Waarom?

Logo rubriek Wiccan Rede Online Magazine

Van brood op de plank naar wereldvrede

Door Yoeke Nagel

Yoeke Nagel is interheksueel georiënteerd met een wortelstelsel in de journalistiek en de Reclaimingtraditie. Ze ontwikkelde het Creatiepentagram als magisch gereedschap dat schrijfkunst en creatief vermogen met elkaar verbindt om de wereld er mooier mee te maken.

Dit is een verkeerde tijd en een foute plek van de wereld om Imbolc, het bestaan van de buik te vieren. We klagen massaal over onze buiken. Hij is natuurlijk te dik. Flubberig. Verkrampt en intolerant voor allerlei heerlijkheden. Rommelend. Lelijk. Maar dat is allemaal navelstaren. Het gaat immers niet om de buitenkant, het gaat om wat er in zit en wat er uitkomt. Zo’n buik, bijvoorbeeld. Hij kan er dan apart uitzien, maar dat ding houdt je wel in leven door alles wat er in gebeurt. Soms is het zelfs de start van nieuw leven! Je komt pas tot de essentie van dingen als je op zoek gaat naar het waarom. Kijkt naar wat er onder die eerste, zichtbare laag zit. Op zoek gaat, zogezegd, naar de levenskracht die achter de schermen de bron vormt van wat er straks zichtbaar wordt.

Afpellen als magisch werk

Waarom doe ik wat ik doe bijvoorbeeld. Het is een van de belangrijkste vragen die je jezelf kunt stellen. Zeker als je graag je kennis wilt delen met anderen. Via een website bijvoorbeeld. Of in een workshop of lezing. In de training ‘Schrijven met het creatiepentagram’ heb ik inmiddels de ‘waarom’-vraag tientallen keren gesteld. Aan mezelf, aan anderen. Dat helpt om je diepste inspiratie, je krachtbron te ontdekken. Laagje voor laagje pel je je motivatie af tot je echt weet waar je het ook al weer voor doet. Handig om even een blik op te werpen als je de moed dreigt te verliezen. Fijn ook om je eigen grenzen te bepalen: als een nieuwe activiteit zich aandient weet je meteen of die wel past bij je diepste motivatie.
Ik beschouw dit afpellen als magisch werk: steeds een stap dieper het donker in van je eigen ziel tot je de essentie bereikt hebt en weet wat jij ook alweer komt doen hier, op deze aarde. Weet wat jij toevoegt aan wat er al is.

De diepste motivatie van Filomena

Een voorbeeldje.
Filomena geeft een cursus astrologie. Waarom?

Om geld mee te verdienen. Waarom met astrologie?
Omdat ze astrologie leuk vindt. Waarom dat meer dan andere dingen?
Omdat ze veel van astrologie weet en die kennis graag wil doorgeven. Waarom?

Omdat ze het belangrijk vindt dat mensen weten dat gebeurtenissen niet zomaar uit de lucht komen vallen, maar dat er kracht en uitdaging zit in jouw geboortehoroscoop. Waarom is het belangrijk dat mensen dat weten?
Omdat ze dan hun eigen valkuilen, hun ongebruikte kwaliteiten en hun talenten kunnen inzetten om een beter leven te hebben. Waarom moeten mensen een beter leven hebben?
Omdat ze dan gelukkiger zijn. Waarom moeten ze gelukkiger zijn?
Omdat gelukkige mensen meer kunnen bijdragen aan de wereld waarin Filomena zelf ook leeft. Waarom moeten mensen meer bijdragen?
Omdat Filomena het dan niet allemaal zelf hoeft te doen, in haar eentje.
Waarom wil Filomena het niet allemaal zelf doen?
Omdat ze weet dat het leuker is als mensen samenwerken en omdat ze het toch niet in haar eentje kan.
Waarom kan Filomena het niet in haar eentje?
Omdat ze ook maar een mens is met haar eigen valkuilen, ongebruikte kwaliteiten en krachten.
(Heeeeee… er komt al herhaling in de antwoorden! Dat is een goed teken, we zijn nu iets op het spoor. Even een stapje terug om jezelf niet vast te lullen met je daaroms).
Waarom wil Filomena bijdragen aan de wereld?
Omdat het nu niet optimaal verdeeld is hier. Sommige mensen komen tekort, anderen hebben teveel, de zwakkeren worden vaak uitgesloten, de sterken kunnen hun kracht niet goed inzetten en mensen zijn soms zo enorm hard voor elkaar… Daar moet iets aan gebeuren. Waarom moet daar iets aan gebeuren?
Omdat dat de zin is van het leven: de wereld mooier achterlaten dan je haar vond.

Uitstekende vraag!

Oké. We zijn er. Terwijl Filomena begint bij de nuchtere constatering dat er nu eenmaal brood op de plank moet komen blijkt, als ze maar lang genoeg doorgraaft in de onderliggende motivatie, dat ze het uiteindelijk doet voor de wereldvrede.
Op het moment dat je daar uitkomt, bij wereldvrede of een vergelijkbaar hoogstaand motief, ben je vermoedelijk bij de bron van je energiehuishouding, de hoofdschakelaar van je stoppenkast.
Alle antwoorden op weg daarheen zijn natuurlijk net zo waar!
Waarom zou je dan zo diep graven?
Omdat je daarmee jezelf de ruimte geeft om je helemaal in te zetten voor wat je nu doet, of ervoor te kiezen om iets totaal anders te gaan doen. Als je weet wat de bron van je motivatie is kun je namelijk ook een andere afslag nemen, een andere keuze maken dan je tot nu toe hebt gedaan.
Fijn als je dat uit vrije wil kunt doen. Maar ook handig als je – niet ondenkbaar in deze tijd – zojuist je baan bent kwijtgeraakt en met de moed der wanhoop aan iets nieuws moet beginnen. Waarom zou je dat doen?
Hmmmm… wat een goede vraag! Stel ‘m jezelf eens een paar keer achter elkaar.

Meer over de zes vragen van het creatiepentagram vind je in het boek ‘Schrijven met het creatiepentagram’ – door Yoeke Nagel, uitgeverij A3boeken.

Geplaatst in Artikelen, Columns | Getagged , | Reacties uitgeschakeld voor Waarom?

Saint Agatha: A Feast of Lights in Basque Folklore

St. Brigid Doll (Photo by St. Balize)

St. Brigid Doll (Photo by St. Balize)

As we get closer to the high point of the winter, in the Craft we celebrate the return and rebirth of the Light and the first visible signs of Life with the festival of February Eve (a.k.a. Candlemass, Imbolg/c). In many countries of the European continent and Isles, this time of the year is much related with the Irish Goddess Brigid, even in its modern form of St. Brigid. However, in the Basque Country (and even though St. Brigid is present as well) the attention is focused on Saint Agathe, patroness of the Basque Country.

One of the most common mistakes of researchers and anthropologist when looking into the Basque folklore trying to find ‘ancient’ and ‘time old’ practices, is that they fail to understand the intrinsic integration of rural practices with modern Christian ones. Therefore, practices, celebrations or even people who were nominally Christian, had a much deeper background than it was apparent at first sight.

One example of this is to be found in the custom that a new born child who had not been baptised could only be brought out of the family household (‘baserri’[i]) with a tile of the roof on top of him. If the child died, he would be buried under the eaves of the roof. This shows a clear and smooth integration between the christening as a protection and the household as a safe place (I also talk about this in the last part of my previous article on the Basque Mythology).

At this point, it is interesting to note that the main researches and anthropologist, responsible for most of the information we have about Basque mythology and ethnography, were Catholic priests.

It is then necessary to look deeper into the (nominally Christian) main festivals and customs, if we want to understand the ancient beliefs of this culture.

As I mentioned before, even though St. Brigid and Candlemass are present in the Basque Country (the first as ‘Santa Brígida’ and the former as ‘Candelaria’, related to the ‘Virgen de la Candelaria’) due to the influence of the Spanish church, the most popular festival, honours St. Agatha.

Saint Agatha by Francisco de Zurbaran

Saint Agatha by Francisco de Zurbaran

Agatha of Sicily was born in Catania in 231 A.D., and she’s best known through the hagiographic literature which tell us about how she was tortured, the most atrocious one being the cutting off of her breasts.

The saint then became the patroness of women, ailments related to the breasts, matrons, and the like.

While there are several theories about how this celebration may have arrived to the north of the Iberian Peninsula (apart from an obvious Christian influence), the renowned Basque folklorist Julio Caro Baroja points out in his ‘El Carnaval’ that the most tangible records of such practices in the past are the Roman Matronalia, celebrated during the Kalendae of March. Researcher Jose Manuel Fraile Gil makes reference to Baroja’s theory:

‘It seems that the Matronalia were born as a commemoration of the Sabine Women’s intervention –after their rape- in the conflagration by Sabine and Roman men; it seems that the date of that intervention was, incidentally, the kalendae of March. Moreover, the kalendae were the days of the month dedicated to Juno, head of the female Roman pantheon.’

He also adds:

‘The Matronalia were festivities aimed towards women: married women were given special attention by their husbands, while slaves would find a little break in their daily errands.’

Amongst Saint Agatha’s attributes, we also find that she grants protection during birth and ensures a good flow of breast milk, she ‘protects against fires and volcanic eruptions’, as well as more general gifts like ‘protection against evil spirits, cattle sicknesses and the ability of strengthening the agricultural production.’

Professor José Ignacio Hombono, University of the Basque Country, mentions:

‘Those attributes were similar to the ones of the Bona Dea, Good Fortune or ‘Agathe Tyche’ of the classic era. In the Basque Country she also has a healing aspect: that of healing migraines and headaches; and the saint, accused of witchcraft during her process, acts as a sorgiña[ii] – with the form of a cat – in several Basque legends. This aspect also recalls the hypothesis of witchcraft as a cult to Diana, also a virgin, and protector of birth and fertility.’

Many of these attributes seem to also relate Saint Agatha with the Goddess Brigid. And, even though the celebrations of St. Brigid and Candlemass have not permeated as much as Saint Agatha’s in today’s practices, the three of them form a tandem around the symbolism of the light and fire purification.

Songs and sticks

One of the most remarkable customs of this festival is the singing performed during St. Agatha’s Eve. Groups of men dressed in traditional clothes would go around the ‘baserris’ singing at the rhythm of their wooden sticks, asking for a donation. In some areas it would be composed of a dozen eggs, chorizo and a four-pound loaf of bread for each ‘baserri’.

At the rhythm of their stick, they would start singing with the following verse:

Zorion etxe hontako denoi,
oles egitera gatoz
aterik ate ohitura zaharra aurten barritzeko asmoz.
Ez gagoz sano aberats diruz, ez eta oinetakoz,
baia sameaz ondo gabiz
ta kanta gure dogu gogoz.
Wishing happiness to all who live in this house
we come to greet you
renewing the old custom of going from door to door.
We are short of money and shoes
but we have a voice
so we want to sing out loud.

Later in time, it became common for men to sing in groups and ask for some tips before going to the military services.

Nowadays, it is common to see mixed groups going around cities and towns and getting some free drinks from local bars and restaurant.

The singing is many times followed by candle and lanterns, which many children make in schools around that date.

 

When we look at this tradition, one cannot help but remember the ceremony of wassailing the apple trees in Sussex.

During the old Twelve Days of Christmas, the ‘worslers’ or ‘howling boys’ would go to an apple orchard, stand in circle round a tree, and rap the tree while singing a traditional song.

Once the whole orchard was given the same treatment, they would to the owner’s house and drink a wassail bowl of ale, sugar, nutmeg and roasted apples (also known as ‘Lamb’s Wool’).

While this custom, standing alone, differs considerably from the Basque one, I am inclined to see a connection – especially when looking at other similarities (May Pole, Merry Dancers) present in both areas.

This is, however, a mere and very personal conclusion.

Light and candles before the Carnival

Most of what has been written about Saint Agatha is intrinsically connected with the Basque Carnival, also known as ‘Ihauteriak’ in the Basque Country.

Professor Homobono, says:

‘In other areas, matrons take on masculine roles and initiatives during her [St. Agatha’s] festivities; fertility and the switching of roles being typical features of Carnival.’

Anthropologist, ethnographer and historian (also Scholar of Honour by the Royal Academy of Basque Language), in his ‘Euskal Herria, esentziak’ also notes this correlation:

‘At the winter solstice, all the celebrations relating to fire and the water of life (olentzaro urtetsak) are incorporated into Christmas and New Year’s Eve.

There are other later celebrations which express the same theme, such as Candelaria, a purification by fire and St. Ageda.

At the end of the winter, there is the rich and varied carnival celebration, called Ihauteri, or Aratuste, which reveals an ancient symbolic world related to the foundation myths and atonement rituals’

It doesn’t come as a surprise then that most of the research about St. Agatha is found in articles related to the Basque Carnival. However, the former is a topic that deserves a separate article.

Traditional Basque Carnival Customes (photo by dantzan)

Traditional Basque Carnival Customes (photo by dantzan)

Suffice it to note that there is a clear connection between the tandem that we mentioned above and the Carnival, creating a frame of time focused on fire purification, the return of light, followed by the casting out of evil spirits in Carnival and with its culmination in May Eve.

With candle and fire, songs and sticks, the Basque people call upon the healing power of Saint Agatha and wake up the sleeping earth!

 

References

Caro Baroja, J. (2006). El Carnaval (análisis histórico-cultural). 4th ed. Alianza Editorial.
Garmendia Larrañaga, J. (1997). Festivals. Les fêtes. Fiestas. Festak. In: X. Otero, ed., Euskal Herria, esentziak, 1st ed. Txoria Errekan.
Garmendia Larrañaga, J. (2007). Fiestas de Invierno. 5th ed. Donostia: Eusko Ikaskuntxa, pp.34-39.
Hombono, J. (2001). Santa Águeda en Barakaldo. Romerías, coros e identidades. Euskonews, (111), pp.16-23.
Santa Águeda; una fiesta tradicional. (1986). Revista de Folklore, 062, pp.43-48.
Valiente, D. (2011). Where Witchcraft Lives. 3rd ed. Whyte Tracks, pp.63-63.

 


[i] Baserri is the name given to a very particular ‘family house’ in the Basque Country. See: http://en.wikipedia.org/wiki/Baserri

[ii] sorgiña is the Basque Word for witch

Geplaatst in English articles | Getagged , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Saint Agatha: A Feast of Lights in Basque Folklore

Review: Essays in Contemporary Paganism

Essays in Contemporary Paganism
Anthology edited by Trevor Greenfield.
Moon Books, 2013. 127 p. € 16,95. £ 9,99.

Cover Essays in Contemporary Paganism

Twelve Pagan writers from across the globe wrote an essay about a contemporary theme. Varying from parenting to polytheism, from mysticism to the internet, and from being a Pagan in urban London (by Lucya Starza) to the sacred landscapes of Australia. A broad range of subjects that interest Pagans, and that can be viewed from a Pagan perspective. Most inspiring and thought provoking for me were the essays of Mabh Savage on ‘A modern Celt’; ‘Parenting a potentially Pagan child’ by Nimue Brown and ‘After Paganism’ by Emma Restall Orr.

Mabh Savage did not consider herself religious, but was drawn to the Tuatha de Danaan in the twenty-first century. What’s the relevance of the Celtic stories in the modern age? Is the energy of the Morrigan suitable for use in our time? It can, when anger is focused in productivity or when Mabh Savage appeals to the Morrigan for dreams to guide her. “… and this is often hard and the dreams can be terrible and nightmarish, yet I feel that this is the influence of a being, a force if you will, that has been associated with war and death for so long that she cannot help but bring these shadows with her, and you have to look beyond this to find the message.” Celebrating the seasonal festivals is another way of using the Celtic heritage today.

Many of todays Pagans were raised by parents holding a different faith. But as they become parents, should they raise their children as pagans? And if so, how does one do that? One answer is to take them outside, getting to know nature, engaging them with the natural cycles. “Time spent with the sun and rain, poking about in mud, feeding ducks, and so forth, will teach them about nature.”
Can children be part of rituals, being as they are members of our community? Obviously not in every kind of ritual. What does the rest of society think of our ‘free range children’? There are political aspects to consider.

Emma Restall Orr has thought of herself as a British Pagan for over twenty-five years. However there have been times when she was deeply embarrased to be known as a Pagan. Some behaviour shown by Pagans does not fall into what she considers to be Paganism. Bitching, littering, gossiping. Where does it come from? Are there elements within modern Paganism that encourage such very poor behaviour? The emphasis on the individual may be part of the problem. And the capacity for complex language may be another human quality that helps as well as hinders our religious exploration and our striving for peace. Each word is a limitation too. In stead of gods and ancestors, we may perceive only abstractions. And one cannot make a relationship with an abstraction.

I also liked the essays on Pagan London, the Australian landscape and Paganism in Canada. Lucya Starza shows how it’s hard to be a pagan Londoner without being eclectic. Jane Meredith made her own connection to her region in Australia. And Brendan Myers decribes Canada’s own type of Paganism.

I would love to read another anthology of essays by Pagan writers!

Geplaatst in Boeken, English articles | Getagged , , | Reacties uitgeschakeld voor Review: Essays in Contemporary Paganism

Review: Children of Cain

Children of Cain. A Study of Modern Traditional Witches
Michael Howard
Three Hands Press, 2011. 317 p.
Three Hands Press, Children of Cain

Cover Children of Cain

Michael Howard is well known as author of books on magic in a broad sense and as editor of The Cauldron magazine. He has been around for decades, and knows many people involved in magic and witchcraft. His sources include personal conversations with members of the traditions he studied. There may be more, but subject in this volume are publicly known traditions of witchcraft.

Wicca is the best known branch of Witchcraft, since the 1950’s. When Gerald Gardner published his books on Wicca and claimed to have been initiated in an existing tradition, that raised scepticism and disbelief. The abolition of the Witchcraft Act in 1951 not only brought Wicca into the light, but several other traditions surfaced. Other people than Gardner claimed to be a member of an existing tradition. Claimed to have been initiated in an existing tradition, for instance in a family tradition. The initiation-by-grandmother story is not uncommon, although sometimes quite easy to refute. It is far more difficult to proof that a tradition did exist before 1930. The history of Wicca and its origins have been studied quite extensively now by authors such as Ronald Hutton and Philip Heselton, but there are other traditions of Modern Witchcraft. Maybe pre-Gardnerian, and certainly non-Wiccan. Those have met scepticism and disbelief too, and not many people know some still exist. Michael Howard with this volume presents seven traditions:
– The Clan of Tubal Cain
– The Regency
– The Pickingill Craft
– The Horse Whisperers
– American Traditional Witches
– The Sabbati Craft
– The Old Craft Today.
A chapter of introduction and a glossary add much to the chapters on the individual traditions. The bibliography shows what has been written on the subject, in old and new books, magazine articles and privately published and unpublished studies. (An index would have come handy).

The starter question in the preface is ‘What is a witch?’. The Welsh alone, in the early 20th century, distinguished between three kinds of witches, or more. And what is ‘Traditional Craft’? ‘Traditional’ in ‘Traditional Craft’ refers to ‘something based on or obtained by tradition, or resembling that of an earlier period of history’. Or in the words of Andrew Chumbley: ‘an echo of an inner resurgence of knowledge’. Howard: “Therefore we have a tradition of knowledge, beliefs and rituals either passed down within the context of a family, a hereditary lineage, or based on experience and practices established over a long period of time by a group or individuals. This period could be fifty, a hundred or a hundred and fifty years.” The word ‘witch’ dates back to centuries earlier and the practice of magic to at least classical Greece and Rome.

There are major differences between ‘modern neo-pagan Wicca’ and traditional and historical witchcraft. And between Wicca and other types of modern witchcraft. The main difference is probably the view on witchcraft / Witchcraft being a religion or not. With as close second the using of curses that is a no-no for most Wiccans, but not for many non-Wiccan witches. Or working outside and robed, rather than indoors and skyclad.

Howard describes each of the traditions, their history, the tools they use, their ways of using magic, performing rituals and so forth. There have been charismatic leaders and egotrippers (sometimes combined in one person), clashes between characters, and disputed successions. There may have been actual historical links to witches and witchcraft in earlier centuries and countries, or maybe stories have been made up. But when magic really works, when rituals have effect and may be described as ’the best I’ve ever experienced’, is it important what the background is? Yes, and no. Yes, we want to be able to discern frauds, and we don’t live in a fairy tale. Knowing the background of a practice is part of the training in magic. And no: the essence of the Craft is recognizing without words what it’s all about and experiencing the mystery together. All witchcraft traditions may be remnants of older traditions, of which each tradition kept just a part alive. (Or maybe they’ve been made up on the same basis of folklore). Studying these traditions may help to see the whole picture, and it may add to our practices to know more of the workings of other traditions. Thank you, Michael Howard, for gathering this wealth of information.

Geplaatst in Boeken, English articles | Getagged , | Reacties uitgeschakeld voor Review: Children of Cain

Recensie: Heidense Hekserij

Heidense Hekserij. Het pad van de heks binnen het moderne paganisme
Jack Stoop.
Boekenbent, 2014. 311 p. ISBN 978-94-6203-650-5. € 17,50.

Voorkant van Heidense Hekserij

Onder de naam Flierefluiter schreef Jack Stoop artikelen voor onder andere Wiccan Rede. Zie zijn artikel over knopenmagie in de editie Beltane 2013, ook een hoofdstuk in ‘Heidense Hekserij’. Het boek “gaat over het bedrijven van magie, divinatie en healing binnen het religieuze kader van een of meer moderne paganistische religies zoals Wicca, Druïdisme en Asatru”. Jack Stoop combineert in zijn rituelen en magie elementen uit wicca, asatru en sjamanisme. Hij is ingewijd als ‘Heks der Gewaaddragenden’ en als priester in een Gardneriaanse wiccacoven, maar werkt sinds 2002 solitair. ‘Heidense Hekserij’ gaat over heksen die een religie aanhangen binnen het paganisme en hun heksenkunsten baseren op de rituelen, mythes en symbolen van deze stromingen.

Er zijn weinig dingen waarover alle (heidense) heksen het eens zijn. Welk onderwerp je ook beschrijft, er zal altijd iemand zijn die er een andere opinie over heeft. Als een heks vertelt hoe hij iets doet, of waarom, betekent dat niet dat alle heksen het zo doen. Het boek gaat niet over het pad van ‘de heks’ maar van een heks. Jack Stoop geeft op een heel eigen wijze vorm aan hekserij. Zoals hij zelf zegt: “Ik baseer mijn rituelen op het Gardneriaanse Boek der Schaduwen, middeleeuwse grimoires en volksgebruiken en ik voeg er Oosterse technieken als Reiki’s en mandala’s aan toe. In mijn heksenketel vermeng ik dit allemaal tot een smakelijk en effectief brouwsel.” Hoe hij daarover schrijft, zal wel veel heksen aanspreken, zowel in wicca als in andere vormen van hekserij.

Het boek bestaat uit drie delen. Stoop beschrijft de geschiedenis van het oude heidendom in Europa en aansluitend de ontwikkeling van het moderne paganisme. Daarna komen goden en godinnen aan bod, het paganistische wereldbeeld en de jaarfeesten. Het derde deel behandelt het sjamanisme en hoe sjamanistische technieken gebruikt kunnen worden in hekserij. Stoop legt al die verschillende onderwerpen duidelijk uit, zonder belerend te zijn. Een geïnteresseerde begrijpt waarom je in onze tijd heks zou willen zijn. Een beginnende heks kan zo aan de slag. Het hoofdstuk over de jaarfeesten bevat aanwijzingen om zelf de seizoenen te vieren, in je eentje of met een kleine groep. Aan het einde van dat deel vind je ook voorbeelden van overgangsrituelen. In andere hoofdstukken geeft Jack voorbeelden van magie die hij zelf bedreven heeft. Die voorbeelden verduidelijken zowel waaróm als hóe hij magie gebruikt, zoals de spell die hij gebruikt als hij wil stoppen met roken. En ze laten zien dat het niet om ‘special effects’ gaat, maar om het gebruik van symbolen en eenvoudige technieken.

Fijn dat er weer een Nederlands boek uit is over hekserij. En dat het zo toegankelijk is voor grote groepen van lezers: geïnteresseerde buitenstaanders, heksen in verschillende stromingen en sjamanisten.

Geplaatst in Boeken | Getagged , , | 1 reactie

Review: Bull of Heaven

Bull fo Heaven Cover

Bull of Heaven, Cover

 

Bull of Heaven: The Mythic Life of Eddie Buczynski and the Rise of the New York Pagan

Michael Lloyd

Asphodel Press, 2012. 724 pages.

ISBN 9781938197048. 

€ 37,78 (around 30€ on Amazon)

 

 

 

I think it was about a year ago when an acquaintance of mine recommended this book to me. At first, I didn’t pay too much attention to it, mainly because I already had a handsome pile of books pending to read and the topic (being a biography) didn’t really call my attention.

However, a few months ago I came across this book once again and since then, I’ve been hooked.

Bull of Heaven is a consistent, massive book, not as much physically as content wise. We could divide its content into three main different layers:

  1. The life of Eddie Buczynski (the sub-title of the book), founder of the Traditionalist Gwyddoniaid, the New York WICA Tradition and the Minoan Tradition.
  2. The development of the Pagan community in the New York area during the 70’s and 80’s.
  3. The general social changes related to the LGBTQAI+ community in the United States during the same time frame.

The first layer is a very interesting one. Eddie Buczynski was, in many aspects, a pioneer. Like many others before him, he challenged the status quo of his time in order to bring forth what he considered to be ‘right’. The people interviewed by the author often describe Eddie as a Seeker, but in the process of seeking he pushed the boundaries of a very young community.

Eddie Buczynski

Eddie Buczynski (source: Wikipedia)

Throughout the book we get to know more about this fascinating man, who initially sought to become a Jesuit priest but ended up becoming part of the New England Covens of Traditionalist Witches (NECTW) and the Gardnerian Tradition of Witchcraft, and founder of the above mentioned traditions – see pt 1. 

But we also get to know more about his dreams, his loves and affairs, his connection with the well-known Warlock Shop (Magickal Childe), and through that centre, the broader pagan community.

It’s here when the second layer comes up. Both Herman Slater and the Warlock Shop were actively involved in the pagan community at that time and whose main exchange was to be found in magazines like Green Egg, Earth Religions News, Gnostica and others (quite different from our forums, Yahoo lists and FB groups nowadays, huh?).

Through the thread that connects Eddie with Herman Slater and the Warlock Shop, Lloyd describes some of the most controversial episodes of the Craft community in those decades, like the Frost’s, or the split between the Bucklands and the subsequent consequences.

Even though it’s mainly focused in the New York area, we get to know a bit more about the Craft and pagan elders, like the recently deceased Margot Adler, Tim and Morning Glory Zell, Leo Martello and many others.

In it’s final layer, we get a ‘taste’ of the situation in New York regarding a variety of topics, including the advent of the first pagan and Craft groups in the early 70’s, the impact of this in the media, etc. There is an emphasis on the development of the LGBTQAI+ movement at that time, both from a pagan point of view, as well as a more general/social one: the first riots, Stonewall, the fatal arrival of HIV…

In occasions, the last layer may become very tedious, especially if you want to know what happens next in Eddie’s life and you are suddenly faced with several pages of names of bands, groups, politicians and dates slightly related with pagan/occult/magical/satanic/whatever-hocus-pocus flavour. However, I can understand how this may be very useful for other readers, particularly scholars.

Now, I should mention that, while I was reading the book, I received a couple of bad reviews about it, which made me consider whether I should continue reading it or not. It’s true that, in many parts, the comments in the book seemed a little biased, either by personal experience or the geographical context.

When discussing Gardnerian Craft, for example, he makes several statements, which may have been applicable to those covens in that area (and at that time) but which are completely alien to the European savoir-faire. When he talks about the autonomy of covens and their leaders, he says that ‘A high priest would always be answerable to his initiator’. However today it is generally accepted that a second (or third) degree initiate who has hived-off is completely and absolutely autonomous.

Other aspects like reculing (similar to the concept of banishment), Witch Queens (as a rank in a hierarchy), and the like, are as alien as the one mentioned above.

The most unsettling one is probably the big emphasis on John Score’s views about gay people and the Craft.

‘Buckland went out of his way to support the right of gays and lesbians to practice Gardnerian Witchcraft, a concept still considered radical at the time, especially in light of the pushback (repercussion)  coming from Great Britain in the form of John Score and his supporters’

There have always been and will always be people who consider that the Craft is not for gay people, but this is (and always has been) far from a mainstream view amongst Gardnerian initiates in Europe. The statement of the personage of Jana in the book (although clearly a bogus) seems to be more in tune with the British view on that matter.

Nevertheless, this seems to be more a problem of cultural context than an intentional, misleading comment.

As I flipped through the pages and got to the last part of the book, a feeling of sadness came over me. The whole scenario of gay people not being accepted in some Gardnerian groups, the arguments being used to support that the general attitude when the topic was discussed was way too familiar.

It seems that we are doomed to repeat history and while the presence of gay people in a Gardnerian Circle is a no-brainer nowadays, the topic of the validity of same-sex initiation remains hidden on the back of the ‘storehouse of taboos’. Thanks to publications like Yvonne Aburrow’s ‘All Acts of Love and Pleasure: Inclusive Wicca’ and initiatives like the ‘Inclusive Wicca Discussion Group’ on Facebook, as well as the active campaigning and work of many initiates around the world, the discussion is being brought to the table once again.

It is sad to think that Eddie might have found what he was looking for in many of today’s Gardnerian covens with an inclusive attitude towards their members and practices.

The green issue of Earth Religion News featuring the New York Coven of Witches (The Wica). June 1974.

The green issue of Earth Religion News featuring the New York Coven of Witches (The Wica). June 1974. (source: Bull of Heaven)

Nevertheless, had he encountered such a group, he may have never developed the traditions that he brought to the world and the Minoan Brotherhood wouldn’t have flourished like it did (having now presence in several European countries like France, Germany, Italy and Ireland). He may have never embarked on his archaeological studies or finish his amazing MA either.

I dare to say that Bull of Heaven is a must-have book in the library of any modern witch interested in history and especially LGBTQAI+ ones! In a sense, it resembles other books like Drawing Down the Moon (Margot Adler or Her Hidden Children (Chas Clifton) although Bull of Heaven has a greater focus on Eddie Buczynski’s life.  

However, the topics discussed throughout the book are and still will be relevant for gay witches in the coming years!

Quoting another Craft pioneer who advocated for the rights of gay witches, Doreen Valiente (or even Crowley’s Law of Liberty, if you want!):

‘Keep pure your highest ideals; strive always towards them’

Geplaatst in Boeken, English articles | Getagged , , , | Reacties uitgeschakeld voor Review: Bull of Heaven

Recensie: Zwarte Sinterklazen

Zwarte Sinterklazen. Over Pieten en ander heidens volk
Arnold-Jan Scheer
Papieren Tijger, 2014. 192 p. ISBN 978-90-6728-304-5. € 18,00

Voorkant van Zwarte Sinterklazen

Wat dit boek níet is: een wetenschappelijke studie naar de oorsprong van Sinterklaas en Zwarte Piet. Arnold-Jan Scheer doet zich ook niet voor als wetenschapper. Hij was reporter bij Nieuwe Revu, en maakte tv-programma’s als Showroom en Paradijsvogels. En als leek al heel lang op zoek naar de wortels van het fenomeen Sinterklaas. Sinds enkele decennia maakt hij reizen naar uithoeken van Europa en daarbuiten waar hij vergelijkbare verschijnselen aantreft. Daar doet hij verslag van, al in 1984 in een artikel in de Haagse Post, en in zijn eerdere boek Wild Geraas (eerder besproken in Wiccan Rede Online). Dat boek beschreef een voor een de reizen die hij maakte naar de Alpen, Tirol, de Waddeneilanden in Nederland en Duitsland, oud Uppsala, Zuid-Wales, enz. Ook beschreef hij er oude prenten in en teksten uit boeken over folklore die aansluiten op wat hij in die geïsoleerde gebieden waarneemt. En hij beschrijft hoe hij een idee krijgt van de oorsprong van de Sinterklaasgebruiken. Initiatieriten, een vruchtbaarheidscultus, de Wilde Jacht.

‘Zwarte Sinterklazen’ verhaalt opnieuw van de reizen die Scheer en zijn cameraman maakten, maar nu afgewisseld met hoofdstukken over de discussie die vooral vanaf najaar 2013 oplaaide over de figuur van Zwarte Piet. Daarbij wordt er meestal van uitgegaan dat Zwarte Piet pas sinds 1850 bestaat, toen het kinderboek Sint Nicolaas en zijn Knecht uitkwam, van Jan Schenkman. Arnold-Jan Scheer beschrijft zijn eigen rol in de discussie, of hoe hij na een oorspronkelijke uitnodiging ineens toch niet welkom was om iets te vertellen of zijn camera neer te zetten. Er is weinig interesse voor het verhaal dat mensen in onze omgeving al heel lang, van lang voordat ze donkere Afrikanen hadden gezien, hun gezichten zwart maakten met roet vanwege rituelen die niets met ras of racisme te maken hadden. En dat is precies het verhaal dat Scheer te vertellen heeft. “Dit roet kwam niet op hun gezicht terecht door langs een schoorsteenkanaal af te dalen, zoals de legende rond Zwarte Piet dat wil. Dat verdichtsel ontstond in later tijd. De oude boerderijen hadden geen schoorsteen, er was slechts een vuur in het midden van de woonruimte waar de bewoners samen met het vee sliepen. De rook ontsnapte door een gat in het dak. … Roet en as symboliseerden vergankelijkheid, de dood. Door zich met roet in te smeren, verbond men zich met de wereld van de voorouders.”
“Onze Sinterklaasfeesten zijn een overblijfsel van oude rituelen; restgebruiken van een voorchristelijke Indo-Europese cultuur die niets met racisme te maken heeft.
De vraag die ik mij stelt luidt: wanneer en waar deed de roomse Sint Nicolaas zijn intrede en hoe raakten de roetvermommingen met hem verbonden? Wanneer en waarom werden de als dier vermomde, uit de prehistorie afkomstige figuren die door zwartgeschminkte jongemannen werden vertolkt, de helper van de Sint?”

Een klip en klaar antwoord op die vraag is er niet, al treft Scheer wel op heel veel plaatsen een combinatie aan van zwarte figuren (Schmutzli, Ruprecht, Perchten) met Sinterklaas, Nicolaus, Samichlaus. Soms zijn het dierfiguren (Klaubaufs) die de ‘heilige’ vergezellen, soms een combinatie van zwart met dierenhuiden, horens, geweien, zoals bij de figuur Krampus. Deze figuren tonen zich vaak op 5 of 6 december, of rond de zonnewende en soms op een ander moment in de winter, variërend van Sint Maarten (11 november, in Tirol) tot Sint Antonius (16 januari, Majorca). [Dat is Antonius van Egypte, niet Antonius van Padua, J.] Wat Scheer doet is de vraag stellen en wat hij waarneemt beschrijven. Hij doet verslag van wat mensen in die afgelegen gebieden zelf vertellen over de Wilde Jacht, over de oorsprong van het roet en de dierenfiguren en hoe oud de gebruiken zijn. Hij speculeert ook wel over een verband met sjamanisme, en of er misschien een Indo-Europese oertraditie bestond. Ook suggereert hij gemeenschappelijke wortels tussen religieuze riten en initiatieriten waarbij mensen over de hele wereld hun gezicht verven. Witte mensen verven hun gezicht of hele lichaam zwart met roet, en zwarte mensen verven zichzelf wit met witte klei. En hij ziet Zwarte Piet als een vorm van de ’trickster’, de schelm, de pias, de nar. Net als de Perzische figuur Haji Firoez die als cultureel erfgoed op de Unescolijst is geplaatst. Hij is de in het rood geklede bewaker van het vuur. De andere figuur die een rol speelt bij het Iraanse/Perzische nieuwjaarsfeest is Amoo Norooz, een grijsaard met een baard die cadeautjes brengt. Dat verhaal stond nog niet in het vorige boek.

Dat Sinterklaas vanouds zwarte helpers heeft, en dat die zich al eeuwen met roet zwart maken, dat blijkt wel uit alle verschijnselen die Scheer in kaart brengt. En die mij zeer fascineren. Of is het Sinterklaas die de zwarte figuren helpt of aanvult? Dat lijkt niet overal op dezelfde manier te zijn ingevuld. Op kleine schaal is er nu wel belangstelling voor Krampus in Nederland. Maar in de maatschappelijke discussie over Zwarte Piet mis ik de verwijzing naar de oeroude herkomst van de zwarte figuur.

Het zou mooi zijn als wetenschappers zich zouden buigen over de vragen die Scheer stelt. “Maar er zit een gat in de informatie die ik erover vinden kan. … Kan dat te maken hebben met de Germaanse herkomst van Sinterklaas?” Scheer maakt aannemelijk dat dat een rol speelt. Maar ook in teksten van het Meertens Instituut is sprake van zwarte figuren die op Sinterklaasavond langs de weg lopen, in 1791 (citaat van Van Hamelsveld door Van Helsloot) en 1850 en 1871. Scheer haalt een onderzoek van Pauline Lamain-Hanke aan die minstens drie onafhankelijke beschrijvingen vond van voor 1850. Scheer geeft wel noten onderaan de pagina, maar wie meer wil weten moet zelf op zoek naar de genoemde boeken en artikelen. Wild Geraas bevatte achterin een uitgebreide bronnenlijst, hoewel niet op een handige alfabetische of chronologische volgorde. Een literatuurlijst en register waren handig geweest in Zwarte Sinterklazen. Maar dat zou misschien teveel het idee geven dat Scheer een wetenschappelijke studie heeft verricht. Scheer heeft zijn nieuwsgierigheid naar het fenomeen van Sinterklaas en Zwarte Piet geboekstaafd en verslag gedaan van zijn zoektocht, zijn bevindingen en zijn ideeën. Met foto’s die je nergens anders vindt, en met links naar zijn documentaires in het Engels en Nederlands. Van een reporter mag je precies dat verwachten.

Geplaatst in Boeken | 1 reactie

We zijn nog altijd ’the dweller on the threshold’

We zijn nog altijd ‘The dweller on the threshold’
Een gesprek met Jetske en Maurice

Silver Circle viert een jubileum: 35 jaar Silver Circle. Uw redacteur bezoekt een aantal mensen die een groot deel van die periode hebben meegemaakt. Om te beginnen een bekend koppel Alexandrians uit Alkmaar. Jetske is in 1987 begonnen met wicca. Van Maurice verscheen 20 jaar geleden het boek ‘Heksen bestaan!’. Dat was onder de naam Melkor.

Foto van Jetske en Maurice

Jetske en Maurice

Jetske: Melkor en Nimue waren een ‘nom de plume’ voor het boek, dat nu achterhaald is. Er staan dingen in waar ik absoluut niet meer achter sta.
Maurice: Een heleboel is nog wel relevant. Mensen die nu zoeken, krijgen nog steeds informatie uit dat boek. Het is wel gedateerd, maar dat is logisch na twintig jaar.

Jana: Jetske, jij zegt op fora en op Facebook wel eens dat wicca geen religie is. Is het dat inderdaad niet? Wat is het dan wel?

Jetske: Wicca heeft religieuze aspecten in zich. Vandaar dat er gesproken wordt over priesterschap, of brotherhood, wat het eigenlijk was. Eigenlijk is het woord priester afkomstig uit de oude grimoire-traditie. Sinds Doreen Valiente wordt het als een religie gekenmerkt, ook vanuit de Verenigde Staten. Ik ben niet tegen religie an sich, maar wel tegen georganiseerde religie. Helaas zie ik die tendens ook meer en meer in de traditionele wicca. Maar van origine is wicca afkomstig van een branche van de Golden Dawn. Je moet het woord priester of priesteres zien op een gnostische of esoterische manier.

Neopaganisme heeft wicca geadopteerd als religie, zoekend als het was naar een nieuwe religie. Het religieuze aspect is wel belangrijk, maar niet als een religie. Wij, in de wicca, wilden juist buiten de religies staan. Wicca heeft een andere context. Het heeft veel meer te maken met de wereld van de magie, dat zie ik niet in een verering van de Moedergodin, wat wel erg mooi was. God en Godin zijn in feite één. Het gaat niet om het vereren, maar het gaat om…

Maurice: … archetypen. Zo hebben we ze altijd gebruikt. We konden wisselen van god en godin. We konden Romeins of Grieks of Egyptisch werken. Je kunt andere tradities gebruiken. Is het dan nog wel dezelfde religie of handelswijze die je dan toepast? Voor ons werd het steeds meer een handelswijze. De archetypen en de namen van de goden die je toepast, die gebruik je in je ritueel maar dat wil nog niet zeggen dat ze daar de hoofdmoot van vormen. In de cirkel zijn godin en god een onderdeel, niet waar het in feite om draait. Alexandrians zijn daar specifiek in. Het Book of Shadows van de Alexandrians is heel erg gebaseerd op de Kabbalah.

Jetske: Als je de cirkel opent met water en zout, en dat is ook zo bij de Gardnerians, dat is heel kabbalistisch. Het begint bij Malkuth, Yesod, en je maakt gebruik van de vier elementen. In de loop der jaren is die kennis verwaterd. De inwijdingen hebben een esoterische achtergrond, die zijn heel kabbalistisch. Dat wordt niet verteld aan de neofieten of eerstegraads. We laten ze eerst leuk spelen en daar komen ze op gegeven moment vanzelf achter. Ik laat liever in het midden of het een religie is. Tweedegraads en derdegraads zitten op een ander level. Je komt steeds verder in de filosofie van de wicca en dan kom je achter bepaalde dingen die relevant zijn voor die graden.
[Lachend:] Eerstegraads moeten rondom de cauldron dansen met een bloemenkransje op. Het is belangrijk dat je met de natuur in contact komt. Dat hebben wij ook gehad in het begin. Wij werden door grotten in de Ardennen gejaagd door Elsy. We moesten bomen voelen en met stenen zingen en dat soort dingen.

Maurice: Het heeft ook te maken met de positie die je in de groep inneemt. Ben je eerstegraads, dan is de devotie heel erg belangrijk. Hoe verder je komt, hoe meer je je ook met organisatorische dingen bezig houdt.

Jetske: Dan ga je achter de coulissen kijken.
Maurice: Dan verandert ook je kijk op dingen, dat is weer een aparte leerschool.
Jetske: Butler heeft dat beschreven als ’the dweller on the treshhold’. Je stond op de drempel en je zag iets, maar kon er niet bij. Dat geldt zeker voor beginners, maar voor ons ook. We staan nog steeds op de threshold.
En wat je van mij leest, ach. Ik plaag graag.

Jana: Is dat een kenmerk van de echte heks?

Jetske: Ja. Ik zeg vaak: ‘Witches are legpullers’. Die zeggen de ene keer dit en de andere keer wat anders. Daardoor trigger je de mensen. Ze moeten niet voetstoots aannemen wat jij zegt. Het gaat er om dat je zelf leert denken, dat mensen hun eigen kennis gaan exploreren. Dan vraag je: ‘Wat denk jíj?’ Dat vind ik het belangrijkste.

Maurice: Je moet humor hebben, kunnen relativeren, zelfspot hanteren.
Jetske: Je moet kritiek aankunnen. Je hebt de huid van een olifant en het geheugen van een olifant. Je moet niet ego-gekwetst worden.
Maurice: We mogen ego-gekwetst worden, maar we hebben magie. Dus het hoeft niet lang te duren. Dat is weer een voordeel.

Jana: Waarom noemen we ons heks?

Jetske: Dat doe ik niet meer. Ik noem mezelf wicca-witch.
Maurice: Dat deed ik omdat ik dat zo geleerd heb. Toen ik bij Elsy in de groep kwam, noemde zij zich heks.

Jetske: Dat moet je zien als een geuzennaam. Eigenlijk is het een scheldnaam, maar als je die voor jezelf gebruikt, maak je een geste naar al die vrouwen en mannen die als heks zijn bestempeld en daardoor veroordeeld zijn en vaak om het leven zijn gebracht. Een hommage. Mensen die zichzelf heks noemen, dat is een tegenstelling, hoe heet dat, een contradictio in terminis. Wicca heeft te maken met discipline, met zelfbeheersing. Je houdt je aan regels. Een echte heks maakt haar eigen wetten. We hebben ze wel ontmoet, dat waren mensen met veel potentie. Van die wilde wijven, overal in de contramine. Ze wilden sturing hebben, maar pasten niet in de groep. Die mensen kúnnen ook dingen. Die kunnen mensen genezen, mentaal een heel andere kant op sturen. Maar die kunnen de discipline niet aan, die vervallen soms in complete hysterie, zijn unpredictable.

Jana: Je noemt jezelf wel wicca? ‘Witches‘ is een ander begrip dan heksen?

Jetske: ‘Witches’ heeft meer te maken met ‘wise‘, wat in de titel besloten ligt.
Maurice: De wicca is meer de kamergeleerde en de witch is de hand- en spanwerker, die doet veel meer in het praktische vlak. Een heks hoeft zich sowieso niet te houden aan wicca-wetten maar kan er God noch gebod op nahouden.

Jetske: Vaak gooien ze dingen door elkaar. Voor hun werkt dat, maar in wicca niet. Meestal zijn ze ook christelijk. We hebben heksen meegemaakt op Bali en die zijn gewoon hindoe of Javaans. Ze doen dingen op het animistische vlak, tegen de demonische kant aan. Ze vervallen in heel rare dingen, waar een normaal, weldenkend mens zich niet aan waagt. Ze doen aan dierenoffers, bloedoffers.

Jana: Er zijn magische tradities op de wereld waar dat heel gebruikelijk is.

Jetske: Ja, maar de Europese mens, de Pagan Witch wil daar absoluut niet aan. Sowieso willen ze geen dieren eten. Als je die vertelt wat heksen doen, krijg je een tegenreactie: ‘Dat is niet zo, dat doen wij niet’. In de wicca is alles heel gedisciplineerd, gekaderd.

Ik doe dat soort dingen soms wel, als bijvoorbeeld iemand heel lang lastig wordt gevallen. Ik breng dan mijn heks-zijn naar voren, maar dat is niet helemaal Europees. Het zit in mijn bloed, maar dat is helemaal tegen de Europese leefregels. ’t Appelleert aan je oer-zijn. Maar als elder in wicca moet je je aan regels houden.

Maurice: Je moet er geschikt voor zijn.

Jana: Voor mij hoort het er wel bij dat je, in geval van nood, als heks dingen kunt stopzetten, binden. Maar je moet wel de consequenties aanvaarden.
Jetske: Er zijn altijd consequenties.

Jana: Wat leren jullie aan je leerlingen?

Maurice: Kijk eens naar hoe hekserij vroeger was. Er waren een x-aantal taken die hoorden bij het takenpakket van de heks: raadsman of -vrouw zijn, genezen, helen. Nu heb je professionele vroedvrouwen, homeopatische geneeskunde en zo. Het is allemaal goed geregeld. Er zijn nog maar een paar hiaten. De psychiatrie en psychologie zijn in verkeerde handen. Dat moet in veel gevallen op heel andere manieren worden aangepakt. Exorcisme is ook zo’n hiaat. Op die hiaten kan gestudeerd worden.

Als mensen bij ons in de wicca komen, hebben ze behoefte aan devotie, aan verering. En aan het opdoen van kennis, aan het achter de sluier kijken. Voordat je verantwoordelijkheid op je neemt, moet je ballast opdoen, kennis krijgen. Bij de een gaat dat sneller dan bij de ander. De aanvangstijd, voor de inwijding, werd steeds langer, wel langer dan vier jaar. Toen zijn we begonnen met de neofieten-inwijding.

Als je eerstegraads bent, dan draait het om het trekken van de cirkel en het wijden ervan, het voorbereiden van de esbat. Alles dat je doet om een magische werkplek te creëren. En om het doen van de acht sabbats. Je doet dat minstens twee jaar lang voordat je in het jaarritme komt. We hebben thema’s gedaan: een jaar Grieks, een jaar Egyptisch. Als we dan switchten na een jaar, kon iedereen zo overstappen. Ze wisten dan dat daar dezelfde flow in zat. Als je de opbouw goed kent en energie kunt halen uit die golf, en uit de maan en de bossen, dan kun je magisch werk doen. Eigenlijk is dat het hele verhaal. Plus nog een of twee punten van kennis.

Jetske: Ik kijk naar talent, daar selecteer ik op. Ik wil in mensen herkennen dat ze een talent hebben, bijvoorbeeld mensen begeleiden bij problemen, of orakelen. Ik zie dat in mensen en daar ga ik op door. Ik hoef geen intellectuelen al is dat wel leuk, maar als ik een talent ontdek, voeg ik dat toe. Met de energie die die talenten toevoegen, kunnen we een cone of power opbouwen.
Ik kan zien wat zich op den duur bij mensen gaat ontwikkelen. Orakelen, met kruiden omgaan, dat soort mensen zoek ik. Ik heb geen behoefte aan mensen die alleen uit nieuwsgierigheid naar me toe komen en graag heks willen worden. Ik wil voortvloeiende energie hebben. Als ze geen potentie hebben, moeten ze maar naar een ander clubje. We hebben de ervaring opgedaan dat als mensen dat niet hebben, dat het dan gaat stagneren.

Maurice: We hebben geen honderden mensen over de vloer gehad, maar wel een behoorlijke hoeveelheid. En zeker 90 procent van degenen die bij ons zijn ingewijd, is nog bezig met wicca.

Jana: Wat was de invloed van het boek?

Maurice: Die was gigantisch groot. Ik heb wel zo’n 2500 brieven gehad toen het boek net uitkwam. Allemaal aanmeldingen. Ken je dat verhaal van het boek? Dat was geschreven in opdracht van uitgeverij Strengholt. Eerst kwam Paulette voor een interview en zij zou dat boek schrijven. Ze komt er niet uit en komt terug, en nog eens. Na verloop van tijd zat ze er teveel in, en lukte het helemaal niet meer. Toen hebben we het zelf geschreven. En een schrijversblok gehad van een jaar, want na 150 bladzijden ben je er wel even doorheen.

Het boek werd verspreid in een eerste druk van 3000 exemplaren. Andere boeken verschijnen in oplagen van 500 of 700. Wat gebeurde er? De bibliotheken in Nederland hebben hun eigen organisatie en als zij wat recenseren, dan worden er meestal twintig besteld en verdeeld over de grote steden. Er waren destijds 244 openbare bibliotheken in Nederland. Strengholt belde en zei: ‘Krijg nou wat, ze hebben 242 boeken besteld’. Een week later belden ze weer. Toen hadden de bibliotheken er weer 240 besteld. Wat bleek: die boeken waren allemaal gejat!

Ergens in de jaren ’80 hoefde je niet meer in zijn paspoort te zetten of je katholiek of protestant was. Daarvoor had een hele grote groep nog het idee dat ze ergens bij hoorden, ze gingen met kerst naar de kerk en zo. 500.000 mensen hebben dat losgelaten, maar zo’n zeven of acht jaar later begon dat te knagen. Dan wilden ze wel weer ergens bij horen. Op dat moment komen de paganistische stromingen op: wicca, sjamanisme, druïdisme, de ‘neue Heid’nen’.

Maurice: In 1994 kwam het boek uit, en toen kwam ook net internet op. In het begin kreeg je drie hits als je naar wicca zocht, alleen maar naar de historie. Drie maanden later tikte je wicca in, en dan kreeg je 15.000 hits. Strengholt kreeg zoveel telefoontjes dat ze er wel iemand voltijds op konden zetten. Iedereen wilde weten wie die Melkor was. Toen hebben we het OPP opgericht: het Onafhankelijk Paganistisch Platform, een contactadres. Dat was onze toenmalige ingang. We hadden schuilnamen, want ik was timmerman en ik wilde dat gescheiden houden.
Jetske: En ik had kinderen en wilde ook niet met mijn naam erop.

Jetske: We werden ook heel erg geïnspireerd door de Farrars, vooral door Stewart. Hij en Janet en Gavin hebben bij ons gelogeerd. We hebben urenlang met ze gesproken. Door die gesprekken heeft Maurice inspiratie opgedaan om het boek te schrijven en over wat er in kwam. Wat je meemaakt in de cirkel, wie de mensen zijn in de cirkel, dat staat er niet in. Daar praat je niet over.

Jana: Hoe zijn jullie begonnen als groep?

Jetske: We hadden een klein groepje om mee te beginnen. Toen gingen we kijken hoe we verder konden. We hebben de boel uitgebreid. We zijn erg flamboyant. Maurice heeft wel eens een ‘mis voor drie heren’ gedaan, op zijn gnostisch. Met kazuifels, echt heel mooi.

Maurice: Ook omdat je die energie mee kunt maken.
We hebben ook in Drenthe gewerkt, op een boerderijtje met een weiland en een boomgaard erachter, en van die kleine boompjes ernaast. Als eerste deden we een ritueel in die boomgaard, bij volle maan. Een paar van ons, Elly en ik, kregen de kriebels. We dachten dat er iemand stond te kijken. Het hele bosje schudde heen en weer en er stond geen zuchtje wind. Elly kon schouwen, en die keek eens en zei ‘O, dat zit wel goed hoor’. Dat hele bosje vol zat met aardmannetjes.

Daarna ging Hendrina buikdansen. De vaarzen stonden eerst achter in het weiland, die moesten niets van dat ritueel hebben. Maar Hendrina begint te dansen, en binnen vijf minuten staan er vijftig koeien met de koppen over het hek, meeschuddend op de muziek. Voor een eerste keer was dat een leuke ervaring.

Jana: Moet wicca openbaar zijn of verborgen?

Jetske: Verborgen!
Maurice: Verborgen natuurlijk.

Jana: Maar hoe komen de zoekers dan bij ons terecht?

Jetske: Doordat we heksencafés hebben. Je moet wel een opening hebben, zoals wij dat ook hadden. Ik zat zelf ooit in de Kosmos, spiritueel centrum in Amsterdam. Daar volgde ik lessen tarot van Hans Wesseling en Noud van den Eerenbeemt en van Daniël van Egmond. Op een gegeven moment kwamen daar twee dames, Dolores Ashcroft Nowicki en Caitlín Matthews, die vertelden over wicca. Daar werd toen nogal lacherig over gedaan: ‘dat zijn twee heksen, haha’. Toen las ik een klein stukje in Koörddanser over Gardnerian wicca. Ik schreef en kreeg direct antwoord van Dennis maar dat was helemaal in Zeist en ik had drie kleine kindertjes en een hele menagerie aan beesten dus ik kon niet weg. Toen kreeg ik een berichtje van Dennis dat er ook iemand in Alkmaar was, een Alexandrian wicca. Elsy bleek precies aan de overkant van het park te wonen, heel dicht bij huis. Zo ben ik bij haar terecht gekomen en het was voor mij een goede keus. Elsy was een heel vrij iemand, dat vond ik wel leuk. Ik heb daar een lezing meegemaakt en kreeg daar het idee: daar wil ik wel verder mee. Elsy was heel erg van ‘Kom er maar bij’ en dat deed ik dan ook. De groep bestond uit allemaal mensen van boven de 40. Dat geeft een ander energiepatroon dan als er meer jonge mensen bij zijn. Maurice was 22 of 23, die is er wat later bij gekomen, en er was nog een meisje van 19. De hogepriester woonde in Middelburg en toen ik het BoS moest overschrijven bij de hogepriester was dat drie uur rijden naar Middelburg, een half uur schrijven en weer drie uur terug.

Maurice: De covenstead was in Middelburg en daar gingen we met de regelmaat van de klok heen. Nu eisen ze het op via internet. Even terugkerend naar de vraag: verborgenheid is nu geen optie meer. Je hebt nu internet. Ik zit niet op die websites maar ik zie het van Jetske. Zij legt dingen uit aan mensen die beginnen met wicca en krijgt schofferingen van mensen die niet willen luisteren naar de elders. Dat vervuilt de hele wiccawereld. Tegenwoordig willen ze een inwijding nú, panklaar.

Wicca is een elite, zei ik al vanaf dag 1. Letterlijk vertaald is elite verkozen of uitgekozen. Dat zei Elsy al tegen me, en Maxine daarvoor. Je gaat dingen leren die anderen niet weten, en krachten opdoen die je kunnen helpen of die ten nadele zijn als je het verkeerd doet. Je moet wel opletten. Maar het zijn krachten die door anderen niet gekend mogen worden. Dat is misschien een hoop dikdoenerij en geheimzinnigheid, maar dan kom je bij de essentie van wicca.

Jetske: Je word ingewijd als priester en heks. Maar wel priester in het grimoire-idee, vanuit de Middeleeuwen. Priesthood vind ik erg belangrijk. Dat gaat wel dwars in tegen het idee dat het geen religie is, maar wat ik bedoel is: het is geen religie als de christelijke.

Jana: Geen godsdienst. Ik maak onderscheid tussen religie, wat met verbinden te maken heeft met het spirituele, en godsdienst.

Jetske: Geen godsdienst, juist. Mensen nu zeggen: ‘De Godin doet alles voor mij’. Donder op, zeg ik dan, je moet het zelf doen. De naam God is veranderd in de Godin en Jehovah is Osiris geworden. Je krijgt ook wat ik noem de nieuwe heiligen. Mensen gaan heksen die gestorven zijn vereren, zoals Doreen. Er komt ook een hele dag voor Patricia Crowther, en die is nog niet eens dood. Er worden letterlijk knievallen gedaan voor hogepriesters en hogepriesteressen. Die mensen hebben het ook maar geleerd en geven het door. Er is een tendens dat ze geïdealiseerd worden. Daar verzet ik me tegen. Mensen horen niet op een voetstuk thuis. Wij zijn allemaal de ‘hidden children’. Mijn motto is altijd: de leerling moet beter worden dan de leraar.

Jana: Je vertelde al dat mensen voor zichzelf moeten denken.

Jetske: We hebben toen wij begonnen een heleboel geleerd dat ons tot zelfonderzoek heeft aangezet. Er werden halve dingen gezegd en je moest het zelf uitzoeken. Dat vond ik fantastisch. Dat doe ik ook bij mijn leerlingen. Als ik iets zeg, dan is dat niet per se de waarheid. Geen aannames: ik zeg wat, maar onderzoek het. Wat is jouw opinie?

Het is leuk om aan dingen mee te doen. We doen de rituelen, komen bij elkaar, maar wicca is een persoonlijk pad. Jouw persoonlijke pad. Geen kerk dus. We denken in een groep niet allemaal hetzelfde. Neem reïncarnatie als voorbeeld, dat is voor ieder mens apart. Als ik zeg: we gaan naar een of ander paradijs, dan hoeft dat niet voor jou te gelden. Gardner zag in een visioen Zomerland, voor hem was dat het beeld. Dat gaat iedereen dan gewoon overnemen zonder door meditatie of whatever een glimpje te zien van hun waarheid. Het probleem is: jouw waarheid is die van jou en niet die van een ander. Dat is waar ik mensen naartoe wil brengen. Ik heb ook wel visioenen gehad. Ik weet zeker dat als ik vertel ‘dat en dat gebeurt er na je dood’, dat een heleboel mensen dat prachtig vinden en het ook willen. Maar dat kan niet, dan krijg je het goeroesysteem waar ik tegen ben.

Jetske: Ik vind wicca heel mooi, je kan er zoveel in ontdekken. De oude Britse wicca heeft zoveel in haar mars, maar het wordt niet geëxploreerd. Dan zeggen ze ‘We gaan nu sjamanisme en indianen erbij halen’. Terwijl ze nog geen kwart meegemaakt hebben van wat wicca zelf te bieden heeft. Dat is mijn stokpaardje.

Door de wicca ben ik teruggekomen naar mijn eigen wortels. Ik wilde nooit iets van het Indonesische weten, ik was Westers. Wicca heeft me laten inzien dat er energieën zijn, dat er dingen getriggerd worden door rituelen. Daardoor ben ik teruggekomen bij mijn eigen wortels. Dat staat naast de wicca. Het accepteren van mezelf, het vrede hebben met mezelf, dat is wat wicca mij geleerd heeft. Dat is wat veel mensen niet begrijpen.

Jana: Heb je je ook ontwikkeld door wicca?

Maurice: Daarvoor al.

Jetske: Ik heb me door-ontwikkeld. Door wicca heb ik plezier gekregen in ontdekkingen. En door het kijken naar mensen, hoe zij zich gedragen, wat ze doen. Ik vind het fantastisch om te zien hoe zij wicca beleven. Er is voortgang. Ik zie dat bij mensen en vind dat mooi.

Geplaatst in Artikelen, Interviews | Getagged , , | 1 reactie

Witchcraft 2.0

In this modern day almost everybody has a smartphone. Which a lot of people use for keeping in touch with friends, finding out when it’s going to rain and to play Candy Crush. But did you know you can also use your smartphone to upgrade your magical life? I’ll admit, nothing is more romantic than standing outside in the pouring rain trying to figure out where to call the quarters. But sometimes you want to take the easy way out and go for the digital option.

Here are some of my favourite apps to use in your daily life to tweak your smartphone experience for the modern witch. All these apps are available for Android and free (yay!).

This is by far my favourite app in this category. A tarot app, using the Rider Waite deck. Tons of information, a userfriendly interface, nice graphics and the information is actually good. Highly rated by other users I certainly recommend this tarot app for some on-the-run readings and catching up on your knowledge of the cards.

However, there is one drawback and that is that this app only uses the Major Arcana. If you also want (slightly less detailed) information on the Minor Arcana I recommend downloading Galaxy Tarot

Sky Map (by Google) is an amazing app that does exactly what the name suggests: It’s a map for your sky. It’s as easy as pointing your phone towards the stars you’re curious about and Sky Map will tell you what the stars/constellations/planets are called. You can also search for certain objects or have a peek what the sky looked like on a specific date in the past. This app is a must have for the ones interested in astronomy. And a nice gadget if you like walks in the woods at night and wonder what stars you can see.

This app won’t need a lot of explanation. It’s a compass. Nothing more, nothing less. But in my experience this is one of the most accurate apps out there. Use it to find the quarters or to find your way back out of the woods after a nice walk.

A nice little app to keep track of time whilst meditating. In the world we are in time is a valuable thing. Use this app to your advantage by setting a timer for your (daily) meditation moments. No more wondering “how long have I sat here?” No more distractions from the ticking kitchen timer or invasive alarm clocks. Also, this app provides a few more options like guided meditations. Certainly worth checking out!

This app and I have a love/hate relationship. I love it for the moon calendar and the information that can be found. I hate it for the adds. Those are easily removed by upgrading to the Pro version though. The amount of spells you can find in the different categories is very high and you’ll certainly have to check out the Wicca & Pagan jokes tab.

The app is so extensive that you’ll have to take a little time to browse through all the information and options. But you’ll absolutely find something fun and usefull!

If you like using your smartphone for this kind of stuff it’s easy enough to find tons of amazing (and not so amazing) apps out there. Try searches on ‘pagan’, ‘wicca’, ’tarot’, ‘witchcraft’, etc in the playstore (found on your phone and at https://play.google.com/store).

Some are horrifying but others can actually make your life easier, more interesting or just put a smile on your face.

Have fun and let me know if you have any tips for other great (magical) apps!

Geplaatst in English articles | Getagged , | 3 reacties

Tart het donker nu het nog kan

midnight3

Yoeke is interheksueel georiënteerd schrijfcoach en damestasjeslezer.
Meer over haar en haar werk op www.yoeke.com

Een van de mooiste definities van ‘heks’ vind ik ‘Iemand waar het donker banger voor is dan omgekeerd’. Het donker staat natuurlijk in filosofische zin altijd voor de schaduwkanten van het leven, het onbegrijpelijke, het onbekende, het oncontroleerbare. In composterende zin staat het donker voor het gegeven dat het oude moet sterven en verdwijnen om ruimte te maken voor het nieuwe; de Kali-kracht. In natuurlijke zin staat het donker voor de rust, de stilte, die de broedplaats vormt voor creatie. En in dialectische zin kunnen we niet genieten van licht als we geen donker hebben.
Accepteren we dat we schaduwkanten hebben, dat we nog niet volmaakt zijn, dan accepteren we ook gemakkelijker dat anderen net zo min volmaakt zijn.
Durven we onze eigen angst voor het donker regelmatig te overwinnen, dan hebben we ook meer vertrouwen in onszelf als we verlies, pijn, verdriet of angst tegenkomen in ons leven.
We weten dat al zo lang als de mensheid bestaat. Daarom zijn er in elke cultuur wel rituelen om ons eraan te herinneren dat het ‘donker’ in ons leven onvermijdelijk is. De herfst, de periode van het jaar dat het donker voelbaar toeneemt, is een prima moment om daar even bij stil te staan. We houden de eer aan onszelf, gaan dapper de confrontatie aan en roepen het donker naar ons toe: Zwarte Piet, kom maar binnen! We lusten je rauw!

Verlichting

Vanaf de Verlichting (hee, dat is ook toevallig zeg…) in de achttiende eeuw, nam het filosofische donker, onwetendheid, af. Kennis nam toe. Het verlangen naar een uitweg via religie uit de alledaagse ellende (honger, pest) werd minder (in het westen dan: het donker van onderdrukking exporteerden we gewoon). Het donker werd een instrument van tucht en orde: ‘Als jij niet doet wat mama zegt komt de grote boze Donkere en die neemt je mee!’
We kregen meer en meer controle over het leven door wetenschap, onderwijs en wetgeving zodat je elkaar minder makkelijk straffeloos de hersens in kon slaan. De wereld werd in de loop van de decennia veiliger. De westerse wereld dan toch. Griezelig grote groepen mensen droomden ervan ziekte en dood uit te bannen, ja, nee, weet je wat: om een wereldheerschappij van academisch geschoolde blanken te installeren waar sowieso geen ruimte voor welke vorm van donker ook zou zijn.
Of, nou ja, we hielden ons in elk geval steeds gemakkelijker voor dat de wereld maakbaar is. Dat de economie groeit en groeit en groeit. Punt. Dat het donker maar een grapje is en vergezeld gaat van gulle gaven omdat, bewijst de wetenschap, beloning nu eenmaal beter werkt dan straf. De duivel wordt dood verklaard, het goede wordt heilig verklaard en binnengehaald met feestgezang en een stoomboot – symbool van de overwinning van de mens op de elementen.

Horrorfilms als plan B

Inmiddels is het ook in de donkere tijd altijd licht. Somberheid is te verdrijven met een pil. Stilte en rust komen nog steeds voor, maar in streng afgebakende porties: een retraiteweek, een uur meditatie. We zingen elkaar onze succesverhalen toe op Facebook. Met behulp van medische testen is zelfs bij voorbaat uit te sluiten dat er mensen worden geboren die niet zullen kunnen voldoen aan onze definitie van succesvol leven. We plaatsen een monument tegen slavernij en we juichen dat de apartheid voorbij is, om onze schaamte over ons eigen aandeel daarin te verlichten. Het donker; angst, ziekte, verlies, pijn en schaamte, is inmiddels al zo ver teruggedrongen naar farmacie, zorginstelling en hospice, dat we noodgedwongen onze toevlucht nemen tot horrorfilms en bungee jumpen om nog een beetje angst te kunnen voelen. Ons verlangen om de wereld begrijpelijk en verklaarbaar te houden is zelfs zo groot dat we gaan geloven dat het verschil tussen donker en licht alleen maar aan de buitenkant zichtbaar is. Alsof de kleur van een huid uit zou maken als het gaat om de oneindige balanszoekerij tussen donker en licht.
Alles waar we ons ongemakkelijk bij voelen lijkt wel weg te moeten. Ook als het niet levensbedreigend is maar alleen al een uitdaging voor de heersende overtuigingen vormt. Wandelen buiten de gebaande paden? Mag niet. Twijfelen aan die ene God? Kussende mannen? Verbieden. Nee, nog niet hier, maar in veel landen wel. Het ziet er naar uit dat alles moet worden uitgebannen wat confronteert met onze overtuigingen, onze sterfelijkheid, de golfbeweging van dood en leven, ons onvermogen het op te nemen tegen de natuur, alles wat we akelig vinden en ons bang maakt.

Griezelig figuur van een man met tentakels in plaats van haar

Griezelen: de universele uitdaging

Ik vind dat jammer.
Niet omdat ik zo van griezelen houd. Ik ben er zelfs enorm bang voor. Ik vind de uitbanning van confrontaties jammer omdat ik uit ervaring weet dat ik er steeds een klein beetje sterker van word als ik een angst heb overwonnen. De angst om mal te dansen in het openbaar. De angst om bij een stervende te zitten. De angst om mijn kind de wijde wereld in te laten gaan. De angst om mijn geliefde te vertellen hoe ik het graag wil. Het leverde me vrijheid op, verbondenheid en levenslust, trots en genot. Oké, wat ik noem zijn individuele angsten die me individuele verlichting geven. Maar dat het overwinnen van angst beloond wordt is een universeel gegeven. Zoals ook de dorre, kale wintertijd wordt gevolgd door de vruchtbare lente en uitbundige zomer.

Het zou dus best een goed plan kunnen zijn om daar dan ook gezamenlijk bij stil te staan. Met een ritueel of zo, waarbij jong en oud betrokken wordt om in een vriendelijke sfeer te beleven dat je geplaagd kunt worden zonder om te vallen, dat je een beetje bang kunt zijn en dat het loont om die angst te overwinnen… En kom op, als we dan toch bezig zijn: met wat elementen er in die ons er nog even fijntjes op wijzen dat vruchtbaarheid niet vanzelf komt en dat het donker nergens zo aangenaam is als lekker samen onder een deken. Een ritueeltje dat jaarlijks terugkeert, in de tijd dat het donker toch al in kracht toeneemt, bijvoorbeeld. Zo lang het niemand schaadt.

Nou ja. Het is er niet echt de tijd voor om zo’n voorstel er door te krijgen, geloof ik. Sterker nog. Het kan niet lang meer duren of er zullen mensen opstaan die er vurig voor pleiten de herfst af te schaffen. Geniet er dus van. Meet je krachten met stortbuien, windvlagen en donderslagen. Tart het donker. Zo lang het nog kan.

Bronnen:

– Interview Daniel Denys in Vrij Nederland, 10 oktober
– Starhawk: The Fifth Sacred Thing, uitg. Bantam
– T. Thorn Coyle: Evolutionary Witchcraft, uitg. Tarcher Penguin
– Arnold-Jan Scheer: Zwarte Sinterklazen, uitg. Papieren Tijger
– Georges Politzer: Beginselen van de filosofie

Geplaatst in Artikelen, Columns | Getagged , , | 3 reacties