Het middelpunt van de cirkel, deel VIII

Pompoen en mandarijnen op een schaal

Het middelpunt van de cirkel, deel VIII
Samhain 2014

Alles is energie, alles bestaat uit energie, alles bestaat in energie.
Een Hermetische waarheid.

De energie van de zomer is uitermate geschikt voor de naar buiten gerichte activiteiten, lekker er op uit, zon zee en strand of naar grote festivals al dan niet met een paganistisch karakter. En dan de september, de maand met dat mooie goud gele licht en waarin de zon alles met zo’n mooie gloed kan omhullen. De frisse ochtenden, de kruidige herfstgeuren. De spinnenwebben vol dauwdruppels. Een naderend afscheid. Veel vogels vertrekken naar warmere oorden, en wij zullen achterblijven op dit land dat in de greep zal komen van ijzige koude en duisternis. De energie van de donkere helft van het jaar is introvert en naar binnen gericht.

We zijn aangekomen bij Samhain.

Het wordt donker en de weg is nauwelijks nog zichtbaar. Grauwe mistsluiers benemen ons het zicht. Het pad voert ons naar de duistere helft van het jaar, naar het teken van de mysterieuze Schorpioen, naar Samhain, waar de poort van de dood zich bevindt. De poort van de onderwereld, de duisternis.

Wat is daar dan te vinden, daar in de duisternis?
De onderwereld?
Niets dan spinnenrag,
koude, lijden, dood en droefenis
toch?

Inderdaad klinken dood en onderwereld niet erg aanlokkelijk om te vertoeven en toch zijn het elementen die veelvuldig voorkomen in mythes en andere verhalen. Vaak zijn deze thema’s verbonden met wedergeboorte en transformatie. En zo ook de thematiek van Samhain. Naast duisternis en afdaling in de onderwereld wordt er stilgestaan bij – en vormgegeven aan – thema’s als wedergeboorte en transformatie. Belangrijke thema’s binnen een mensenleven. Thema’s die invloed uitoefenen op het onbewuste en resoneren in de menselijke ziel.

Het maanverlichte pad. Binnen. Een knapperend haardvuur, schapenvachten. De tijd Samhain en de komende donkere winteravonden waarbij de gure wind om het huis huilt is bij uitstek geschikt om elkaar verhalen te vertellen, en sprookjes, mythes en legendes wellicht.

De overgeleverde verhalen, sprookjes, mythes en legendes liggen opgeslagen als kostbaarheden in de schatkamers van de menselijke ziel. Elke cultuur kent zo haar eigen verhalen, maar de elementen waaruit deze verhalen zijn opgebouwd zijn universeel. Ervaringen van generaties liggen als erfgoed opgeslagen in deze verhalen.

Onze voorouders die ooit naar dezelfde Maan keken als jij en ik, kregen eveneens te maken met steeds weer terugkerende levensthema’s net als jij en ik. Al waren de uiterlijke omstandigheden verschillend, ook onze voorouders hadden te maken met geboorte, groei, ziekte, dood en hadden doodgewone menselijke ervaringen die verbonden waren met archetypische elementen als de Wil en Strijd, de Verbinding en Kunst, Communicatie en Wijsheid, Ziel en Vrouwelijk, Zelf en Individu, Bewustzijn en Cognitie, Relaties en de Ander, Duisternis en Transformatie, Religie en Kennis, Vorm en Mannelijk, Collectief en Psychose, Onbewuste en Mysterie. Allemaal componenten die deel uit maken van mythologische verhalen die kunnen resoneren met de betreffende delen van onze eigen ziel. Verhalen die boodschappen bevatten en antwoorden op thema’s en ons verder kunnen helpen op ons levenspad.

De afdaling in de onderwereld is een dergelijk thema dat verbonden is met deze tijd van het jaar. De zon heeft zijn kracht verloren en de levenskrachten lijken zich in de aarde te hebben teruggetrokken. Psychologisch gezien is er sprake van een situatie waarin de libido zo op het eerste gezicht verdwenen lijkt te zijn. De zin in uiterlijke activiteiten ontbreekt, de libido zit opgesloten in het onbewuste of onderwereld. Een situatie die zich laat vergelijken met de depressie zoals wij die kennen.

De mythe van Demeter en Persephone past hierbij en zo ook de afdaling in de onderwereld van Inanna, hoewel de mythe van Inanna ook verband houdt met de cycli van de maan. Er zijn verschillende versies en varianten ontstaan op de afdaling in de onderwereld. Terugkerende elementen zijn een niet vrijwillige afdaling in de onderwereld, maar een afdaling die is ingegeven door een hoger doel of uit nood, een stapsgewijs afleggen van de persona bij de afdaling naar de onderwereld, confrontatie met de dood, een transformatie die plaatsvindt tijdens het verblijf in de onderwereld en vervolgens de terugkeer uit de onderwereld waarna de gebeurtenissen in de onderwereld worden geïntegreerd waardoor men als het ware hernieuwd en herboren weer tevoorschijn komt.

Een verhaal, mythe, sprookje of legende kan je ontroeren, verbijsteren, verwonderen, blij maken of op andere wijze raken. Iedereen heeft zo zijn voorkeuren voor bepaalde verhalen maar ook verhalen en sprookjes die duidelijk niet favoriet zijn. Een verhaal, mythe, sprookje, legende maar ook een ritueel, een droom en kunst bevatten symbolen die geladen zijn met energie. Deze energie kan jouw energie in beweging zetten. Deze beweging kan leiden tot bewustwording. Je zou natuurlijk een interpretatie kunnen doen met behulp van de levensboom en beweging en bewustwording kunnen terugvoeren op de paden van de kabbala.

Persoonlijk ben ik van mening dat je eerst jezelf moet leren kenen en transformeren en integreren van datgene wat er in jouw onbewuste leeft, en dat is ingegeven door jouw persoonlijke levensgeschiedenis.

Ga maar eens na bij jezelf wat je zo aanspreekt in het sprookje van de Gelaarsde Kat. Heeft deze kat wellicht eigenschappen die je zelf ook hebt? Of misschien juist niet? En waarom raak je zo geïrriteerd door een sprookje als het meisje met de zwavelstokjes? Is het misschien haar passiviteit? Haar gevoel van onmacht, dat zij kennelijk tot niet meer in staat is dan zich met een lucifer te verwarmen, niets beters kan verzinnen dan van de kou te sterven op de stoep als haar laatste lucifer is uitgebrand? Herken je wellicht iets van deze passiviteit in jezelf? En vertelde je niet al eerder over jouw moeder die je als kind zo’n machteloos gevoel kon geven als ze je strafte? Een gevoel dat je in bepaalde situaties nog steeds ervaart?

Of deze bewustwording ook gaat leiden tot transformatie en integratie ligt aan jezelf en of je bereid bent om een innerlijk proces aan te gaan, wellicht met behulp van een analytisch therapeut.

Een mooie wisselwerking dus tussen bewust en onbewust, beneden en boven, buiten en binnen, waarmee we gestuit zijn op een andere Hermetische waarheid, zo boven zo beneden en zo binnen zo buiten. Wat zich afspeelt in jouw binnenste heeft invloed op de buitenwereld en omgekeerd en zo heeft het onbewuste deel van je wezen invloed op je bewustzijn en zo ook op je buitenwereld. Dus wie iets kan veranderen in zijn binnenwereld kan daarmee invloed uitoefenen op de buitenwereld! Degenen onder ons die ervaring hebben met het bedrijven van magie kennen dit principe maar al te goed. Ken uzelve is tevens een gouden advies voor diegenen die het pad van een mysterietraditie bewandelen.

Het onbewuste zelf is echter niet toegankelijk voor de bewuste geest, althans niet op dezelfde wijze als de buitenwereld. De bewuste geest maakt gebruikt van cognitie, gevoel en gewaarwording om het lichaam aan te sturen en om überhaupt te kunnen functioneren in de buitenwereld. Het onbewuste is met deze functies echter niet goed te onderzoeken. Alsof je probeert om met een duikuitrusting een bergtocht te maken of om in je hardloopkleding de zeebodem te verkennen. De uitingsvormen van het onbewuste zijn echter wel kenbaar voor het bewustzijn.

Maar hoe kan je dan afdalen in de onderwereld zonder dat je last hebt van een depressie of depressief wordt?

Binnen de Westerse mysteriescholen wordt vaak gebruik gemaakt van pathworking of geleide visualisatie. Dit is soort van visualisatie die wordt voorgelezen. De verteller vertelt op beeldende wijze een verhaal dat door de luisteraar in beelden wordt beleefd. Deze techniek is uitermate geschikt om met een groep te doen. Een geleide visualisatie bestaat doorgaans uit een inleiding waarin duidelijke herkenningspunten worden beschreven en vervolgens een afgesloten poort of deur waardoor men treedt. Het middenstuk bestaat uit het centrale thema van de visualisatie. Dit kan te maken hebben met een jaarfeest of thema van de maan maar ook met magisch werk of bewustwording. Het laatste stuk is de afsluiting waardoor men weer door de poort naar buiten treedt en deze afsluit en weer terugkeert naar de wereld van alledag langs de herkenningspunten.

Een techniek die geschikter is om één op één te doen en waar ik als therapeut vaak gebruik van maak is de actieve imaginatie. Deze techniek werd door Carl G. Jung al veel gebruikt. Met deze techniek kun je op een veilige wijze afdalen in je onderwereld en daar tevens zorgen voor veranderingen in de onbewuste aansturing. Door veranderingen te bewerkstelligen daar in die duistere diepte kan er veel voor je veranderen. Als jouw onbewuste aansturing gaat veranderen dan treedt er verandering op in de beleving van jezelf en in de wijze waarop je jezelf verhoudt tot anderen, maar ook kan er verbetering optreden in de manier waarom je met lastige situaties in je leven omgaat.

Als therapeut loop ik in een gesprek met iemand aan tegen een bepaald thema. Ik vraag of de persoon in kwestie dit thema eens wat nader wil onderzoeken. Als de persoon instemt, want dat is natuurlijk wel belangrijk, dan breng ik hem eerst in ontspannen toestand. Net als bij de geleide visualisatie kun je de persoon naar een poort of deur begeleiden waarop het betreffende thema staat. Nadat de persoon door de deur is gegaan, zullen er beelden verschijnen die als het ware op onbewust niveau aan het thema vastzitten. Het verschil met een geleide visualisatie is echter dat de beeldenreeks uit de persoon zelf komt. Met deze techniek begeleid ik iemand door zijn eigen beeldenreeksen heen en daarbij nodig ik uit /manipuleer ik/ zet ik aan tot/ ontsluiting en afwikkeling van de beeldenreeks door mijn vraagstelling en mijn stemgebruik maar ook stuur ik aan op zelfstandig handelen ten opzichte van de beelden. Een voorbeeld. In beelden van onmachtsituaties van vroeger gaat de persoon in kwestie nu zelfstandig handelen en zijn wil inzetten. De onmacht verandert in macht. In deze beelden rekent de persoon wellicht af met zijn straffende dominante moeder en zijn passieve vader waardoor de onbewuste aansturing die gekoppeld is aan zijn mannelijke en vrouwelijke delen in beweging wordt gezet. Deze techniek is zeer geschikt om het onbewuste te beïnvloeden en door het zelfstandig laten handelen ontstaan ik-sterkte, transformatie en integratie waardoor er (blijvende) veranderingen kunnen optreden.

Hierin ligt tevens het verschil besloten tussen bewustwording door bijvoorbeeld de beeldentaal van een goede tarotlegging en reading en de bewustwording met daaraan gekoppeld transformatie en integratie zoals in deze actieve imaginatie die wordt ingezet in het kader van een (Jungiaanse) psychotherapie.

En op welke wijze kan het onbewuste, die duistere onderwereld, ons bewustzijn beïnvloeden?

De onbewuste geest spreekt voortdurend tot ons en stuurt ons vrijwel volledig aan. Voor wie wil horen is daar altijd op de achtergrond een gefluister in het duister aanwezig. De stem van je intuïtie. Het bekende stemmetje fluistert vaak boodschappen in je oor, boodschappen die je eigenlijk niet wenst te horen. Je kunt ze dan ook makkelijk negeren en naast je neerleggen. Dat stemmetje bijvoorbeeld dat je waarschuwt voor de verkeerde persoon waartoe je een bepaalde aantrekkingskracht voelt. Door je verliefdheid is je nieuwe Italiaanse liefde nog prachtig en ervaar je haar initiatief nemende aard als verrukkelijk. Je bent jezelf nog niet bewust van dat ze eigenlijk heel erg dominant is waardoor jij weer die onmacht gaat ervaren. Iets wat je onbewuste al weet.

Als een boodschap echt heel belangrijk is en energetisch veel lading heeft, kan het ook zomaar gebeuren dat de onbewuste geest op andere wijze contact probeert te maken met het bewustzijn om iets belangrijks onder de aandacht te brengen. Dit gebeurt dan bijvoorbeeld door dromen waarin als het ware heel subtiel boodschappen verborgen liggen in de droomsymbolen. Bijvoorbeeld de persoon in kwestie, tot wie er een bepaalde aantrekkingskracht is, maakt met de dromer een boswandeling en neemt in de droom opeens een andere afslag. Als de dromer geen gehoor geeft aan de verborgen boodschap in de droom kan het zijn dat de persoon in kwestie de volgende nacht verschijnt in een droom waarbij zij een demonisch uiterlijk heeft aangenomen en de dromer zijn keel afbijt.

Het onbewuste kan echter ook op de grens tussen ziel en materie op heel indringende wijze om aandacht vragen. Dezelfde dromer loopt nu op straat te fantaseren over zijn Italiaanse liefde en bedenkt zich dat zij eigenlijk nooit naar hem luistert en altijd doet waar ze zelf zin in heeft op welk moment hij bijna omver gereden worden door de Pizzabezorger van Milano Pizza, waarna het welbekende kwartje valt!

Serge van Heel

Serge van Heel (1972): Ik ben opgeleid en ingewijd in de Gardneriaanse traditie. Naast mijn werk als ambtenaar heb ik een praktijk aan huis voor Jungiaans Analytische Therapie. Als afstudeerproject van mijn opleiding (Postgraduate Program in Depth Psychology) ben ik bezig met een scriptie genaamd: Het Middelpunt van de Cirkel, over symbolen, archetypen, rituelen en het individuatieproces in de Moderne Hekserij.

Voor het maken van afspraken of meer informatie zie ook: www.sergevanheel.nl

of mail me.

Geplaatst in Artikelen | Reacties uitgeschakeld voor Het middelpunt van de cirkel, deel VIII

Review: Apocalyptic Witchcraft

Apocalyptic Witchcraft
Peter Grey
Scarlet Imprint , 2013. 182 pages, ISBN 987-0-9574492-9-9
Rouge edition: £15+ postage

Apocalyptic Witchcraft

‘Apocalyptic Witchcraft’ isn’t your typical fun and easy to read book. Since Peter Grey is extremely passionate about what he writes, one has to focus to stay on track with his associative mind and the loops he makes in his world of mysteries of blood and the moon. His anecdotes and connotations (which at times are written in a very staccato way) might be new to many but weren’t that new to me.

His view on witchcraft isn’t what most people are used to. It is partly based on rebellion and on a counter-attitude against modern duality-driven society, devastating it’s natural resources which we need for survival of our species in general. Witchcraft should be pro-self governing, he states. We need to burn 3 times and rise with every inch of Willpower, not at all connected to any formerly known system, yet reconnect with our nature, because everything else has proved itself to be in utter vain.

His dedication is to Babalon, who holds the cup aflame with love and death and who he quite often connects to Hecate, as sorceress and ‘Queen of the Night and Death’, and to Inanna as fertility goddess and of sacred sex. It’s the witch through whom Babalon speaks. He wants us to see non-lineair connections and not be completely enchanted by rationalism and stupefied by culture. Magic must become more savage to have any meaning in this world. We need to (re-) connect with the wolf, the shapeshifter who will find his own pack, his chosen family. We must not wait like armchair magicians and saloon witches trying to rationally analyse everything and foretell what is coming safely in our comfort zones. We have to realise that we are already in the battlefield. We’re being hunted and have to transcend, to become hunters.

We should use methods like dreams, myths and herbs and go for the abundance instead of mere sterile control. We should be able to read and feel what nature is telling us and use our knowledge for our own well-being. We can meet the witch and the devil at the crossroads to guide us through these elements. Whether we will feel guided or tricked remains to be seen. One thing is sure; we need to meet them to change.

But is that so? Is the witch a person having some kind of ‘save the world morality’? Isn’t she the trickster, a self serving loner, not afraid of death in any form, who has no-one to judge her, who has become her own acceptance,so to speak? Where are Baba Yaga, Hel and Louhi in his story of witchcraft ? What role do crones, the wisdom of old age and personality play in witchcraft? Are the devil and the witch mere Babalon’s advocates or avatars as Peter Grey suggests? In my humble opinion one can not simply hold the devil, as a representative of some goddess, responsible for the choices and judgments the witch makes on her own merits.

I am glad to have read this book, but I had a slight problem with it hardly leaving any space for the reader to make up his own mind. The writer gives his own, yet fully worked out and lived through opinions about a possible role for witchcraft in modern society in a sometimes pushy way but doesn’t seem to completely embrace nature’s needed diversity through which human (r-)evolution becomes possible.

I agree with him nonetheless that certain qualities, sometimes tools in life itself, have been taken out of the equation and some shift is needed to heal both our own and Earth’s bloody wounds. However, doesn’t this blood both cleanse and contain life force at the same time? If you have merely seen witchcraft through the eyes of Wicca, this book will be an eye-opener beyond any doubt.

Daan

Geplaatst in Boeken, English articles, Recensies | Getagged , | 1 reactie

Transitierituelen

In dit artikel gaan we in op transitierituelen en voegen we een nieuw transitieritueel toe aan de Wicca: de Mid-birth (ofwel de Mediane geboorte). De volgende onderwerpen komen aan bod:

  • Wat zijn transitierituelen en wat is hun betekenis?
  • Het universele patroon in transitierituelen en hun symboliek
  • Het levenswiel en de verschillende transities
  • Transitierituelen in de wicca
  • Een nieuw transitieritueel voor de wicca: Mid-birth?
  • Het Mid-birth ritueel: doel en inhoud

Het artikel is de bewerking van een workshop, waarvan ook het gezamenlijk voorbereiden en uitvoeren van het Mid-birth ritueel deel uitmaakten. Wil je dit ritueel uitvoeren met je groep, dan kun je het opvragen. Mail naar chovexani@hotmail.nl

De betekenis van transitierituelen
Het leven kent een reeks aan levensfasen: jeugd, adolescentie, volwassenheid en ouderdom, met verschillende overgangen (transities) tussen de verschillende levensfasen. In vele culturen en in alle tijden zijn de overgangen tussen de verschillende levensfasen gemarkeerd met een ritueel: dit noemen we transitierituelen, ook wel rites de passage genoemd. In vrijwel alle culturen worden rituelen uitgevoerd rond de thema’s geboorte, huwelijk en overlijden en ook puberteitsrituelen zijn wijdverbreid. Minder wijdverbreid zijn transitierituelen rond de ouderdom.
Voorbeelden van transitierituelen in onze westerse cultuur, behorend bij verschillende levensfasen en levensgebeurtenissen:

  • Geboorterituelen: doop, babyshower.
  • Puberteit (vaak gekoppeld aan de eerste menstruatie bij meisjes): sweet sixteen party, Bar en Bat Mitswah (Joodse religie), communie
  • Volwassenheid (gekoppeld aan relatievorming): huwelijksfeesten
  • Ouderdom: Sarah of Abrahamsfeesten, pensioneringsfeest
  • Dood: begrafenisrituelen
Tossing ceremony of the Aranda Tribe (1904)

Afbeelding afkomstig van prof. Rodney Frey, University of Idaho: Alkira-Kiuma Ceremony or the Tossing Ceremony of the Aranda Tribe (1904).

Transitierituelen zijn universeel en zo oud als de mensheid, zo blijkt uit zeer oude grafvondsten. De voorouders van de moderne mens begroeven hun doden al met rituele betekenis. Er zijn verschillende verklaringen voor de redenen voor het ontstaan van en de betekenis van transitierituelen:

  • Het ondersteunt de sociale stabiliteit in een gemeenschap:
    – Door het geven van duidelijke (leef)regels aan alle leden van een gemeenschap bij veranderingen en bij nieuwe verantwoordelijkheden in hun leven;
    – Transitierituelen creëren en versterken gezamenlijke normen en waarden;
    – De rituelen verstevigen het gemeenschapszin door gezamenlijke uitvoering van de rituelen.
  • Transitierituelen maken duidelijk welke rol en verantwoordelijkheid een lid van de maatschappij moet nemen voor zijn gemeenschap. Als voorbeeld noemt de antropoloog Turner het ritueel voor de kroning van Ndembu koningen. De te kronen koning wordt in dit ritueel eerst ontdaan van alle koninklijke versierselen en kleding. De toekomstige koning wordt ritueel ‘vernederd’ en moet een tijdje leven als gewoon lid van de gemeenschap. Door dit te doen, wordt hij zich bewust van het feit dat hij als koning zijn volk moet dienen en dat het belang van de gemeenschap groter is dan zijn persoonlijke belang.
  • Vanuit psychologisch perspectief versterken transitierituelen op persoonlijk niveau de ervaring van de overgangen in het leven. Het ritueel geeft in zekere zin steun en helpt om de overgang (de passage) te maken.
  • Een vaak onderbelicht aspect is het feit dat rituelen gewoon leuk zijn: het geeft de gelegenheid voor zang, dans etc. Zeker in vroeger tijden waren (religieuze) rituelen de belangrijkste of zelfs de enige aanleiding om feest te vieren in de gemeenschap.

Het universele patroon in transitierituelen
De Franse(!) antropoloog Van Gennep was de eerste die transitierituelen bestudeerde en beschreven heeft. Hij heeft de term ‘Rites de passage‘ als eerste gebruikt. Hij ontdekte bij alle transitierituelen en bij alle volkeren een universeel patroon van drie fases:
1. De eerste fase, afscheiding, betreft symbolisch gedrag waarbij het individu afgescheiden wordt van een voordien vaste maatschappelijke status. Hierbij wordt de oude status eerst ‘vernietigd’ als voorbereiding tot de nieuwe.
2. Tijdens de middelste fase wordt de initiate ontdaan van elke uiterlijke manifestatie van zijn rang of rol en betreedt de initiate een soort ‘liminale’ status tussen vroegere en toekomstige identiteit. Deze fase wordt vaak vergeleken met een (rituele) dood, of een verblijf in de duisternis van de baarmoeder in afwachting van de geboorte. (Limen: Latijn voor ‘grens’)
3. In de laatste fase overschrijdt de initiate deze drempel en maakt in zijn nieuwe sociale of religieuze rol zijn herintrede in de maatschappij. De initiate wordt als het ware opnieuw geboren.
In een schema kunnen deze fasen als volgt worden weergegeven:

Schema van de riten van separatie en reintegratie

Symbolen
Rites de passage zijn rijk aan symboliek. Het proces van transformatie wordt op vele manieren, die geografisch en cultureel verspreid zijn, uitgewerkt. Het afleggen van de oude identiteit kan betekenen dat de kleding, het haar etc. wordt verwijderd. Bij de separatiefase hoort eveneens vaak een letterlijke periode van afzondering van de gemeenschap voor kortere of langere tijd. Bij veel rituelen hoort ook het succesvol doorstaan van een aantal beproevingen en dikwijls wordt elke toegang tot de volgende fase door een poort gesymboliseerd. De nieuwe status wordt gewoonlijk ook tot uitdrukking gebracht in een verandering aan het lichaam, zoals bijvoorbeeld besnijdenis, het verwijderen van tanden, aanbrengen van tatoeages of door het aantrekken van speciale kledij en/of aanbrengen van sieraden of ornamenten.

Maasai ceremonie

Afbeelding: BBC

Enkele rites de passage van onze huidige westerse cultuur zijn: de doop, de communie, besnijdenis, het huwelijk, de eerste dag op school, ontgroeningen, enzovoort.
Bij een huwelijk bijvoorbeeld zien we de fasen van Van Gennep terug:

  • De onthechting van de ongehuwde staat wordt gevierd met een vrijgezellenfeest;
  • De bruid en bruidegom worden ‘gescheiden’ van elkaar. In Nederland is het traditie om de nacht voorafgaand aan het huwelijk door te brengen in het ouderlijk huis, ook al woon je al jaren samen;
  • De bruid en bruidegom kleden zich speciaal voor de gelegenheid;
    Het bruidspaar loopt vaak door een poort of haag naar het altaar of de trouwlocatie;
  • Er worden ringen uitgewisseld, die de huwelijkse staat bezegelen.

Naast deze symbolische handelingen, worden er talloze andere symbolen gebruikt bij een huwelijk, zoals het strooien van rijst of bloemblaadjes, het dragen van ‘something old, something new, something borrowed, something blue’, het gooien van het bruidsboeket, blikjes achter de auto etc.
Er zijn ook belangrijke levensgebeurtenissen waar onze Westerse samenleving geen rituelen voor kent. Want hoe vier je een echtscheiding? Er wordt een periode afgesloten, een grote verandering voor de (ex)partners en eventuele kinderen. Ook voor het afronden van een carrière vanwege pensioen, maar ook door ziekte of ontslag, kennen we geen echte rituelen.

Vraag:
Welke elementen en symboliek van de drie fases in een rite de passage zien we terug in de inwijdingsrituelen in de Wicca?

Het levenswiel
Het leven wordt vaak voorgesteld als lineair: we worden geboren en gaan aan het eind van het leven dood. In de Wicca zien we het leven en de dood niet als gescheiden entiteiten, maar als polariteiten. Tussen het leven en de dood is er een transitie en daarmee een overgang tussen beide vormen van zijn en niet-zijn. Dit betekent dat het leven voorgesteld kan worden als een cirkel, wiel of rad. Deze voorstelling lijkt erg op de manier waarop bijvoorbeeld in het Hindoeïsme gekeken wordt naar het leven en de dood: het rondwentelend wiel van Karma. Dit levenswiel kan worden verdeeld in de gebruikelijke levensfasen van jeugd, adolescentie, volwassenheid en ouderdom (figuur 1).

Figuur 1 - Wiel van het leven

Eén as in het wiel is de as van leven en dood, de andere as is een ‘hormonaal gestuurde’ as. Deze as markeert de transities van de puberteit en de overgang.

Geboorte: Het leven start hier met de eerste transitie, gekoppeld aan de as van leven en dood. Door onze geboorte komen we ‘in de tijd’ op deze aarde.
Puberteit: De volgende transitie in ons leven wordt gemarkeerd door de overschrijding van de ‘hormonale as’: we worden voor het eerst ongesteld of krijgen de baard in de keel. We worden van kind tot adolescent (puberteitsfase). In onze westerse cultuur is het niet gebruikelijk deze puberteitsrite te vieren. Misschien dat de ‘sweet sixteen birthday party’ nog het meest hieraan herinnert.
Op eigen benen gaan staan: De adolescentie eindigt waar de volwassenheid aanvangt: we verlaten het ouderlijk huis, de markeringen zijn: gaan studeren, op kamers gaan wonen, gaan samenwonen of trouwen. In deze transitie staat het nemen van ‘volwassen’ verantwoordelijkheden centraal: we gaan ons eigen leven leiden en komen definitief los van onze ouders. Opvallend is dat in onze westerse cultuur deze fase steeds later in het leven valt. Veel (in leeftijd allang) volwassen mensen gedragen zich nog als adolescent en stellen het nemen van verantwoordelijkheden zo lang mogelijk uit. In Nederland gaan jongeren steeds later ‘het huis uit’. Een transitieritueel voor deze overgang bestaat niet, m.u.v. het huwelijksritueel. Omdat deze transitie zich ook bevindt op de ‘geboorte-as’ zou “Mid-birth” (een term van Wilbert Alix) een mooie benaming zijn: letterlijk een (weder)geboorte in het nieuwe, volwassen leven. Dit thema wordt in het ritueel dat bij deze workshop hoort verder uitgewerkt.
Overgang:

De volgende transitie is (voor vrouwen) opnieuw een hormonale overgang: het einde van de lichamelijke vruchtbaarheid. In onze Westerse cultuur wordt deze natuurlijke transitie meestal niet erg gewaardeerd, noch gevierd: het aanbreken van de ouderdomsfase wordt eveneens zo lang mogelijk uitgesteld. Ouderen van rond de 70 zijn heden ten dage niet meer vergelijkbaar met mensen van dezelfde leeftijd van pakweg een eeuw geleden. Ook voor deze transitie is er geen algemeen gangbaar ritueel, behalve het (Nederlandse?) gebruik om “het zien van Abraham of Sarah” te vieren op 50-jarige leeftijd.

Overlijden: Het leven eindigt met de dood. Op dat moment gaat het leven weer ‘uit de
tijd’ en is het wachten op de (volgende) reïncarnatie.

Transitierituelen in de wicca en hun plaats op het levenswiel

Wicca kent vele rituelen en –anders dan in onze profane maatschappij- ook een aantal transitierituelen, die verbonden zijn aan het levenswiel:

  • Geboorte: Wiccaning
  • Puberteit: Coming of age
  • Ouderdom: Crone-ritueel
  • Dood: Rite de passage of overgangsritueel genoemd. Immers, de dode gaat weer over de as van leven en dood en daarmee “uit de tijd” tot het moment van reïncarnatie.

De Mid-birth zou hier perfect bij aansluiten en maakt de viersnijpunten van de twee assen compleet

Andere transitierituelen in de wicca:

  • Handfasting
  • Inwijdingen (neofiet, 1e, 2e en 3e graad)

Mannelijk-fysieke en vrouwelijk-spirituele levenshelften
Het levenswiel kan dus worden verdeeld in vier ‘kwarten’ gekoppeld aan de levensfasen van jeugd, adolescentie, volwassenheid en ouderdom. Deze fasen zijn vervolgens gekoppeld aan de windrichtingen en elementen, zoals die ook in de Wicca herkenbaar zijn:

Jeugd –Oost – Lucht – Mannelijk

Adolescentie – Zuid – Vuur – Mannelijk

Volwassenheid – Westen – Water – Vrouwelijk

Ouderdom – Noorden – Aarde – Vrouwelijk

Deze verdeling betekent dat met de as van geboorte en de Mid-birth het leven figuurlijk in twee helften wordt verdeeld: een ‘mannelijke’ en ‘vrouwelijke’ helft van het leven. Als we de jeugd en adolescentie bezien staat de fysieke groei centraal, in de volwassenheid en ouderdom is er (meer) ruimte voor spirituele groei. De mid-birth kan in die zin de geboorte markeren van het spirituele Zelf. Als we het levenswiel vergelijken met een magische, rituele cirkel, dan vindt de fysieke geboorte plaats in het Noord-Oost kwadrant: in de Wicca eveneens de plaats waar de poort zich bevindt in de magische cirkel en de plaats waar initiates bij hun inwijdingen binnentreden!

Het levenswiel en de plaats van de sabbats
Het wordt nog interessanter als we het levenswiel verbinden met de plaats van de sabbats op het wiel van het leven (figuur 2). Het begrip ‘Grote Sabbats’ krijgt in het grote levenswiel daarmee ook een heel andere betekenis…

Figuur 2. Wiel van het leven en de sabbats

‘Mid-birth’ in de Wicca

Het centrale thema’s van deze transitie is de ‘spirituele geboorte’. Het gaat naast het nemen van verantwoordelijkheid voor je het eigen leven en de vorming van je eigen identiteit (individuatie) ook om de vorming de spirituele identiteit.
De Mid-birth transitie markeert de overgang van de ‘mannelijke’ levenshelft naar de ‘vrouwelijke levenshelft’, de focus wordt verlegd van fysieke groei naar spirituele groei. De verbinding met de vrouwelijke levensenergie wordt versterkt, spiritueel uit te drukken in het leggen van een verbinding met de Godin. Als we kijken naar de corresponderende sabbats is hier ook een prachtige parallel te trekken. De grote Sabbat Lughnasadh, corresponderend met de plaats van het Mid-birth ritueel, staat in het teken van het offer van de God. Hij offert zichzelf en geeft de daarmee de aarde haar vruchtbaarheid voor het volgende seizoen. Mid-birth zou ook daarin een markering kunnen zijn van een symbolisch offer: de mannelijke energie en fysieke gerichtheid van de jeugd en adolescentie wordt geofferd om plaats te maken voor de vrouwelijke energie en spirituele gerichtheid in de volwassenheid en ouderdomsfases van het leven.
Ik zou daar nog een ander aspect aan toe willen voegen: de Mid-birth als de markering van de verbinding met de grote Moeder, de aarde zelf. Ik zal dat laatste hieronder toelichten. Bij de echte fysieke geboorte gaat het om het loskomen van je biologische moeder: je moet ademen op eigen kracht en vanaf dat moment is jouw leven niet meer fysiek verbonden met haar leven. In je jeugd en vooral in de adolescentie (puberteit!) maak je je steeds meer los van je ouders en kies je steeds meer je eigen pad. In de ‘tegenoverliggende’ overgangsrite (Mid-birth) gaat het in mijn beleving om een nieuwe verbinding met je Moeder, maar nu in de betekenis van Moeder Aarde. Dit element past naar mijn gevoel heel goed in de Wicca als Aardereligie en verbindt het individuele aspect (het nemen van verantwoordelijkheid voor je individuele pad en de vorming van je eigen identiteit en spirituele groei) met het nemen van verantwoordelijkheid voor het collectieve belang: het voortbestaan van onze Aarde. Samengevat: Mid-birth draait om de thema’s ‘identiteit’, ‘spirituele groei’ en ‘verantwoordelijkheid’ en centraal staat de Godin in haar aspect van Moeder Aarde.

Wanneer is het de tijd voor dit transitieritueel?
Gezien vanuit het perspectief van de levensfasen zou een logisch moment voor dit ritueel liggen tussen het 18e en 23e levensjaar. Maar zoals met alle transities (behalve geboorte en dood) is er geen ‘vast’ moment, waarop dit moet plaatsvinden.
Het ritueel zou passen op het moment dat de persoon bewust wil kiezen voor het verdiepen van het ‘inner path‘: de ontplooiing van de eigen identiteit en de markering van het spirituele pad. Dat kan de eigen identiteit betreffen als heks en priester(es), maar ook (voor niet-heksen) een verdieping van de eigen spirituele identiteit. Daarnaast gaat het in dit transitieritueel ook om vormgeving van het ‘outer path‘: de wijze waarop de persoon de verbinding met en verantwoordelijkheid voor Moeder Aarde vorm wil en kan geven (de verwerkelijking of materialisatie) in het profane leven.
In de traditionele inwijdingsweg van de Wicca is dit ritueel goed in te passen. Het ritueel staat los van het traditionele inwijdingspad en moet zeker NIET gezien worden als een nieuw, toegevoegde inwijding, maar kan als persoonlijk transitieritueel een nieuw element en psychologische dimensie toevoegen aan de bestaande inwijdingsweg. In die zin is het vergelijkbaar met een Crone-ritueel.
Het ritueel vindt idealiter plaats op een plek in de natuur, waar de krachten van Moeder Aarde gevoeld en ervaren kunnen worden.

Over de auteurs:
Chovexani en Kariboe zijn beiden ingewijd in de Alexandrian traditie en werken samen in de coven Arianrhod.

Geplaatst in Artikelen | Getagged , , | 1 reactie

The Significance of Martinmas/ St. Martin/ Sint Maarten and 11 November

In a recent presentation Sacrificial Magic and the Twofold Division of the Irish Ritual Year at the SIEF – The Ritual Year conference in Innsbruck, September 2014, Billy Fhloinn described the customs surrounding St. Martin.

He noted that Samhain (Irish for November) was the month when animals were slaughtered in readiness for the oncoming winter. Samhain as a festival later became Christianised to become ‘All Hallows Eve’ (1st Nov) and ‘All Saint’s Day’ (2nd November). This of course is the Wiccan celebration of ‘Hallowe’en’ or ‘Samhain’. The connection with death, sacrifice and honouring the dead is common to both traditions.

However he noted that it was at Martinmas, celebrated on 11th November (11-11), when the nature of the Blood rite or ‘Rites of Passage’ was most evident. It was customary to kill animals, usually geese, for St. Martin. The slaughter would take place at the doorstep. The blood, which was not used for food, was then daubed in the four corners of the house echoing the liminal aspects of the threshold and boundaries, keeping out ‘bad spirits’.

Celtic goose

(Celtic knot work/ embroidery, goose)

“The historical development of St. Martin’s Day in Ireland, and its relationship with the more ancient festival of Samhain (31st October ) is also examined, revealing a complex set of circumstances that saw much of the ritual nature of Samhain being adopted within a Christian contact in the medieval period”  (Billy Mag Fhloinn – abstract SIEF conference)

“In the old days, Irish celebrations started on the eve of Saint Martin’s Day, echoing the Celtic tradition that the day started at sundown. And the main ritual event of Saint Martin’s Eve certainly reflected Pagan traditions – the sacrifice of a cockerel or goose, which was allowed to bleed out. The animal originally might well have been beheaded and then carried around the house, the blood spurting forth and covering the designated “four corners” of the dwelling. In later days, the blood was collected in a bowl and then used to consecrate the building. After that … oven time!” (From “Saint Martin’s day in Ireland”) (1)

So who was St. Martin, Sint Maarten? And were similar rites performed in other countries? Why was the goose designated as the sacrificial bird?

To come nearer to home we only have to look at the patron saint of Utrecht – indeed Sint Maarten – to find out more.

“Martin of Tours” was originally was a Roman soldier. He was born in Szombathely, Pannonia in what we now know as Hungary, in the first half of the 4th century C.E.

“Martin wanted to be a Christian, and felt that as a Christian he could not serve the Roman Empire. Martin was imprisoned for this early ‘conscientious objection’, and not released until 357, when he was nearly 40. One day Martin met a nearly naked beggar at Amiens. He took off his cloak, cut it in half and gave the half to the beggar. Soon after this, he had a dream in which Christ appeared to him, wearing the half of cloak which Martin had given away. … Martin’s emblem in English art is often that of a goose, whose annual migration is about late Autumn. ‘St Martin’s Summer’ in England is a spell of fine weather that sometimes occurs around 11 November.”  (The Life of St. Martin of Tours 316-397)

The first St. Martin’s Church was founded in Utrecht during the first centuries of Christianity. It was however in 696 when Willibrord was Bishop of Utrecht that St. Martin was named the Patron Saint of the large Bishopric. Later many more churches would be dedicated to St. Martin especially in Limburg and Friesland.

Interestingly enough – and also similar to the practice of ‘Rent and tribute’ – the farmers celebrated 11-11 as their New Year having paid their taxes. Then it was time to feast. The St. Martin Fires (Sint Maartenvuren) were also lit. This is also reminiscent of the Germanic practice of lighting fires at their festivals.

 Sintmaarten Rijskmuseum

(Sint-Maartensfeest, Pieter Balten, ca. 1525-1598, 
Amsterdam, Rijksmuseum.)

 

 

 

 

 

(SSint maarten Atlas van Stolkint-Maartensvuur in een 18de eeuws stedelijk decor. Zulke vuren vormden lang de hoofdmoot van het feest. Ze komen nu nog voor in Midden-Limburg en Midden-Friesland. Volksprent, Atlas van Stolk.)

 

 

 

 

 

 

 

November was known in the farmer’s almanac as ‘Slaughter month’ / ‘Slachtmaand’ when there was the culling of animals in preparation for the winter. On 11th November/St. Martins Day it was the goose which was eaten in memory of Sint Maarten – the so-called ‘Maartensganzen’.

Another legend ties Martin to geese – when he was to be made bishop, he hid in a small shelter on a farm … unfortunately disturbing some geese who immediately and loudly proclaimed his presence.” (1)

Well known for their watchfulness, the goose guarded the Temple of Juno in ancient Rome, and was also sacred to Berchta, a Germanic Earth Goddess. Freya was also said to be “goose-footed”.

In any event the goose was roasted and eaten on St. Martin’s day.

For a recipe for the ‘Martinsgans’ see: http://www.nrcnext.nl/koken/2009/11/11/gans-voor-sint-maarten/

In Utrecht the custom of carrying lanterns on Sint Maarten/ 11 November is enjoying a revival.

As the children – usually between the ages of 7-12 i.e. primary school-age – walk with their lanterns they sing songs. The story of St. Martin and the sharing of his cloak (charity) and his generosity is of course the main theme. But as the children are rewarded with sweets we are also reminded of the Hallowe’en ‘trick-or-treat’.

As the Irish protected their houses with the blood of the goose aren’t we all subconsciously preparing for the dark months to come?

From the website St. Martins Day in Ireland:

As a calendar marker, Saint Martin’s Day denotes the end of the agrarian year and the final harvest of the year. Hard times began … and in the Middle Ages a period of fasting began on November 12th, lasting for the traditional forty days and known as the “Quadragesima Sancti Martini”. People ate and drank one last time before the fast.

This was facilitated by the agricultural preparation for winter – most animals were assessed as to their chances of survival and future usefulness, those who did not make the grade were killed and the meat preserved. So food was available in abundance around this time – similar to the Celtic Samhain. Goose were also nicely fattened up, leading to wholesale slaughter of the species and the traditional Saint Martin’s Goose in the oven.”

One last thing… today we remember 11-11 most notably as ‘Remembrance Day’ or ‘Armistice Day’ when we remember those who lost their lives “in the line of duty”.

(With thanks to Anne for helping with resource material… there is lots!!)

Morgana

++

UTRECHT 11-11-2014

11-11-2017  from Maciej Witulski: “The article skips one important thing – in the past people used the Julian calendar and 11th November was in fact the date of so called “Old Halloween”. Similar customs are found in Belarus during the celebration of Dziady (Slavic Forefather’s Eve). There was official dinner, on the table was put the head of a pig, ram or rooster (in case if family was poor).” Thanks for the additional information Maciej!

Banner Utrecht

 

 

http://www.stmaartenstadutrecht.nl/9-viering/57-sint-maarten-viering-2013

and

http://www.bezoek-utrecht.nl/sintmaarten

Sint Maarten Feest van het delen 7 t/m 11 november 2014. Utrecht heeft zijn schutspatroon Sint Maarten. Hij deelde zijn mantel met een bedelaar en het rood-wit van de Utrechtse stadsvlag verbeeldt deze daad. Sint Maarten is het symbool voor barmhartigheid en solidariteit. Daarom vieren we op en rond 11 november het ‘feest van het delen’. Wat er allemaal te doen is, lees je in deze folder. Het Sint Maartensweekend vormt tevens de start van Winter Utrecht. Kijk op sintmaarten2014.nl en de genoemde websites voor uitgebreid programma informatie.

References:

Billy Mag Fhloinn: Ph.D. in Folklore. Lecturer in Irish Studies, University of Limerick

Saint Martin’s day in Ireland  (1)

The Life of St. Martin of Tours 316-397

Sint Maarten, Folklore, toen en nu, Mirjam Chamuleau

Zie ook Een rondwandeling door de Utrechtse binnenstad: In het voetspoor van Sint-Maarten (utrecht.nl, klik op In het voetspoor van Sint Maarten)
Also available as: In the footsteps of St. Martin. A tour through the medieval city centre of Utrecht

Sint Maarten en Utrecht – English

For more information about the mythology of sacred animals and St. Martin please refer to Christianity: The Origins of a Pagan Religion by Philippe Walter. ISBN 978-1594770968

and

Traditional Festivals: A Multicultural Encyclopedia, Volume 1  by Christian Roy. ISBN 978-1576070895.

 

Geplaatst in English articles | Getagged , , , , , , , | 3 reacties

The Morrigan Papers, part five

“And with the above sentences we can clearly see that Rhiannon (on a human level) is the young Goddess, in her puberty, fighting her good fight, struggling with her transformed attributes but still going on strong, moving towards new possibilities that all need to be ‘remembered’, to make this her own and during this transformation she is becoming the beautiful princess and a promising queen to be. “ (The Morrigan Papers – part four**)

Sometimes you just need to write, and think, rewrite and think again. Or the other way around. Why was I struggling with my feelings about my last  writings? Why couldn’t I relate to it. What was the Morrigan, in the form of Rhiannon, trying to make clear to me? It was like I was punching a wall, with no success. And then life developed, and so many things happened since I wrote my former piece. And I struggled again, arghhhhh.

And then it became clear, “take another look” at the story, legend of Rhiannon. “did you not hear the birds sing”? Did you not find feathers all over the place when you were “thinking”? didn’t you see crows all the time? OPEN YOUR SOUL’S EYES!

And I did, and that was a very emotional (and still is) phase of my life. So which parts of Rhiannon’s story did resemble to my own life? In short the story of Rhiannon is as follows:

  • Living in the underworld (fairy mound)
  • Married a human prince who she chooses above one of her own kind
  • After two years she was not pregnant yet (not fit to be queen)
  • Blaming her for this and of the fact that she was an outsider
  • Then, in the third year, she became pregnant and delivered a child
  • All the midwives fell asleep and the child was taken away
  • The midwives killed a puppy, smeared it on the mouth and hands of Rhiannon and accused her to have eaten her own child
  • She was not put to death but severely punished for her “crime”
  • She took her punishment with dignity and grace
  • After seven years her child came to the gate with his foster parents as the fourth of the company.
  • She was restored to her place at her husband’s side as a Queen

For her full story see the links below, but the above was as a “translation” to my own life and how the Morrigan “taught me”.

For me it was the integration of the hurt and emotions of my own past as a child and young girl. I have been accused, abused and neglected. And I thought that that was the natural order of things. In my later years since I was a youngster I just coped with it in a very rational way: Oh, that is something that happened in the past, has nothing to do with today, just forget it, get over it and go on! And I neglected my inner child, my emotions. But it seemed a very wise thing to do. Up until the beginning of 2013. And from that time upon till now, and with the help of a lot of “singing” birds, I have finally found the courage to face what I have been through, and see myself as the beautiful human being I am today. Rhiannon, as a form of the Morrigan, showed me that courage is needed to face the hurt inner child, to transform it into beauty, to recognise that I am a weaver of my own faith, that, in the end, the truth of my story is revealed by a third party and therefore confirmed to all those that have spoken ill of me, and more. I am not afraid to be me anymore! I am not afraid to take back my own sovereignty, my own domain as the great Queen and Rhiannon becomes Rigantona. Now I not only “know” the time of Ostara, I can connect it to an emotion. And that is truly a beautiful miracle to me. I can finally move on!

Moved by Rhiannon (by Nemain Cwmbran)

I can show you, she said,
But I was too afraid to see

I can sing for you, she said,
But I was too afraid to listen

I can touch you, she said,
But I was too afraid to feel

I can teach you, she said
But I was too afraid to learn

Until now

Rhiannon

Notes and references:

Maboginion, translated by Lady Charlotte Guest

** Morrigan Papers – part four WROnline Lammas 2014

http://www.rhiannon.ie/saga.htm

http://www.orderwhitemoon.org/goddess/rhiannon-queen/Rhiannon.html

http://landofgoddesses.wordpress.com/2013/08/06/rhiannon/

 

Geplaatst in English articles | Getagged , , , | Reacties uitgeschakeld voor The Morrigan Papers, part five

Oud nieuws in de verjongingsketel gegooid – Samhain 2014

Paleodieet

In de goede oude tijd was alles beter, dat weet iedereen. Zo hebben christenen hun Paradijs van voor de zondeval, paganisten/heidenen hun Europa vóór de komst van het christendom, Hesiodus het gouden tijdperk onder de heerschappij van Kronos, Freudianen het verblijf in de moederschoot, en sommige mensen met belangstelling voor gezonde voeding de oertijd waarin de mensen zich voedden volgens het ‘paleodieet’.

Het paleodieet is gebaseerd op wat jagers-verzamelaars in de vroege steentijd (het paleolithicum) zouden hebben gegeten. De gedachte hierachter is dat het spijsverteringsstelsel van de moderne mens nog steeds hetzelfde is als toen, terwijl het voedingspatroon wel sterk is veranderd, en dat veel gezondheidsproblemen voortkomen uit dit verschil.

De Nederlandstalige National Geographic besteedde in het septembernummer aandacht aan het steentijddieet door te kijken naar het voedingspatroon van hedendaagse jagers-verzamelaars zoals de Tsimane in het Boliviaanse Amazonegebied, de Hadza in Tanzania en de Inuit op Groenland. Deze volkeren hebben minder last van hart- en vaatziekten en hieruit is geconcludeerd dat zij gezonder eten dan mensen van wie het voedsel afkomstig is uit landbouw en veeteelt (en vaak industriële bewerkingen ondergaat).

De samenstelling van het paleodieet is niet gebaseerd op archeologische vondsten, maar op een idee over ‘de oermens’, in combinatie met het dieet van hedendaagse jagers-verzamelaars. Volgens evolutionair voedingsdeskundige Loren Cordain halen die 73% van hun calorieën uit vlees en vis. Uit nieuw onderzoek blijkt echter dat de jacht vaak niets oplevert en dat deze volkeren dus helemaal niet zoveel vlees eten, met uitzondering van de Inuit die bijna alleen maar zeehonden, narwals en vis eten. De Hadza halen bijna 70% van hun energie uit planten.

Verschillen in voedseltolerantie tussen bevolkingsgroepen, zoals lactosetolerantie bij mensen in Europa, Afrika en het Midden-Oosten versus lactose-intolerantie bij Oost-Aziaten, sommige Noord-Amerikaanse Indianen en de Bantoes, wijzen er op dat de genetische aanleg van de mens niet is blijven steken in een oertoestand van vóór de veeteelt. De mens blijkt zich goed aan te kunnen passen aan de omstandigheden.

Wel is het zo dat een vrij abrupte wijziging in een traditioneel voedingspatroon problemen kan geven. De wereldwijde beschikbaarheid van ‘westers’ voedsel leidt bij volkeren die tot voor kort (overwegend) als jagers-verzamelaars leefden, tot een duidelijke toename van hart- en vaatziekten en suikerziekte.

In de inleiding tot het thema ‘Voedsel: nu & straks’ werd een ander argument voor het veranderen van ons voedingspatroon genoemd: de mensheid is steeds meer vlees en zuivel gaan gebruiken en dat put op den duur (zeker bij de verwachte bevolkingsgroei) de aarde te veel uit.

Raw food

‘Raw food’ is niet hetzelfde als het paleodieet, maar gaat wel uit van de gedachte dat rauw, d.w.z. onbewerkt voedsel meer overeenkomsten heeft met wat onze gezonde voorouders aten. De mens is echter al ergens tussen 1,8 miljoen en 400.000 jaar geleden voedsel gaan koken. Door die bewerking werd het makkelijker te verteren. Doordat het makkelijker te verteren was, kon er meer energie naar de hersenen gaan. Tegelijk werden er meer calorieën opgeslagen waardoor de mensen een vetreserve konden opbouwen en de vrouwen vruchtbaarder werden.

Inmiddels kunnen we volgens primatoloog Richard Wrangham niet meer overleven op uitsluitend onbewerkt voedsel. De efficiëntere opname van (bewerkt) voedsel leidt er bij het ruime aanbod van tegenwoordig toe dat mensen structureel meer calorieën binnenkrijgen dan ze verbranden, en daardoor overgewicht en daaraan gerelateerde aandoeningen krijgen.

Hij raadt aan niet uitsluitend onbewerkt voedsel te eten, maar wel te kiezen voor minder bewerkt voedsel (zoals volkorenproducten, en fruit in plaats van vruchtensap), bij voorkeur voedsel uit de eigen omgeving, en vooral meer te bewegen.

Hobbitdieet

Terwijl sommigen zich bezighouden met wat mensen het beste zouden kunnen eten, maken anderen zich druk over de eetgewoonten van de Orks in de videogame ‘Middle-Earth: Shadow of Mordor’. Die schijnen stiekem Pumpkin Spice Latte te drinken terwijl er volgens de erven Tolkien beslist géén pompoenen voorkomen in Middenaarde en dus ook niet in de Lord-of-the-Ring-games.

Zij zeggen dat de fantasiewereld die J.R.R. Tolkien in zijn boeken beschreef, is gebaseerd op het oude Europa. Pompoenen zijn van origine afkomstig uit de Amerika’s, en waren hier dus vóór de ontdekking van de Nieuwe Wereld niet bekend. Hetzelfde geldt voor tomaten, die in de films moesten worden vervangen door ‘grote bessen’ (wat tomaten in botanische zin trouwens gewoon zijn). Specerijen zoals kaneel en nootmuskaat deugen ook niet, want dat zijn al evenmin inheemse Europese planten.

Liefhebbers van Tolkiens verhalen èn van lekker eten zochten de kwestie uit. Zij concludeerden dat de erven Tolkien zich vergissen. In de boeken komen wèl tomaten voor, schrijven ze, en aardappels en maïs (ook afkomstig uit de Nieuwe wereld) en niet te vergeten het geliefde “pijpkruid” van de Hobbits, dat waarschijnlijk tabak is (idem). Ook wordt er thee gedronken (afkomstig uit China). Zij zeggen dat Middenaarde, met name de Gouw (the Shire), veel meer het Victoriaanse Engeland weerspiegelt dan het oude Europa.

Tolkienreligie

tolkienlexicon

Tolkien Lexicon (vertaling van The New Tolkien Companion). Uitg. Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen 1980

Vooral in Amerika, maar ook in Europa (o.a. in Nederland) zijn er mensen die het werk van Tolkien als uitgangspunt nemen voor hun religieuze ervaring en praktijk. De ene krant (Noordhollands Dagblad) noemt het de Tolkienreligie, een andere (NRC) de Elfenreligie. Het gaat niet zozeer om één theologisch en liturgisch eenvormig geloof, maar om een netwerk van groepjes mensen, vaak ICT’ers, die elkaar vooral online treffen en er grosso modo vergelijkbare ideeën en rituelen op na houden. Godsdienstsocioloog Markus Altena Davidsen, die half oktober in Leiden promoveerde op dit onderwerp, heeft het over een “spiritueel milieu”.

Hun spiritualiteit “wortelt in neo-heidense natuurreligies zoals wicca. Hieraan ontlenen de Tolkiengelovigen ook een groot deel van hun rituelen”, schreef het Noordhollands Dagblad. Markus Altena Davidsen karakteriseert het als een ‘fiction-based religion’: in dezelfde categorie als het Jedigeloof (gebaseerd op Star Wars) of de Church of All Worlds (geïnspireerd door Stranger in a Strange Land van Robert Heinlein).

Er zijn Tolkiengelovigen die in een magische cirkel een Vala zoals Varda / Elentári, de Koningin der Sterren, op- of aanroepen, en er zijn er die meer sjamanistisch te werk gaan en in trance contact zoeken met de Valar. Dat zijn de engelachtige goden uit Middenaarde waarover te lezen is in De Silmarillion. Sommigen geloven dat Tolkien zelf een sjamaan of profeet was, die verslag uitbracht over een andere werkelijkheid.

“Bij Manwë woont Varda, Vrouwe van de Sterren, die alle regionen van Eä kent. Te groot is haar schoonheid om in de woorden van Mensen of Elfen te worden uitgedrukt, want het licht van Ilúvatar leeft nog altijd in haar gezicht. En licht is haar macht en vreugde.”
– uit: De Silmarillion

silmarillion

De Silmarillion is door Tolkiens zoon Christopher samengesteld uit oude aantekenboeken van zijn vader en postuum uitgegeven.

De Tolkienreligie ontstond in hippiekringen in de jaren zestig, nadat In de ban van de ring als paperback was uitgekomen, maar kreeg een duidelijke impuls bij de publicatie van De Silmarillion in 1977. De Elfenreligie is ontstaan in de jaren ’70, toen enkele rituele magiërs zichzelf voor de aardigheid identificeerden met Elfen uit de verhalen van Tolkien. In de daaropvolgende decennia werd het Elfengeloof dogmatischer en kwamen er personen die geloofden Elfenbloed of een Elfenziel te hebben.

Tolkien zelf was een overtuigd rooms-katholiek, met conservatieve opvattingen. Hij vond bijvoorbeeld dat de mis in het Latijn moest worden opgedragen. In het voorwoord bij de eerste druk van In de ban van de ring bedankte de schrijver de Hobbits voor hun hulp, maar dat veranderde hij in latere edities omdat hij merkte dat het nogal ‘heidens’ overkwam op de lezers.

Naar aanleiding van de berichtgeving in de Volkskrant ontspon zich op Facebook in wicca-gerelateerde kring een filosofisch gesprekje over de vragen of aanhangers van zulke religies hun geloof werkelijk zo serieus kunnen nemen dat ze bijvoorbeeld Gandalf letterlijk als historische figuur zien (de meesten doen dat niet), en of in feite niet alle religies zijn gebaseerd op fictie.

Religie en atheïsme

In New Scientist (juli/augustus 2014) ging het over de vraag “waarom mensen überhaupt in een god geloven”. Cognitieve wetenschappers zien religie als een uitvloeisel van het altijd alert zijn op de aanwezigheid van roofdieren, wat voor onze voorouders van belang was om te kunnen overleven. Geritsel in de struiken opvatten als bewijs voor de aanwezigheid van een of ander ‘iemand’, is veiliger dan aannemen dat het geritsel niks anders is dan gewoon geritsel. De aanname dat ergens een levend, intelligent wezen kon zijn, ook als men dat niet kon zien, zou volgens deze opvatting de kern vormen van religies.

Er worden nog wat andere psychologische kenmerken opgenoemd die mensen ontvankelijk zouden maken voor het geloof in een god (het artikel gaat inderdaad steeds maar over één god). Tenslotte wordt een sociologische verklaring aangevoerd: mensen die denken dat iemand naar ze kijkt, gedragen zich beter dan mensen die zich onbespied wanen, en daardoor zijn maatschappijen met een “bovennatuurlijke toezichthouder” succesvoller.

Na dit betoog “dat mensen als het ware voorgeprogrammeerd zijn om in een god te geloven”, zit New Scientist met de vraag waarom er dan toch atheïsten bestaan. Wereldwijd zegt 13% van de mensen atheïst te zijn, staat eerder in het artikel. Dat is best veel, als we er van mogen uitgaan dat mensen die het niet nodig vinden om een keuze te maken tussen gelovig en ongelovig, en mensen die zich niet tot een bepaalde religie rekenen maar wel ‘iets’ geloven, daar niet bij zitten. Maar het tijdschrift is daar niet erg duidelijk over.

Voor het bestaan van atheïsme zijn blijkbaar geen evolutionair-psychologische verklaringen bedacht. Er komt wel een sociologische redenering bij kijken: als mensen niet geloven in een hiernamaals, zullen ze meer gemotiveerd zijn om van deze wereld een betere wereld te maken. Tegelijk wordt atheïsme, ongeloof of secularisering een gevolg genoemd van toegenomen welvaart, veiligheid en democratie.

De algemene strekking van het artikel lijkt te zijn dat het menselijk brein religieus is, maar dat men door een goed gebruik van de ratio de religie achter zich kan laten. Toch biedt religie, of ander geloof in wetenschappelijk onbewezen zaken als astrologie, andere levens e.d., veel mensen troost en verbondenheid in een gemeenschap met gelijke ethische opvattingen. Deze emotionele behoefte, stelt de schrijver, kan voor ongelovigen worden bevredigd in humanistische bijeenkomsten of ‘atheïstische kerkdiensten’ .

Koert van der Velde houdt zich al langer bezig met religie voor ongelovigen, of zoals hij het zelf noemt ‘flirten met God’. In een gesprek met Jacobine Geel merkte hij op dat zaken als gemeenschapszin en moraal niet typisch religieus zijn: die vind je ook buiten religies. Hij vindt het niet nodig om “de buitenkant” van religies te imiteren omwille van de gezelligheid. Wat hem aantrekt, is de religieuze beleving en het zoeken naar betekenis in het leven, zonder de dogma’s van een geloof.

Meditatie en westerse filosofie I

In dezelfde tijd dat New Scientist zich het hoofd brak over religie en ongeloof, besteedde Filosofie Magazine (juli/augustus) aandacht aan de “zelfspiritualiteit” van meditatie. De term ‘zelfspiritualiteit’ is afkomstig van het Centraal Planbureau en verwijst naar spiritualiteit die zich niet uitdrukt in het lidmaatschap van een kerk, maar in het individueel op zoek gaan naar het authentieke, ware zelf, bijvoorbeeld via het observeren van de eigen geest volgens de boeddhistische vipashyana-meditatie.

Niet alleen bij de boeddhisten maar ook bij een westerse denker als René Descartes is sprake van meditatie. Zijn boek Meditaties over de eerste filosofie gaat niet over helder ervaren (zoals in een boeddhistische meditatie) maar over helder denken als innerlijke bron van zekere kennis.

Descartes kreeg toen hij begin veertig was een midlifecrisis, schrijft Jeroen Hopster, waarin hij zich realiseerde dat allerlei zaken die hij altijd voor vanzelfsprekend waar had gehouden, illusies bleken. Hij begon overal aan te twijfelen tot hij één ding tegenkwam waaraan hij niet kon twijfelen: de twijfel zelf. Twijfel veronderstelt een denkend iets (res cogitans). Dat denkende iets, zijn eigen geest, was voor Descartes de onbetwijfelbare bron van kennis over de ruimtelijke, stoffelijke wereld (res extensa, ‘uitgebreidheid’), in tegenstelling tot de zintuigen die bedrieglijk konden zijn.

David Hume stelde juist dat alle kennis die iemand kan hebben, bestaat uit een verzameling zintuiglijke indrukken. Er is buiten die verzameling indrukken geen ‘zelf’ dat los van de zintuigen kennis over de wereld kan opdoen. Deze visie lijkt op de boeddhistische gedachte dat het (denkende) zelf een illusie is.

Meditatie en westerse filosofie II

Verderop in het tijdschrift stelt Frédéric Lenoir in een voorpublicatie van zijn boek Over geluk dat het boeddhisme en de filosofie van de (jonge) stoa op elkaar lijken. Zowel boeddhisten als stoïcijnen wijten het lijden in de wereld aan een verkeerde geesteshouding. Wie de gehechtheid aan verlangens en hun bevrediging, bezit en de illusie van een ‘zelf’ opgeeft, zeggen de boeddhisten; of wie zich niet laat leiden door zijn emoties, maar zijn wil in overeenstemming brengt met de noodzakelijkheid van het lot, zeggen de stoïcijnen – die kan een gelukzalige gemoedsrust bereiken die bij de stoïcijnen ataraxia en bij de boeddhisten sukha wordt genoemd.

Alles is, zowel volgens Boeddha als in de leer van de stoa, volgens een universele wet onderhevig aan cycli van geboorte, dood en wedergeboorte. De mens staat niet buiten de wereld (kosmos) maar maakt daar deel van uit, en de kosmos maakt deel uit van de mens. Het is belangrijk om dagelijks te mediteren om emoties en gevoelens te analyseren om te zien welke in overeenstemming zijn met de rede (stoa) of tot het goede leiden (zoals mededogen – boeddhisme), en welke alleen maar lijden veroorzaken.

Lenoir ziet ook een overeenkomst in de egalitaire benadering van beide denkwijzen. Zowel boeddhisten als stoïcijnen is wel verweten dat ze lijdzaamheid prediken en zo maatschappelijke verandering in de weg staan. Maar in de sociale context waarin deze filosofieën tot bloei kwamen, was het behoorlijk revolutionair om te zeggen dat in principe iedereen het hoogste kon bereiken, en dat het niet uitmaakte of je tot een hoge kaste of een adellijke of rijke familie behoorde, of tot een lage of helemaal geen kaste behoorde of een slaaf was.

Filosofie en waanzin

In hetzelfde tijdschrift staat een interview met Wouter Kusters, schrijver van het boek Filosofie van de waanzin. Kusters maakte twee keer een psychotische periode door en vindt dat de psychiatrie, die psychoses als ziekten ziet die met medicaties bestreden moeten worden, een te beperkte kijk heeft. “Een psychose betekent lang niet altijd gekte en verwarring, maar kan een spirituele reis zijn 
en leiden tot een mystieke openbaring” (recensie door André Klukhuhn in NRC). Zulke ervaringen en inzichten moeten niet zonder meer als betekenisloze ziektesymptomen van de hand worden gewezen. Ze behoren bij het mens-zijn.

Een psychose treedt vaak op bij iemand die een levenscrisis doormaakt en zich vragen gaat stellen over de eigen identiteit, de betekenis van het bestaan, de aard van de werkelijkheid, het bewustzijn; kortom allemaal vragen waar talloze filosofen door de eeuwen heen iets over hebben geschreven. Waarom zou een psychose dan niet filosofisch benaderd kunnen worden?

Achter alle vragen gaat misschien wel de angst voor het absolute niets schuil. Die angst is in de ‘normale’ wereld “weggestopt, keurig verpakt. Als die verpakking openbreekt, dan komen de goden èn de demonen tevoorschijn.” Het gebruik van medicijnen is in zo’n situatie niet verkeerd, zegt Kusters, maar medicijnen geven geen antwoord op achterliggende levensvragen, zoals hoe je om moet gaan met angst voor de dood.

Sport

In de sportwereld hebben ze minder filosofische manieren gevonden om angsten te bezweren. Voetbalclub NEC kreeg de gebruikelijke rood-groen-zwarte wedstrijdkleding niet op tijd geleverd en speelde geheel in het zwart. In die outfit wonnen ze zeven van de acht wedstrijden. De trainer hoopt nu dat ze de rest van het seizoen in zwarte shirts kunnen spelen, want het zijn “geluksshirts”. (Telegraaf)

Nieuwzeelandse rugbyers staan erom bekend dat ze op het veld de haka, een oude krijgsdans, opvoeren. In het Parool vertelde de aanvoerder van het rugbyteam All Blacks (dat in zwart wedstrijdtenue speelt*) over de geschiedenis van de dans. De All Blacks doen de haka alleen als rituele overwinningsdans, zei hij. Andere teams doen de dans vóór de wedstrijd, om zich klaar te maken voor de strijd en de tegenstander te intimideren. Er zijn verschillende varianten. De traditie is ontstaan tijdens een tournee in 1888 toen het team van de All Blacks voornamelijk uit Maori’s bestond. Zij dansten de haka om de goden aan te roepen.

Op de website van de All Blacks is meer te lezen over de haka. ‘Haka’ blijkt het algemene woord voor ‘dans’ te zijn in het Maori. De dans is uitgevonden door de god Tane-rore, die op warme dagen zichtbaar wordt in het trillen van de lucht. Dit trillen wordt in de dans uitgedrukt door een trillende beweging met de handen. Tane-rore is het kind van de zonnegod Tama-nui-to-ra en zijn ene vrouw, het zomermeisje Hine-raumati. De andere vrouw van de zonnegod heet Hine-takurua; zij is het wintermeisje.

Bij de Amerikaanse autoraces heeft coureur Kevin Harvick nog geen shirt, dans of andere manier gevonden om een voor hem slecht verlopend seizoen een goede draai te geven. Op een moment dat hij voor stond, verscheen er in de garage een vrouw achter zijn auto die een apenschedel met de cijfers 2 en 4 omhoog hield. Dat zijn de nummers van de auto’s van Kevin Harvick en Brad Keselowski.

Volgens de coureur was de onbekende vrouw een fan van een andere coureur, Dale Earnhardt Jr., en probeerde ze Harvick en Keselowski te vervloeken. In verschillende races daarna kreeg Harvicks auto mechanische problemen. De auto van Keselowski kreeg een mankement in de olietoevoer waardoor er brand ontstond. Het artikel hierover vermeldt niet of de coureurs tegenmagie willen inzetten om de vloek op te heffen.

Schurken slaan

Op straat, in de buurt van het winkelgebied van Hongkong, is al tientallen jaren een handeltje in magische bescherming, voorspellingen en vervloekingen. Wie voor een vervloeking komt, laat een van de dames die daar met veel ritueel vertoon aan het werk zijn, de naam van de gehate persoon op een papiertje schrijven. Vervolgens spreekt ze een vervloeking uit en slaat zij met een schoen op het papier, dat tenslotte wordt verbrand. Deze handelingen zullen het doelwit ongeluk bezorgen. Hoe het ongeluk zich precies manifesteert, blijft in het midden.

Bijna niemand koopt een vervloeking vanwege een persoonlijke vete. De meeste klanten komen om een politicus te laten vervloeken. Het is een populaire manier om in het openbaar politieke onvrede kenbaar te maken. Het ritueel heet siu yun, ‘schurken slaan’ in het Kantonees, en de politie grijpt niet in omdat het een oud, dus eerbiedwaardig gebruik is. Het bestuur van Hongkong heeft het ooit erkend als immaterieel cultureel erfgoed. Voor iPhonebezitters die hun schurk liever niet in het openbaar willen laten slaan, is er tegenwoordig een app…

Brendon Hong bezocht Hongkong in september en ging een kijkje nemen bij de tovervrouwen, die hem al snel duidelijk maakten dat ze daar zaten om zaken te doen en niet als toeristische bezienswaardigheid. Hij bedacht dus maar gauw iemand om te vervloeken: Abu Bakr al-Baghdadi, de aanvoerder van IS! Dat vond de vrouw die hem hielp erg grappig: ze had nog nooit eerder een Engelse naam moeten opschrijven, zei ze.

De volgende ochtend vernam hij tot zijn verbazing het nieuws dat Al-Baghdadi bij een drone-aanval zou zijn omgekomen, maar dat bericht werd later weer tegengesproken: Al-Baghdadi was niet gedood. Wel ernstig gewond.

hongkong

Vlag van Hongkong (sinds 1997)

umbrellamovement

Ontwerp van Sadie Lau voor de Umbrella Movement Logo Competiton

De persoon die in Hongkong het meest wordt vervloekt, is de Chief Executive (hoofd van het bestuur van Hongkong). Omdat hij een belangrijk persoon is, rekenen de vrouwen soms een hogere prijs. Een topman vervloeken is meer werk dan een gewone vervloeking. Evengoed blijft het de meest gevraagde vervloeking, schreef Brendon Hong. De ‘paraplurevolutie’ heeft inmiddels ook aan de rest van de wereld duidelijk gemaakt dat talloze inwoners van Hongkong ontevreden zijn over het pro-Chinese beleid van de Chief Executive.

Hercules

Sommigen laten hun politieke leider vervloeken, anderen willen hem verheffen tot mythische proporties. Ter gelegenheid van zijn verjaardag organiseerden aanhangers van de Russische president een eendaagse expositie van schilderijen genaamd “De twaalf werken van Vladimir Putin”, waarin hun held werd afgeschilderd als Hercules die strijd levert met onder meer een sancties-spuwende Hydra waarvan de koppen ‘Japan’, ‘Europese Unie’, ‘Canada’ en ‘VS’ heten, en een Kretenzische Stier met het symbool van de Krim tussen de horens. De expositie vond plaats in Moskou. Putin zelf was die dag in Siberië.

In de achttiende eeuw is in Frankrijk, ten tijde van de Franse Revolutie, geprobeerd de klassieke heldencultus van Hercules te (her)introduceren als alternatief voor het christendom. Maar al gauw werd de held minder geassocieerd met voorchristelijke kracht, dan met de bloedbaden van de Terreur. Dit is te lezen in het boek van Alastair Blanshard over de Griekse held.

In de loop der eeuwen hebben veel politieke leiders zichzelf geïdentificeerd met Hercules, van Alexander de Grote tot Mussolini. “Het verrassende daarbij is dat dergelijke pogingen in de regel uitliepen op een catastrofe. (…) De controle houden over de mythe van Hercules blijkt heel moeilijk te zijn. Hercules heeft te veel donkere kanten. Hij is een dronkelap, een verkrachter, een travestiet, én een held. Hij is dikwijls meer dan men aankan.” (Blanshard)

* Terzijde: NRC gaf in september tips voor de kleur van kleding bij sollicitaties: Wit suggereert onpartijdigheid en aandacht voor details. Grijs wekt de indruk van betrouwbaarheid en standvastigheid. Rood oogt dominant en rebels. Blauw past bij advocaten en bankiers. En zwart straalt autoriteit uit, volgens NRC. Wellicht helpt die uitstraling sporters hun tegenstanders te imponeren (zelfs zonder krijgsdans).

~ met dank aan degene die me een artikel toezond en me op een ander attendeerde ~

Geplaatst in Nieuws | Getagged , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Oud nieuws in de verjongingsketel gegooid – Samhain 2014

The Underworld in the Basque Mythology

Goethe,  Ankunft im Elysium

Goethe, Ankunft im Elysium

From the Babylonian Irkalla, to the Aztec Mictlan and the Korean Ji-Ok, the concept of the Underworld is to be found in many (if not most) of the cultures and their myths. Sometimes a place for pain, suffering and flames like the Fields of Punishment, others a place of beauty and bright fields, like the Asphodel Meadows; but most of the times a place related with the departed souls and the afterlife. Together with the Isles and Heavens they have been the main places of rest for the dead.

In Greek Mythology the Underworld is divided in the above-mentioned sections: the Field of Punishment, the Fields of Asphodel, the Elysium and the Isles of the Blessed. All of them, despite their differences, host the souls of the departed ones.

Comparative mythology gathers these realms and the deities related to them under the term chthonic (from the Greek khthonios ‘under the earth’).

The Basque Country: a chthonic mythology

One of the main characteristics of the Basque mythology is that its chthonic character extends to the whole of it, in one way or another.

Though very much fragmented, the mythology is much more earth-related than the one of their Celtic neighbours. Even the few astral deities[1] are somehow related to the Underworld.

The academic publication started in 1922 by the notorious Basque folklorist Jose Miguel Barandiaran, mentions this:

‘It is also believed that there are vast regions inside the earth, where rivers of milk flow; but they are unreachable for men as long as they live on the surface. These regions are communicated with certain wells, pits and caves, like the well of Urbion, the pits of Okina and Albi, and the caves of Amboto, Muru and Txindoki. From such underground conduits come different weather events, mainly stormy clouds and strong winds’

In this quote we find several clues about the significance of the Underworld in the Basque Mythology.

It is not accessible for the living, but there are different entrances (or rather exits) that connect it with the surface. We find a similar situation in the Greek mythology, in which the heroes that wanted to make their way in had to use a variety of tricks or bribes.

Though, as many other aspects in the Basque mythology and even culture, in this case, there is no way around.

These exits are also the way out for extreme weather events but also for other astral events:

‘…the Sun itself couldn’t reach the limits of the world when, at the end of its daily journey, it would reach the western seas (or vermilion seas) where it would enter into the depths of its mother Earth, from which it had departed in the morning, from its Eastern side.

The traveller who travelled around the world with a cockerel, whose crowing announced the dawn, didn’t go farther than the country in which the men, beating the crags with their clubs, would get the Sun to set off every morning (tale from Ataun)’.

These ‘men’ who beat the crags to get the sun to come out of the depths of the Earth would most likely be the Jentilak or Gentiles: the humanoid giants who are believe to have inhabited the Basque country before modern humans.

Eguzkilorea, by Garuna bor-bor

Eguzkilorea, by Garuna bor-bor
Given to the Basque people by Mari to protect them from Gaueko (the Night) after she gave them Ilargi (the Moon).

Then again, the Earth is not just a receptacle or a place, it’s a being with a name: Amaiur (lit. Mother Earth, ama = mother / lur = earth). She’s mother to both the Sun and the Moon, and each day or night they would both come out of her and return inside her.

This close connection with the Earth also extends throughout the entire Basque culture. In some myths we can see references to the ‘Old Golden Age’ (similar to the ‘Merry England’) when ‘the wolf and the sheep walked together as friends’ and ‘the trees would walk by themselves down the mountain to the houses to be burned’[2].

In some tales there’s also a part of the Underworld that resembles the Christian concept of Hell — a place of damnation and suffering. However, this may just be a later addition, after all, there was a smooth and seamless integration of Christianity and the Basque culture.

Pits and caves: home of numina

While there are several characters that may be represented as what we now call deities, the Basque mythology is based on numina, that is, divine or magical powers which are closer to the concept of archetypes and deities — clouds, storm, fire, guardian of the forest, the witch, the death, the night, the sun.

As we have mentioned earlier, most of them are related to the earth, even the astral ones.

Mari is one of those ‘deities’, though in some tales she’s depicted as a highborn lady, in others as Lamiae, and in many other forms. Nevertheless, she’s the closest thing that the Basque mythology would have to an all-powerful ‘Goddess’, the Lady — Queen of All Beings.

She is said to live in three caves from different locations during the year. When she moves from one to another, the weather changes.

When big black clouds arise from behind Mt. Ataun, people say that it’s Mari moving to another of her dwellings. That is the reason why she is many times depicted riding a cloud.

Here we can see a correlation with the myth of different weather events coming from the earth. Also, the connection between Mari and the cave is quite significant if we remember that some caves and pits were believed to be exits from the Underworld.

In that sense, it seems that the concept of the Underworld as source of the magical beings and phenomena is quite clear. The caves and pits being the liminal points where humans encounter those beings.

Behind the mythology

Argizaiola - Lighted inside the churches (behind the benches) to honour the dead. Some belong to a specific family and are inherited.

Argizaiola – Lighted inside the churches (behind the benches) to honour the dead. Some belong to a specific family and are inherited.

We can now see why in the beginning I described the Basque mythology as a ‘chthonic’ one. This character goes beyond the myths and has its roots in the mountainous landscape of the Basque country and the livestock and nuts as its main source of food.

The house[3], the land, the Lady of the House, the veneration of the death and the cattle, are pivotal points of the Basque culture.

Therefore, the Earth becomes the bigger ‘home’ that brings sustenance to the people, and its Underworld, the mythical place, source of all mythical beings and the creation itself.

 

[1] Astral deities are those related with the heavens and the skies.
[2] The tale says that this used to happen until a woman got tangled up with some trees that were walking down the mountain and shouted that ‘it would have been better if they didn’t come’. And they never did again.
[3] The typical Basque house is called ‘baserri’, a big family house where both the cattle and the family would live. This houses are normally spread around the mountains rather than collectively or in towns.

 

Bibliography

DE BARANDIARAN, Jose Miguel. Mitología del Pueblo Vasco, OSTOA S.A. 1994. ISBN: 8485527135
DE BARANDIARAN, Jose Miguel. Materiales y Cuestionarios, Eusko-Folklore. Vitoria, 1921

 

Geplaatst in English articles | Getagged , | Reacties uitgeschakeld voor The Underworld in the Basque Mythology

Volle maan van de Klif

Bomen langs de weg

Op 6 november is het weer zover, Samhain! Het oude achter ons latend en de toekomst tegemoet. De volle maan van de Klif nodigt je uit om de sprong te wagen. De vaste grond los te laten en het onzekere tegemoet te treden. Je kan letterlijk een verhoging zoeken waar je vanaf spring. Zelf zoek ik altijd mijn ‘Brug van de Klif’ op, ook weleens een bankje geprobeerd, maar dat was het niet. Mijn brug ligt in het bos, natuurlijk boven het water en ieder jaar klim ik op de reling. Alleen ik spring nooit van de brug… mijn sprong is er altijd een van achteruit. Maar het klifgevoel vind ik toch het meest daar, op de reling 🙂 dan maar een sprong achteruit. En soms, tegen de wind in, word ik naar mijn gevoel gelift. De wind tilt mij van de klif, als ik mijn vleugels uitsla en de wind er vat op krijgt. Je hoeft niet te springen om los te laten! Soms word je verheven, mag je er boven staan. Als je daarna op eigen kracht maar de klif achter je laat. Op je eigen vleugels de wijde wereld in, het nieuwe tegemoet. Ik ben meer een wegvlieger, niet zo’n springer 🙂

Ik heb net (27 september, het is net Mabon) heerlijk gewandeld. Het is 20 graden en zonnig. Voordat ik achter mijn klapdoos ging zitten wilde ik eerst genieten van dit moment. Het bos ligt al bezaaid met prachtige bladeren. Over loslaten gesproken, deze bladeren hebben de bomen gevoed. Deze bladeren hebben voor hun adem gezorgd. Deze bladeren hebben hun stam beschermd tegen de hitte van de zon. En toch worden ze gelost. Er zitten juweeltjes tussen! Maar ook deze juweeltjes liggen op de grond. En zo is het ook met ons. Voordat het Samhain is zullen we los moeten laten. Je komt nooit van de grond met ballast!! De wind kan je niet optillen als je nog zwaar bent van afgelopen jaar! Wat is het toch mooi zo’n wandeling… een maand de tijd om los te laten. Mabon op weg naar Samhain!

Wat ’toevallig’, dat mijn volle maanverslag van vorig jaar twee volle manen bevat, die van Mabon en die van Samhain… en tja, mijn loslaten is niet erg opgeschoten. Wat mij toen in de nek hijgde, staat al een jaar in de schuur!!!

De grote plas op een stille dag

Volle maan van de Klif 2013 (17-11-2013)

Tijdens het opruimen in huis heb ik een sound-apparaatje gevonden. Een van de opties is piergeluiden, de zee die aan komt rollen en de meeuwen die spelen met dit alles. Wat mooi, dat ik dat nu kan gebruiken. Op de achtergrond het geluid van de Klif en eindelijk tijd voor mijn bespiegelingen van afgelopen twee volle manen. Met de verbouwing is het schrijven er vorige maand niet van gekomen. Ook de wandeling tijdens de volle maan van de Heuvel van de Barden was onmogelijk. De stekende pijn in mijn voeten maakte mij het wandelen onmogelijk. Wel was ik toen de dag ervoor het bos in geweest en achteraf was dat goed, ik kom hier later op terug. Een week later heb ik de nachtelijke wandeling wel gemaakt, aardedonker was het toen. Mijn behoefte om de heuvel te beklimmen was groot. Eén keer per jaar beklim ik de Westerveldse Bult (de voormalige vuilstort van Zwolle) om daar mijn verhaal te doen, mijn dank uit te spreken en mijn wens voor het komende jaar uit te spreken of hulp te vragen.

Laat ik dan maar eerst terug gaan naar 18 oktober.

Morgen is het volle maan van de Heuvel van de Barden, ik heb er zin in, zoveel zin dat ik vandaag ook alvast naar het bos ga. Vrijdagmiddags ben ik vrij en ik heb er echt even behoefte aan om eruit te zijn. De verbouwing is natuurlijk alom aanwezig thuis. Ik maak een heerlijke wandeling en bemerk dat ik voor veel paddenstoelen eigenlijk al te laat ben. De bijzondere aardsterren zijn al verlept en veel bijzonders zie ik niet. De verbouwing heeft veel van mijn aandacht opgeslokt. Maar gewoon even weer in mijn lievelingsgebiedje zijn maakt veel goed. Ik hoop nog, in de schemering, de uil mee te maken. Maar deze keer zal ik het zonder moeten doen. Op mijn terugweg zie ik opeens allemaal nieuwe paaltjes staan in ‘mijn’ bos. Van die storende paaltjes met glimmende metalen plaatjes met fel gekleurde pijlen… gatver, waar is dat nu weer voor nodig? Op een bankje zitten twee mannen te genieten van de scheiding van de dag. Samen beamen we dat die stomme paaltjes totaal overbodig zijn. Er staat zelfs iets van ‘keuzemoment’ op de paaltjes. Je kan hier zowaar kiezen uit wel vier richtingen waar je heen kan… tja, dat kan een kind ook zien. Het is hier een viersprong! Samen mopperen we nog wat ludiek door… zelfs hierin worden we begeleid door de overheid, een keuzemoment. Maar de overvloed aan stomme (en vast hele dure) paaltjes is voor mij storend.

Mijn weg vervolgt zich naar Boompje en B8 en achteraf niet zo verwonderlijk dat ik van B8 “Keuze” krijg. Mijn gemorrel bij het paaltje is natuurlijk niet alleen de storende paaltjes maar ook de aanwijzing ‘keuzemoment’. “Wie bemoeit zich met mijn keuzes?” dat idee alleen al laat bij mij de nekharen overeind komen. Ik maak zelf wel uit wanneer ik keuzes maak… daar heb ik geen paaltje ‘keuzemoment’ bij nodig, donder op met je paaltje… ja, mijn reactie is best allergisch 🙂 Met andere woorden, het ligt gevoelig. En heel fijn dat zelfs mijn eigen boompjes mij wederom erop attenderen… ‘Keuze’. Mooi is dat de komende vollemaan ‘De volle maan van de Klif’, de maan van de keuze is… niets voor niets! Maar dat heldere moment was er toen natuurlijk nog niet… fijn dat laten bezinken van ervaringen.

Een week later besluit ik alsnog de Westerveldse Bult te beklimmen. Mijn voeten doen nu gelukkig geen pijn. Met de shockwave-behandeling van mijn hielspoor is er geen lijn te trekken over de last, ik moet het echt met de dag bekijken. Maar voor deze dag is het goed. Het is donker, heel donker, als ik van huis ga. Ik loop deze keer vanaf huis. Via het haventje besluit ik de heuvel te beklimmen. Gelukkig voel ik me niet meer ‘jumpy’, het is donker en het is goed. Als ik de top van de heuvel eindelijk bereik is er geen maan te zien 🙁 Het is wel helder maar de maan is er gewoon nog niet. Ik beklim de picknick tafel en richt me naar de plek waar de maan ieder jaar ongeveer staat.

Ik dank voor alle ervaringen van het afgelopen jaar, de hectiek, de vondst van de dode vrouw, onze ervaringen in Frankrijk (Alpe d’HuZes) en Zwitserland (opening LOTR-museum). En natuurlijk de stap om te gaan verbouwen. Door deze hectiek heb ik mezelf weer beter leren kennen, en ik moet zeggen dat ik me er goed doorheen heb geslagen. In alle situaties heb ik de rust kunnen vinden om de toestand te kunnen overzien en juist te kunnen handelen. En gelukkig heb ik de traumatische ervaring van de vondst van de dode vrouw ook achter me kunnen laten. Deze ervaring heeft er goed ingehakt, maar ook hier heb ik vooral de rust gezocht en mezelf goed in de gaten gehouden.

Voor het komende jaar heb ik de wens uitgesproken minder hectiek op mijn pad te vinden. Slimmer had geweest om om rust te vragen. Het werkt zoveel beter om uit spreken wat je wél wilt en niet wat je niet wilt. Het universum kent geen ‘niet’, mijn wens was dus ‘hectiek’… liever even niet 🙂

Zo, eindelijk heb ik mijn ervaringen van de Heuvel van de Barden kunnen vastleggen. Ondertussen is het ook nu weer twee dagen verder. Natuurlijk kwam er bezoek en kreeg ik een telefoontje van een goede vriendin… plop, weg tijd 🙂 Maar nu, 21-11, op ons driejarig handvast-jubileum, heb ik even tijd voor mezelf. De soundmachine weer aan en de piergeluiden op oneindig.

De Volle maan van de Klif, 17 november 2013.

Op zondag de 17e vraag ik mezelf af wanneer het weer volle maan zal zijn 😛 We hebben gezellig bezoek en eters, geen haar op m’n hoofd die aan wandelen denkt. Pas als iedereen weg is duik ik de Modron-agenda in… oeps. Ik merk dat ik de laatste tijd minder met de volle maan bezig ben. Ik leef er niet echt meer naartoe. Natuurlijk zijn daar redenen genoeg voor en nog legitiem ook… maar toch.

Dan ga ik lekker morgen wandelen.

Vandaag, de 18e november, is het dampig buiten. Alles zit dicht en de maan die zal zich echt niet laten zien vandaag. Om 19.00 pak ik de auto, ik wil gewoon rap in het bos zijn. Het is waterkoud en niet aantrekkelijk om de deur uit te gaan. Ik zou best het stuk hebben kunnen lopen, met mijn voeten gaat het gelukkig eindelijk weer wat beter.

Ik parkeer bij de grote plas en loop het buitengebied in. Wat is het hier toch prachtig! In de dampigheid staan de elzen mooi te wezen. De weg kronkelt zich een baan naar het bos en aan weerskanten staan glanzende zwarte elzen, te pronken in de grondmist. Het is gewoon licht van de laaghangende bewolking… ik loop op wolkjes 🙂 Ik bel even een goede vriend wiens relatie over is… en nodig hem uit voor het weekend. Terwijl we aan de babbel zijn zie ik dat de megagrote wilg die hier stond de storm niet overleefd heeft. We verbreken de verbinding… als ik thuis ben praten we wel verder. De grond is over een lengte van acht meter opengescheurd, de grote dikke wortels liggen als verbindingskabels kapot gerukt in de scheuren…. wow, hier wil ik even stil van zijn. Deze vriendelijke reus heb ik regelmatig geknuffeld, ik denk dat hij net zo oud was als ik. Met twee mensen kon je hem omarmen… niet alleen. Hij stond volkomen alleen, niemand die hem uit de wind hield. Sterk en gezond heeft hij zijn meerdere gevonden in de storm. Hij heeft de volle laag gekregen en hij lag echt niet om! Hij had vast nog jaren scheef kunnen gaan, maar ja… dat zou ’n beetje gevaarlijk zijn geweest. Wat rest is een flinke scheur en een flinke boomstronk, ik ben benieuwd of die mag blijven of dat zelfs deze uitgefreesd wordt en opgezogen… weer een ‘boom die was’.

Als ik doorloop kijk ik een paar keer achterom… waar stond hij eigenlijk? Mis ik hem? Welke ruimte vulde hij? Gelukkig heb ik wel foto’s van hem. Ik denk dat als ik de stronk niet gezien had, ik hem niet eens gemist had, hard! Dan had ik hem waarschijnlijk pas véél later een keer gemist. En zo vergaat het veel bomen… en ook mensen. Hoeveel mensen overlijden er niet zonder dat iemand ze echt mist. Hoe zou het mij vergaan, als ik er opeens niet meer ben? Wat laat ik achter, welke ruimte heb ik dan ingenomen? Wie schrijft die blijft 🙂 Ja, mooie vragen… een bespiegeling waard.

Voordat ik er erg in heb ben ik al bij het wilgenlaantje. Boompje is ooit ook gesneuveld in een storm. Het iele knotwilgje, dat aan één kant ontschorst was en ingerot, was jaren mijn maatje. Ook van hem rest een stronkje, ergens diep verscholen in een pol gras. Naast hem stond en staat B8 (Boom 8 in de rij) mij ooit voorgesteld door Luca, de wandelkat hier uit het Westerveldse Bos. Luca wees B8 aan als nieuwe vriend. Terwijl ik stond te huilen om Boompje zat Luca onder B8 te wachten. Te wachten tot ik klaar was met afscheid nemen van het afgeknapte knotwilgje. Ja, Luca… die heb ik ook al een tijd niet gezien. Sinds die tijd ontmoet ik B8 en krijg ik regelmatig een woord van hem. Zo ook deze keer, ik voel met mijn hazelaarstaf het stompje van Boompje en begroet hem. En als ik B8 omarm is daar stilte. Samen staan we het mistige landschap te bewonderen. De wind steekt op en rukt wat aan de stevige stam van B8. Er is heel wat voor nodig om deze sterke knotwilg de grond uit te krijgen! Dan krijg ik “Veilig” van hem.

‘Veilig’? Het thema van deze maan is ‘Ruim oude emoties op’ en het Indiaans sjamanisme spreekt van ‘De fiere vrouw’. En nu geeft B8 me aan dat dat veilig is 🙂 Ik denk dat ik deze stap vorige maan reeds heb gemaakt. Op de Heuvel heb ik bedankt voor alles wat ik heb mogen meemaken afgelopen jaar, het fijne maar ook het traumatische. Ik heb mezelf weer beter leren kennen en ik heb de bijbehorende emoties opgeruimd, het was goed.

Deze maan staat voor de noodzaak om los te laten en te komen tot mijn essentie. Wat is mijn essentie? Wat houdt mij tegen om daar te komen? Welke gewoonten heb ik die mij belemmeren om tot mijn eigen essentie te komen? Wat moet ik nog meer loslaten?

Achter mijn rug staat een muur van verhuisdozen, 24 dozen!! Deze dozen zitten vol spulletjes die mijn man en ik niet meer terug in de woonkamer willen. Na de verbouwing (de helft woonkamer erbij aan gebouwd) willen we meer leefruimte in huis. Minder opsmuk, meer ruimte… er is dus nog een hele hoop los te laten! Zowel van hem als van mij. Ik heb al heel wat opgeofferd, mijn antieke noten eethoek staat in de opslag… geen cent krijg je voor antiek vandaag de dag. Mijn dertig Perzische tapijtjes… die wil ik niet kwijt, maar neerleggen gebeurt ook niet meer. Ik denk dat ik nog genoeg heb los te laten… materie! De komende weken zal ik weer door alles heen gaan. Weg doen wat naar de kringloop kan en de rest? Verkopen… op alle dozen lijsten met wat erin zit. Foto’s van de spullen en dan op FB of Marktplaats. Hier zit véél werk in 🙁 Maar loslaten is ook best intensief! Ik denk dat het best zwaar wordt.

En als we dan klaar zijn met opruimen en afscheid nemen… dan zijn wij weer zichtbaar in ons huis! Dan zullen we meer tot onze eigen essentie kunnen komen 😛 De ruimte die we nu ervaren is zo heerlijk! De spullen die er staan (en die er altijd al stonden) vallen nu veel meer op. De mooiste spullen komen nu véél meer tot hun recht en zo zal het met mij ook zijn. Hoe meer rust in mijn omgeving, hoe beter ik tot mijn recht zal komen. Mijn essentie weet ik wel… de spelende mens, het kind in mezelf en in de ander aanspreken… en kinderen, kinderen hebben ruimte nodig! En mijn kinderen? Die zijn zo blij met de ruimte die er nu is in huis!

Maar ik dwaal vreselijk af, ik sta nog steeds in het buitengebied bij B8. De wind beukt op ons beide, tijd om los te laten. Ik bedank B8 voor zijn ‘veiligheid’ en vervolg mijn weg richting bos. En ik neem de brede, zompige en door gras begroeide weg naar links. Eigenlijk neem ik tijdens de volle maan van de Klif al jaren deze weg (hier kwam ik net achter toen ik de oude verslagen doorlas). Ik verlaat het harde schelpenpad en betreed de zompige grasweg. Hier komt mijn hazelaarstaf goed van pas. Voor me uit prikkend voel ik waar ik kan lopen, zonder in de blubber vast te komen zitten. Het is kil, koud en doodstil in het bos. Zelfs de lucht ruikt naar niks, geen heerlijke herfstgeur… noppus. De dampigheid is zo dampig dat het lijkt alsof het regent, de wind maakt mijn gezicht vochtig 🙂

Pad van het bruggetje naar het bos

Langs de waterkant loop ik op de brug van de Klif aan. “Zal het me lukken om op de reling te komen?” Als ik bij de brug aankom heb ik drie pogingen nodig om op de reling te geraken. Met behulp van mijn staf klim ik op de reling. Deze keer schuifel ik niet door naar de plek boven het water… ik doe het even ‘veilig’. Hoog boven de oever spreid ik mijn armen, mijn blik op het water… dat moet voor dit jaar maar even genoeg zijn.

Durf ik te springen? Durf ik de diepte in te gaan en geduldig te wachten? Durf ik me over te geven aan de andere wereld “Mori Marausi”? Dat zijn zo de vragen die in de maantekst voorbij komen, en durf ik dat? Vooral dat wachten lijkt me wel wat… straalt zo’n rust uit 🙂

Als ik bovenop de reling ben geklommen en mijn vleugels uitsla, zweef ik weg van de brug. Tegen de natte wind in laat ik me optillen door de wind… niks geen sprong. Blootgesteld aan de elementen vraag ik de lucht om wijsheid en goed spreken. Het water onder me vraag ik om mee te mogen gaan met mijn emoties, go with the flow. Ik voel dat daar mijn kracht ligt. Met mijn hazelaarstaf maak ik contact met de oever onder me, aarde… ik vraag aan de aarde om mij te helpen beter te aarden dit jaar. Met de hielspoor heb ik het idee dat aarden erg moeilijk is. En vuur, dat brandt in mezelf. De levensvlam, het sprankje hoop… daar mag mijn vuur zich een plekje weten. Met mijn hand op mijn hart spreek ik deze wens hardop uit, driemaal.

En weer ben ik niet naar een eiland gevlogen, geen ontvangst, geen geschenk van de stem op het eiland. Ik zal mijn geschenk wederom zelf moeten maken. Ik zal zelf de rust moeten maken om los te laten, afscheid te nemen van teveel. Ruimte te maken voor levensruimte… want waar leegte is kan groei plaats vinden!

Terug vliegen naar de klif? Nee, ik blijf voorlopig even los van de klif. Ik ga voelen wat dit losmaken met me doet. Dan maar even niet aarden, ik kies voor nu, de ruimte! Waarschijnlijk zal ik tijdens de volle maan van de Havik weer aan land komen… eens kijken wie mij dan opwacht 🙂

Op de weg naar de auto loop ik nogmaals langs B8. Een dikke kus voor hem, stevige vriend, zo stevig de elementen om zich heen voelend. De natte wind komt vol over het open land aangebulderd, mijn gezicht heerlijk nat makend… het is goed! Lucht, water, aarde en vuur, ik dank hen voor de duidelijke aanwezigheid vanavond.

Het schrijven is gedaan, de piergeluiden kunnen uit! Wat een heerlijk apparaatje om mee te werken, ja, opruimen is leuk! Heerlijk de donkerte tegemoet, de feestmaand kan beginnen!

Liefs, Loes

Tja, en nu een jaar later staan de verhuisdozen met spullen in de schuur… eigenlijk dus geen snars verder gekomen. Wel uit het zicht… maar nog niet los gelaten! Te waardevol om naar de kringloop te brengen en verkopen… dat kost tijd. Maar zo kan het ook niet blijven staan, de muizen hebben er vast al slaapplekken gevonden en wie weet een paar generaties opgevoed! En als je vraagt, wat zit er allemaal in… uuhh. Zal je het missen, als het er niet meer is… uuhh. Wat moet je er dan nog mee… uuhh. Eén grote uuhh, en het antwoord moet ik mezelf verschuldigd blijven. Het zijn mijn juwelen die ik los mag laten… de bomen doen het beter 😛

Herfstblaadjes

Geplaatst in Volle Maan Wandelingen | Getagged , | Reacties uitgeschakeld voor Volle maan van de Klif

The Underworld

At this time of the year our thoughts tend to become reflective. The days are becoming shorter and for many of us the coming winter months mean long evenings inside. It can be a lonely time – a time in which we are ‘thrown’ back unto ourselves. But it can also be a time in which new ideas are shown. In our reflections we may realise that there are a number of things in our lives which are not necessary. In nature we see too that after the harvest the seed is all that remains and yet within that seed everything is contained for further growth. The seed is the potential and is contained within the earth’s bosom until Springtime when it will germinate.

At Hallowe’en it is this turning point, the ‘bringing back to the essence’ which we celebrate the dying of the old year and the conception of the new year, or the reaffirmation of life. It involves the descent into the Underworld. In virtually all the mythologies there is an underworld, a place in which we are often judged and purified and after a period of rest, resurrected.

The archetype of the Underworld is vast and it would take more than one article to fully explore this concept. As is often the case the archetype can be examined on many different levels. The underworld can be seen for example as a journey or passage in our evolution, as an initiation. Or it can be seen as a prelude to our birth into the spiritual world. In any event we are brought back to our essence – as the Goddess Ishtar, we are stripped of our jewels and have to face the Lord (or Queen) of Death.

For most people the idea of death is a terrifying thought. What is waiting for us beyond the veil? Is there a heaven or hell? Is there life after death? It is hardly a consolation to realise that millions of other people have crossed over the threshold. No one can really prepare us for the journey – as much as no one can prepare us for initiation. We may know the general procedure but the experience is unique to each person, as every experience is.

We can hope, however, to remove the fear which may destroy our full appreciation of the experience.

Each year as we celebrate Hallowe’en we are reminded of the confrontation with the Lord of Death. We are reminded too of our loved ones who have already passed on. And yet we also celebrate the continuation of life, perhaps not in the same guise as we’ve known, but as the spirit of life.

magic_raven_samhain_altar_2013___6_by_wilhelmine-d6tuhk6

(Magic-Raven-Samhain-Altar-2013)

As we celebrate we come to realise that death is only another aspect of life’s cycle – an important aspect. The very painful part of death is having to come to terms with the fact that a loved one is no longer physically present. It can be very difficult for those left behind to realise that the person in question is entering a new phase of his or her evolution. In some religions death is celebrated in a joyous way, which may be difficult to understand for those of us who are used to experiencing death as a mournful event.

As I said earlier no one really knows what happens when we die although virtually every culture has an image or picture of the period following death. In this article I hope to illustrate several different images of the underworld, from a mythological point of view.

It is generally known that the death cult played an important role in Egyptian Mythology. There is enough evidence of mummification and ritual embalmment for us to surmise that death was in important event in Egyptian life. Osiris who was at first a nature god became the Egyptian god of the dead. One of his names was Osiris Khenti Amenti, “Lord of the Westerners”, the West being the place where the sun sets and where the dead dwelt.

In many respects it is not surprising that a god of vegetation became God of the Dead – he was constantly dying at harvest and being reborn at germination time.

Osiris, who introduced agriculture to the Egyptians, was also a wise king. After Egypt was civilised he wished to civilise the rest of the world. During his absence Isis ruled Egypt, also wisely. When Osiris returned the kingdom was in perfect order, but it wasn’t long before there was a plot to overthrow him by his brother Set. Osiris was killed and put into a coffer which drifted to the base of a tamarisk tree, and was subsequently found by Isis.

Later she brought the coffer back to Egypt and hid it in the swamps. Set however found it by chance and in order to destroy the body forever he cut it up in fourteen pieces and scattered it all over Egypt.

Isis was however determined to recover the pieces and started her search. She managed to find all the parts except the phallus. She ritually embalmed all the parts which restored the god to eternal life. After his resurrection he retired to the “Elysian Fields’ where he then welcomed the souls of the death.

Underworld article papiro-juicio-osiris

(Egyptian Book of the Dead

In the Egyptian ‘Book of the Dead’ Osiris is seen as the greatest of gods and it is he who judges the dead and determines their future destiny. The ‘Book of the Dead’ is said to have been written by Thoth who with Isis, Horus and Anubis helped to resurrect Osiris.

In the Book of the Dead the cult of Osiris is the basis of the book. Osiris points out the necessity of leading a pure life and gives instruction for attaining eternal life. In the Book of the Dead there is a judgement scene illustrated in the Papyrus of Ani (now in the British Museum). In the centre of the Hall of Judgement there is a scale. Maat, the Goddess of Truth and Justice stands next to the scale, ready for the weighing of the heart of the deceased.

When a person died he had to cross the stretch between the lignin and the dead. Thanks to the talismans placed in the sarcophagus with the passwords from the Book of the Dead the deceased would reach the Hall of Judgement. After having kissed the threshold the deceased would enter the Hall, where Osiris sat and where the scales were. There was also a monster present, “Amernait”, who would devour the hearts of the guilty. Around the Hall sat 42 judges who would judge special aspects of the deceased’s life. The deceased called each of the judged in turn by their name which proved that he did not fear them.

Then followed the weighing of the soul. Anubis or Horus would place the ideogram of Maat, a feather, symbolising truth, on one half and the heart of the deceased on the other half. Thoth recorded the weight on a tablet and told Osiris the result. If the scales were in perfect balance, Osiris would render a favour able judgement and the deceased would enter the dominion of Osiris and enter into everlasting life and happiness.

Underworld article Ishtar

(Ishtar… cylinder seal

The underworld of Assyro-Babylonian mythology was under the earth. It was a land of no return and to enter it the deceased had to pass through seven gates, abandoning a part of their apparel at each gate. At the last gate there were completely naked and imprisoned in the ‘dwelling place of the shadows’. At first the “Princess of the Great Earth’, Ereshkigal, ruled over the infernal regions, but later Nergal became her husband. Ereshigal gave him a a tablet of wisdom to hold and Nergal, who had been a God of Destruction, became the overlord of the dead. One person who managed to enter the underworld and return was the Goddess Ishtar. Ishtar, whose name means ‘Daughter of Light’ was a warrior goddess, In her youth   she had loved Tammuz the God of the Harvest. Overcome with grief she tried to rescue Tammuz from the underworld and made the descent into the infernal regions.

At each of the seven gates she stripped off her jewels and finally came face to face with Ereshkigal.

Ereshkigal made her prisoner and on Earth there was great sorrow.

“Shamash and Sin, her father, carried their grief to Ea. Ea, in order to deliver Ishtar, thereupon created the effeminate Sasushu-Namir, and sent home to the land of no return, instructed with the magic words to restrain the will of Ereshkigal. In vain the queen of the infernal regions strove to resist. In vain did she attempt ‘to enchant Sasushu-Namir with a great enchantment’.

Ea’s spell was mightier than her own, and Ereshkigal had to set Ishtar free. Ishtar was sprinkled with the water of life and, conducted by Namtaru, again passed through the seven gates, recovering at each the adornment she had abandoned.”(Larousse).

Underworld article Eriskigal British Museum

(The Queen of the Night relief Old Babylonian)

 

Esther Harding: “Ishtar had taken the dread journey to the underworld and although she was sore beset, she eventually conquered the darkness and rose again as the new moon, small at first but with power to recreate herself… she symbolises the power of life from the dead, Thus, like Sinn, who preceded her, and like Osiris of the Egyptians, she became Goddess of Immortality, the nape of life after death.

In Greek mythology too the underworld is a place of shadows. It too was situated under the earth. Certain caverns and rivers which flowed underground marked the entrances to the underworld. Two of these rivers were called “Acheron” (River of Sadness”) and “Cocytus” (River of Lamentation). Preceding the actual underworld there was the “Grove of Persephone” which had to be crossed before entering the gate of the Kingdom of Hades. The gates were guarded by monstrous dog called Cerberus.

In the underworld, flowed subterranean rivers – the Acheron, Cocytus, Phlegeton, Lethe and Styx.

“Acheron was the son of Gaea, He had quenched the thirst of the Titans during their war with Zeus and been thrown into the underworld where he was changed into a river. To cross Acheron it was necessary to the apply to the old Charon, the official ferryman of the underworld.

He was a hard old man, difficult to deal with. Unless before embarking the shade of the deceased newcomer presented Charon with his obulus, he would mercilessly drive away an intruder so ignorant of local usage. The shade was then condemned to wander the deserted shore and never find refuge. The Greeks therefore carefully put an obolus into the mounts of the dead.

The Styx surrounded the underworld with its nine loops. The Styx was personified as a nymph, daughter of Oceanus and Tethys. She was loved, it was said, by the Titan Pallas and by him had four children. As a reward for the help she rendered the Olympians during the revolt of the Titans it was decided that the Immortals should swear by her name, and such vows were irrevocable.

Those who drank the waters of the Lethe forgot the past. Lethe flowed, according to some, at the extremity of the Elysian fields, according to others at the edge of Tartarus. The Elysian fields and Tartarus were the two great regions of the underworld.’ (Larousse).

Hades was absolute master over the underworld. He was also known as Pluto. It was Hades who abducted Kore to his realms whilst she was picking flowers. Her mother Demeter came to search for her but was unable to rescue her completely because Kore had eaten the fruit of the pomegranate. Later Hades and Demeter made a compromise in which Persephone (Kore) would spend part of the year with Hades and the rest of the year on earth (i.e. during the fertile part of the year.

Underworld article Hécate_-_Mallarmé

(Hecate)

Hecate who was originally a moon goddess was also a divinity of the Greek underworld. She descended into the underworld when she was thrown into the Acheron to try and remove a stain caused by her coming into contact with a women who had just borne a child. Hecate tried to hide with the woman after she had angered her mother Hera by stealing her rouge.

In the underworld Hecate was the Goddess of Enchantments and Magic. When she appeared on earth she was accompanied by hounds, a symbol of the moon. She often appeared at crossroads or at graves. At crossroads statues of Hecate could be found and at full moon offerings were made to her to appease her.

In the underworld the deceased appeared before Hades and the other judges. Once the deceased had been judged there were either cast into the Tartarus or sent to the Elysian fields. Tartarus was a prison for all those who had committed crimes against the gods whilst the Elysian Fields were a place of rest and tranquillity. The Elysian Fields were also called the Islands of the Blessed.

In Celtic mythology we come across a similar concept of the Elysian Fields in the ‘Field of Happiness’ or Tir na nOc. This was a magical place where warriors were healed of their wounds and the dead were restored to life. It was a place of feasting and lovemaking. Tir na nOc was also known as the ‘side’, a place where time did not exist.

As a counterpart to Tir na nOc there were also things to be feared, for example Ysbaddeden, in the tale of Culwch and Olwen.

Looking further north to Teutonic mythology we find a totally different concept of the underworld. In the earliest tradition of the world as a huge ash tree, Yggdrasil, which is more familiar. This world tree was divided into three main regions; Asgard, the abode of the gods; Midland, the abode of man, and at he bottom there were three roots. One of the roots stood over Niflheim of the underworld, which was ruled by the Goddess Hel. In one of the Norse myths concerning the death of Baldur we are again reminded of Osiris, Tammuz or of Adonis. In fact, Baldur like Adonis means “Lord”. Once again the beautiful young god of vegetation dies.

Underworld article Odins_last_words_to_Baldr

(Baldur

Baldur had been troubled by dreams of impending evil and danger. He told the Aesir (the Gods) and Frigg his mother begged every living thing to promise never to harm him. This they did and subsequently the Aesir put him to the test by throwing stones and other projectiles to see if he could be harmed. But he remained unhurt. Loki who was watching became angry, so he disguised himself as an old woman and went to Frigg. He asked her what the Gods were doing and Frigg told him about the oath all the living things had sworn not to harm Baldur. “What!” exclaimed the old woman, “have all things sworn to spare Baldur?” “All things,” replied Frigg, “except one little shrub that grows near Walhalla, and is called Mistletoe, and which I thought too young and feeble to crave an oath from.”

As soon as Loki heard this he went and made a dart from the Mistletoe.

He returned to where the Gods were and found Hodur who was not partaking in the fun, because he was blind. Loki however offered to help him by directing his arm and in so doing Hodur threw the Mistletoe dart. The dart pierced Baldur and Baldur felt down lifeless.

When the Gods realised what had happened they began to discuss a way of undoing this terrible wrong. Frigg asked if there was anyone who dared to descend into Niflheim and offer Hel a ransom if she would allow Baldur to return to Asgard. Hermod, Odin’s son, stepped forward and mounting Sleipnir, Odin’s horse, he galloped towards Niflheim. For nine days he rode until he reached the river Gyoll which he passed over by a bridge of glittering gold.

The maiden who guarded the bridge asked him what he sought since he was not yet dead. He asked her if Baldur had crossed the river. To which the maiden replied that he had, and pointed towards the barred gates of Hel. With the help of Sleipnir, Hermod managed to clear the gates and ride on to the palace where he found Baldur.

The next morning he met Hela and he besought her to let Baldur come home, since all the Gods love him. She replied “If all the things in the world, both living and lifeless weep for him, then he shall return to life; but if any one thing speak against him or refuse to weep, he shall be kept in Hel”. Hermod rode back to Asgard and told the Gods what he had heard. The Gods then despatched messengers all over the world to beg everything to weep for Baldur. All living things willingly complied with this and the messengers returned delighted to Asgard. On their return however they saw a giantess Thökk sitting in a cavern. The begged her to weep Baldur out of Hel but she refused and said “Let Hela keep her own”.  The giantess was of course Loki and so Baldur had to remain in Hel.

Later however Loki did not escape his punishment. Odin found him, after he had tried to escape the Gods’ wrath. The bound him with chains and suspended a serpent over his head, whose venom dropped on to his face.

Here he remained until Ragnarok, the Twilight of the Gods. (Taken from Bulfinch’s Mythology).

Only after Ragnarok is Baldur resurrected and allowed to return to peace.

In virtually all the myths mentioned above there are parallels, especially in the case of the dying god of vegetation who descends into the underworld, only to be given eternal life.

Another parallel is the Underworld as a place of rest and restoration.

Underworld article Jan_Brueghel_the_Elder_-_Aeneas_and_the_Sibyl_in_the_Underworld

(Hades)

Also many mythologies include the possibility of the living meeting with the death – something which in Craft philosophy is a feature of Hallowe’en, when the veil which separates our world from the world of the dead, and the Gods, is particularly thin. Our own Craft Legend of the Goddess descending into the Underworld runs parallel to some of the myths discussed here. Even so, it is a very moving archetype, which can be used on more than one level, because each person has some form of the Underworld within himself – a region not to be entered unless one is completely ‘naked’, i.e. unadorned, aware of one’s own positive and negative points, and fearless!

References and notes:

‘The Underworld’ published originally in Wiccan Rede, Autumn 1985

 Spanish Translation (With thanks to Alder Lyncurium).

Geplaatst in English articles | Getagged , , , | Reacties uitgeschakeld voor The Underworld

Review: The 2015 GBG ‘Year and a Day’ Calendar

GBG Calendar 2015

Order yours here: www.GBGcalendar.com

or get in touch with Morgana to order within the Netherlands.

 

 

 

 

Background

Since 2010, the GBG “Year and a Day” calendar project has shared photos, news clippings and quotes from Gerald B. Gardner (GBG), Doreen Valiente, Patricia Crowther, Eleanor Bone, Monique Wilson, Lois Bourne, Barbara Vickers, Edith Woodford-Grimes and other of the early High Priestesses, covering over six decades of Craft history.
As something special for 2015 you may find some photos you have not seen before. None of the images repeat photos or articles used in previous GBG “Year and a Day” Calendars.

2015 calendar

This year includes Edith Woodford-Grimes, the witch who first introduced Gerald Gardner to the Coven into which he was initiated. Dafo, a nickname which Gerald used fondly for Edith, was part of the Rosicrucian Theatre group near the New Forest, where Gerald made many discoveries that eventually brought him into the “Witch Cult.” As Dafo touched Gerald’s life, she in turn has also touched all of our lives too, and for that we honor her!

Special thanks to Philip Heselton for making several photos of Dafo and Gerald available, and to the Doreen Valiente Foundation as well for their support of this calendar project.

More information here:  Facebook.

Geplaatst in Recensies | Getagged , | Reacties uitgeschakeld voor Review: The 2015 GBG ‘Year and a Day’ Calendar