hier is bepaald geen onvermogen om het Heilige te bereiken, of erdoor bereikt te worden. In ‘Silent Thunder’ ervaar je de kracht van de natuur, van dat wat het benoembare overstijgt. Het gedicht ‘Mother’ is juist een ode aan een mens, die niet perfect was. Vol compassie over wat was en ooit pijn deed. Ook overstijgend, een cyclus voltooid. Het is goed zo.

Geplaatst in Boeken | Getagged | Reacties uitgeschakeld voor Recensie: Element Songs

Hoe groen zijn heksen?

Wicca is een natuurreligie. Heksen vieren hun feesten dan ook graag in de natuur. Maar hoe natuurvriendelijk of milieuvriendelijk is de gemiddelde heks? Misschien kan daar nog wel iets aan verbeterd worden. Eerst wat theorie, dan een aantal suggesties.

Hortensia, foto Morgana

Natuurreligie
Wie wicca ziet als religiei, noemt het meestal een mysteriereligie en een natuurreligie. Mysteriereligieii omdat je zelf priester(es) bent en zelf contact zoekt met het goddelijke. Natuurreligie, omdat in wicca de natuur wordt gezien als de belichaming van het goddelijke, het heilige. De natuur is de plek waarin wij mensen thuishoren, waarvan we deel uitmaken. Het goddelijke staat niet los van de natuur, maar is daarmee verweven. We streven ernaar in harmonie te leven met de natuur. Wicca is als natuurreligie verwant aan druïdisme en (andere) neo-paganistische stromingen, maar ook aan inheemse religies en spirituele tradities. Denk aan Pachamama in de Andes. De seizoenen staan centraal in de vieringen in wicca. We vieren begin en hoogtepunt van de seizoenen, en ook de cyclus van de maan. We herkennen natuurlijke cycli in ons eigen lichaam en veel heksen gaan uit van een holistisch wereldbeeld. Dat gaat ervan uit dat alles met elkaar is verbonden. Het idee dat de aarde zelf een dynamisch systeem vormt waarin alle componenten onderling in interactie zijn, slaat aan bij heksen. Dat ‘Systeem Aarde’ zullen de meesten benoemen als de Gaia-hypothese. Al was het maar omdat James Lovelock de naam van de Griekse godin van de aarde meegaf aan zijn theorie. Het romantische idee van ‘de edele wilde’ leeft niet zo. (De Romantiek is wel een van de bronnen van wicca, volgens Ronald Huttoniii). Wel blijft de toespraakiv van ‘Chief Seattle’ opduiken, ‘Hoe kun je de lucht bezitten?’ Zinnen als “Wij zijn een deel van de Aarde en zij is een deel van ons” spreken ook heksen erg aan.

Verbinding
We vinden het belangrijk ons te verbinden met de energie van het land waar we leven en van de kosmos in het algemeen. Vivianne Crowley verwoordt het zov: “De veranderingen in de natuur weerspiegelen maar lopen ook parallel met het veranderende tij in ons leven en onze psyche.”
“Natuurlijke spiritualiteit vereert de wereld van de natuur en ziet het goddelijke eerder in de natuur dan daarvan gescheiden. Er zit goddelijke kracht in elk deel van de schepping, zodat land, zee, sterren, bomen en bladeren stuk voor stuk manieren zijn waarop we het goddelijke in het leven van alledag kunnen zien, die onze gedachten verplaatsen naar wat achter de grenzen van het gewone bestaan ligt. Magie die zuiver als toverkracht wordt beoefend, kan zelfzuchtig en egocentrisch worden. Als deel van onze magie hebben we in ons leven dingen nodig die ons eraan herinneren dat we deel uitmaken van een grotere mensenfamilie die op haar beurt deel uitmaakt van een biosfeer, die weer tot de kosmos behoort. We zijn cellen in het lichaam van de kosmos, die voortdurend krachten uitwisselen met het grotere geheel. Dat geeft ons verantwoordelijkheden maar ook het geschenk van de individualiteit. Ons leven gaat beter en we zijn gelukkiger als we een duidelijk beeld hebben van hoe ons leven met het geheel verbonden is.” De seizoensfeesten zijn een manier om ons af te stemmen op het tij van de natuur.
Ook Phyllis Curott zegt zinvolle dingen over wicca als natuurreligie, op videovi.

Structuur van wicca
Wicca is nauwelijke ‘georganiseerd’ te noemen. Het kent meer een familiestructuur. In een familie word je geboren, geadopteerd of door huwelijk verbonden aan de bestaande familieleden. In een coven word je ingewijd (of ook wel ‘geadopteerd’ als je al lid was van een andere coven). Ervaren leden van een coven kunnen afsplitsen en een nieuwe coven beginnen, net zoals volwassen leden van een familie een eigen gezin kunnen beginnen. (Daar houdt de vergelijking met een gezin op: covens bestaan uitsluitend uit volwassen, meerderjarige leden. De leiders kunnen jonger zijn en minder levenservaring hebben dan de andere leden van een coven, al hebben ze meestal wel meer ervaring in wicca zelf.) Er is geen overkoepelende organisatie maar alleen een netwerk van groepen en individuen. Daardoor groeit wicca ook organisch. Er zijn wel degelijk wijzigingen ten opzichte van hoe Gerald Gardner wicca aan de wereld presenteerde. Maar die veranderingen ontstaan in de praktijk, en worden vooral doorgegeven aan de ‘nakomelingen’ en niet aan groepen hoger in de stamboom of aan de randen van het eigen netwerk. Net zoals bij een taal die langzaam verandert, kun je zien dat er een gedeelde oorsprong is. Wie een keer op bezoek gaat bij een coven elders op de wereld of in een andere stroming, zal veel kunnen herkennen, ook al gebeuren dingen niet precies hetzelfde. (Grappig te weten dat het Turkse woord voor bijenkorf ‘kovan’ is. Het afsplitsen van een coven heeft wel wat van het vertrek van een zwerm uit een bijenkorf.)

Natuur en milieu
In de wereld van natuur- en milieubescherming wordt er een onderscheid gemaakt naar ‘groen’ en ‘grijs’. Groen staat voor de natuur, en grijs voor het leefmilieu van de mens, de stad, met grijze stoepen en betonnen gebouwen. En het grijs van de rook uit fabrieksschoorstenen en roet en fijn stof uit auto’s. In de praktijk loopt dat echter nogal door elkaar. Natuur in ons land is allang niet meer oernatuur. De meeste bossen zijn aangelegd, en worden gebruikt als park of voor de productie van hout. In het Waddengebied vinden allerlei natuurlijke processen plaats net zoals vele eeuwen geleden, maar er zijn ook dijken op Deltahoogte. De stranden worden opgespoten met zand van elders, omdat de zee anders het hele strand zou wegspoelen. En het nieuwe natuurgebied de Oostvaardersplassen is ontstaan door menselijk ingrijpen, namelijk het aanleggen van de polder Zuidelijk Flevoland. Het gebied was bedoeld als industrieterrein maar door de slechte economie is dat er niet van gekomen. In zeer korte tijd ontstond het moerasgebied dat nu als nieuwe wildernis bekend staat en als natuurgebied beheerd wordt. En waar Nederland goede sier mee maakt in het buitenland alsof het allemaal zo gepland was.

Natuur is overal
Ooit zag heel Nederland er zo uit als nu de ‘nieuwe wildernis’ in de Oostvaardersplassen. Dat was voordat de mens gebieden ging ontginnen voor landbouw. Sindsdien is de grens tussen ‘natuur’ en leefgebied van de mens nogal vervaagd. Omdat de mens het landschap is gaan regisseren, maar ook omdat overal waar mensen wonen, de natuur ook is. Planten groeien tussen de tegels en dringen door het asfalt heen. Een braakliggend terreintje verandert al binnen een paar jaar in een bosje. Als de mensen een stad verlaten, gaat die na verloop van tijd weer geheel op in de natuur. Bekende voorbeelden daarvan zijn Machu Picchu in Peru en Mahendraparvata in Cambodja. (Zoek op ‘Life After People’ of ‘The World Without Us’ voor beelden van een aarde zonder mensen, als de mens ooit uitsterft). En je kunt ‘natuur’ veel breder zien dan alleen planten en dieren. Je kunt er ook het landschap – zoals bergen of de zee – toe rekenen. En de aarde zelf inclusief grondsoorten, stenen en mineralen, en de zon, maan en sterren. En uiteraard de mens. Wij zijn gemaakt uit dezelfde bouwstenen als de rest van de aarde en onderhevig aan de cycli van de natuur. Als er iets grondig fout gaat met de natuur, hebben wij een probleem. De productie van ons voedsel komt in gevaar bij extreme droogte of een grote vulkaanuitbarsting die veel roet in de atmosfeer brengt. Onze huidige landbouw kent veel monocultuur: grote oppervlakten met dezelfde planten, met dezelfde genen. Maar we hebben belang bij biodiversiteit: het bestaan van planten met andere genen, waarvan er altijd wel een aantal bestand zijn tegen plantenziekten. En een grote verspreiding van bloeiende planten, waardoor bijen zich beter kunnen handhaven. Bijen en hommels zijn belangrijk voor de bestuiving van een groot aantal van onze voedselgewassen, zoals fruit. Wicca is ook een vruchtbaarheidsreligie: vier van de acht jaarfeestenvii hebben te maken met de landbouw, met dierenleven, zaaien en oogsten. Een herinnering aan de tijd dat het hele dorp betrokken was bij – en direct afhankelijk was van – de landbouw in de naaste omgeving.

Gras groeit waar het kan, ook tussen de tegels

Stadsheks of plattelandsheks?
Wie op het land woont en werkt, heeft de natuur om zich heen. Dat betekent niet automatisch dat je de natuur beter waardeert dan dat een stadsmens zou doen. Je voelt immers ook de ongemakken van de natuur sneller. Wekenlang ingesneeuwd raken of moeten vluchten voor een bosbrand gebeurt een grotestadsbewoner niet vaak. Je bent misschien eerder vertrouwd met hoe de natuur ‘werkt’ als je er middenin zit, als je er voor je inkomen van afhankelijk bent als boer of tuinder. Als je tenminste kiest voor samenwerken met de natuur, en niet snel grijpt naar bestrijdingsmiddelen. Maar wie in de stad woont en op een kantoor of in een fabriek werkt, verlangt meer naar de natuur. Juist daar komt sinds decennia de toestroom vandaan naar natuurreligies. Opmerkelijk is dat in de Romeinse oudheid het woord ‘pagan’ of ‘heiden’ niet letterlijk ‘bewoner van het platteland’ of ‘aanhanger van de oude religie’ betekende. Het was meer een scheldwoord, zoals ook ‘boer’ nu wel eens gebruikt wordt. “Mensen die buiten de stad leefden, voerden wel rituelen uit van persoonlijke devotie ter ere van de lokale beschermingsgoden van hun huishoudens – zoals de Laren en Penaten. Maar als plattelandsbewoners deel wilden nemen aan religieuze ceremonieën ter ere van belangrijke goden, wandelden ze daarvoor de stad in, net als de mensen deden in het oude Egypte, Judea en Mesopotamië. De paar tempels op het platteland – zoals het orakel van Delphi – waren plaatsen met bijzonder fraaie landschappen en geen rustieke agrarische omgevingen.”viii Om de goden te eren en stil te staan bij de seizoenen gaan hedendaagse heksen juist vaak naar buiten, naar het bos.

Praktijk
Als je vraagt op welke partij heksen gaan stemmen, dan blijken ze bovengemiddeld veel te stemmen op partijen die het milieu hoog in het vaandel hebben. Als ze al gaan stemmen, want heksen voldoen prima aan het beeld van natuurreligiesix: de aanhangers houden niet zo van instituties. Er zijn waarschijnlijk ook niet veel heksen lid van milieu-organisaties. Een online-handtekeningenactie ondersteunen doen ze, net als anderen, wel vaak. En ook kwam ik er een aantal tegen bij een demonstratie tegen de macht van de farmaceutische industrie, en wat daarvan de gevolgen zijn voor milieu en mens wereldwijd.
Reclaiming is nauw verwant aan wicca. “De waarden van de Reclaimingtraditie komen voort uit ons fundamentele inzicht dat de aarde een levend wezen is, en dat al het leven heilig en met elkaar verbonden is. Wij zien de Godin als onlosmakelijk onderdeel van de aardse cycli van geboorte, groei, dood, verval en vernieuwing. Onze werkwijze is gebaseerd op een diepe, spirituele toewijding aan de aarde, aan heling, en aan het verbinden van magie aan politiek handelen.”x Reclaiming zet zich overigens in voor alle vormen van gerechtigheid; of het nu gaat om het milieu, om sociale aangelegenheden, om politieke, raciale, vrouw/man of economische kwesties. Starhawkxi stond aan de basis van Reclaiming. Zij heeft al vele heksen en anderen begeleid bij grootschalige en vooral ook kleinschalige acties. Ze geeft oefeningen waardoor je leert in je eigen kracht te staan zowel als suggesties voor hoe je zelf een bijdrage kunt leveren. Bijvoorbeeld de rotzooi opruimen in het bos waar je je ritueel uitvoert.

Wat kun je zelf doen?
Je kunt het gebied waar je een ritueel wilt doen zorgvuldig uitkiezen. Een natuurgebied is extra kwetsbaar voor verstoringen. Hoe bijzonderder het gebied is, des te makkelijker kun je het verpesten door planten te vertrappen of er bijvoorbeeld afval achter te laten. Ook natuurlijke materialen doen er een tijd over om te vergaan. Bovendien vormen ze mest voor planten die toch al algemeen voorkomen. In een natuurgebied staan bijzondere planten die aan het terrein zijn aangepast. Op een voedselarm terrein is meer diversiteit aan planten, en daarmee ook aan insecten (vlinders, vuurvliegjes, bijen), vogels en andere dieren. Neem je fruitschillen en de as van je wierook dus mee terug naar huis. Gebruik trouwens heel goede bescherming voor wierook en kaarsen, zodat er geen vonken terecht komen waar ze kwaad kunnen doen. Of laat echt vuur helemaal achterwege als het droog is.
Wil je een lintje aan een boom knopen, dan kun je kiezen voor natuurlijk materiaal in plaats van synthetische stoffen. Liever katoen dan polyester (waar satijnlint van gemaakt wordt), maar nog mooier is om zelf wol te spinnen en te kleuren met natuurlijke kleurstoffen. En knoop het niet zo strak dat de tak geen ruimte meer heeft om te groeien.
Op je altaar binnen of in je eigen tuin kun je kiezen voor natuurlijke materialen en voor gerecycled glas, kringlooppapier en dergelijke. Kaarsen van bijenwas en van plantaardige stearine zijn stukken milieuvriendelijker dan van paraffine (een restproduct van aardolie).
Als je buiten een offer wilt brengen, zorg er dan voor dat het van natuurlijk materiaal is dat snel vergaat. Met een slok wijn of mede, een beetje honing op een blad of wat kruimels van brood of koek breng je eer aan de natuur zonder schade te doen aan de wezens die er wonen. En zonder schade te doen elders op de wereld, zoals voor het delven van halfedelstenen gebeurt. Je kunt ook een gedicht voordragen of een lied zingen. Of de plek schoonmaken van het zwerfafval dat anderen er hebben achtergelaten. Jouw inspanning is ook een offer.
Er zijn werkelijk mensen die op een rituele plek, bijvoorbeeld bij een eeuwenoud monument, rommel achterlaten zoals plastic voorwerpen en de aluminiumcupjes van waxinelichtjesxii. Of die pentagrammen krassen in de stenen van een megaliet, of een vuurtje bouwen onder een hunebed. Als je graag een pentagram wilt tekenen, doe dat dan op het strand, op het natte zand waar twee keer per dag de vloed overheen stroomt.

Boom op Tara dreigt te sterven aan een overdosis lintjes en andere voorwerpen.

Deze meidoorns op Tara zijn bedolven onder persoonlijke voorwerpen. Het was gebruik in Ierland – bij bronnen – om een stukje stof van afbreekbaar materiaal vast te maken met gebed of de intentie te genezen. Als de stof verging zou de wens uitkomen of de genezing tot stand komen. Deze bomen waren tot vier jaar geleden gezond, maar dreigen nu te sterven onder de grote lading aan textiel, maar ook plastic, metaal enz. Een aantal mensen heeft – met respect! – veel van deze voorwerpen verwijderd en roept anderen op om daaraan mee te doen. Zie hun Facebookpagina. Ze doen dit juist omdat Tara heilige grond is.

Vrije toegang?

Wat je waarschijnlijk al doet, is de jaarfeesten vieren. Dat kan binnenshuis of buiten, en op eigen terrein of in de vrije natuur. Nou ja, vrij: in Nederland zijn de meeste natuurgebieden eigendom van iemand die voorwaarden verbindt aan het gebruik. Vaak staat er een bord met deze tekst bij de entree: “Vrije toegang op wegen en paden. Geen toegang tussen zonsondergang en zonsopkomst.” Dat is vooral ter bescherming van het wild, dat in elk geval een aantal uren per etmaal ongestoord wil eten of slapen. Of hun jongen wil verzorgen. In het broedseizoen ben je in veel gebieden ook niet welkom. Wanneer dat is, varieert per soort. Van februari (blauwe reigers en bosuilen) tot augustus (watervogels). Wie de eigenaar is van een terrein, is niet altijd duidelijk. Soms is het de gemeente die bepalingen opneemt in de Algemene Plaatselijke Verordening. In Vlaanderen heeft een hiker uitgezochtxiii hoe het zit met nachtelijke toegang tot bossen en wildkamperen. Niet alleen aanhangers van natuurreligies zouden graag na zonsondergang in het bos willen komen, maar ook scouts en scholieren op kamp (bij een dropping), waarnemers van sterren en planeten en van dieren, geocoachers, naaktwandelaars, seksrecreanten, jagers, stropers, criminelen, paardrijders, mountainbikers, noem maar op. In een enkel geval is de toegang tot het bos bij nacht vrij, en er worden ook wel nachtelijke wandelingen georganiseerd, maar dat is dan onder begeleiding van een boswachter. Soms laat de boswachter je met rust als je je netjes gedraagt op een plek waar je na middernacht niet mag zijn, maar je kunt ook een bekeuring krijgen (en het verpesten voor een hele groep). Niets belet je om een ritueel te houden voordat de zon onder is, of om een terrein daarvoor af te huren. Veel scoutingterreinen hebben zelfs een vuurplaats, waar je uiteraard alleen een vuur maakt als je weet hoe je dat kan beheersen.

Kennis opdoen
In het Redactioneel van Beltane 2014 schreef ik er al over wat je allemaal in de natuur kunt doen, en hoe je je kennis kunt vergroten. Met een link naar de websites van IVN en de Provinciale Landschappen op de pagina Webwegwijzer in dat nummer. Het is gewoon ook leuk om planten, bomen en vogels te leren kennen, of reptielen en amfibieën. Om sporen van zoogdieren te kunnen herkennen in het bos. Om te weten wat je allemaal met planten (kruiden) kunt doen. Dat was vroeger basiskennis van de heks, de sjamaan, de kruidengenezer en dergelijke waar wij ons zo graag mee vergelijken. IVN, de Landschappen, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer enz. organiseren excursies waarbij je in een middag iets leert over een natuuronderwerp en over een natuurgebied. Bij IVN en KNNV kun je ook cursussen volgen om meer te leren over bijvoorbeeld vleermuizen of paddestoelen. Op de websites Bijenlint, Wilde bijen en Vlinderstichting vind je hoe je bijen, hommels, vlinders en libellen kunt helpen. Dat laatste kan ook als je liever een modeheks bent op hoge hakken 🙂

 

i  Je kunt wicca ook beschouwen als inwijdingstraditie en niet als religie. In de stroming waarvan ik deel uitmaak, Gardnerian wicca, ligt de nadruk misschien meer op de natuur dan in andere wiccastromingen.

ii  Zie het artikel Wicca als religie

iii  in: The Triumph of the Moon. A history of modern Pagan Witchcraft. Oxford University Press, 1999.

iv  STRO geeft het boekje uit

v  Vivianne Crowley: Natuurmagie & hekserij. Een wiccapriesteres onthult haar geheimen. Kosmos-Z&K, 2004. Oorspronkelijk: The Natural Magician. Practical techniques for empowerment.

vii  De ‘cross-quarterdays’ Imbolc, Beltane, Lughnasadh en Samhain, rond begin februari, begin mei, begin augustus en met als einde én begin van het jaar Samhain rond 1 november.

viii  Fritz Muntean: The Magic of ’63. In Witches And Pagans #25, September 2012.

xi  Vooral Starhawks boeken ‘Dreaming the Dark: Magic, Sex, and Politics’ en ‘The Earth Path: Grounding your spirit in the rythms of nature’ waren voor mij zeer inspirerend.

xii  Damh the Bard schreef er dit blog over.

Geplaatst in Artikelen | Getagged , , | 1 reactie

Keltisch Colloquium 2014

Keltisch Colloquium 2014
Verslag door Nemain Cwmbran

Een volle zaal op zaterdag 17 mei, in de bibliotheek van de Universiteit van Utrecht. Dat was de plaats waar het Keltisch colloquium plaatsvond. Eigenlijk een beetje onverwacht. Ik had de aankondiging op Facebook gelezen en ging ervan uit dat ik niet weg kon in verband met gasten dat weekend. Maar als je iets heel graag wilt dan wordt de mogelijkheid geschapen en zo ook deze keer. Ongeveer een week van te voren nam ik contact op met stichting A.G. van Hamel voor Keltische studies die het colloquium organiseerde. En binnen no-time was het voor elkaar, een prima service.

Het programma was ook veel belovend. Hieronder volgen de onderdelen:

  1. Omgaan met de dood in de ijzertijd: opmerkelijke grafrituelen uit East Yorkshire – dr. Greta Anthoons
  2. Het historisch praesens: Gereedschap van de oud Ierse schrijver – D. van Loon, RMA
  3. Ierse invloeden in het Utrechtse Psalter – dr. B. Jarski, UBU
  4. The Ogam-name (h)úath: a fearfull bed of thorns – ds. A. Griffiths
  5. Het lange leven van toverspreuken – prof. dr. J. Borsje (University of Ulster, UvA)

Woord van welkom door de voorzitter van de stichting, de heer Ashwin Gohil voor een volle zaal. Dit was een beetje in tegenspraak met de interesse voor Keltische Studies in het algemeen, deze loopt terug. Ook het niet doorgaan van een eerder colloquium was daar waarschijnlijk debet aan. Toch zet de stichting vanaf dit colloquium zijn beste beentje voor om de interesse, die er overduidelijk is, weer voor een groter publiek kenbaar en herkenbaar te maken. Het motto van de heer Gohil (dit naar aanleiding van de huidige crisis om niet voor een ‘nuttige’ studie te kiezen, maar je hart te volgen). De stichting heeft tot doel om als springplank te fungeren om een onafhankelijk instituut te zijn voor diegene die een interesse hebben in keltologie en vanuit die gedachte in de toekomst een breed, multidisciplinair studiemogelijkheid te bieden. De plannen van de stichting moeten hieraan kunnen voldoen. Voor mijzelf hoop ik dat er een mogelijkheid komt om, naast mijn werk op de boerderij, korte studies mogelijk die op avonden en/of in de weekenden gegeven worden. Een mens mag toch hopen nietwaar?

Na het woord van welkom werd dr. Greta Anthoons geïntroduceerd. Zij gaf een lezing over het omgaan met de dood in de ijzertijd en opmerkelijke grafrituelen uit die tijd.

De voorzitter van de van Hamel Stichting, Ashwin Gohil, opent het colloquium. — Bij Universiteitsbibliotheek Uithof.

De voorzitter van de van Hamel Stichting, Ashwin Gohil, opent het colloquium. — Bij Universiteitsbibliotheek Uithof.

Omgaan met de dood in de ijzertijd: opmerkelijke grafrituelen uit East Yorkshire – dr. Greta Anthoons

De dood kon in de ijzertijd voor de nodige beroering zorgen, zeker als het om het overlijden van een belangrijk lid van de gemeenschap ging. Het volgen van de juiste rituelen was dan cruciaal. Die rituelen konden in de loop der tijden veranderen: zo ging men in East Yorkshire op een bepaald moment sommige doden met een wagen begraven, een idee dat men had opgepikt overzee, in Gallië. Een ander fenomeen is dat van de ‘speared corpses’: terwijl de dode in het graf lag werd er met (ceremoniële) speren naar hem gegooid. En dan zijn er nog de speciale graven: de vrouw met een voldragen foetus nog in de baarmoeder, het zogenaamde ‘zondige koppel’, de vrouw met het geheimzinnige bronzen trommeltje, en de man met de oudste maliënkolder van West-Europa. Soms liggen de bedoelingen van de nabestaanden voor de hand, maar in andere gevallen blijft het toch gissen; vergelijkingen uit de antropologie kunnen dan vaak tot betere inzichten leiden.

KC_afbeelding04

Een zeer interessante en levendige lezing (ondanks het onderwerp) met veel achtergrondinformatie. Ook werden werden de verschillende grafrites van het eiland en het vasteland besproken. Het hoe en waarom is na zoveel eeuwen (bijna) niet te achterhalen maar men kan door middel van onderzoek toch wel het een en ander plaatsen. Weliswaar met een enorme slag om de arm omdat er in eeuwen tijd veel verloren is gegaan maar door vergelijking kan men toch een beeld schetsen dat naar alle waarschijnlijkheid dicht bij de toenmalige realiteit staat.

Het historisch praesens: Gereedschap van de oud Ierse schrijver – D. van Loon, RMA

De oude Ierse verhalen zijn een bron van drama, passie en geweld. De Oudierse schrijver moet dan ook zeker een grote gereedschapskist hebben gehad om al deze verhalen in een vorm te gieten die eeuwen zou overleven. In deze lezing zal ik ingaan op één van die veronderstelde gereedschappen, namelijk het gebruik van werkwoordstijden om spanning op te wekken. Ik zal pogen aan te tonen dat dit gebruik van werkwoorden helemaal niet onderdeel was van de stilistische middelen van de Ierse schrijver maar een taalfenomeen, diepgeworteld in het Oudiers zelf.

KC_afbeelding05

De heer Daan van Loon gaf een zeer heldere en levendige lezing over het gereedschap van de oud-Ierse schrijver. Zelf helemaal gegrepen door dit onderwerp, zo vertelt hij, geeft hij om te beginnen het voorbeeld van een mop waarbij de clou voor iedereen duidelijk is zonder dat dit nu met zoveel woorden uitgelegd wordt. Daarmee trekt de heer van Loon een vergelijking met het oud-Ierse schrijven. Wat als het gebruik van werkwoord tijden nu eens geen stilistisch middel was maar een taalfenomeen?

Door werkwoorden opnieuw te interpreteren zien we een grotere dynamiek in voorheen statische verhalen, met andere woorden… er gaat een nieuwe wereld voor je open!

…..

En toen was het lunchtijd. We genoten van de geserveerde broodjes en spraken nogal wat mensen. Na de lunch was het tijd voor… een kijkje in de bibliotheek alwaar B. Jarski een gedeelte uit de privé-collectie van de stichting had tentoongesteld. Ik mocht foto’s maken zolang ik de stichting maar vermeldde; dat lijkt me wel gelukt met dit artikel.

Presentatie foto’s in de bibliotheek van de Universiteit te Utrecht.

KC_afbeelding06

KC_afbeelding07

KC_afbeelding08

KC_afbeelding09

KC_afbeelding10

KC_afbeelding11

Ierse invloeden in het Utrechtse Psalter – dr. B. Jarski, UBU

Het Utrechts Psalter is het meest kostbare middeleeuwse handschrift in Nederlands bezit. Het manuscript werd in het tweede kwart van de 9de eeuw in of nabij Reims vervaardigd. Het bevond zich eeuwen lang in Engeland voordat het in 1716 aan de Universiteitsbibliotheek Utrecht werd gelegateerd. In het Psalter worden de 150 psalmen en tevens 16 gezangen alle op schetsmatige wijze geïllustreerd. Alhoewel het geheel geïnspireerd lijkt te zijn door Laat-Romeinse voorbeelden, laat nieuw onderzoek zien dat er ook een verrassende Ierse dimensie aan het Utrechts Psalter zit.

KC_afbeelding12

Bovenstaand de introductie van de lezing van de heer Bart Jarski, conservator handschriften en oude drukken aan het UBU.

Ik kreeg sterk de indruk dat zijn huidige functie hem helemaal op het lijf geschreven is, om het zomaar eens even uit te drukken. Geanimeerd vertelde hij over al het moois wat er was aan facsimile’s (dit is een herdruk maar dan in exacte kopie) en ook over de tekeningen die in deze staan. Deze tekeningen, zo zei hij, moet je lezen als een stripverhaal.

Ook over het gebruik van de lettervormen, de standaard van drie kolommen, het aantal schrijvers / tekenaars dat aan één herdruk werkte (dit kon wel oplopen tot acht). En toch, in een van de herdrukken heeft een van de tekenaars zijn vingerafdruk achtergelaten. Nu zeer welkom omdat het dan beter in de tijd te plaatsen is en we kunnen achterhalen wie en waar dat was.

KC_afbeelding13

The Ogam-name (h)úath: a fearful bed of thorns – ds. A. Griffiths

Bestond er een foneem /h/ in de taal waarvoor het Ierse Ogam alfabet ontworpen werd? Zo nee, welk foneem vertegenwoordigde het Ogam karakter dat in manuscripten met H werd weergegeven en met de naam úath of húath werd aangeduid? Zo ja, wat zou H met de naam te maken hebben? Úath betekent ‘vrees, angst’. Wat zou het karakter met ‘angst’ te maken hebben? De naam werd ook met de meidoorn en met een troep honden of wolven in verbinding gebracht. Heeft de associatie met de meidoorn iets met het zogenaamde bomenalfabet te maken? Zou het geschreeuw van honden en wolven angstwekkend genoeg zijn om speciaal met het Ogam karakter verbonden te worden? Dit zijn de ‘stekelige’ vragen die ik wil behandelen. De antwoorden geven een inzicht in de oorsprong van Ogam namen in het algemeen.

De heer Griffiths heeft zeer bevlogen over de oorsprong van de ogam letter (H)uath gesproken. Een groot deel hiervan heeft hij in zijn proefschrift verwoord. Dit proefschrift is te vinden via de Universiteit van Leiden.

Ik hoop in de toekomst nog eens een interview met de heer Griffiths te kunnen hebben over dit onderwerp.

Het lange leven van toverspreuken – prof. dr. J. Borsje (Universiteit of Ulster, UvA)

‘Machtige woorden behoren tot de zogenaamde ‘coping tools’, waarmee mensen in tijden van tegenspoed en crisis de werkelijkheid op bovennatuurlijke wijze proberen te beïnvloeden. Men tracht ziektes te genezen, liefde op te wekken, succesvol te zijn in zaken of andere verlangens te vervullen door het gebruik van religieuze taaluitingen, zoals gebeden, toverspreuken, vervloekingen en zegeningen. In het middeleeuwse Europa werden zulke taaluitingen binnen en tussen culturen uitgewisseld. Ze zijn overgeleverd in het latijn (de lingua franca), volkstalen, mysterieuze en/of heilige talen, en vaak zijn ze samengesteld uit verschillende van deze taalsoorten. Een voorbeeld dat in verscheidene Europese volkstalen voortleeft , is de ‘bone-to-bone’-spreuk, die teruggaat op oude Indo-Europese wortels. Andere ‘langlevende ’voorbeelden zijn slangen- en wormtoverspreuken, die in veel culturen gevonden worden. De oudste slangen- en wormenspreuken zijn bewaard gebleven op Mesopotamische kleitabletten. Ierse exemplaren zijn niet alleen in Ierse manuscripten te vinden, maar ook Angelsaksische medische handboeken en op een Noorse runenstok. In de lezing worden deze historische Ierse exportproducten besproken.

KC_afbeelding01

Een zeer interessante lezing met veel achtergrondinformatie, niet zo logische en logische verbindingen met het heden en een behoorlijke dosis gezond boerenverstand. Mocht Mw. Borsje nog eens een lezing geven dan ben ik van de partij!

Bovenstaande is programma voor het Keltisch colloquium 2014, georganiseerd door de stichting A. G. van Hamel voor Keltische studies. Deze stichting wil een breed publiek informeren over de Keltische talen en culturen. Zij doet dit door geïnteresseerden in contact te brengen met wetenschappers die op dit gebied actief zijn. Daarnaast stimuleert de stichting ook het contact tussen wetenschappers onderling. Hiertoe worden jaarlijks de Van Hamel-lezingen georganiseerd en bovengenoemd colloquium. Tevens worden er gastsprekers uitgenodigd en wordt er meegewerkt aan het opzetten van tentoonstellingen, symposia en manifestaties. Ook brengt de stichting een kwartaalblad uit.

Meer informatie over de stichting kun je vinden op www.vanhamel.nl en via Facebook.

De getoonde boeken zijn uit de Universiteitsbibliotheek Utrecht.

Geplaatst in Artikelen | Getagged , | Reacties uitgeschakeld voor Keltisch Colloquium 2014

Harran: Last Refuge of Classical Paganism – part II

(Continued from Part I)

The Survival of Paganism at Harran

Late in the 9th century, the Harranian Pythagorean Thabit ibn Qurra was invited to found a Sabian school at the Bayt al-Hikmah in Baghdad.  Thabit was adamantly Pagan, but maintained his position as an advisor to the caliph, even when making statements at the caliph’s court like:

Paganism, which used to be the object of public celebration in this world, is our heritage, and we shall pass it on to our children.  Lucky the man who endures hardship with a well-founded hope for the sake of paganism!  Who was it that settled the inhabited world and propagated cities, if not the outstanding men and kings of paganism?  Who applied engineering to the harbors and the rivers?  Who revealed the arcane sciences?  Who was vouchsafed the epiphany of that godhead who gives oracles and makes known future events, if not the most famous of the pagans?  It is they who blazed all these trails.  The dawn of medical science was their achievement: they showed both how souls can be saved and how bodies can be healed.  They filled the world with upright conduct and with wisdom, which is the chief part of virtue.  Without the gifts of paganism, the earth would have been empty and impoverished, enveloped in a great cloud of destitution (Fowden 1993: 64-65).

Note: The word translated as “pagan” is the Syriac word hanputho.  Tamara M. Green, Professor of Classical and Oriental Studies at Hunter College (City University of New York) and one of the world’s leading authorities on Harranian religion, also reproduces this passage, but she leaves hanputho untranslated.  After the quoted passage, Green notes…

‘We are the heirs and transmitters of hanputho,’ Thabit declared, and although this Syriac word, like its Arabic cognate, hanif, is often translated as ‘pagan’ when applied to preislamic religions, it may also have here the same meaning as hanif seems to be given in the Qu’ran: ‘a possessor of the pure religion.’ … it is not improbable that Thabit, familiar with Muslim doctrine, could have used this word purposefully because of its Qu’ranic associations with Abraham, in order to provide the link between the first hanif and Sabian ‘heirs and transmitters’ at Harran (Green 1992: 114).

Green continues with a lengthy discussion of the Arabic word hanif and the cognate Syriac word hanputho, noting that al-Biruni (d. 1050 CE) reports in his Chronology of Nations that before the Harranians were known as Sabians “they were called hanifs, idolators and Harranians” (Green 1992: 116).  While hanputho and hanif had somewhat different meanings, the words were indeed related, used interchangeably with “Sabian”, and applied to pagans.

In the 10th century, the amir ‘Adud al-Dawlah issued an “edict of toleration” specifically permitting the traditional rites of Harranian Pagans.

In the 11th century, after the Muslim conquest of North Africa and Spain, the Ghayat al-Hakim (“Aim of the Sage”), a book known in Latin as the Picatrix, was written in Spain by “al Majriti” (Pingree 1980; 1986).  Considered the basis of the grimoire tradition of Europe (including material that survives down into the Books of Shadows of certain modern Craft traditions), the Picatrix includes significant material about the religion and rites of the Harranians.  This same “al Majriti” is also our source for the Rasa’il Ikhwan al-Safa (“Epistles of the Brethren of Purity”), a mystical Muslim order incorporating teachings from Neoplatonic, Hermetic, and even Buddhist sources (Netton 1991).  Both books contain material from each other and have a Harranian source (Nasr 1993: 25-104).  Whether “al Majriti” was himself a Harranian Sabian is unknown.

David Pingree has pointed out that many of the Greco-Roman magical texts evident in the Picatrix passed into Arabic by way of Sanskrit, picking up Indian magical terms and Sanskrit names for the Gods along the way (Pingree 1980).  Truly, Harran deserved the name “crossroad”.

The Last Days of Harran and the Return of Paganism to Europe

Later in the 11th century, 1081 CE, the Temple of the Moon God was finally destroyed by al-Shattir, an ally of the Seljuk Turks, contemporaneous with the rise of Ash’arism (Green 1992: 98-100).  At this point, the “con-job” story became the “official” Muslim view.  Also late in the 11th century, c. 1050 CE, the Christian writer Michael Psellus, studying in Constantinople, received an annotated copy of the Hermetica from a scholar from Harran.  It is quite possible that these were sacred texts that had escaped the decline and ultimate destruction of the temples (Scott 1982: 25-27, 108-109; Copenhaver 1992: xl; Faivre 1995: 182).  Copies of the Hermetica eventually made their way to Western Europe, igniting the interest of Cosimo de’Medici who, in 1462, set a young Marsilio Ficino to the task of their translation.  Thus began Europe’s fascination with the Hermetica (Copenhaver 1992: xlvii-l; Faivre 1995: 30, 38-40, 98), a fascination that would help fuel the Renaissance.

During the First Crusade, Harran was often contrasted with its neighbour to the north, Edessa (known today as Urfa).  Edessa was the birthplace of the prophet Abraham and the first city to convert to Christianity (Segal 1970: 60-81).  Edessa converted after its king, Abgar, wrote to Jesus requesting healing.  The apostle Thaddeus came with a cloth bearing the image of Jesus’ face.  Abgar was healed and his kingdom converted.  The cloth, known as the Mandylion, was an important relic during the Crusades (Segal 1970: 215; Wilson 1998: 161-175).  (Recently discovered documents have led some to believe that it is the same cloth that later came to be called the Shroud of Turin.)

In the 12th century, Edessa was the capital of the short-lived Crusader County of Edessa.  The Crusaders occupying the city were described as “roaming about the countryside at will”.  Their presence might explain an unusual architectural feature that survives at Harran.

In Harran’s Citadel , there is a Christian chapel of Crusader architecture (Lloyd & Brice 1951: 102-103).  There is no record of any Crusaders ever conquering the city (Segal 1970: 230-251; Green 1992: 98; Gunduz 1994: 133).  The presence of the chapel would appear to indicate a peaceful Crusader presence.  The fact that the chapel is side-by-side with the Citadel’s mosque, even sharing an entry hall, is even more striking.  It was far more common for chapels and mosques of that time to be built on top of each other or to be co-opted one from the other.  Is this another example of the city’s remarkable religious tolerance?

This chapel contains another interesting feature: a floor of black basalt brought from hundreds of miles to the East, which is found in only one other place at Harran.  The floor of the temple of the Moon God (currently under the remains of the Grand Mosque) is of the same black basalt construction.  Muslim accounts have always referred both to a temple of the Moon God under the Grand Mosque and to one in the Citadel (Lloyd & Brice 1951: 96; Gunduz 1994: 204; Kurkcuoglu 1996: 17).  The black basalt floor under the Crusader chapel suggests these Crusaders, whoever they were, built their chapel on top of the Citadel’s Moon God temple.

Christian writers at Edessa delighted in contrasting itself, the first Christian city, known as “the Blessed City”, with Harran, the last Pagan holdout, called “Hellenopolis”.  Unfortunately, Edessa is higher up the water table from Harran.  As Christian Edessa grew and prospered it sank more and more wells, gradually drying up the wells of Harran, inlcuding the Well of Abraham.

Finally, in 1271 CE, the Mongols conquered the area around Harran.  They decided that Harran was too much trouble to control (they would probably open their gates to the next army to come along), too remote to garrison, but too valuable to destroy.  They arrived at an unusual and dramatic solution.

They deported the populace of the city, walled up the city gates, and left it.

There is no record of the city being destroyed, sacked, burned, or in any other way damaged.  The space enclosed by the city walls gradually filled up with wind-blown dirt.

Since that time, only three parts of Harran have been kept relatively clear of covering soil.  The Citadel at the south end of the city and the central tumulus in the center are on hills and so remained above the accumulated debris.  The area of the first Islamic university (and its Grand Mosque) have been kept clear by human effort because of its historical and religious significance to Muslims.

It is widely believed that the university area also contains the site and remains of the Temple of the Moon God.  The discovery at this place about 10 years ago by Dr. Nurettin Yardimci of three stela erected by Nabonidus in the 5th century BCE and dedicated to Sin seem to confirm this.

Everything else is about thirty feet below the current ground level.  It is difficult to over-estimate the treasure-trove of artefacts and knowledge waiting to be uncovered.

A Treasure Waiting to be Uncovered … or Destroyed

The most recent archaeological information on Harran can be found in three articles published in issues of Anatolian Studies by Seton Lloyd and William Brice in 1951 and by D.S. Rice in 1952.  These expeditions confined themselves to surveying the site and clearing the rubble from in front of one of the city gates.

H.J.W. Drijvers, author of Cults and Beliefs at Edessa, visited Harran sometime in the 1970s, and Tamara Green, author of The City of the Moon God, visited Harran in 1977, but both confined themselves to observing the discoveries previously reported and did not uncover any new material.

Nurettin Yardimci has headed a small but meaningful effort at Harran, doing restoration work on buildings that were falling down and working with a Belgian team to excavate the Roman-period dwellings on the central tumulus, but this effort had to be suspended in the mid-90’s after only a couple of seasons due to Kurdish violence (Bucak 1998: pers. comm.).  The results of the tumulus dig have not yet been published.

It is surprising that Harran remains virtually untouched.

When Anna and I met with Eyyup Bucak, the Director of the Museum in Urfa in 1998, he was clearly greatly concerned over the amount work to be done in his area and the little time remaining in which to do it.  He explained that the Turkish government was engaged in what was (and is) called the GAP project, a dam across the Euphrates that would provide water for irrigating the Harran Plain.  The rising waters behind the dam would eventually cover six important Neolithic sites.  Accordingly, rescue archaeology was underway at a furious pace.  This was taking all available funding and energies.  While Dir. Bucak said that he would welcome foreign interest in Harran, the Turkish government’s regulations make it very difficult for foreign archaeologists to work in Turkey.  Turkey has a long history of their archaeological treasures being plundered by foreigners and is understandably wary.

The primary purpose of the GAP project is bringing irrigation to the Harran Plain.  Irrigation means crops; crops means farmers; farmers mean settlement.  When Lloyd, Brice, and Rice visited Harran in the 50’s, only a few of the “distinctive beehive huts” of the local nomads could be found in the filled-in area inside the old city walls.  Now, permanent houses are being built there.  Turkey does not exercise “eminent domain” over archaeological sites.  Whatever is under a house is lost forever.

(You can see the rapid growth in irrigation and farming online at  http://www.fas.usda.gov/pecad/highlights/2002/10/turkey/images/Landsat_Harran.htm)

In 1998, Anna and I also met with two professors of Islamic theology from the local University of Harran at Urfa, Dr. Mustafa Ekinci and Prof. Kamil Harman.  Dr. Ekinci is a specialist in esoteric movements in Islam.  When I explained my interest in early Muslim and pre-Muslim esoteric movements at Harran, they not only professed ignorance of the subject, but actively disapproved of my studying it.  The Ash’arite view of the Harranians prevails and contributes to a lack of interest in excavating Harran.  (And when the topic drifted into them inquiring about our own religious beliefs … the evening got interesting and we sorely taxed the abilities of our able translator.)

Harran was a thriving Mesopotamian and later Hellenistic city of some 10 to 20,000 people for nearly 3000 years.  Towards the end, for about 500 years, Harran would appear to have been a kind of intellectual refugee camp for educated members of the mystery cults of late antiquity, eventually becoming the font from which Hermetic and Neoplatonic learning returned to Europe.

Many of the Pagans of Harran had fled the triumph of Christianity in the West.  All of them, including the practitioners of the indigenous Moon cult, were surrounded by an ever-expanding Islam.  The Pagan community of Harran must have lived with a constant awareness of being the last refuge of the old Pagan religions.  These “Pagan refugees” would have had every reason to preserve their traditions for future generations.  Some were Mithraists, well aware of the concept of turning cycles of ages.  Others would have known that their own sacred texts, the Hermetica, predicted the fall of Paganism, and its eventual return.

Ibn Shaddad, who wrote a financial inspection report on Harran in 1242 CE, only twenty-nine years before its demise, described cisterns feeding public fountains, four madrasas (theological colleges), two hospices, a hospital, two mosques (in addition to the Grand Mosque), and seven public baths.  In addition to these, Ibn Jubair, who visited the city in 1184 CE described “the city’s flourishing bazaars, roofed with wood so that the people there are constantly in the shade. You cross these suqs as if you were walking through a huge house. The roads are wide and at every cross-road there is a dome of gypsum” (Rice 1952: 36-39).

Harran was the last haven of Mediterranean Paganism up until the 11th century… only 800 years ago.  It was never destroyed, it was never sacked, and it was never dug up by treasure hunters.  It was just abandoned and allowed to fill in with dirt.  And it has never been excavated.  It is not difficult to imagine that under some 30 feet of wind-blown sand and dirt, the heritage of Mediterranean and Middle Eastern Paganism is just waiting, intact, for someone to dig it up.

But they’ll have to hurry …

Another effect of the GAP project, and its attendant increased irrigation, is that the water table of the Harran Plain is once again rising.  Whatever treasures are waiting underground, whatever documents survive (and the Museum at Urfa believes there are likely to be many), will soon be below the water table.  The city walls will act as a coffer-dam for a while, but in about 15 years whatever documents from antiquity lie untouched a few yards down at Harran will be lost forever.

I hope that an increased awareness of Harran’s history as a crossroads of cultures and religions, its significance for the transmission of the knowledge of antiquity into Islam and the West, its example for our times of peaceful relations between Pagans and Muslims, and the tremendous potential for the recovery of lost knowledge in the form of surviving texts will lead to the necessary excavation and preservation and study of this site.

I fully expect the final unveiling of Harran to rival Pompeii in the splendor and value of its contents.


Recommended Books & Articles on Harran & Harranian Religion:
(Note: I am indebted to Brandy Williams for first making many of these texts available to me and for sharing the fruits of her own extensive research on the subject.)

al-Biruni, The Chronology of Ancient Nations, trans. & ed. by C. Edward Sachau, Hijra International Publishers, Lahore, Pakistan, 1983

Ali, Abdullah Yusuf, trans., The Holy Qur-an: English translation of the meanings and Commentary, The Custodian of The Two Holy Mosques King Fahd Complex For The Printing of The Holy Qur-an, al-Madinah, 1405 AH

Athanassiadi, Polymnia, “Persecution and Response in Late Paganism: The Evidence of Damascius”, in The Journal of Hellenic Studies, Volume CXIII, The Council of the Society for the Promotion of Hellenic Studies, 1993

—————————-, and Michael Frede, eds., Pagan Monotheism in Late Antiquity, Clarendon Press, Oxford, 1999

Betz, Hans Dieter, ed., The Greek Magical Papyri in Translation (including the Demotic Spells), 2nd (revised) edition, The University of Chicago Press, Chicago, 1992

Bucak, Eyyup, personal communication, January 7, 1998

Chuvin, Pierre, A Chronicle of the Last Pagans, HarvardUniversity Press, CambridgeMA, 1990

Chwolson, D., Die Ssabier und der Ssabismus (2 vols.), Oriental Press, Amsterdam, 1965

Copenhaver, Brian P., trans. and ed., Hermetica, CambridgeUniversity Press, 1992

Crowther, Patricia, Witch Blood!, House of Collectibles, Inc., New York, 1974

Drijvers, H.J.W., “Bardaisan of Edessa and the Hermetica: The Aramaic Philosopher and the Philosophy of His Time”, in Jaarbericht van het Vooraziatisch-Egyptisch, Genootschap Ex Oriente Lux 21, Leiden, 1970  (Bardaisan was a Hermeticist at nearby Edessa)

——————-, Cults and Beliefs at Edessa, E.J. Brill, Leiden, 1980

——————-, “The Persistence of Pagan Cults and Practices in Christian Syria”, in Garsoïan, Nina, et al., ed., East of Byzantium: Syria and Armenia in the Formative Period (Dumbarton Oaks Symposium, 1980), Dumbarton Oaks, WashingtonD.C., 1982

Faivre, Antoine, The Eternal Hermes: From Greek God to Alchemical Magus, Phanes Press, Grand Rapids, 1995

Fowden, Garth, Empire to Commonwealth: Consequences of Monotheism in Late Antiquity, PrincetonUniversity Press, PrincetonNJ, 1993

Gardner, Gerald B., Witchcraft Today, Rider & Company, London, 1954

———————–, The Meaning of Witchcraft, The Aquarian Press, London, 1959

Gimaret, D., “Shirk”, in Encyclopaedia of Islam CD-ROM Edition v. 1.0, Koninklijke Brill NV, Leiden, The Netherlands, 1999, vol. IX, p. 484b-485b

Godwin, Joscelyn, Arktos: The Polar Myth in Science, Symbolism, and Nazi Survival, Phanes Press, Grand Rapids, 1993

Green, Tamara, The City of the Moon God: The Religious Traditions of Harran (Religions in the Graeco-Roman World, Volume 114), E.J. Brill, Leiden, The Netherlands, 1992

Gündüz, Şinasi, The Knowledge of Life: The Origins and Early History of the Mandaeans and Their Relation to the Sabians of the Qur’an and to the Harranians, (Journal of Semitic Studies Supplement 3), OxfordUniversity Press, Oxford, 1994

Hammer-Purgstall, Joseph, tr., Ancient Alphabets and Hieroglyphic Characters Explained (translation of Ibn Wahshiya’s “The long desired Knowledge of occult Alphabets attained.”), W. Bulmer, London, 1806

Hassan, Selim, Excavations at Giza, Goverment Press, Cairo, 1946

Ilsetraut Hadot, “The Life and Work of Simplicius in Greek and Arabic sources”, in Sorabji, Richard, ed., Aristotle Transformed: The Ancient Commentators and Their Influence, Gerald Duckwoth & Co., London, 1990

Islam, Khawaja Muhammad, Narratives of the Prophets, Farid Book Depot (Pvt.) Ltd., Delhi, 1999

Kurkcuoglu, A. Cihat, Harran: The Mysterious City of History, Harran Koylere Hizmet Goturme Birligi, Anakara, 1996

Lewy, Hans, Chaldaean Oracles and Theurgy: Mysticism, Magic, and Platonism in the later Roman Empire, Etudes Augustiniennes, Paris, 1978

Lloyd, Seton, and William Brice, “Harran”, in Anatolian Studies, Vol. I, pp. 77-111, British Institute of Archaeology at Ankara, Ankara, 1951

Majercik, R.T., The Chaldean Oracles (Religions in the Graeco-Roman World, Volume 5), E.J.Brill, Leiden, The Netherlands, 1989

Nasr, Seyyed Hossein, “A Panorama of Classical Islamic Intellectual Life” and “Hermes and Hermetic Writings in the Islamic World”, in Nasr, Seyyed Hossein, Islamic Life and Thought, State University of New York Press, Albany NY, 1981

—————————, An Introduction to Islamic Cosmological Doctrines, State University of New York Press, Albany, 1993

Netton, I.R., Muslim Neoplatonists: An Introduction to the Thought of the Brethren of Purity, EdinburghUniversity Press, Edinburgh, 1991

Nock, Arthur Darby, ed. & trans., Sallustius: Concerning the Gods and the Universe, CambridgeUniversity Press, Cambridge, 1926

Pingree, David, “Some of the Sources of the Ghayat al-Hakim”, in Journal of the Warburg and Courtauld Institutes, Volume 43, pp. 1-15, The Warburg Institute, London, 1980

——————, ed., Picatrix: The Latin version of the Ghayat Al-Hakim, The Warburg Institute, London, 1986

——————, “The Sabians of Harran and the Classical Tradition”, in International Journal of the Classical Tradition, Vol. 9 No. 1, 2002

Prag, Kay, “The 1959 Deep Sounding at Harran in Turkey”, in Levant: Journal of the British School of Archaeology in Jerusalem, Vol. II, pp. 63 – 94, The British School of Archaeology in Jerusalem, London, 1970

Remes, Pauliina, Neoplatonism, Ancient Philosophies #4, University of California Press, BerkeleyCA, 2008

Rice, D.S., “Medieval Harran: Studies on its Topography and Monuments”, in Anatolian Studies, Vol. II, pp. 36-84, British Institute of Archaeology at Ankara, Ankara, 1952

Ross, Steven, K., Roman Edessa: Politics and Culture on the Eastern Fringes of the Roman Empire, 114 – 242 CE, Routledge, London and New York, 2001

Scott, Walter, ed. & trans., Hermetica: Introduction, Texts and Translation, Hermes House, Boulder CO, 1982

Segal, Judah Benzion, “Pagan Syriac Monuments in the Vilayet of Urfa”, in Anatolian Studies, Vol. III, pp. 97 – 119, British Institute of Archaeology at Ankara, Ankara, 1952

————————–, “The Sabian Mysteries: The Planet Cult of Ancient Harran”, in Vanished Civilizations of the Ancient World (Edward Bacon, ed.), Thames and Hudson, London, 1963

————————–, Edessa: “The Blessed City”, OxfordUniversity Press, Oxford, 1970

Shaw, Gregory, Theurgy and the Soul: The Neoplatonism of Iamblichus, PennsylvaniaStateUniversity Press, University ParkPA, 1995

Smith, John Holland, The Death of Classical Paganism, Charles Scribner’s Sons, New York, 1976

van der Meer, Annine, “The Harran of the Sabians in the First Millennium A.D.: Cradle of a Hermetic Tradition?”, presented at the session on Western Esotericism and Jewish Mysticism at the IAHR congress in DurbanS.A., 2000

Wallis, R.T., Neoplatonism, Charles Scribner’s Sons, New York, 1972

Walbridge, John, “Explaining Away the Greek Gods in Islam”, in Journal of the History of Ideas 59.3, 1998

——————–, The Wisdom of the Mystic East: Suhrawardi and Platonic Orientalism, SUNY Press, AlbanyNY, 2001

Wilson, Ian, The Blood and the Shroud, The Free Press, New York, 1998

Yardimci, Nurettin, “Excavations, Surveys and Restoration Works at Harran”, in Frangipane, M. et al, eds., Between the Rivers and Over the Mountains: Archaeologica Anatolica et Mesopotamica Alba Palmieri Dedicata, Universita di Roma, Rome, 1993

Zimmern, Alice, Porphyry’s Letter to His Wife Marcella: Concerning the Life of Philosophy and the Ascent to the Gods, Phanes Press, Grand Rapids, 1986

See the Photo Gallery.

Geplaatst in English articles | Getagged , , | Reacties uitgeschakeld voor Harran: Last Refuge of Classical Paganism – part II

The ‘Obby ‘Oss… Padstow, Cornwall, UK … and Berkley, California, USA Part 2

FOLK TRADITIONS & CUSTOMS: The ‘Obby ‘ Oss.. Padstow, Cornwall, UK … and Berkley, California, USA – Part 2. (Have you read Part I?)

In 2007 John Bishop & Sabina Magliocco compiled a DVD including the 1951 film Oss Oss Wee Oss.

Here is a review of the DVD by Chas S Clifton: (reprinted with permission, originally appeared in “The Pomegranate” 9.2  2007)

OSS DvD

Oss Tales, DVD, directed by John Bishop and Sabina Magliocco (Portland, OR: Media-Generation, 2007). US $24.95. 

Describing the development of his views on the evolution of contemporary Paganism, Ronald Hutton writes in the “Living with Witchcraft” chapter of Witches, Druids and King Arthur how he came to realize that “[M]odern Pagan witchcraft represented not a marginal, isolated and thoroughly eccentric creed, arguably produced by one rather odd ex-colonial [Gerald Gardner], but an extreme distillation and combination of important cultural currents within mainstream British society which had been developed or been imported during the previous two hundred years.” Likewise the hobby horse (“Oss”) procession in Padstow, Cornwall. For when you watch the oldest of the four short films in this collection, Oss Oss Wee Oss, it is hard to miss the fact that it was filmed in 1951—about the same year that Gardner and his associates were creating Wicca—and that this short documentary displays much the same unquestioning belief in survivals of ancient Paganism in rural Britain as did Gardner and his intellectual mentors.

Completed in 1953, Oss Oss Wee Oss is a masterwork of faux naïveté, beginning when the narrator just happens upon a Padstow fisherman playing his accordion on the quay—a fisherman who is primed to deliver a Frazerian narrative of ancient Pagan survivals. Filmmakers John Bishop and Sabina Magliocco do not stop there, however, and that is what makes Oss Tales—four short films and a study guide—useful to anyone studying either the relationship between folkloric performers and folklore scholars or the growth of contemporary Paganism. Their own documentary, also titled Oss Tales, revisits Padstow in 2004, when what had been a moribund local custom (first documented in 1803, according to Hutton) has mushroomed into a heritage-tourism event that temporarily raises Padstow’s population by a factor of ten. The undoubted economic boost that these visitors provide is due to the earlier interest that serious folklorists took in the event. The 1951 filming inspired the local men who danced the horse and provided its music to create new costumes: white shirts and trousers with piratical red scarves on their heads, red sashes, and drawn-on moustaches and sideburns, possibly inspired by the usual costuming for another Cornish classic, the Gilbert and Sullivan musical The Pirates of Penzance.

Two obvious themes emerge from this collection, therefore. First is the interplay between “tradition” and scholarship, while the second is the persistence of the old narrative of rural England preserving a Pagan past. “This strange dance is a modern remnant of an ancient Springtime Rite in which primitive man rejoiced in the renewed fertility of the land,” proclaim the opening titles of the 1953 documentary. And Padstow musician Charlie Bate—the fisherman on the quay—whose family has long “brought out the Oss” and who himself belonged to the English Folk Song and Dance Society,” says to the camera, “Nobody don’t seem to know the origin of it… Some people say it’s two thousand, three thousand, maybe four thousand year old.” That promise of ancestral Pagan connections in turn informed the California Witches of the New Reformed Orthodox Order of the Golden Dawn (NROOGD). On the basis of the original film plus other accounts, members of NROOGD, which coalesced in the mid-1960s as a self-created Pagan tradition, began bringing out their own May Day Oss at their public ritual in a Berkeley park about fifteen years ago.

So interested were Alan Lomax, George Pickow, and Peter Kennedy in presenting the Frazerian narrative (“Now this ’ere horse cult, so the scholars say, was one of our religions when we lived in caves.”) that they deliberately omitted a great deal of the contemporary social setting. For one thing, there was not one horse, but two: the so-called Temperance Oss procession—now called the Blue Oss—had begun in 1918 with a goal of raising money for charity as opposed to raising money for drinks for the participants.

Its followers now dress in white with blue scarves and sashes. In fact, the 1951 filmmakers not only ignored the second Oss, but they also omitted any pecuniary aspects of the Old Oss event. Likewise omitted were the issues of social class (“You’re born into your colour,” says one Padstow woman in the 2004 film) and politics associated with the two Osses, not to mention the fact the two processions often ended in a boozy brawl, something downplayed today so as not to frighten away the tourists.

Meanwhile, the American Pagans were frustrated because they wanted even more ancient Paganism. “The [1951] video didn’t give us any clues about ritual,” complains Don Frew, one of the NROOGD horse dancers. One might well say that there was indeed ritual in Padstow, but it was more communal than self-consciously religious, and it took place in the pubs and streets rather than in a sacred circle. NROOGD, therefore, inserted the Oss into a typical Wiccan Beltane celebration. In its Berkeley incarnation, the Oss is still paired with a maypole, but gone are the stage-piratical sailor’s whites and gone is the procession through the streets. The Oss stays within a ritual circle in the grassy public park, while participants turn their backs on the surrounding city. The Berkeley Oss is even more of a performer with an audience than are the Padstow Osses.

In the final film, Bishop and Magliocco discuss their debt to the original filmmakers and, together with some of the NROOGD participants, discuss the interplay between participant and observer, in which, as Frew observes, both the Pagans and the academics each get something that they want. Given the individual films’ short length and the inclusion of a study guide on the disk, Oss Tales is ideally suited for classes in religious studies, anthropology, and folklore, not to mention on the tourism industry. Viewers can see and discuss how filmmakers’ and scholars’ perspectives influence how data is selected and presented, as well as noting how the people of Padstow use the Osses in creating and marketing their own civic identity. The NROOGD Pagans, meanwhile, create their own narrative of roots and relationship to the land of California, which has through their rituals— they hope—gained a protector and a tradition. As Magliocco aptly remarks of both Berkeley and Padstow, it is traditional to change and update a tradition.

Chas S. Clifton, Colorado State University-Pueblo

Product Details

Editorial Reviews

Padstow, a town on the north coast of Cornwall, celebrates May Day with a unique custom: two hobby horses, or osses dance through the town streets, accompanied by drums and accordions. All Padstownians participate in this exciting event, which has now become a tourist attraction, drawing over 30,000 visitors the first of May to this fishing town of 3000. Folklorists Alan Lomax and Peter Kennedy visited Padstow in 1951, producing a film called Oss Oss Wee Oss (1953). In 2004, filmmaker John Bishop and folklorist Sabina Magliocco returned to Padstow to see how the custom was faring fifty years later.

This DVD has four films–

Oss Tales (2007) 25 min– Re-engages the Padstow May Day in 2004. The film includes footage from Oss Oss Wee Oss and commentary by Peter Kennedy and Ronald Hutton, and people of Padstow.

Oss Oss Wee Oss (1953) 18 min– The complete film by George Pickow, Peter Kennedy and Alan Lomax in a new digital transfer.

Oss Oss Wee Oss Redux: Beltane in Berkeley (2004) 14 min– a portrait of a contemporary pagan group in Berkeley, California that yearly re-enacts the custom of the hobby horse as part of its May Day revelries.

About the Oss Films (2007) 11 min– George Pickow and Peter Kennedy talk about making the1953 film and John Bishop and Sabina Magliocco speak about making this DVD.A study guide is included on the DVD in PDF format.

References:

Chas Clifton, The Pomegranate 9.2 (2007): Article.

An excerpt from Oss Oss Wee Oss! (1953) (YouTube)

And from 2010: http://wn.com/’obby_’oss_festival.

 

Geplaatst in English articles, Recensies | Getagged , | 1 reactie

Cord Magick

Cords

On whatever day humans learned to weave fibers into cords, they probably started tying them into knots that very same day. (And probably started using those knots for magick that very same night!) The simpler the tool, the older it probably is…

Perhaps the cord mimics one of the fundamental principles in nature, that all things are tied together in some way, woven into the vast fabric of all things. Being so basic, cord magick has many forms used in mundane life, whether or not people know they are doing it. Ever tie a ribbon around your suitcase before boarding a plane? What mother does not subconsciously add a spell of protection when tying her child’s shoes? A simple neck tie is a perfect example. A man (or woman) dresses for work (or any event special enough that it warrants classy attire). He selects the right color for the event, and ties a knot around his own throat! Depending on his profession, this ritual might be repeated day after day, decade after decade, thus gaining the power of repetition.

Notice how the word ’tide’ sounds a lot like the word ’tied’. The most popular use of fancy knots occurred with sailors, who not only wished to secure their boats, but also heavily employed magick as a form of protection, or to stimulate the winds. Remember that navigating the high seas centuries ago was not a casual act like we have today. The vast oceans, currents and winds were all viewed as mystical things, full of fable and folklore – so, magick and superstition were an everyday part of the sea journey!

Similar to how we charge any other object, knots are a basic device that stores energy, like little Eveready Batteries that contains your intent. Sailors would tie knots in cords to summon winds, untying them when winds were needed. While distance is measured in miles, and liquid is measured in gallons – the speed of wind is measured in ‘knots’. (So, to summon a 10-knot wind, how much magick would you need to do?) During rough seas sailors created ’the human chain’ where they interlocked arms so that no one gets tossed overboard as the boat rocked and waves rushed over the bow. What better cord than your own arms? Perhaps we emulate cord magick every time we cross our fingers with magickal intent, or intertwine our fingers to gently hold someone’s hand, or wrap together tightly in a Lovers Embrace.

Even today, the act of gathering and storing information – called reCORDing – is done so that which is stored can be accessed when needed later. Not that far off from how sailors used knots…

But not all cords are knotted. Cords also vibrate. The music of a guitar, piano or any stringed instrument is a form of cord magick, including the most powerful of all stringed instruments – the human vocal cords! Our own voice – and all the words we whisper or shout, sing, chant or pray are all cord magick!

As a magickal tool, we can carve a candle or etch an amulet, but those are single-use items.  (Unless you can re-forge metal, once you engrave something, it stays engraved.)  But the cord is flexible!  It can be bent, tangled or twisted anyway we desire – and then revert back to its previous shape, to be twisted differently the next time, again and again.  Cords are almost liquid!

An early form, if not the very first form, of cord magick was the three-way braiding of hair, called Tresses. Imagine the power within a magickal tool that grows from your own body? Today, we use the word ‘lock’ to mean a device used to protect something or to securely bind it – but the word also refers to a lock of hair. An interesting coincidence!

The word ’tress’ shows holds a subtle lesson that cord magick is connected with the number three. In music, three or more simultaneous notes played together is called a ‘chord’. Even the word ’thread’ is also reminiscent of the number three, a magickal number indeed!

Another word for cord is ‘line’ (not far from linen). Latin words for Line, Son and Daughter are all related, recognizing the linear nature of family and the connections between generations. The word religion means ’to reconnect’ where ‘lig’ means connection – as in ligament (and also the same root of the word ‘Link’).

Knots are multicultural. Mohamed was cursed by a knot; Arabs have no knots in their clothes as they enter Mecca. Celtic knots with no beginning or end were considered symbols of eternity. Romans took solemn oaths by tying knots, which is likely the root of handfastings done with a wedding vow. Even today the act of ‘giving your hand’ in marriage is nicknamed as ’tying the knot’. Knots were untied at home to induce a woman’s labor. Even Mother Nature uses cord magick, via the umbilical cord (which the doctor or midwife knots at birth) and which connects to our navel – bringing us right back to Navy sailors on naval ships! Not a coincidence (or should I say ‘knot’ a coincidence?)

The magician can choose cord colors to match the spell’s intent, similar to the way we chose colored candles or stones. Like different types of wands might employ different woods to match its intent, cords can be made of specific types of material too. Like dressing a candle, why not prepare your cord with oils, incense and salted water. Note that while the water evaporates, the salt will remain within the fiber of your cords. You can also insert twigs of certain woods or plants, slips of paper with words, or just about anything into the middle of your knots to symbolize your intent, or to add to the mix of energies you employ.

Knot Humor:

cord magick 1

cord magick 3

 

cord magick 2

America’s Appalachia is also full of magick – I can neither confirm or deny, but in the famous Mayberry Coven, Aunt Bea was clearly HPS, Andy was the HP – but the Deputy was played by Don Knots!

Food for Thought…

Much of the Craft mimics Nature through magickal analogy: Perhaps cords are an analogy to the interwoven fabric that connects all things in the universe – past, present and future.  So if a simple piece of twine can teach us about all that, what other magickal analogies are just waiting to be discovered in the simplest everyday objects?

Images: http://www.inspirationrealisation.com/2011/04/sailors-belt-leftover-story.html.

 

Geplaatst in English articles | Getagged , | Reacties uitgeschakeld voor Cord Magick

The ‘Obby ‘Oss… Padstow, Cornwall, UK … and Berkeley, California, USA – part 1

FOLK TRADITIONS & CUSTOMS
The ‘Obby ‘Oss… Padstow, Cornwall, UK … and Berkeley, California, USA – part 1

There is quite a lot known of the May 1st celebrations  in Europe with the traditional maypole etc. Somewhat lesser known is the ‘The ‘Obby ‘ Oss’ a Mayday celebration from Padstow in Cornwall, England.

From the Padstow Obby Oss:

“Padstow celebrates Mayday in a unique way, and the custom that has been carried out by Padstonians over centuries has not been allowed to die out. The exact origins of the tradition is unknown, but like other festivals during spring it is thought to be connected with the ancient Celtic festival of Beltane.

C.S. Gilbert wrote about what he saw there almost 200 years ago:

‘There is an annual jubilee kept up at Padstow, on May 1st, known by the name of the Hobby Horse, in illusion to which, the inhabitants dress up a man in a horses skin, and lead him through the different streets. This odd looking animal amuses, by many whimsical exploits, the crowd which follows at his heels, particularly by taking up water dirty water, wherever it is found, and throwing it into the mouths of his gaping companions. These tricks naturally produce shouts of laughter, and the merriments are accompanied by songs made for the occasion. The origin of the festival appears to be unknown.’

Taken from Historical Survey of the County of Cornwall, published in 1820.

Before the First world war there was only one hobby horse in Padstow, the old oss, but in 1919 the blue ribbon obby oss the was introduced. Also known as the temperance oss, its supporters tried to discourage the drunkenness associated with the custom. There are records of a few attempts to tackle the sometimes raucous behaviour associated with the festival, but none have ever worked. During 1837 some residents did not approve of people firing pistols in the air during the celebrations, and so rallied together to try and stop it by putting up posters which threatened people who did fire guns with a fine.

Obby Oss notice

-What Happens on the Day

Mayday in Padstow starts at midnight on April 30th, when its inhabitants sing to the landlord of the Golden Lion Inn. They then carry on singing as they move around the town until the early hours of the morning.

The next day some people are up early collecting flowers to display around the town. Tree branches are tied to lampposts and drainpipes. By around 8am children start to parade their obby oss’s in preparation for the main event. The maysong is played by accordionists and drummers while the supporters sing along.

The Blue Ribbon obby oss leaves the Padstow Institute at 10am to begin its tour of Padstow. Next the Old obby oss appears outside the Golden Lion Inn at 11am. The two oss’s dance round the streets followed by their supporters and at 12pm the old oss has reached Prideaux Place, where it dances outside in front of a large crowd, before it heads back to the Golden Lion Inn. The Blue Ribbon oss visits Prideaux Place later on in the day.

The obby oss outfits are worn by various members of each group throughout the event, and they also take in turns teasing the oss. The teaser waves their teaser club in the air, and dances around the oss while leading it through the streets of the town. The two obby oss’s carry out similar parades at 2pm and 6pm, ending their day around the maypole on Broad Street. Just before it gets dark they are returned to their stables. All the supporters then meet up once again around the maypole at midnight to sing once again.”

Marian Green  writes of the festival in her book “A harvest of Festivals” (1980):

“Padstow is wild and blatant with its red and white dressed dancers led by its small, informal band and its weird , ancient ‘Obby ‘Oss with hisTeaser, an archaic, archetypal figure who might be Winter himself.”

Berkeley, California

Of all places.. the ‘Obby ‘Oss was introduced in 1989 to Berkeley, California as part of the NROOGD Beltane celebrations. In an article called “Hobby Horses and Associated Rites”  Russell Williams writes

“For the last several years, the Bay Area NROOGD has usually included an obby oss (as it is spelled and pronounced in Padstow) in our Beltane ritual. Some may have wondered at the appearance of this strange creature that is called an oss even though it looks nothing like a horse. And what of its antics, splashing the passersby with water and catching women under its skirt?”

and “With any supposedly ancient British Pagan folk custom, we should always consider the possibility that, like maypole dancing in most places, it is a romantic-era revival or creation. Most such celebrations were discontinued during Cromwell’s rule. Of those begun in the generations after the Restoration, it’s often difficult to tell whether they’re any closer to being a continuation of an ancient Pagan rite than is NROOGD’s Beltane obby oss ritual. I’ve been unable to uncover any evidence one way or the other about Padstow or Minehead Ñ they may be ancient, modern (less than 200 years old), or a modern revival of a more ancient and widespread custom.”

Berkeley obby oss 1996

‘Obby ‘Oss NROOGD Beltane, 1996 Berkeley..  patterned after the ‘Osses of Padstow, Kernow. (Photo Rowan Fairgrove)

Obby Oss May queen Rowan Fairgrove

The Queen of the May and Jack in the Green encourage the ‘Oss in his dance. (Photo Rowan Fairgrove) 

End of part 1. Continue at Part II.

**

References:

The Padstow Obby Oss

Russell Williams: http://www.conjure.com/TRINE/hobbyhrs.html Photos: Rowan Fairgrove

The NROOGD Beltane event 2014 (Facebook)

A Harvest of Festivals by Marian Green (Longman, ISBN 0-582-50284-5)

From BFI Trailers: This extract from Alan Lomax’s powerful actuality film Oss Oss Wee Oss (1953) captures Padstow, Cornwall’s ‘sexy, savage’ May Day rites of yore.

 

Geplaatst in English articles | Getagged , | Reacties uitgeschakeld voor The ‘Obby ‘Oss… Padstow, Cornwall, UK … and Berkeley, California, USA – part 1