Dus jij bent een heks

Column Yoeke Nagel

Het is al bijna donker maar nog steeds aangenaam warm als we een tafeltje vinden op het terras. “Dus jij noemt jezelf een heks,” zegt de Leuke Man en hij glimlacht boven zijn bierglas adembenemend vriendelijk naar me.
Razendsnel zoek ik op de tast naar mijn antwoordenboekje in mijn achterhoofd. Weg. Wel doemt het beeld op van het vriendinnetje van een van mijn dochters dat zichzelf op een dag transformeerde van vrolijk springerig meisje naar een sombere goth met zwartomlijnde doffe ogen omdat ze nu ‘een heksje’ was geworden.
“Nou nee hoor, ik noem mezelf juist bij voorkeur geen heks. Om misverstanden te voorkomen. Het is zo beladen en het roept nogal wat weerstand op,” zeg ik.
Mijn eigen weerstand voornamelijk, realiseer ik me.
Mijn weerstand tegen de fluffies die alle versjes uit het tweede heksenboekje van links uit hun hoofd leerden en daarmee elke volle maan, soms wel de halve avond, heeeel heksig zijn.
Tegen de ‘gewoonloslatentoevalbestaatniets’, die elke zelfgemaakte blunder uitleggen als een ingrijpen van de goden dat eigen initiatief in het leven totaal overbodig maakt.
Tegen de hardcore wicca’s die elk persoonlijk verlangen, of het nu gaat om een leuke minnaar, loonsverhoging of het moederschap, proberen af te dwingen met complexe serierituelen.
Tegen societyheksen die vooral in het openbaar koketteren met een beetje mal zijn.
Laat hij nou niet denken dat ik zo’n soort heks ben.
Direct barst de herinnering open aan hoe ik de godin bij mijn inwijding beloofde te leven als priesteres en aanspreekbaar te zijn op mijn daden en woorden. De Leuke Man houdt me aan mijn belofte door me afwachtend aan te kijken.
“Maar ik ben het wel degelijk, ja,” voeg ik er snel aan toe.
“En wat betekent dat dan voor jou?” informeert hij. Hij zet zijn halfvolle glas erbij op de tafel om aan te geven dat hij de tijd gaat nemen voor mijn antwoord.
Al die dingen die het niet zijn voor mij zou ik zo kunnen opnoemen. Maar daar vraagt hij niet naar en ik weet voldoende van magie en van communicatietechnieken dat het juist helemaal verkeerd uitpakt als ik iets ga zeggen waar een ontkenning in zit.

“Leven met de seizoenen,” probeer ik, maar hoewel hij niks zegt en afwachtend knikt, realiseer ik me dat het ook voor hem weer herfst en ooit weer voorjaar zal worden. “En hoe ik die terugzie in mezelf,” gooi ik er achteraan. Weer knikt hij. Als coach heeft hij natuurlijk heus wel eens nagedacht over hoe in een mensenleven de seizoenen weerspiegeld worden en hoe verstandig het is om niet van jezelf te eisen dat je in de winter uitbundig opbloeit en allerlei nieuwe initiatieven de wereld in slingert. Of hoe we de eerste 25 jaar van ons leven de lente beleven, daarna pas tot volle bloei komen en tegen de 70 misschien wat herfstiger van aard worden.
“Het is een manier van leven, het zit overal in,” zeg ik. “Een respectvolle houding naar alles wat leeft, waardering voor de bezieling van de natuur, actieve verantwoordelijkheid nemen voor de wereld waarin we leven, zelfonderzoek blijven doen…” Stuk voor stuk punten die mij in niets onderscheiden van een weldenkend christen, moslim of humanist. Ik ben erbij. Ik zal toch moeten toegeven dat er nog iets is. “… en beschikbaar zijn voor magisch werk.”
Hij trekt zijn wenkbrauwen op en zijn lippen golven als de rivier die terugvloeit naar de zee. “Een ritueel bedenken en begeleiden bijvoorbeeld, voor mezelf en voor anderen, om belangrijke gebeurtenissen aandachtig te beleven. Gebeurtenissen als geboren worden. Examen doen. Een relatie bevestigen. Dood gaan. Dat soort dingen. De stap van hier naar daar onderstrepen met een rituele handeling om er langer bij stil te staan. Bewuster leven. Intenser. Het mysterie van het alledaagse. De magie van de afwas, extase als gebed. Dansen. Seks. Niet bang zijn voor het donker. En heksen vertellen over het algemeen veel betere moppen dan andere religieuze stromingen.” Ik zwijg.

Oh jee, het is weliswaar allemaal waar, maar dit zou ook best eens een goed moment kunnen zijn om te stoppen met het roepen van stukken van het antwoord. Straks begin ik over de godin die ik in mijzelf erken en vooral ook zo overweldigend duidelijk in hem, over het goddelijke waar we deel van uitmaken en wat ons weerspiegelt, het mysterie van de vijf elementen, aarde, vuur, water, lucht en geest die het centrum vormt en de cirkel die ons omvat. Wat schieten we ermee op? Terwijl ik zou willen zeggen dat het allemaal heel mooi, diep en tegelijkertijd volkomen natuurlijk en alledaags is, maak ik het alleen maar ingewikkelder met alles wat ik zeg. Ik blijf nog even zwijgen. Voor de zekerheid.
“Komt je aarzeling om er voor uit te komen dat je heks bent misschien voort uit het verleden?” biedt hij me heel attent aan. “Dat er zoveel vrouwen op de brandstapel zijn gezet en vermoord werden op beschuldiging van hekserij? Is het een soort ingebakken angst om gevaar te lopen?”
Ik frons. Dit is een elegante en eervolle uitweg, maar dat zou laf zijn en voor mij onwaar.
“Nou nee. Eerder het omgekeerde. Er zijn juist zoveel mensen mee aan de haal gegaan. Er wordt de grootst mogelijke onzin beweerd en geloofd over wat hekserij nou eigenlijk is. En iedereen denkt dat zijn eigen visie de enige juiste is.” Hij grinnikt. Terecht natuurlijk. Als er iemand is die dat pretendeert op dit exacte moment, op deze plek, dan ben ik het wel. Waarbij ik kennelijk wel de hoogmoed heb te doen alsof ik zo’n visie heb, maar nog steeds zit te stuntelen om ‘m onder woorden te brengen.
Wat versta ik onder heks zijn, vraagt die man! Nou ja, die Leuke Man. Dat is alles! Is dit nou een uitleg? Niet echt nee. Ik doe dat ook eigenlijk nooit: uitleggen wat het voor mij betekent om heks te zijn. Bij een onbekende interesseert het me strikt genomen geen ruk of ze begrijpen wat ik er onder versta. Het zal me worst wezen als ze denken dat ik op een bezem of een stofzuiger rond de maan vlieg of een gefrustreerde huisvrouw ben met een gereformeerde achtergrond waar ik me met supermarktmagie van hoop te bevrijden. Ze denken maar raak. En heksenvrienden vragen er niet naar bij elkaar, of het moest in rituele vorm zijn, tijdens een inwijding bijvoorbeeld. Verschillen worden verondersteld en lang geaccepteerd, worden soms zichtbaar in afwijkende handelingen, zijn bekend omdat we wel weten van elkaar in welke stroming we zijn opgeleid. Niks om over door te praten.

Maar de Leuke Man heeft een tweede biertje besteld en voor mij ook eentje. Hij wil het echt weten en, erger nog, ik wil ook graag dat hij het weet. Als hij opnieuw glimlacht zwijgen de vrouwen op het terras een momentje – en ook een behoorlijk aantal mannen.
“Vreemd eigenlijk hè,” zegt hij met een prachtige mildheid in zijn stem: “Jij bent juist zo goed met woorden, maar hier, bij iets wat je zo na aan het hart ligt, kom je er niet uit.”
Hij heeft gelijk. En hij vindt dat ik goed ben met woorden. Zucht… Als we zoenen sprankelen zijn ogen als de maan en de sterren en de glanzende billen van Baobo. Ze heeft me weer bij de kladden.
Het is Lammas. Tijd om woorden te oogsten. Vertel het maar. Wat betekent het voor je om heks te zijn?
Laat het me weten. Stuur een mailtje naar de redactie.

Yoeke Nagel, Reclaimingheks, biedt op 24 augustus in Alphen de werkdag ‘Energie genoeg’ aan. Op 30 augustus start de cursus ‘De kracht van de vijf elementen’ waar je in zes avonden werkt met ademhaling, meditatie, tarot, damestasjeslezen, pentagramwerk, krachtdieren, beweging, zang, woord- en andere magie.

Yoeke’s agenda.

Geplaatst in Artikelen, Columns | Getagged | Reacties uitgeschakeld voor Dus jij bent een heks

The Green Man & the Green Woman – part II

Part II (have you read Part I?)

Raphael and Giovanni da Udine depicted many grotesques that can still be seen in the Vatican Museums. As early as 1490 Pinturicchio adorned the ceiling of the library in the Santa Maria del Popolo in Rome with grotesques. In 1503 cardinal Francesco Piccolomini, soon to be pope Pius III, commissioned Pinturicchio to paint scenes from his life and that of his predecessor, Pope Pius II, on the walls of the library of the Cathedral of Siena. The contract, which still exists, explicitly demanded grotesques to be displayed. And Pinturicchio complied with this. Bordering the great frescoes glorifying popes, cardinals, saints and emperors, he painted candelabra with grotesques like the ones he had seen in the Domus Aurea.

14 Grotesques Siena Piccolomini Library.

The grotesques are men and women emerging from vegetation. Some of them are winged; some are foliate heads, worshipped by animals with leafy tails. One of the candelabra displays a winged and horned Green Woman.

15 Green Woman Siena Piccolomini Library

Her feet and hairs end in vegetation. From the basket on her head two Green Animals emerge. The woman is squatting, spreading her legs, giving birth to apples and others fruits. Underneath her two other winged Green Women are kneeling. Instead of hairs there are leaves on their heads. They seem to worship the woman in labour above their heads.

On the ceiling of the Piccolomini Library many other scenes are depicted, unfolding the realm between the worlds of God and men, home of the Green Man and the Green Woman.

16 Green Man Siena Piccolomini Library

The lower part of his body consists of acanthus leaves. Instead of hairs there are fruits and leaves on his head. Two winged creatures, resembling horses, worship him. From their tails acanthus leaves protrude, ending in Green Dolphins and buds, out of which winged cupids emerge. From the Green Man’s head a candelabrum starts. The cupids hold up small winged Green Men, who form candelabra, connected with the central candelabrum on the Green Men’s head. The whole scene is teeming with life, emanating from the Green Man, acknowledging his dominion.

The ceiling of the library is entirely covered with scenes like this, delineating the other world from different angles. Sometimes the Green Man is supreme ruler; sometimes the Green Woman is prevalent. They are not monsters, surrounded by demons. They are never aggressive, not luring victims into damnation. They baffle us and block our intellect, opening up a new world, in which we may face the divine.

Scenes like the ones in the Piccolomini Library can still be seen in churches and palaces all over Europe. In a way they return to the Romanesque wilderness, but executed with the supreme talents and techniques of Renaissance artists. The character and life style of most Renaissance popes may not have been flawless, to put it mildly, but they did bridge the gap between paganism and Christianity, reaching the realm beyond creed, in which the divine may manifest itself directly, without an intermediary.

The Baroque Green Man and Green Woman

The Renaissance gave the Green Man and Green Woman pride of place, based on their Roman predecessors. Around 1600 the Baroque order ousted Renaissance architecture. Exuberant frills and myriad details were in vogue. The Green Man, the Green Woman and other Green Beings are often depicted in Baroque churches and on secular buildings. In the Cathedral of Barcelona a chapel was dedicated to Saint Anthony the Abbot in 1712 in Baroque style.

17 Barcelona Green Cupids

On a pillar two Green Cupids emerge from the acanthus leaves. On the left another Green Cupid is depicted, a collar of leaves around his neck, his body made up of acanthus leaves. Higher up on the pillar, cupids float along the vines that circle around the pillar. In another chapel in the same church other cupids whirl around vine-covered pillars. The upward movement is typical of Baroque ornaments, in which cupids, also known as putti, are frequently depicted.

Baroque Green Men usually are foliate heads, while the type with a body consisting of leaves, frequently displayed in the Renaissance, is all but absent. One of the Green Men sculpted by Balthasar Permoser in the Zwinger in Dresden in 1717 may serve as an example.

18 Zwinger Green Man.

The Green Woman with a body of vegetation is also absent from Baroque ornaments. Usually she is just a head surrounded by vegetation. This makes it harder to recognize her, but she is certainly there. In the Zwinger Permoser depicted her several times.

19 Zwinger Green Woman

Baroque ornaments are not always a whirling movement. In the Cathedral of Cordoba, Spain, choir stalls were made between 1748 and 1757 by Duque Cornejo. The stalls are crammed with images, many of them representing a Green Man.

Every armrest between the chairs is a Green Man, his body consisting of a volute, ending in vegetation. At the back of each chair a Green Man is depicted. One image shows a Green Man with leaves growing on his head.

20 Cordoba choir stalls and with Green Man

On both sides there is the head of a smaller Green Man, stems and leaves protruding from his mouth. Every Green Man in the choir stalls seems unconnected to the other ones. They do not interact and are not part of an intricate scene, like Renaissance Green Men often are. The images are stills, not storied, crowded, but frozen in time.

Baroque Green Men may be encountered on many fountains, spouting water from their mouths. For some reason this is never a woman. In the fountain on the Piazza Trente e Triste in Tarquinia, erected in 1724, no less than 14 Green Men may be seen at work.

21 Tarquinia Fountain Piazza Trente e Triste.

Green Men and Green Women adorn the façades of many Baroque houses. A wooden relief, made in 1649, featuring two Green Men, adorns a house in Uilenburg, Den Bosch, Netherlands.

22 Green Man in Uilenburg, den Bosch

Two Green Women, made in 1736, serve as corbels for a house on Herengracht 475 in Amsterdam. One of them is depicted in our book. This is the other one.

23 Green Woman Herengracht 475

Neo-Gothic Green Men and Green Women

Towards the middle of the 19th century Gothic architecture was revalued, after centuries of contempt for this architectural style. Gothic buildings were refurbished and many new churches were designed in this style, dubbed neo-Gothic by later, skeptical art critics. In Paris Viollet-le-Duc all but rebuilt the Notre Dame, changing whatever he thought was appropriate. He did not neglect the Green Man and even designed a stained-glass window for the Chapelle Madeleine, featuring 17 brand-new Gothic Green Men, one of whom is shown here.

24 Notre Dame Green Man Chapelle Madeleine

In the Netherlands Pierre Cuypers restored many Gothic churches, sometimes inserting Green Men and Green Women that had not been there before. He did so in the Walburgiskerk in Zutphen, depicting many Green Men and Green Women, much to the abhorrence of the protestant church council, who said this was a popish aberration. One of the Green Men and his female counterpart is shown here.

25 Zutphen Walburgiskerk Green Man

26 Zutphen Walburgiskerk Green Woman

 

Neo-Renaissance Green Men and Green Women

In the second half of the 19th century many artists were inspired by the Renaissance to create new frescoes, reliefs and sculptures. In 1884 the Hungarian architect Miklós Ybl, aided by a team of Hungarian painters and sculptors, finished the Opera House of Budapest. The foyer is decorated with candelabra and grotesque figures, many of them arising from vegetation or producing stems and foliage. The bottom of one of the candelabra is formed by who foliate heads, with acanthus leaves coming from their mouths, joining the candelabrum in the middle.

27 and 28 Green Men Opera Boedapest.

From the candelabrum the heads of two birds appear, leaves growing on their crowns and the back of their necks. Elsewhere Green Dolphins are tied to the stem that forms a candelabrum, their heads covered with leaves, their bodies ending in flowers. Higher on the candelabrum a majestic Green Man is depicted as a foliate head resting on a tray. Magnificent flowers emanate from the top of his head. In other scenes the Green Woman is given pride of place. One of the candelabra starts from a tray with fruits and the head of Medusa in a circular ornament. On top of this a winged Green Woman emerges from acanthus leaves. She has no arms, just volutes and her body is no more than a stem beneath her breasts. Between the breasts an acanthus leaf hangs. From the top of her head the candelabrum continues.

29 Green Woman Opera Boedapest

Another scene displays a beautiful Green Woman. Leaves surround her head and cover her forehead. To her left and right Green Dolphins produce stems that are linked to candelabra.

30 Green Woman Opera Boedapest

Scenes like this can be seen in other neo-Renaissance opera houses, for instance in Dresden, and in many other neo-Renaissance buildings all over Europe. One example will do: Herengracht 380-382, a combination of two mansions in Amsterdam, built between 1888 and 1890, decorated and built by A. Salm. The wooden front door of 380

31 Herengracht 380 front door.

32 Herengracht 380 front door detail.

is interesting enough to look at some details. The decoration at the bottom of the door shows a Green Man with two stems emerging from his mouth. The stems form leaves and end in the body of a Green Woman, human down to the waist, vegetable underneath. The front door of the other house, 382, had another fascinating scene.

33 Herengracht 382 front door detail

Two Green Women lift their skirt and bring forth lavish vegetation from which babies are dangling. Apparently they are Green Babies, emanating from the vegetation, produced by the Green Women.

This is not all. The façade of the building is packed with sculpted Green Men and Green Women.

35 Herengracht 380-382 Green Man

36 Herengracht 380-382 Green Woman

34 Herengracht 380-382 facade

Here are just a few details:

Underneath the balcony of the two houses a Green Man is shown. From the waist down his body consists of acanthus, ending in birds and fruits. There is another Green Man like this. Between the two a Green Woman is depicted like her male counterparts. At the same height, but at the sides of the houses, Two Green Women hold up plates, showing the numbers 380 and 382. The acanthus, formed by their lower bodies, ends in a flower and a Green Dolphin.

37 Herengracht 380 Green Woman

It is frequently said neo-Renaissance art is but a shallow imitation of the real thing. Often this is true, but not always. To the fascinating pictures I presented here many others may be added from buildings all over Europe.

The Green Man and the Green Woman in Art Nouveau

Towards the end of the 19th century a new style emerged, called Jugendstil in Germany and Austria, Art Nouveau in France and other countries, and Modernista in Spain. It is the last time the Green Man and the Green Woman are represented in contemporary art. An example is the so-called blue Jugendstil house in Hamlyn, Germany, built in 1905.

38 Hamlyn Blue Jugendstil house.

Two stern looking blue Green Men are depicted, white acanthus leaves issuing from their moustaches. At the top of the building a white bat has wings ending in leaves. So it’s a white Green Bat. On the so-called pink Jugendstil house in Hamlyn, built at the same time, three Green Men look down from the façade (only one visible in the photograph), their moustaches and beards producing leaves, while five Green Women are depicted on the semicircular extension.

39 Hamlyn Pink Jugendstil house.

The heads of the women are adorned with big flowers that are also depicted between them. They might be ordinary women, but the presence of the Green Man reveals their identity as Green Women. This is typical of Art Nouveau Green Women. They do not emerge from the vegetation, nor are their bodies made up of stems and leaves. You have to be an attentive onlooker to recognize them.

Two examples from a row of Modernista buildings at the Gran Via de les Corts Catalanes in Barcelona may illustrate the overt and more concealed way Green Women are depicted. In one case the head of the woman is embedded in vegetation.

40 Barcelona Green Woman on Gran Via de les Corts Catalanes

Stem and flowers emerge from underneath her head. The pistils above her head form a crown, designating the woman as a sovereign Green Woman. Elsewhere on this façade

41 Barcelona Green Woman Gran Via de les Corts Catalanes

a woman’s head pops up from a circular opening. There are several of these women depicted. The only indication that they are Green Women is the headdress adorned with two flowers. Another clue that reveals their identity is the presence of several Green Women and Green Men on these buildings. And right underneath the women’s heads strange Green Animals, reminiscent of Romanesque beasts, can be seen, two by two. One such couple

42 Barcelona Green Woman Gran Via de les Corts Catalanes

is a Green Hare and a Green Elephant. They are no more than a head and a body that consists of vegetation.

Modernista Green Men often have leaves and flowers on their heads, but sometimes stems are coming out of their mouths. Between the balconies of a house on La Ramblas 129, the main street of Barcelona, the heads of four Green Men are portrayed, with pointed ears, stems emerging from their mouths.

 

43 Barcelona Green Man on La Ramblas 129

The future of the Green Man and the Green Woman

Modern architecture is often abstract, providing no space for a Green Man or a Green Woman. Figurative modern art is not interested in them. So they seem to have lost their raison d’etre in art. Still the Green Man is more popular than ever.

Many garden centres and New Age boutiques sell modern foliate heads.

Some are pretty, but they are considered kitsch, not art. The Green Woman has been all but forgotten. With our book and this article we hope to show the countless manifestations of the Green Man throughout the centuries and we hope to return the Green Woman to the status and the authority that is rightfully hers.

De Groene Man en de Groene Vrouw
A3 Boeken, 2011. 240 p. ISBN 978 90 7740886 5

More about this book and many other Green Men and Green Women on our site: www.circewicca.nl

Ko & Joke Lankester

Geplaatst in English articles | Getagged , , , | 1 reactie

Blue Plaque unveiled to honour Doreen Valiente

This year’s Summer Solstice was a momentous day in the history of Wicca. On Friday 21 June, 2013, a Blue Plaque was unveiled to commemorate Doreen Valiente – the Mother of Modern Witchcraft.

Doreen Valiente is famous for being the High Priestess of Gerald Gardner, who is known as the Father of Wicca. She was also the author of many influential books on witchcraft, including Natural Magic, Witchcraft for Tomorrow and An ABC of Witchcraft Past and Present, and was a superb poet. The Charge of the Goddess – the best known set of lines from the Wiccan Book of Shadows – was her creation. Doreen was much loved by everyone who knew her.

Her influence – through her books and wide circle of contacts as well as her kind and gentle advice to her friends – cannot be overestimated. Many of the most celebrated figures in paganism in the UK today had at one time been guests at her modest flat in Brighton, England. It was therefore fitting that both Doreen’s life and the place she lived be remembered and honoured on the 60th anniversary of her initiation into Wicca.

Blue Plaques are permanent signs on buildings in the UK to commemorate a famous person who lived there or was associated with the place. The scheme started in London in London in 1866, and this is the first Blue Plaque for a modern pagan. The £1,200 that was needed for the plaque to be installed was raised by John and Julie Belham-Payne of the Centre for Pagan Studies and the Doreen Valiente Foundation via donations.

An afternoon of events was planned alongside the unveiling. Ralph Harvey of the Order of Artemis held a midday Summer Solstice open ritual at Old Steine Gardens, a public park in Brighton. This was followed by a procession to Doreen’s last home, a block of flats in Tyson Place, where drumming and Morris dancing entertained the many pagans who gathered to watch the historic occasion. The unveiling itself was carried out by the Mayor of Brighton, Councillor Denise Cobb, who gave a speech praising the seaside town’s former resident.

The Doreen Valiente Foundation hopes to raise money for further plaques to commemorate important Wiccan figures and the places they lived.

Lucya Starza

Geplaatst in English articles | Getagged , | Reacties uitgeschakeld voor Blue Plaque unveiled to honour Doreen Valiente

Webwegwijzer Lughnasadh 2013

Logo pagina Webwegwijzer Wiccan Rede Online Magazine

Interessante websites die we verzamelden voor de lezer. Websites that might interest our reader.

Lammas or Lughnasadh?

Lammas or Loaf Mass Day, Thanksgiving for Grain Harvest
“The feast of St. Peter in Chains, formerly on August 1st, has now been removed from the General Roman Calendar. This feast day was also called ‘Lammas Day’ or ‘Loaf Mass Day’ because this day was offered as thanksgiving for the wheat harvest, used for the bread that becomes the Eucharist. Florence Berger discusses close link of the liturgical year and agrarian life. She also discusses the Christianization of some pagan customs, using the example of Scotch Highland Quarter Cakes.”

Tailtiu: Harvest Goddess
“Tailtiu is an Irish Goddess of Sovereignty, an ancient Goddess whose annual funeral games, according to the myth, were instituted by her foster son Lugh. These games were held for more than a thousand years at a hill in Co. Meath that even today bears her name, Tailtiu or, in English, Telltown The name of the festival is Lughnasadh, one of the great fire festivals of ancient and modern Celtic peoples. …”

Some interesting blogs

Philip Carr-Gomm’s Weblog (since October 2007)
“The main focus of the blog is spirituality in its widest sense, and I believe one of the most important tasks for us today is to infuse our spiritual questing with humour and joy. Without humour we lose our humility, without joy a spiritual path becomes dry with the dead hand of piousness. For me, a spirituality needs the glorious world of Nature and the joy of laughter in plentiful supply. If these qualities appeal to you, I hope some of this blog will be interesting and entertaining for you!”

Under the Ancient Oaks. Musings of a Pagan, Druid and Unitarian Universalist (since June 2008)
John Beckett wrote a series on the centers of the Pagan movement and his commitments to them. The original post had three centers: Nature, the Gods and the Self. After some discussion, the third blog is about Community in stead. Other articles include: Creating meaningful rituals; Dark green religion; The price of magic; A commitment to nature.

Raise the Horns (since September 2011)
Jason Mankey writes about music (‘The Tarot and Led Zeppelin’); defining Paganism; the occult in America; and thought provoking articles like ‘Shouldn’t Rituals Be Entertaining?’

Sermons from the Mound (since November 2012)
Christine Hoff Kraemer and Yvonne Aburrow are both religious scholars, and present articles and reviews on (Pagan) religious studies. Subjects so far have been ‘seeking the mystery’; aspects of initiation; gender and sexuality; Pagan intrafaith, et cetera.

Greening the Spirit (since March 2013)
Writings on Pagan spirituality by Vivianne Crowley. One article each month. Thus far subjects were: Welcoming Spring; Honoring Venus; the alchemical marriage; the chariot and the sun; and Isis.

The Bardic Blog, on: Damh the Bard. Nature, Myth, Magic & Music
If only for this article: Ritual offerings – Sacred or debris?

Exhibitions / exposities

A journey through the English ritual year
“Ever since encountering Deptford Jack welcoming in the summer in London, photographer Sara Hannant has gone on a journey around England to capture rituals which mark the changing seasons.”
BBC
Sara Hannant

Europe’s Wild Men
Photographer Charles Fréger made a series in eighteen countries, from Austria to Finland. “The Wilder Mann project”. National Geographic shows the photos of the wild men. I was touched by these portraits. See for yourself!
There’s another serie of masked and dressed up people from Africa and its diaspora, that is equally impressive. These photographs are from Phyllis Galembo.

Drie tentoonstellingen over de vrouwelijke kanten van God
Je kunt er nog net heen (tot 25 augustus), de unieke drievoudige tentoonstelling van het FemArtMuseum:
– ‘Divine Surprise!’ Het vrouwelijke in God’ in het Bijbels Museum
– Allard Pierson Museum: ‘Women for all seasons, het beeld van de vrouw in de Oudheid’
– Museum voor Moderne Kunst Arnhem: ‘Female Power, matriarchaat, spiritualiteit, utopie’.

Tentoonstelling over de Seizoenen
“Sinds 1 januari 2013 hebben het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE) en het Nederlands Openluchtmuseum een samenwerkingsverband. Reden voor ons om naar aanleiding van het jaarthema van het Openluchtmuseum – de Seizoenen – een digitale tentoonstelling over de invloed van de seizoenen op het dagelijks leven te maken. Hier kunt u de tentoonstelling downloaden.”

Geplaatst in Web Wegwijzer | Getagged , , , | Reacties uitgeschakeld voor Webwegwijzer Lughnasadh 2013

Review: The Gypsy Palace Tarot

The Gypsy Palace Tarot
78 Handmade Cards by Nora Huszka
Available via http://norahuszka.com

Nora Huszka presents her Tarot

Nora Huszka presents her TarotI’m always drawn to new Tarot decks as I love to browse through the cards and enjoy the artwork. So when I got the chance to review this I quickly grabbed the cards and took them home. Going through the deck I am amazed by the extremely vivid colors and the fact that the names are written in four languages: English, German, Spanish and Hungarian.

The colors of the Gypsy Palace Tarot cards are very bright

Yes, the cards are almost this bright in real life!

Soon I start to notice that the cards don’t look like the ’traditional’ Tarot decks that I know. Certain symbolism is still pretty self-evident, but others not so much. Since the Gypsy Palace Tarot is less clear in the definition of the cards it can be a bit tricky to understand the meaning of a spread. On one hand I think it’s very nice to figure out for yourself what the cards mean to you and how to interpret them, but especially for beginners this can be quite confusing.

Looking for some more information online I came across the video by the artist herself where she explains a little about how she came to creating this deck and how to look at the cards.

Watch the video.

There is a small two-page information leaflet which accompanies the cards showing you ‘The Caravan Spread’, which is a different way to use these cards. I find the whole vibe of the illustrations and (little piece of) text quite creative and in a way exciting. The deck gives you a chance to discover a different way of approaching Tarot, whilst still being fully functional.

However, like mentioned before, if you need some guidance this probably isn’t the best place to start. Nora Huszka is working on a book to come with the cards, but for now you will have to be your own guide.
All in all I like the general idea behind this Tarot deck and if you are into this kind of artwork you should certainly have a look on her site http://norahuszka.com. Here you can find a lot more information on the cards and the artist herself.

Geplaatst in Recensies | Getagged | 1 reactie

Interview with David Rankine, part 2, July 2013

David was one of the guest  speakers at the recent PFI Netherlands conference in April 2013. He talked about ‘The Grimoire Tradition’ an area of research which has been a focus  of  David’s work for the last few years. It was lovely to catch up with him and talk more about his recent work and some of the books he has worked on.

David helping out at the PFI Netherlands conference. Morgana, April 2013.

David told us the following about the Grimoire tradition:

“The word grimoire comes from the root grammar, and is used to literally represent a grammar of magick, or workbook of information and techniques. The books or manuscripts known as grimoires were generally written in the period from the thirteenth to eighteenth century. The style of conjurations and practices found in the grimoires can be traced back to earlier works like the
Greek Magickal Papyri (2nd century BCE 5th century CE) and the Coptic Magickal Papyri (1st 12th century CE). The elements commonly found in grimoires are the creation of the magick circle, magick tools, spirit lists (being the angels, demons or other creatures summoned), conjurations of the said spirits, and other correspondences or pertinent information.

The first of the major grimoires is Liber Juratus, or The Sworn Book of Honorius, which can be dated to the thirteenth century under its other name of Liber Sacer or Liber Sacratus. Liber Juratus contains the original Sigillum Dei Aemeth (Seal of Gods Truth) used by Dr John Dee and others, the magickal oath at the beginning, as well as long lists of appropriate angels for planetary and zodiacal work, and a whole host of material results to perform rituals for.”

When asked which book he had worked on and would recommend for anyone wanting to ’taste’ the life of a magician, or in this case Cunning Man, David didn’t hesitate and handed me the  book  he edited called ‘The Grimoire of Arthur Gauntlet – A 17th century London Cunning-man’s book of charms, conjuration and prayer’s’.

And indeed this is a veritable gem. The  original work now found in the British Library is listed under the rather non-descript title of :

“Sloane MS 3851”, which contains the following:

Grimoire of Arthur Gauntlet
fo.1 Instructions of Ptolemy
fo.1-2 Instructions of Cyprian
fo.4 Searles Prayer
fo.6b Prayer of Thy Genius, and Several Spells
fo.8 Magic of (the Ancients) Arbatel
fo.34b Signum Pentaculum Salomonis
fo.35 Spells, Experiments, Conjurations, etc.
fo.84 Fourth Book of Agrippa
fo.101 Invocations
fo.119b Wm. Bacon’s Roman Secret and Other Spells
fo.145 The Book of the Images
fo.151 Charmes for Divers Diseases
fo.157 To Have Conference with Spirits
fo.163 Experiments

(Facsimile of the contents page is on p.34)

On the back cover we read: “The Grimoire of Arthur Gauntlet is an outstanding example of a seventeenth century London Cunning-man’s book of practice. Cunning-folk were practitioners of magic and herbal medicine who dealt with problems in their local communities. Cunning-man Arthur Gauntlet was based in Gray’s Inn Lane in London, and his personal working book contains a fascinating diverse mixture of herbal remedies, prayers, magical and biblical charms, with previously unseen angelic conjurations and magic circles, in an eclectic blend of practical magic for health, wealth, love and protection.

This unique manuscript demonstrates both the diverse and spiritual nature of such Cunning-folk’s books of practice, as well as their magical emphasis on Biblical scripture, particularly the Psalms, and their opposition to witchcraft, found in charms and conjurations. Arthur Gauntlet worked with a female skryer called Sarah Skelhorn, and drew on numerous preceding sources for his craft, including the Arbatel, the Heptameron, Folger Vb.26, The Discoverie of Witchcraft, the Book of Gold, the writings of the German magus Cornelius Agrippa, the astrologer William Bacon and Queen Elizabeth I’s court astrologer Dr. John Dee, as well as other London Cunning-folk.

In his introduction, the author provides fresh insights into the hidden world of seventeenth century magical London, exploring the web of connections between astrologers, cunning-folk and magicians, playwrights, authors and church figures. These connections are also highlighted by the provenance of the manuscript, which is traced from Arthur Gauntlet through the hands of such notable angel magicians as Elias Ashmole (founder of the world’s first public museum, the Ashmolean in Oxford), Baron Somers (the Lord Chancellor), Sir Joseph Jekyll (Master of the Rolls) and Sir Hans Sloane (founder of the British Museum), as well as the astrologer John Humphreys and the cunning-woman Ann Savadge.

This is a unique work which draws attention to the often neglected place of women in seventeenth century magic, both as practitioners (such as skryers and Cunning-women), and customers. It also emphasises the vital and influential role played by Cunning-Men and Women in synthesising and transmitting the magical traditions of medieval Britain into the subsequent centuries, as well as their willingness to conjure a wide range of spiritual creatures to achieve results for their clients, including angels, demons, fairies, and the dead.”

Complete with numerous facsimiles of the Holy Pentacles, especially the ‘Signum Pentaculum Salomonis’ and other delights the manuscript is made accessible for the twentyfirst century reader.

I was particularly interested in “the conjurations to make Fairie Sybilia appear”. The Sybilline oracles and the connection with Melusine and the serpent is a classic theme in Medieval Europe. Sibilia, like Melusine is reported to have turned into a ‘monster’ (half serpent) on the day of Saturn.  And woe betides the man who saw her on that day.

Highly recommended for  anyone interested in learning more about the different strands of the English Magical tradition.

The Grimoire of Arthur Gauntlet – a 17th Century London Cunningman’s Book of Charms, Conjurations and Prayers.
By David Rankine (ISBN 978-1-905297-38-2)
Paperback £22.99, Hardback £45.00

Available from Avalonia Books.

Geplaatst in Boeken, English articles, Interviews, Recensies | Getagged , , | Reacties uitgeschakeld voor Interview with David Rankine, part 2, July 2013

Volle maan van de Speer – 2 augustus 2012

Spelen met ‘vuur’

Wickerverbranding op Castle Fest 2012

Wickerverbranding op Castle Fest 2012
Foto Loes

Vorig jaar met de volle maan van de Speer was ik op Castlefest. Het feest ter ere van Lugh! Als je het festivalterrein op loopt, staat Lugh recht voor je. Lugh met in zijn hand de speer! De speer van de Tuahta Dé Dannan (zie Wikipedia en Ireland Information). Lugh, ooit koning van Ierland en daarna naar het rijk van de fabelen en elfen verbannen. Om daarna te stralen als Zonnegod en centraal te staan tijdens het zonnefeest Lughnasadh. Tijd en geschiedenis spelen soms een mooi spel, mensenspel. En nu tijdens deze maan is deze speer onze richtingaanwijzer, die ons uitdaagt om ons innerlijk vuur te richten, in de strijd die ‘Leven’ heet. Deze speer kán ons onoverwinnelijk maken, mits we ons doel goed voor ogen hebben. Als we de speer (ons vuur) goed in de hand hebben. Dit spelen met vuur vergt natuurlijk oefening. Niet teveel en niet te weinig. Ben je al opgebrand voordat je je doel bereikt heb? Heb je je vuur onderweg naar je doel verloren… ploep, uit! Het spelen met vuur vergt inderdaad oefening en focus op je doel. En ook dat doel zal zijn bijstelling nodig hebben!

Als ik dat vertaal naar mezelf, wat natuurlijk de opzet is van mijn wandelen en schrijven, zie ik een duidelijk verschuivend doel door de jaren heen. Als jong meisje werd me weleens gevraagd – in van die vriendenboekjes – “Wat wil je worden?” Steevast was mijn antwoord: “Wijs”. Ik heb nooit een materieel doel voor ogen gehad, in de trant van ‘rijk’ of een duidelijk beroep. Op de kleuterschool wilde ik tijdens verkleedfeesten nooit een prinsesje zijn, altijd de heks! De vakken op LBO, MBO en HBO, zoals godsdienst, biologie, ethiek en filosofie, waren bij mij altijd favoriet. Het zoeken naar mijn plaats in het grotere geheel heeft mij altijd bezig gehouden. Ik heb het zelfs even gezocht in hulpverlening, maar de regeltjes, maniertjes en bureaucratie in deze stonden mij al rap tegen. Jaren heb ik doorgebracht in bedrijfsopleidingen, heerlijke jaren… maar in de praktijk blijken mensen weinig ruimte te krijgen om te veranderen. Vaak liep men tegen een jobhoppend middenkader aan dat weinig binding met het bedrijf had. Of collega’s die niet op een andere manier van werken zaten te wachten.

Wat nu?

Het moederschap, niet echt mijn doel… meer dat van manlief, die een duidelijke kinderwens had, heeft me een aantal rustige jaren gebracht. Meegaand in het tempo van de opgroeiende kinderen en wat werken in sprokkeluurtjes. Samen hebben we LARP ontdekt, samen buiten spelen… jong en oud samen! Samen plezier maken en je eigen fantasie beleven. Dit is ruim 10 jaar geleden en tegelijkertijd verzeilden we in één grote fantasiewereld op de Elf Fantasy Fair. Dit heeft bij mij echt wat getriggerd, hier ging duidelijk een knop om. De muziek, de vrije mensen (die hier een plek in het grotere geheel gevonden hebben, en er ook helemaal voor gaan), het plezier en het buiten zijn. Dit was voor mij de plaats waar ik vaker wilde zijn. Financieel niet haalbaar om daar als bezoekers vaak rond te lopen, dus als familie (dat kon toen nog) vrijwillig aan de slag.

Bewegend doel

Mijn doel om wijsheid te vergaren en eventueel door te geven, veranderde. Mijn doel was nu plezier maken met jong en oud. De plaats, meehelpen, te creëren voor jong en oud om zich vrij te voelen, waar een ieder zijn eigen wijsheid kan vinden en beleven. Vanuit het vrijwilligen en LARPen is het entertainment ontstaan waar ik me nu veelvuldig mee bezighoud. Ik heb nu een heerlijke groep mensen om me heen van zeer diverse pluimage. We vullen elkaar aan en zijn er voor elkaar, vriendschappen ontstaan en kinderen worden geboren 🙂 Samen zorgen we voor de vrolijke noot op festivals, groot en klein. Plezier geven aan mijn medemensen: ik denk dat ik daar mijn doel voor dit moment in gevonden heb. Als ik met mijn aanwezigheid een ander een plezier kan doen, een ander kan triggeren om ook voor die kant te gaan – ook plezier is een keuze! – dan denk ik dat daar wijsheid in zit. Plezier kán doorgegeven worden. Plezier kán besmettelijk zijn.

Ik weet wel dat voordat ik ‘hier’ kwam er heel veel rommel opgeruimd moest worden. Plezier kán alleen echt plezier zijn als er geen ‘oud zeer’ meer ligt, want dat neem je altijd mee, in alles wat je doet. Wijsheid is om dat eerst te lozen en regelmatig je hoekjes en gaatjes te controleren.

Een dubbel doel dus, ‘schoon blijven (en dat vergt lef!!) en plezier hebben en geven… doorgeven’, zorgen dat de schone energie van plezier doorgegeven wordt. Een energiestroom op gang brengen, een stroom die krachtig genoeg is om een helpende/ tegenkracht te zijn voor de negatieve krachten die er ook zijn. De kiezel in de poel, waar de kringen steeds groter worden. Of misschien wel de hazelnoot in de poel van de zalm. Soms is wijsheid uit je eigen duim te zuigen 🙂

Wat mij brengt bij de vollemaanwandeling van vorig jaar, de volle maan NA de volle maan van de Speer. De volle maan van de wijsheid, de ‘Volle maan van de Zalm!’

Vollemaan van de Wijsheid 31-08-2012

De wandeling

Het is avond en tijd om op te stappen. Ik zoek even mijn zin, vanochtend had ik ‘m nog, en hoe! Toen was ik eindelijk bezig met de belastingen voor mijn eigen stichting, sinds de BTW-vrijstelling loop ik behoorlijk achter. Nu ben ik weer bij tot augustus, lekker!

Mijn zin ben ik kwijtgeraakt toen mijn dochter een afwijzing kreeg voor haar intake voor de opleiding ‘Bewegingsagoog’. Die hadden we niet zien aankomen en de grond waarop klopt niet. Juist een punt dat voor haar zou moeten pleiten, is haar afwijzing geworden. De interviewer heeft niet verder doorgevraagd naar het afbreken van een extra sportklas, in het derde jaar van haar vorige opleiding. Ze had er al twee jaren sportklas opzitten die fantastisch waren en het derde jaar was niet wat het beloofde te zijn. Dus ze bedankte er verder voor, het zou teveel in de papieren lopen. Wel heeft zij dat jaar en het volgende jaar paardrijklas gevolgd, ook vanuit de school, en dat was al duur genoeg. Ze heeft daar jaren voor gewerkt en gespaard.

Vanmiddag dus direct een mailtje naar de school gestuurd en een ‘Lans voor haar gebroken’.

Mijn zin is er nu dus even niet, maar daar heb ik geen boodschap aan. Het is donker, het is prachtig helder weer, na een regenachtige dag, dus gaan met die banaan!

Voor het eerst sinds ruim een jaar ga ik weer vanuit huis aan de wandel. Hazelaarstaf, fototoestel en mobieltje mee, wandelschoenen aan. Ik sluit de deur achter me en het is goed.

Het is stil buiten. De lucht is zwoel en ruikt fris. Als ik nog maar even onderweg ben en dus nog in de woonwijk loop, zie ik haar al in vol ornaat! Tussen de wolken laat ze zich even duidelijk zien. Ik voel me direct verbonden, wat is dat toch heerlijk! Ik maak even pas op de plaats, aan de oever van de plas. Even diep ademen en m’n gedachten tot rust laten komen, even ‘Hier en Nu’ worden. Ik loop heerlijk buiten: ”Doe dat dan ook, helemaal!”.

Na de regen van vandaag is er waarschijnlijk niemand die het idee heeft om naar buiten te gaan. De hele wandeling ben ik dan ook niemand tegengekomen.

Als ik de brug van de woonwijk naar het buitengebied over ben, sla ik linksaf, richting bos. Wat heb ik dit gemist! Vorige volle maan zat ik met twaalf goblins op Castlefest, dus mooi geen wandeling.

Als ik bij het weiland ben, roep ik Luca, mijn grote zwarte, staartloze, kattevriend en meester van het Westerveldse Bos. Ik roep hem altijd drie maal. Als ik weer terugstap op de weg, vliegt er een uil over. Wat is dat toch een sensatie! Niets te horen, hij verdwijnt over de weilanden, aan de overkant, de duisternis in. De uil, symbool van wijsheid, “niets voor niets”.

De maan is even achter de wolken en ik loop richting B8. Voor nieuwe lezers… ik loop al zes jaar mee bij ‘Modron Vrouwencollege’ en al die tijd loop ik met volle maan naar een knotwilg, in het wilgenlaantje, dat het bos in loopt. De eerste jaren naar Boompje, een opvallend iele verschijning in de rest van de laan. Boompje is een paar jaar geleden omgewaaid en het jaar daarna weer uitgelopen. In die tussentijd heeft Luca mij voorgesteld aan buurboom, Boom 8, in de rij 🙂 B8 voor het gemak. Ondertussen lijkt Boompje voorgoed ter ziele. Toch groet ik het stompje van Boompje altijd, een eerbetoon aan een o, zo wijze boom.

Dus mijn wandeling leidt altijd naar mijn raadsboom en ik merk dat het me goed heeft gedaan om weer eerst ‘Hier en Nu’ te worden. In de wandeling vanaf huis kan ik de beslommeringen achter me laten. Ik kom dan schoner in het buitengebied aan, ontvankelijker.

Ondertussen is de maan doorgebroken, de wolken trekken weg, wat een heldere avond!

Als ik bij Boompje kom en hem begroet, krijg ik al, voordat ik hem aanraak, “Vrede”. Ik voel direct de aanwijzing dat ik vrede moet hebben met de afwijzing van mijn dochter… tttssss. Maar er is meer, deze maan van de zalm is ook het moment om terug te zien. Wat is er geworden van mijn intenties van het afgelopen jaar? Dan denk ik terug aan vorige maand, toen ik op Castlefest zat. Ieder jaar maken wij als groep (voor de nieuwkomers, www.greenthingz.nl is mijn stichting en er werken zo’n 35 mensen per jaar voor/in deze entertainment groep) een offer voor de wickerman. Dit jaar was het Gaia, de Aardmoeder. Mijn offer bestond dit jaar enkel uit vruchten, noten, kruiden en groenten… vruchten van Moeder Aarde. Geen wensen, of woorden… alleen een dank voor alles dat mij en de hele groep is toegevallen. We zijn een gezonde en warme groep mensen. Wat een genot om dat om me heen verzameld te hebben.

Wickerpop Moeder Aarde op Castle Fest 2012

Wickerpop Castle Fest 2012
Foto Loes

Een stapje terug

Vorig jaar, met de volle maan van de Speer, vroeg ik het volgende voor het komende jaar “Dan neem ik mijn hazelaarstaf ter hand, zegen haar en neem de Artemishouding aan. Met haar onderkant op de doorbrekende maan gericht… richt ik mij op gezondheid en liefde! De intentie van ons offer dit jaar op CastleFest, gebracht aan het Wickerbeast, een zwijn dit jaar. Daarna vraag ik aan de elementen wijsheid en zorgvuldigheid in spreken, voelen, eigenen en in mijn passies”.

Als ik hier op terug kijk denk ik dat ik hier wel in geslaagd ben, in grote lijnen 🙂 Natuurlijk heb ik ook mijn uitglijders gehad, alhoewel ik die niet zo rap kan oplepelen. Op alle vlakken een goed jaar gehad. En als ik naar het thema van deze maan kijk “Word een bron van inspiratie voor je gemeenschap”, daar ben ik ook lekker mee bezig. Met de stichting en met mijn natuurfoto’s: zoveel mensen worden daar blij van en willen ook spelen en/of meer genieten van de natuur. Het is fijn om mensen te inspireren met plezier!

Hier en nu

Gezondheid blijft wel een heikel punt, ik ben veel te zwaar 🙁 Last van voeten en benen, gelukkig wel aan de beterende hand, maar toch. Dit kan en moet beter, zucht. Drie keer fitten per week à twee uur en natuurlijk, bij alles wat ik doe…lopen. Maar mijn inname blijft te hoog, al die festivals en gezellige feestjes houden mijn zwembandjes op peil 🙂 Wat dat aangaat, oogst ik teveel!

Van B8 krijg ik geen ander woord, ‘stilte en vrede’, ik zal het ermee moeten doen.

Als ik uitgemijmerd ben, vervolg ik mijn weg, in vrede. Het bos is op de open plaatsen helder verlicht en aardedonker op de plekken waar het maanlicht niet komt. De ondergroei van brandnetels hangt gedeeltelijk over het pad en maakt het heel beklemmend. In het donker wandelen is fijner als er ruimte is, dan is het allemaal wat overzichtelijker, voelt het veiliger. Als er nu een ree uit de bosrand voor me zou staan, zou ik me een slag in de rondte schrikken.

Aan het einde van het pad gloort de brug van de Klif. Daar is ruimte en licht. Eindelijk kan ik de brug op en daar blijf ik ook. De brug ligt onderaan de dijk en achter de dijk ligt de Westerveldse Bult, de oude vuilstort en nu een beboste heuvel. Uit het bos vandaan komt een duidelijk gekraak van takken. Ik stap terug in de schaduw op de brug. Het maanlicht valt op het bos bovenaan de dijk. Als ik zo een tijd sta te luisteren komt er een kat vanuit het bos aangelopen, de brug op, zou het Luca zijn? Als het dier de brug op loopt zeg ik: ”Hoi, Luca?” Bij het ‘Hoi’ schieten de nagels het hout van de brug in en het arme dier schrikt zich waarachtig een slag in de rondte! In een streep rent hij terug naar waar hij vandaan komt. Dat was vast Luca niet…

Het gekraak aan de overkant stemt mij niet gerust. Volgens mij maken dieren niet zo’n herrie of er moet een beer zitten. Maar mensen praten vaak, tenzij ze alleen zijn, dan niet. Het bos achter me is stil en ik was zó blij dat ik er uit was. Toch trekt mij de stilte meer dan het gekraak aan de overkant. Ik besluit dan ook terug te lopen. Nu voelt het fijn, de vredigheid die het nachtelijk bos biedt, soms kijk ik nog even achterom 🙂 Op mijn weg terug neem ik nog een paar mooie foto’s van de maan. Vooral als ze boven het water staat heb ik genoeg licht voor een mooie plaat. De schaduwen van de bomen spelen op het pad, helaas valt dat niet vast te leggen. Foto’s nemen leidt wel af, foto’s zijn ‘straks en daar’ in plaats van ‘hier en nu’. Dat merk ik vaak als ik op fotojacht ben: foto’s zijn voor later en geven me het gevoel dat ik wat doe. Soms is het juist goed niets te doen, open te staan voor wat er ook wil/kan/mag zijn.

Vrienden

Als ik langs B8 en Boompje loop ben ik het bos alweer uit. Het wilgenlaantje uit, het pad op. Wat is het uitgestorven, ik zou Luca graag weer zien.

Aan het einde van het pad komt een zwart stipje me, al mekkerend, tegemoet gerend en ik roep “Luca!!!”, en zo lopen we op elkaar toe. Ik ga bij hem op de weg zitten en zo genieten we van elkaar, we hebben elkaar zeker twee maanden niet gezien! Heerlijk om hem precies hier, waar we elkaar zes jaar geleden ontmoet hebben, weer te ontmoeten.

Na een kwartiertje sta ik op en vervolg mijn weg, Luca blijft achter, in het schijnsel van de laatste lantaarn van het buitengebied, mijn vriend.

Opgetogen van de mooie ontmoetingen en het spannende gekraak, loop ik mijn weg naar huis. Bij huis aangekomen neem ik weer plaats op de plek van ‘de boom die was’, zo kom ik weer ’thuis’. Mijn avonturen achter me latend, buiten, heerlijk en alleen… zo verlangend naar mijn vrienden 🙂

Liefs, Loes

En nu, op 7 juli 2013, vlak voor weer een hele drukke festivaltijd, verlang ik naar ‘vrede en stilte’. Ik ben een jaar verder en ik zoek naar een retraitecentrum waar ik eens echt een week in stilte kan leven… spannend! Kijken of er echt vrede heerst, diep van binnen. En dan schrijven… dat lijkt me heerlijk! Eens kijken of er nog wat wijsheid vergaard is de afgelopen jaren.

Geplaatst in Artikelen, Volle Maan Wandelingen | Getagged , , | 3 reacties

Review: From Aphrodite to Melusine

From Aphrodite to Melusine. Reflections on the Archaeology and the History of Cyprus
Matteo Campagnolo, Marielle Martiniati-Reber
Publisher: La Pomme d’or, Geneva, 2007  
Paperback, 203 pages, 24 coloured illustrations and maps, bibliography, index
English edition: ISBN 987-954-8446-04-4
in French: ISBN987-954-8446-03-7
http://www.pommedor.ch/cyprus.html

 

From October 2006 until March 2007 the exhibition ‘From Aphrodite to Melusine. Reflections on the Archaeology and the History of Cyprus’ wason display at the Geneva Musee d’Art et Histoire. During the exhibition a series of talks were organised on various aspects of Cyprian history. This book is the collection of these papers.

In Cyprus, an Island with Exceptional Geology byDanielle Decrouez,  two important  geological facts emerge about Cyprus, namely that it is an island without marble (unlike the Greek Cyclades for example) and also that the name Cyprus refers to the copper found there.  Kupros in Greek / cyprium in Latin. Copper has been extracted since antiquity.

The reference to Aphrodite reminds us that it was believed that Aphrodite, Goddess of love and beauty, rose from the waves at Petra tou Romiou, near to Paphos. In Esther Wolff’s talk ‘Notes on the Act of Perfuming Clothes and on the Cypriot Origin of Minoan and Greek perfumery’ we read about the burning of aromatic substances which gives  rise to the word ‘per fume’ through smoke. Clothes (especially those made of linen) were scented by dipping them in oil but as the essences became prohibitively expensive the practice was gradually reserved for religious rites.

In ‘The Cypria, Stasinius, Homer and the Orient’ by Andre Hurst the events leading up to the Trojan War are related. It is in the Cypria that we hear of the Judgment of Paris and the Golden Apple of discord cast by Eris. This is followed by the ensuing argument between the goddesses Aphrodite, Athena & Hera as to who is the most beautiful. Paris gives the prize to Aphrodite who then promises him Helen, the most beautiful of mortal women, as his wife. Paris departs in his search for Helen which ultimately leads to the fall of Troy.

The reference to Melusine alludes amongst others,  the tale or ‘Roman de Melusine…  or Histoire de Lusignan’ compiled by Jean d’Arras about 1382–1394.

 

Raymond walks in on his wife, Melusine, in her bath and discovers she has the lower body of a serpent. Illustration from the Jean d’Arras work, Le livre de Mélusine (The Book of Melusine), 1478.  http://en.wikipedia.org/wiki/Melusine

The core of the Melusine tale is that of a fairy who marries a knight. They marry under one conditio… that he may not see her on a particular day… Saturday. She gives him wealth and esteem but of course he perchances a look and sees that she is half human and half serpent. She then disappears… with all the wealth.

This tale was connected to the Lusignan family who came from Poitiers. In their family arms there is a snake-woman. Since 1192 they had been the Master of Cyprus when Guy de Luisgnan bought it from Richard the Lionheart. It is believed that the Melusine tale was brought to Southern France via Cyprus. There are several papers in this book about the Lusignan dynasty, for example of the relations between the ‘Frankish States of the Levant and Cyprus under the Lusignans’ (David Jacoby).

As we read the different papers we become aware of the strategic position of Cyprus in the Age of the Crusades but also its place in the Eastern Mediterranean and the hinterland of Anatolia to the West and Egypt to the South in the Ancient World. A remarkable place whose main source of wealth is copper and olive oil.

This collection of papers reveals a fascinating history of Cyprus.

Geplaatst in Boeken, English articles, Recensies | Getagged , , | Reacties uitgeschakeld voor Review: From Aphrodite to Melusine

De mythe van het tarantisme als wedergeboorteritueel – 2

Dit vervolg op het eerste deel van het artikel over tarantisme (door Luna Verde) behandelt het als antropologisch en cultuurverschijnsel.

4 – Het Oude Griekenland, rituelen en cultussen uit de oudheid en hun invloed op folklore en cultuur in Zuid-Italië

Opvallend veel van de elementen van het recente fenomeen van het tarantisme, waarin de figuur van de christelijke Sint Paulus sinds de Middeleeuwen als genezer centraal staat, zijn terug te vinden in Oud-Griekse rituelen, die bestonden al eeuwen voor het christendom. In deze context kunnen wij de theorie plaatsen van verschillende antropologen en etnologen die beweren dat het tarantisme een veel oudere geschiedenis heeft dan de Middeleeuwen, hoewel documentatie van historici over een fenomeen met deze specifieke benaming niet eerder dateert dan de zeventiende eeuw, toen de medicus Epifanio Ferdinando en anderen een eerste poging deden tot wetenschappelijke analyse van het fenomeen.

Een ander belangrijk document dateert ook zeventiende eeuw, toen de Duitse Jezuïet, musicus en egyptoloog A. Kircher een gedetailleerde beschrijving van het ritueel beschreef in zijn studie over het fenomeen dat toen nog plaatsvond in de open lucht.

Ook opvallend en heel belangrijk is hoe de recente gevallen die geregistreerd werden door de etnoloog en antropoloog De Martino, blijken vereenvoudigd, kaler en daarom verschillend zijn ten opzichte van de beschrijving van het document van Kircher. Volgens Epifanio Ferdinando, Baglivi en Kircher zijn de tarantati “motum pensile amant”, oftewel ze houden van een schommelende, hangende beweging, net als de spin die aan zijn web hangt.

In recentere studies van de psychiatrie werd tarantisme in de meeste gevallen als een massahysterie afgedaan, maar er werd vaak geen rekening gehouden met de invloed van het katholicisme. Dat het laatste onderdeel van het ritueel in het kathedraal van Sint Paulus in Galatina plaatsvond, heeft vele van de oudere elementen van het ritueel laten verdwijnen, en zonder die elementen was het onmogelijk om andere antropologische en/of etnologische uitleg eraan te koppelen. Het besef van dit aspect is in moderne tijden ook bij de ‘slachtoffers’ praktisch afwezig, en de uitvoering van het ritueel kan alleen geplaatst worden in de christelijke cultus van Sint Paulus. Er is dus duidelijk geen bewustzijn van een continuïteit van oudere cultussen.

Belangrijk is ook te weten dat in het verre en recente verleden het tarantisme, en praktijken die veel erop leken, bekend waren in heel Zuid-Italië en andere landen in het Middenlandse Zeegebied, en niet alleen in Puglia.

Het Zuiden van Italië is langdurig een kolonie van Griekenland geweest in de Oudheid (Magna Graecia): cultussen en vormgeving van rituelen werden veel door de Griekse cultuur beïnvloed.

Het symbolisme van de beet, van het planten- en waterscenario, van de schommel, de spiegel, de giftige dieren en hun verschillende kleuren, de spiegel en het zwaard en de bevrijding door middel van muziek en dans zijn allemaal terug te vinden in beschrijvingen over rituelen en verhalen van oude historici, dichters en schrijvers, en refereren aan oude mythes, cultussen en legendes.

Er zijn veel voorbeelden waarmee duidelijk wordt dat er een samenhang is tussen die beschrijvingen en tarantisme. Nicander, priester van de cultus van Apollo, dichter en medicus, vertelt over de razernij van vrouwen die gebeten worden door giftige dieren (schorpioenen, slangen, spinnen) en hoe de kleur van het dier de symptomen bepaalt (wit is tamelijk onschuldig, rood geeft koorts en dorst, en zwart delirium); Plinius vertelt over een fenomeen waarin de lokale bevolking van Latmos, en met name bijna alleen de jonge vrouwen, gevoelig was voor het gif van een bepaalde schorpioen, terwijl buitenlanders er geen last van hadden. In Puglia werd algemeen gedacht dat alleen het inheemse volk bezeten kon raken door het gif van de tarantula.

In een fragment van Aischylus die over de godin Lyssa vertelt (Lyssa is de personificatie van razernij, woede, hondsdolheid etc.; haar angel wordt ‘pijl van de schorpioen’ genoemd: in de mythe van Io, de maagdpriesteres die door Zeus wordt verleid en later in een koe veranderd om haar te vermommen, zorgt de jaloerse godin Hera dat zij gebeten wordt door een paardenvlieg en hierdoor doelloos blijft rennen, vergezeld door de obsessieve melodie van de herder Argo door bossen en stranden, totdat ze bij de wateren van de rivier de Nijl bevrijd wordt van haar bezetenheid door de kracht van de wateren en de bomen. Een vergelijkbare scenario wordt in de studie over tarantisme van de medicus Nicola Caputo (18de eeuw) beschreven. Vroeger werden de rituelen in de buitenlucht gehouden en de mensen kwamen bij boomgaarden of bossen, waar een waterbron, een rivier of een meer was. De bezetene werd met een koord, misschien bij de voeten in een boom gehangen, of zat op een bewegende schommel tot dat zij een soort extase had bereikt die haar tot een genezing of bevrijding zou brengen.

Deze elementen zijn de zelfde in het Menadisme en alle orgiastische praktijken binnen de cultus van Dionysos en Bacchus, waarin de ‘oistros’ zich manifesteert: het woord Estrus komt uit het Grieks οἶστρος, vertaalbaar met het woord uitzinnigheid maar ook horzel, beet. Belangrijk is in deze context dat dit soort rituelen en de mythes die eraan gekoppeld zijn hun wortels hebben in de puberteits/ initiatie-rituelen van de prehistorie, die later werden opgenomen in mysterie-cultussen.

Een ander element dat eerder centraal stond in het ritueel, was dat van de schommel: volgens het document van Kircher hingen de tarantati door middel van koorden aan bomen en ze bleven lang schommelen, omdat de ritmische beweging helend werkte.

In Delphi werd na de lange epidemie van zelfmoordgevallen tussen de Attische maagden het feest van de ‘aiora’ geïntroduceerd: op de tweede of derde dag van de Anthesteria, het feest van de prille lente, een feest dat het oude jaar afsloot (negativiteit verdrijven, verering van voorouders en voorspoed voor het nieuwe jaar). Volgens een van de theorieën verbeeldden de maagden het afscheidsmoment van hun vader (in de mythen was de vader van Erigone dood en ze pleegde zelfmoord) en de vervanging hiervan met een eventuele bruidegom. De maagden schommelden in bomen, mogelijk met hun hoofd naar beneden, totdat ze een extase bereikten. Dit symboliseerde de overgang tussen leven en dood, en duidt op mogelijke, oudere mensoffers uit het Neolithicum of eerder, oftewel vruchtbaarheidsrituelen.

In het boek van de Wetten van Plato wordt de theorie geïllustreerd waarmee men orde kan scheppen tussen de angsten van de pasgeborenen met een schommelende beweging, om de bewegingen van de ziel te reguleren, hetzelfde dat in de Dionysische rituelen gebeurt. Slaapliedjes hebben daarom meestal een schommelend ritme.

Al deze elementen zijn ook terug te vinden in het mythe van Arachne, de weefster die Athena uitdaagde in een wedstrijd en door de godin werd gestraft: zij sloeg het meisje op haar voorhoofd met een buxustak en veranderde haar in spin toen ze naar het bos rende om zichzelf op te hangen in een boom in een zelfmoordpoging.

In de oudere rituelen van tarantisme had de spiegel een belangrijke rol als voorwerp dat gebruikt wordt door een ‘bruid’ die zich voorbereidt, net als in de liturgie van de Villa dei Misteri in Pompeii voor de mystieke bruiloft met de god Dionysos, want de vrouwen die bezeten werden door de spin moesten zich als ‘bruid’ van Sint Paulus kleden (Kircher).

5 – Invloed van het christendom op de folklore van Puglia

Het is helaas heel lastig om sporen van nuttige informatie en bewijzen te vinden om reconstructies te kunnen maken van rituelen die beschreven worden als episodes van tarantisme in middeleeuwse bestiaria en medische documenten voor de zeventiende eeuw.

De taranta en haar giftige beet verschijnen in middeleeuwse verslagen van de periode van de Kruistochten, toen het Normandische leger aangevallen werd in Sicilië door giftige spinnen bij een kamp in de regio van Palermo (‘Historia Sicula’ van G. Malaterra, anno 1064): de soldaten werden in een lauwwarme oven gelegd, een praktijk die terug te vinden is in Sardinië tot het heel recente verleden, in de argia-rituelen.

Het oudste document dat specifiek de tarantula noemt en een ritueel beschrijft dat veel elementen van de recentere uitvoeringen heeft, is een onderdeel van het ‘Sertum papale de venenis’ (anno 1362). In de beschrijving van het genezingsproces komt vrolijke muziek aan bod, het eten van verschillende soorten vlees, wapens, gekleurde linten en geurige kruiden en hars.

De regio van Puglia ligt in een deel van het Middenlandse Zeegebied, dat eeuwenlang theater is geweest van de botsing tussen christendom en islam, toen epidemieën en oorlogen en de angst van de bevolking voor de dood langdurig en sterk aanwezig bleven en zich diep geworteld hebben in de folklore: een exorcisme tegen ziekte en bezetenheid was in tijden toen medicijnen weinig konden doen tegen de zwarte dood symboliseerde de wedergeboorte sterker dan ooit.

Voor de cultus van Sint Paulus zich vestigde, werden andere heiligen benaderd door mensen die verschijnselen van vergiftigingen hadden (hydrofobie, slangenbeten of beten van andere dieren of fantastische wezens als bijv. de basilisk; of epilepsie en andere zenuwaandoeningen of dwangmatige, epidemische gedragsstoornissen), zoals Sint Vitus, waarvan de cultus heel belangrijk was in Noord-Europa: “Vitus is de beschermheilige van dansers, zangers en epileptici, en schutspatroon van Het Gooi. Zijn naamdag is op 15 juni. Zijn relieken worden sinds 836 bewaard in het Duitse Corvey. Hij gaf zijn naam aan het syndroom sint-vitusdans.” (Bron: Wikipedia).

De relatie tussen deze cultus en de middeleeuwse massa-epidemieën overlapte met de sporen van de orgiastische cultussen en het menadisme van de Oude Wereld voor het Christendom. Het nieuwe religieuze model moest een tijdelijk compromis sluiten om deze praktijken te kunnen tolereren, in de hoop dat de essentie ervan zou veranderen. Sint Paulus hoorde bij een ander hiërarchisch systeem, waarin God boven Christus staat, Christus boven de man en de man boven de vrouw: de vrouw moest haar hoofd bedekken tijdens de liturgie, en toont een heel ander gedrag van die van de menades. Toch blijft in het ritueel van het tarantisme het element van dans met overdreven en vaak expliciete seksuele bewegingen centraal staan. Sint Paulus wordt vaak afgeschilderd met een zwaard of staf waar omheen een slang gewikkeld is, net als de Oud-Griekse god van de geneeskunde, Asclepios. Sint Paulus had het gif van de slangen overleefd op het eiland van Malta, en daarom werd soms water met zand of aarde uit Malta als geneesdrankje gebruikt voor de tarantati (in de meeste gevallen niet authentiek, opzettelijk als placebo of simpelweg als oplichterij).

Het ritueel dat eerder buiten werd gehouden, begint in recentere tijden binnen. Na enkele dagen, als het slachtoffer naar de kapel gebracht wordt om de heilige te bedanken voor de genezing, vindt de laatste dans plaats op het plein en dan in de kerk, waar alleen familieleden mee kunnen (de andere dorpelingen moeten buiten wachten) en er wordt na het dansen een soort rituele dood verbeeld, en de muziek brengt haar tot wedergeboorte. Op het platteland werden de oogstfeesten waarin de collectieve psychische onrust zich manifesteerde sterk onderdrukt en aangepast door de Kerk. Het feest van Sint Vitus en van Sint Johannes waren heel dicht bij elkaar op het kalender (15 en 24 juni) en de pogingen tot onderdrukking van dans- en muziekrituelen onder de boeren lukten niet helemaal.

Als wij kijken naar de beelden in de documentaire van De Martino, kunnen we zien hoe tarantisme in een soort doodstrijd verkeerde: in de kapel werden de tarantati bij elkaar verzameld, en hun crisissymptomen manifesteerden zich, maar er was geen muziek, geen dans, geen gekleurde linten: hooguit deden de slachtoffers enkele pogingen tot ritmisch bewegen en gezang en later kropen ze over de vloer heen, hadden last van misselijkheid en af en toe zeiden ze een gebed op: er was geen logische volgorde, net alsof er een mozaïek uit elkaar was gevallen, waarvan enkele stukjes opgeraapt werden. Typisch van dit crisismoment was de kreet “aiiiii”, waarbij de tarantati op het altaar of op andere onderdelen van de kerk klommen; ze ramden tegen de tralies van de nis van Sint Paulus, werden gedragen door familieleden en in sommige gevallen gaven ze over of urineerden op de grond: het tarantisme als fenomeen was dus beroofd van zijn waardigheid, van zijn symboliek, en werd verlaagd tot zelfstandige episodes waar de historicus bijna niets meer te vertellen kon hebben en de psychiater zijn plaats innam. Bijgeloof en persoonlijke elementen van behoefte aan aandacht, hysterie en sociale frustraties waren ook op dit punt bepalend voor deze uitingen.

Na de gratie die ontvangen werd door Sint Paulus, dronken de tarantati het water uit de heilige put, en lieten een vaak behoorlijk hoog offer in geld achter bij een kluis van de kapel. Sommige boeren werden door deze hoge kosten, die zich ieder jaar herhaalden, geruïneerd, ook omdat de musici daarbij steeds hogere bedragen vroegen voor hun exorcismes, en dit soort musici werd steeds lastiger te vinden, omdat dat mannen die nog hun krachten konden gebruiken emigreerden naar Noord-Italië, Noord-Europa, Amerika of Australië. Het boerenland bloedde dood, en hiermee verdwenen de tradities van het boerenvolk.

6 – Sporen van tarantisme in moderne muziek en dans (neo-tarantisme)

De hedendaagse context van de populaire muziek in Salento zorgt ervoor dat er een interessante verschijning van rituelen uit het verleden ontstaat. In de jaren ’90 kende de muziek en dans van tarantisme een grote boom bij concerten en festivals, en nog later ook in de night club scene. Fans van allerlei generaties volgen dit genre. Bij evenementen is duidelijk dat de drang tot dansen onweerstaanbaar is, bijna alsof mensen voor een avond ’tarantati’ worden. Het verschil is dat het tegenwoordig een simpele en bewuste keus tot plezier maken is, of hoogstens een zoektocht naar ‘altered states of consciousness’, ofwel andere vormen van bewustzijn, om toerisme aan te trekken en geld te verdienen. Voor de tarantati in het verleden was het dansen de enige weg tot genezing.

Zou de promotie van tarantulamuziek misschien politieke en etnische doeleinden hebben in hedendaagse herbelevingen van het fenomeen? Of is het mogelijk dat de kracht van deze muziek gebruikt kan worden voor algemene geneespraktijken en welzijn? Volgens de meesten is het antwoord nee: tarantisme is niet meer verweven met een veelbetekenend geloofspatroon. In grote lijnen zou men kunnen beweren dat de veranderde staat van bewustzijn die eigen is bij andere healing-praktijken ook in tarantisme te vinden is, maar de context waarin tarantisme zich manifesteerde is verdwenen met de grote sociale en economische verandering van de landbouw, en jongere generaties hebben weinig besef van die realiteit.

Aan de andere kant laat een betere focus op de individuele ervaringen van deelnemers van tarantismerituelen en neo-tarantisme-optredens zien dat een therapeutische functie mogelijk is bij beide. Ook al zijn er grote verschillen tussen inhoud en context van tarantisme en neo-tarantisme en ook al is het doel nu heel anders dan in het verleden. De deelnemers maken kans op nieuwe ervaringen omtrent de waarneming van het zelf en de perceptie van anderen, en deze kunnen een brug zijn tot het verleden: cultuur, natuur en bovennatuurlijke aspecten.

Hoewel omstandigheden onveranderlijk zouden zijn, kan de perceptie ervan toch veranderen. Muzikale therapie kan over het algemeen een gevoel van eenzaamheid, fragmentatie en onvolkomenheid veranderen in erbij horen, eenheid en volkomenheid. Ook de tarantula van de afgelopen eeuwen zorgde voor een gevoel van reïntegratie van het individu in het grotere netwerk van de dagelijkse realiteit.

Religie is altijd de ruimte geweest waarin trance plaatsvond. In de Westerse moderne maatschappij heeft de trance een deel van haar macht verloren, en verplaatst zich nu in andere contexten, buiten de heilige rituelen. De massa heeft toegang tot ervaringen die lijken op het soort dat vroeger alleen voor de ingewijden beschikbaar was, maar geen verbinding heeft met het goddelijke zijn.

Is het dus mogelijk een parallel te vinden tussen de trance van een tarantata en de moderne ‘altered state of consciousness’? Volgens de Franse etnoloog Lapassade is dit een lastig punt waarmee hij het niet helemaal eens is: passie en gevoel worden vervangen door oppervlakkige, niet-communicerende slaap van het intellect, omdat de zintuigen worden verdoofd of onnatuurlijk geprikkeld.

De enige mogelijke verbinding tussen de trance van de boeren tijdens de rituelen en de moderne behoefte aan andere dimensies is een soort vlucht uit de dagelijkse sleur en frustraties, maar de groei van het muzikale fenomeen en de gerelateerde evenementen is niet zozeer een behoefte aan trance maar meer aan sociale gelegenheden en gezelligheid: het publiek is erg gemengd, ouderen, families met kinderen en jongeren vieren samen feest.

Er is ook trouwens een toeristisch element, een handige business bij deze evenementen die steeds populairder worden ook in andere regio’s en zelfs in het buitenland. In Amerika, bijvoorbeeld, is de Italiaanse Alessandra Belloni bekend om haar fascinerende theater- en muziekvoorstellingen: zij geeft ook muziekopleidingen en therapeutische workshops waarin de pizzica en andere mediterrane soorten muziek gebruikt worden om psychische en lichamelijke kwalen te helpen genezen.

BIBLIOGRAFIE:

  • La Terra del Rimorso, door Ernesto De Martino. Uitgever Il Saggiatore, 1961.
  • Morte e pianto rituale nel mondo antico, doot Ernesto De Martino. Uitgever Bollati Boringheri, 1958
  • Il mondo magico, door Ernesto De Martino. Uitgever Bollati Boringheri,1973
  • De Tarantulae anatome et morsu, door Nicola Caputo, 1741
  • La Pizzica, la Taranta e il Vino, il pensiero armonico, door Pierpaolo De Giorgi. Uitgever Congedo, 2010
  • Tarantismo e Rinascita, door Pierpaolo De Giorgi. Uitgever Argo, 1999

LINKS:
Pino Zimba e Zimbaria – Lu baciu – Pizzica (YouTube)
La Tarantata – Pizzica salentina (YouTube)
Tarantism: A rythm for your soul (YouTube)
Women in the folk traditions of the Salento: ‘Tarantismo’ (PDF)
Dossier Tarantismo e salento, tra storia e presente

MUZIEK
Concertone de La Notte della Taranta 2011: Pizzica di S. Vito (YouTube)
Notte della Taranta – Indiavolata – Mauro Durante (YouTube)
Pizzica di San Vito (YouTube)

AFBEELDINGEN
Afbeelding 1 in deel 1
Afbeelding 2 in deel 1
Afbeelding 1 hierboven
Afbeelding 2 hierboven.

Geplaatst in Artikelen | Getagged , | 2 reacties

Oud nieuws in de verjongingsketel gegooid – Lughnasadh 2013

Molly

Enige tijd geleden zag ik een foto van een mooie geel-tot-witte pioenroos die ‘Molly the Witch’ wordt genoemd, omdat de botanische naam Paeonia mlokosewitschii zo moeilijk is uit te spreken. Onlangs las ik de geschiedenis van een menselijke Molly the Witch. Molly Leigh leefde van 1685 tot 1748 in Burslem in het Britse Staffordshire en was blijkbaar zo lelijk dat de mensen bang van haar waren.

Ze maakte zich weinig geliefd in de gemeenschap door de melk die ze verkocht soms met water aan te lengen. Ze opende een kleine spaarbank, maar gaf de mensen geen rente. Vreemde verhalen deden de ronde: ze zou als pasgeboren baby al op harde broodkorsten hebben geknabbeld. Een zwarte vogel kwam haar soms gezelschap houden. Op een dag probeerde de dominee de vogel dood te schieten, waarop Molly een verwensing uitte die er, naar men meende, toe leidde dat de dominee de daaropvolgende week aan één stuk door stomdronken rondliep. Nou, dan weet je het wel! Een heks!

Na Molly’s begrafenis wilde een groepje stoutmoedige dorpelingen eens rondsnuffelen in haar boerderij, maar o schrik! daar zagen ze haar in een stoel bij de haard zitten! In de periode die volgde, kwam Molly nog vaker spoken. Daarom werd haar graf opnieuw geopend, er werd een staak door haar hart geslagen, een zwarte vogel werd levend in de kist gestopt en het graf werd een halve slag gedraaid.

Hierna is het graf met rust gelaten, ook toen er in de jaren zeventig en tachtig plannen waren voor een snelweg langs de kerk en het kerkhof en het kerkhof werd gereorganiseerd. Ook Molly leek zich rustig te houden.

Maar dit jaar, eind juni, liep een jonge vrouw over het kerkhof. Zij was zwanger en had al drie dagen met grote tussenpozen weeën. Toen ze voorbij het graf van Molly liep, kwamen de weeën ineens zo snel dat er geen tijd meer was om ergens anders heen te gaan en ze ter plekke moest bevallen. Ze werd geholpen door haar man die via de telefoon van iemand te horen kreeg wat hij moest doen, terwijl hij doodsangsten uitstond vanwege al het bloed dat zijn vrouw verloor. Maar alles ging goed. De ouders hebben even overwogen om het kind Molly te noemen, maar kozen toch voor Mikayla Jessica, want dat vonden ze mooier.

Plaquette

Misschien zal Mikayla als ze groter is nog wel eens naar het graf van Molly gaan, maar een echte heksenpelgrimsplaats zal het niet worden. Anders is het gesteld met het huis in Brighton waar Doreen Valiente ooit woonde. Daar werd tijdens de zomerzonnewende een blauwe plaquette onthuld met de tekst:

Doreen Valiente

1922 – 1999

Poet, Author and

Mother of Modern

Witchcraft

Lived Here

Doreen Valiente liep als klein meisje al rond met een heksenbezem, als tiener experimenteerde ze met magie en in 1953 werd ze als heks ingewijd. Ze noemde zichzelf echter pas openlijk een heks na de dood van haar man en van haar streng-christelijke moeder. Voor die tijd zei ze dat ze hekserij bestudeerde. Bij het grote publiek was ze vooral bekend als iemand die pleitte voor acceptatie van hekserij als legitieme levensovertuiging, en tegen discriminatie van heksen. Ze ging in tegen de toen nog wijdverbreide gedachte dat hekserij gelijk stond aan satanisme en zwarte magie.

Men verwacht dat Valientes huis-met-bordje een paganistisch pelgrimsoord zal worden. De onthulling ging gepaard met veel ceremonieel, muziek, dans en spectaculaire outfits. Volgens John Belham-Payne, Doreens rituele partner (working partner), zou zij zich in die drukte weinig thuis hebben gevoeld. Zij leidde een teruggetrokken leven en stond niet graag in de schijnwerpers. John Belham-Payne overlegt met de gemeente Brighton and Hove over de mogelijkheid voor een hekserijmuseum, waar de collectie van Doreen Valiente gehuisvest kan worden.

Meer over Doreen Valiente en deze dag is te lezen in het artikel van Lucya Starza in dit nummer van Wiccan Rede Online.

Voorouders en vergoddelijking

Janet en Stewart Farrar waren ingewijd en zeer summier opgeleid door Alex Sanders. Toen zij in de jaren zeventig in Ierland gingen wonen, keken ze naar de teksten in hun Book of Shadows en vonden dat “kale botten, zonder vlees”. Ze besloten het geheel meer aankleding te geven met wat ze in hun omgeving aantroffen aan volksgebruiken. Ze publiceerden hun werk in het boek Eight Sabbats for Witches, dat later deel werd van The Witches’ Bible. Met toestemming van Doreen Valiente, “want veel van het originele Book of Shadows was haar werk”.

Dit vertelde Janet Farrar in een uitgebreid interview met Nels Linde van het Pagan Newswire Collective. “Vóór dat boek waren er geen Eikkoning en Hulstkoning in de hekserij. Er was geen wiccaning, geen handfasting, geen requiem [voor een heks]. Dat was allemaal Stewarts werk. (…) We zagen het niet als het ontwerpen van een nieuw systeem van werken, we wilden slechts de lege plekken invullen.”

Janets huidige partner Gavin Bone nam ook deel aan het gesprek. Hij stelde dat hekserij steeds in ontwikkeling is: in de jaren vijftig was een belangrijk aspect het afleggen van joods-christelijke gedrags- en denkpatronen; in de jaren tachtig werd het sjamanisme ontdekt als oorspronkelijke spiritualiteit met een rechtstreekse verbinding met het goddelijke. Tegenwoordig hebben veel mensen een persoonlijke band met één bepaalde godheid, of een krachtdier of andere manifestatie van het goddelijke.

Aan voorouders wordt nu meer aandacht besteed dan vroeger, volgens Gavin. Veel goden zijn ooit begonnen als voorouders. Op het festivalterrein van Heartland Spirit Festival, waar het interview plaatsvond, waren kleine heiligdommetjes gemaakt voor Stewart Farrar, Alex Sanders en Gerald Gardner. Daarmee zijn zij echter nog geen goden. Aleister Crowley zou misschien ooit een god van de Craft kunnen worden, maar “het proces van vergoddelijking heeft veel tijd nodig. De energie moet vanuit het goddelijke komen, het gaat niet van ons uit. Wij geven slechts vorm aan de energie, gaan er een verbinding mee aan.”

Wicca Man

De opnames voor de documentaire Britain’s Wicca Man zijn al gemaakt in 2011, vertelde Morgana mij. Er is zoveel gefilmd dat iedereen een lange documentaire verwachtte, maar die is in Groot-Brittannië nooit uitgekomen. Vragen naar het hoe en waarom bleven onbeantwoord. Wel werd dit jaar op de Australische televisie een korte versie uitgezonden. Ook in Polen schijnt deze te zijn vertoond.

De ‘Wicca Man’ uit de titel (een knipoog naar de film The Wicker Man uit 1973) slaat op Gerald Gardner, volgens de Australische inleidster een excentrieke man die aan het eind van de jaren dertig de basis legde voor de “moderne heidense hekserij, ook wel bekend als wicca”. De documentaire verhaalt over Geralds jeugd als een ongewenst en ziekelijk kind, dat voor zijn gezondheid naar het warme India werd gestuurd. Daar groeide hij op zonder formele opleiding. Alles wat hij leerde, leerde hij zichzelf, vertelt zijn biograaf Philip Heselton.

In de Britse koloniën raakte Gardner zeer geïnteresseerd in de culturen van de plaatselijke bewoners met wie hij op de thee- en rubberplantages te maken kreeg, in het bijzonder hun magische rituelen. Daarnaast had hij veel belangstelling voor het westerse occultisme, zoals het spiritisme dat Sherlock-Holmesauteur Arthur Conan Doyle aanhing. Eenmaal terug in Engeland legde hij contact met een groep vrijmetselaars die zich toelegden op een vorm van inheems-Britse hekserij die leek op wat hij kende uit het Oosten.

Op Facebook las ik de nodige kritiek op de film, maar naar mijn idee wordt er toch een heel aardig beeld gegeven van de tijd en de man, en de plaats van wicca in de maatschappelijke ontwikkelingen die volgden. Nu maar afwachten of er ooit een uitgebreidere versie opduikt.

Inboorlingetjes?

In de documentaire over Gerald Gardner werd erop gewezen dat veel mensen denken dat de ceremonies van de hekserij eeuwenoud zijn, maar dat ze in de vorm waarin wij ze kennen waarschijnlijk niet verder teruggaan dan de jaren dertig van de vorige eeuw. Uit het interview met Janet Farrar en Gavin Bone bleek dat veel gebruiken en rituelen zelfs nog recenter zijn. In Quest (juni 2013) was te lezen dat dit verschijnsel zeer algemeen is: “De Britse historicus Eric Hobshawm schreef er een boek over: The Invention of Tradition. Daarin liet hij zien dat veel tradities bewust gecreëerd zijn, bijvoorbeeld om een gevoel van nationale eenheid te creëren.”

In het artikel wordt de vraag gesteld of de traditionele leefwijzen van niet-westerse volkeren beschermd moeten worden, zoals we ook bedreigde diersoorten trachten te beschermen tegen verdwijnen. Het standpunt van de auteur lijkt over te hellen naar: nee, want er bestaan sowieso geen onveranderlijke tradities. De ene cultuur verandert sneller dan de andere, maar dat dingen veranderen betekent niet dat daarmee de identiteit van een volk verdwijnt. Diversiteit is echter wel belangrijk. Onder aan het artikel staat een link naar een organisatie die zich inzet voor de rechten van inheemse stammen.

Het taalgebruik van Quest bij deze gevoelige kwestie is af en toe bepaald neerbuigend: in de inhoudsopgave wordt het artikel aangekondigd met “Vaarwel volkjes?” en bij het stuk zelf staat een inzet met de kop “Ontdek je stammetje?”

Ivan Kupala

In de Oekraïne is het eeuwenoude, heidense midzomerfeest gekerstend en wordt tegenwoordig gevierd als Ivan Kupala-dag, stelde de Daily Mail. Ivan is de Slavische vorm van Johannes en Kupala is afgeleid van een woord voor baden: de dag van Johannes de Doper dus. De foto’s zien er niet specifiek christelijk uit. Feestvierders dragen bloemkransen in het haar en springen over vuren.

Een groep nieuwheidense Oekraïeners wilde een eigen versie van het Kupalafeest vieren, maar werd daarbij lastiggevallen door leden van de militia (Oekraïense politie) die hun paspoorten innamen en zeiden dat ze waren geïnformeerd dat er op die plaats satanische riten waren gepland. De informatie over het aantal deelnemers aan de heidense (niet satanistische) viering en de geplande tijdstippen van ritueel en zang en dans hadden ze blijkbaar van sociale media.

Een militielid wilde weten waarom ze op de kreet “Glorie aan Christus” niet reageerden met dezelfde woorden en de woordvoerster van de heidenen zei dat zij, als hij “Glorie aan de Oekraïne” riep, wel volgens het gebruik “Glorie aan de helden” zou antwoorden. Uiteindelijk kregen ze hun paspoorten terug en vertrokken ze naar een andere plaats, om daar bloemen in het water te gooien “zoals onze voorvaderen dat deden”, mopperend dat de politie de groepjes emo-goths die overal rommel lieten slingeren, wèl met rust liet. Tijdens die reis bleken ze te worden gevolgd. Na een zogenaamde sanitaire stop wisten ze de achtervolgers kwijt te raken en rond middernacht konden ze een ingekort ritueel doen.

Volgens de traditie bloeit sint-janskruid op de geboortedag van Johannes de Doper, 24 juni, maar dit jaar veel later

 Oud aftelversje

Johannes de Doper

zijn kont is van koper

zijn gat is van blik

rikketikketik!

(Echt oud, niet zojuist-verzonnen-oud. Hoe oud weet ik niet. Maar ik leerde het van mijn ouders en die weer van hun ouders, dat staat vast.)

Levende voorouder

Begin juni werd Nelson Mandela met een longontsteking opgenomen in het ziekenhuis en hij verkeert sindsdien in kritieke, maar stabiele toestand. In zijn familie spelen conflicten over het verplaatsen van de graven van drie van Mandela’s kinderen en sommige mensen geloven dat Mandela’s ziekte een teken is dat de voorouders ontstemd zijn. Er zijn er ook die denken dat Mandela’s geest door de conflicten niet de rust kan vinden om heen te gaan.

Mandela’s toestand doet in Zuid-Afrika de discussie over euthanasie oplaaien. Traditionele genezers (sangoma’s) hebben verklaard dat Mandela zo lang mogelijk in leven moet worden gehouden. Degene die de knop omdraait, zal zijn leven lang met een schuldgevoel rondlopen en bovendien het land in het ongeluk storten, zeggen zij. Alleen de voorouders mogen hem uit zijn lijden verlossen.

In de ogen van de sangoma’s is Mandela zelf een “levende voorouder”: als het geweld in de samenleving oplaait, roepen mensen zijn naam om iedereen te herinneren aan de idealen waar hij voor staat. Volgens hen is de oud-president momenteel in beraad met de voorouders over de toestand van de natie. Ze hebben gebeden dat de voorouders hem nog niet laten sterven, omdat de levenden hem nog nodig hebben.

Onsterfelijkheid

Op den duur zal de techniek zo ver zijn ontwikkeld, dat het mogelijk wordt om eeuwig te leven, verwachten sommige mensen. De Nederlandstalige New Scientist (voorheen NWT Magazine) had in het juninummer een themakatern over onsterfelijkheid. Hierin ging het over de cryonisten, mensen die zich onmiddellijk na hun overlijden op een speciale manier willen laten invriezen, om pas weer uit de diepvries te worden gehaald op het moment dat men in staat is de verouderingsschade aan het DNA te repareren. De meeste cryonisten realiseren zich dat die toekomst niet is gegarandeerd, maar ze hebben genoeg geld om de gok te wagen. Het invriezen kost $ 30.000 en daar komt nog $120 per jaar bij, plus de kosten van het vervoer naar het Cryonics Institute in Amerika.

Uitvinder en futuroloog Ray Kurzweil denkt dat het jaar 2045 het keerpunt in de menselijke evolutie zal zijn. Vanaf dat moment zullen computers slimmer zijn dan mensen, zegt hij. Dan kunnen nanorobots als een soort hulpvaardige virussen door het menselijk lichaam reizen om alles in kaart te brengen en waar nodig te herstellen of zelfs te vervangen door iets kunstmatigs. Of er is een mogelijkheid om, net als bij een computergeheugen, een back-up te maken van het menselijk geheugen op een externe harde schijf. Een belangrijke stap in die richting is mogelijk de memristor, een computer die niet alleen maar met de waarden 1 en 0, of ‘ja’ en ‘nee’ werkt, maar net als menselijke hersenen ook alles daartussenin.

Kurzweils theorie dat de evolutie van de mens inhoudt dat het biologische deel steeds meer zal worden vervangen door betere technologie, wordt transhumanisme genoemd. Op de vierde conferentie van de European Society for the Study of Western Esotericism (ESSWE) in Gotenburg, waar academische onderzoekers deze zomer bijeenkwamen om te spreken over esoterie en gezondheid, stelde Egil Asprem dat het transhumanisme een hedendaagse vorm van esoterisch denken vertegenwoordigt. Het is weliswaar geen historisch uitvloeisel van al bestaande occulte bewegingen, maar er zijn structurele overeenkomsten in de manier van denken. Bijvoorbeeld de gedachte dat er in de nabije toekomst een historisch keerpunt zal zijn, waarna het menselijk bewustzijn zijn huidige begrenzingen achter zich laat en de mensheid zal beschikken over ongekende vermogens – waaronder het overwinnen van de dood. Vanwege deze overeenkomsten wordt het gedachtengoed wel opgepikt door moderne occultisten.

Het thema in New Scientist sluit af met het artikel ‘Onsterfelijkheid is niet leuk’. Er worden wat praktische niet-leukheden opgesomd zoals toenemende overbevolking als niemand meer dood gaat, en toekomstige natuurrampen als meteorietinslagen en de ontploffing van de zon die iemand dan zal meemaken. Aan de andere kant is er het risico dat men zich stierlijk gaat vervelen (‘been there, done that’). Het sterkste argument tegen de onsterfelijkheid is filosofisch: Een leven zonder begrenzingen is vormloos en daarmee zinloos.

Levende groenten

Maar wat is ‘dood’ eigenlijk? Aan de Universiteit Twente ontdekte men dat hersencellen van onthoofde ratten een minuut later een opflikkering van elektrische activiteit vertoonden, en dat de cellen weer werkzaam, dus ‘levend’ konden worden als er dan zuurstof en glucose werd toegediend, schreef de Wetenschappelijke Scheurkalender op het blaadje van 6 juli.

Ook bladgroenten die al zijn afgesneden en wortels die al uit de grond zijn getrokken, zijn niet meteen dood, stond in juni in de Volkskrant. Amerikaanse biologen ontdekten dat groenten overdag afweerstoffen aanmaken die beschermen tegen vraat. ‘s Nachts neemt de hoeveelheid van deze glucosinolaten weer af. Dit dag-en-nachtritme blijft bij geoogste groenten nog ongeveer een week doorgaan. Bij groenten die lang in een donkere koelkast liggen of juist voortdurend in kunstlicht, raakt het ritme verstoord. Verhitting, zoals bij het inmaken in potten en blikken, vernietigt veel van de enzymen die nodig zijn voor de aanmaak van glucosinolaten.

Het gehalte aan glucosinolaten in een groente beïnvloedt de smaak. Hoe gezond een groente is voor de eter, varieert ook. Ruud Verkerk van de Universiteit Wageningen ontdekte al eerder dat kool die wordt gesneden, glucosinolaten aanmaakt en daarmee voor de mens gezonder wordt.

goudsbloemen

Ook afgeknipte goudsbloemen behouden dagenlang hun dag-en-nachtritme van openen en sluiten

Groente ruilen

Op de website van  Blik op Weststellingwerf las ik over een mooi initiatief: groente ruilen! Iemand in Groningen bedacht dat het beter is voor mens en milieu als onze groenten niet de halve aardbol over zouden reizen voordat we ze konden opeten. Groente uit eigen tuin is het best, en bovendien goedkoper dan uit de winkel. Maar iedereen die een moestuin of fruitboom heeft, of heeft gehad, weet dat je op een zeker moment omkomt in de appels en geen sperzieboon meer kunt zien. De meesten geven een groot deel van hun oogst dan weg aan familie en vrienden, een enkeling verkoopt het overschot aan een bevriende groentehandelaar, maar ze kunnen het nu ook met onbekenden ruilen tegen een andere groente, die ze zelf niet in de tuin hebben. Op de website van Groente Ruilen kun je je aanmelden met een e-mailadres en invullen welke groente je over hebt. Je gegevens worden alleen gebruikt om het ruilaanbod op de kaart te zetten. Op de kaart kun je ook zien welke groente er in jouw omgeving wordt aangeboden.

Bananen lezen

Begin juli vertoonde het programma Koppen XL op België 1 de documentaire ‘De waarheid achter de waarzegger’. Daarin werd van enkele mediums, helderzienden en paranormaal adviseurs onthuld hoe ze de dingen konden weten die ze schijnbaar van overledenen of door gedachtenlezen ‘doorkregen’, en hoe verbijsterend veel ze daarmee konden verdienen.

Een man gaf adviezen over beurskoersen (€ 200 per half uur). Om het vertrouwen van de cliënt te winnen, kraste hij eerst iets op een notitieblokje en liet dan de ander een getal noemen, dat hij vervolgens op zijn notitieblokje toonde. Hij bleek bij deze verbluffende act gebruik te maken van een goochelaarsduim: een dopje met een potloodpunt waarmee hij zodra er een getal werd genoemd, dat ongemerkt met zijn duim kon opschrijven.

Een vrouw gaf shows gaf waarin ze zogenaamd met overledenen sprak (inkomsten: € 12.000 per voorstelling, en daarvan twee per week). Zij bleek via de namen die men opgaf bij het bestellen van kaartjes, eenvoudig van te voren op internet de meest intieme details te kunnen vinden. “Ter herinnering aan haar heeft één van jullie een tatoeage laten zetten… met een vlinder – klopt dat?” Natuurlijk klopte dat: die foto stond op Facebook.

Volgens de niet-helderziende Mark uit Los Angeles is waarzeggen niets anders dan een combinatie van intuïtie, psychologisch inzicht en ervaring, toegepast met een systeem en overtuigingskracht. Hij demonstreerde dit door een reading te doen met runensteentjes. Daar kwam ook beredeneerd gokwerk bij kijken: hij zei tegen een vrouw dat ze in de verpleging werkte (dat klopte), en verklaarde dit succes achteraf door het ervaringsgegeven dat éénderde van de mensen met zo’n vriendelijke uitstraling in de verpleging werkte. Hierna stapte hij over op een ander systeem en ging hij bananen lezen: “Ik zie aan de manier waarop je de banaan pelt, dat er een reis voor je in het verschiet ligt.”

 

~ Met dank aan iedereen die me nieuws toestuurde of vertelde of me ergens op wees,

ook als ik het uiteindelijk niet heb gebruikt! ~

Geplaatst in Nieuws | Getagged , , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Oud nieuws in de verjongingsketel gegooid – Lughnasadh 2013