Het middelpunt van de cirkel IV

Wachters waar zijn we aangeland?

We vieren deze dagen het feest van Samhain, het feest van de dood.
De centrale symboliek van Samhain is natuurlijk gelegen in de dood. We doen onze intrede in de duistere helft van het jaar, een afdaling in de onderwereld. De bomen dragen geen blad meer, de eigenlijke vormen van hun takken worden niet meer verhuld. Samhain is het begin van de donkere periode. Astrologisch gezien wordt Samhain gevierd in het teken van de Schorpioen. In de oudere astrologische systemen wordt de Schorpioen ook wel aangeduid als de Adelaar; ofwel het gaat hier om een transformatie-aspect.
Met Samhain gaat het ook om transformatie. De natuur lijkt te sterven en ook het licht wordt steeds zwakker en zwakker. De transformatie van Leven – Dood – Leven, want daar ergens ver weg in die diepe zwarte duisternis die voor ons ligt, wacht ook het nieuwe leven op ons, maar zover is het nu nog lang niet!

Jungiaans bezien is er sprake van een introverte richting van de levensenergie of libido, deze keert zich naar binnen naar het onbewuste toe. Het is een tijd van inkeer, van introspectie, voor dromen, voor verhalen bij het haardvuur. De donkere nacht van de ziel waar veel mystici over geschreven hebben kan worden gelinkt aan deze periode van het jaar. In veel mythologische verhalen komt de symboliek naar voren van de afdaling in de onderwereld. Alchemistisch gezien is dit de Nigredo-fase. De dood van het ego. Maar ook overgave.

Het vieren van het feest van de dood onder de naam Halloween is tegenwoordig steeds meer in opkomst. Veel dreuzelmensen versieren hun ramen en huizen met pompoenen, spinnenwebben, doodskisten, schedels, vleermuizen en… heksen! Ook de media en commercie spelen hier dankbaar op in.
Halloween, griezelen, gewoon leuk, crea en zo, maar veel verder komt men vaak niet als je vraagt naar de symboliek. Wat nu precies de rol van de heks hierin is, anders dan griezelig, weet men niet. Ik zal in dit artikel niet verder ingaan op de symboliek van de heks, het Crone-aspect van de Godin, ofwel de Oude Wijze Vrouw die we speciaal met Samhain, nu de sluiers tussen de werelden dun zijn, met onze verschillende divinatiesystemen vragen om Wijsheid.

Voor mij betekent het feest van Samhain een moment van bezinning. Innerlijke zaken worden helder nu zij niet langer verhuld zijn en gedragingen, gebeurtenissen en motivaties worden aan een introspectief onderzoek onderworpen.
Het feest van Samhain, het feest van de dood, biedt de deelnemer de mogelijkheid om onze persoonlijke dood, en desgewenst een wedergeboorte op dezelfde tijd en plaats als degene die ons lief zijn, een plaats te geven in de cyclus van zijn leven.

Een mooi citaat van een bejaarde Jung met betrekking tot het vinden van een mythe aangaande zijn eigen naderende dood is afkomstig uit zijn autobiografie:

Een zo te zeggen onafwijsbare vraag komt op hem [de ouder wordende mens] af, en hij zou daar een antwoord op moeten geven. Hiertoe heeft hij een mythe over de dood nodig, want het ‘verstand’ toont hem niets dan het donkere graf waarin ze terechtkomt. De mythe echter zou hem andere dingen kunnen laten zien, behulpzame en verrijkende beelden van het leven in het dodenrijk. Gelooft hij hierin, of heeft hij er ook maar een beetje vertrouwen in, dan heeft hij daarmee evenveel gelijk of ongelijk als iemand die er niet aan gelooft. Terwijl echter degene die alles ontkent het Niets tegemoet gaat, volgt degene die zich aan het archetype verplicht, de sporen van het leven tot in de dood. Beiden zijn weliswaar in onwetendheid; de één echter tegen zijn instinct in, de ander volgt zijn instinct.”

Jung had als wetenschapper echter een bijna-dood-ervaring (hierna: BDE) nodig om te komen tot een doorleefd inzicht en een innerlijk weten. Tijdens een winterse wandeling in Kusnacht, halverwege de jaren veertig, brak Jung zijn been en werd opgenomen in een ziekenhuis. Tijdens deze ziekenhuisopname kreeg hij vervolgens een hartinfarct en een embolie. In de visioenen als gevolg van een BDE zag hij zichzelf boven de aarde zweven. Hij was in staat om de continenten te onderscheiden en de aarde was gehuld in een mooi blauw licht. Op zeker moment voelde Jung het aardse bestaan als het ware van zich afvallen en wat er over bleef was zijn essentie. Een tempel verscheen en Jung wist dat als hij de tempel zou binnengaan, hem het geheim van zijn leven en bestaan zou worden onthuld. Net voordat hij de tempel binnen wilde stappen verscheen zijn behandelend arts, maar in de archetypische verschijningsvorm van de Koning van Kos, het eiland van de tempel van Asclepius, de Griekse God van de geneeskunst, die hem vertelde dat hij nog niet klaar was met zijn leven en terug moest keren. Jung had een innerlijk weten dat zijn arts daarmee een offer bracht. De dag dat Jung voor het eerst rechtop zat in zijn ziekenhuisbed werd zijn arts opgenomen in het ziekenhuis. Deze stierf enkele dagen later.

Mede door deze ervaring kon Jung in 1959, drie jaar voor zijn dood, de vraag van John Freeman naar zijn geloof in het voortbestaan van bewustzijn na de lichamelijke dood, minzaam glimlachend beantwoorden met: “Ik weet. Ik hoef niet te geloven. Ik weet.”

Na Jung zijn er andere wetenschappers die onderzoek gedaan hebben naar de BDE. Denk hier bij aan de publicaties van dr. R. Moody, of het recent verschenen boek van dr. Eben Alexander, een neurochirurg die zelf een BDE heeft meegemaakt, en dichterbij huis, het boek Eindeloos bewustzijn van de cardioloog dr. Pim van Lommel. Alle drie de heren zijn wetenschappers in de academische zin des woords en hebben door het publiceren van hun ervaringen hun wetenschappelijke carrière in de waagschaal gesteld en zijn beschimpt en verguisd door hun collega’s.

Nobelprijswinnaar dr. Wolfgang Pauli, een groot natuurkundige, was in analyse bij Jung omdat hij naast een zeer rijk droomleven problemen had met het vrouwelijke in zijn leven. Zijn dromen bleven hem wijzen op een verbondenheid van materie en geest. Pauli nam echter niet de stap om zijn bevindingen te publiceren uit angst om in de wetenschappelijke ban gedaan te worden, en is gestorven zonder gehoor te geven aan zijn innerlijke ingevingen en droombeelden.

Vaak wordt mij gevraagd hoe het nou zit met die hekserij en die Jungiaanse therapie. Gaan hekserij en therapie wel samen? Zijn hekserij en allerhande esoterische stromingen niet een manier om allerlei persoonlijkheidsproblemen te verhullen ofwel een manier om het leven van alledag te ontvluchten? Is er wel bewijs voor het bestaan van iets als een collectief onbewuste, en wetenschap en spiritualiteit, is dat nu wel zo’n goede combinatie, die sluiten elkaar toch per definitie uit?<
Wel, de archetypische heks is eigenlijk ook een heel mooi symbool voor de analytisch therapeut. Zoals de archetypische heks meestal ergens buiten de gemeenschap woonde, en mensen naar haar toegingen voor raad en advies, weet de moderne mens de therapeut te vinden, in eerste instantie eveneens voor raad en advies. Ook de analytische therapie vindt plaats in een besloten ruimte. Een ruimte die zich feitelijk buiten het gewone leven van de mens bevindt, en die hij waarschijnlijk ook nimmer met een ander doel dan genezing of verlichting van zijn klachten zal betreden.
Zowel het pad naar de (archetypische) heks alsook het pad naar de therapeut wordt niet zo maar lichtzinnig betreden, want wie weet wat er allemaal kan gebeuren als je daar aanklopt!

Net als de heks is de therapeut een symbool voor transformatie, verandering, en dat kan heel bedreigend zijn.
De therapeut zet manipulatie in, en leidt je naar je schaduwdelen, je duistere kant, je duivelse delen waarover je ik en je cognitie geen enkele zeggenschap meer hebben en dat voelt eng en gevaarlijk! Maar dit alles overigens niet uit kwaadwillendheid, maar juist met de beste bedoelingen. Het gaat er immers om dat je de mogelijkheid krijgt te veranderen ofwel te transformeren, zodat je psychische energie, die vast zit in het duister, weer gaat stromen, maar daarvoor is dus eerst bewustwording noodzakelijk.

Heksen werden ook wel Haegtessa genoemd, een benaming voor krachtvrouwen, vrouwen die magie beheersten en over de spreekwoordelijke haag wandelden – de scheidslijn tussen deze wereld en de andere wereld: de heggerijdster.

Ook de analytisch therapeut wandelt over de spreekwoordelijke heg tussen twee werelden. De wereld van de DSM, van methodiek, interventietraining, innovaties, objectieve feiten en wetenschap naast de wereld van het subjectieve, van mythologie, cosmologie, beleving, dromen, intenties, mystiek en religie. Al wandelend over de haag heeft de analytisch therapeut zicht op beide werelden en kan hij rijkelijk putten uit de bronnen die zich aan beide zijden van de haag bevinden. Juist in het kunnen combineren van kennis en inzichten uit beide werelden schuilt de unieke kracht van de analytisch therapeut.

Is er ook een therapeutisch en genezend effect te verwachten van het vieren van Samhain en het stilstaan bij onze onontkoombare dood? Ja. Alleen de heftigheid van het besef van onze eigen sterfelijkheid kan ons ineens doen beseffen wat een geweldig en magisch geschenk ons leven is!

Ook kan dit besef ons de relativiteit van ons ik-je, persona, gemoed en stemmingen doen inzien en ons eeuwige zelf laten ervaren in het eeuwige moment nu. De aandacht wordt met Samhain gevestigd op onze plaats in de cyclus van het leven. Want:

Without love there’s no birth,
Without birth no death,
Without death no rebirth,
That’s the miracle of love
And the circle of life.

Serge van Heel (1972): Ik ben opgeleid en ingewijd in de Gardneriaanse traditie. Naast mijn werk als ambtenaar heb ik een praktijk aan huis voor Jungiaans Analytische Therapie.
Als afstudeerproject van mijn opleiding (Postgraduate Program in Depth Psychology) ben ik bezig met een scriptie genaamd: Het middelpunt van de cirkel, over symbolen, archetypen, rituelen en het individuatieproces in de moderne hekserij

Voor meer informatie zie ook: www.sergevanheel.nl of mail me.

1Jung: HDG (1992) pag. 263

Geplaatst in Artikelen | Getagged , , , | 1 reactie

Sinterklaas en Zwarte Piet, van heidense oorsprong?

Achter veel ‘christelijke’ feesten zit nog een ander, heidens verhaal. Dat verklaart waarom de geboorte van Jezus rond Midwinter gevierd wordt, en waarom een haas eieren brengt met Pasen. Ook bij Sinterklaas zijn er heidense elementen aan te wijzen. Is het een van oorsprong heidens feest? En hoe zit het met Zwarte Piet?

Als klein kind wist ik niet beter of Sinterklaas was een heilige, die al een paar honderd jaar oud was. Hij kwam met de stoomboot aan uit Spanje, om hier pakjes te brengen samen met zijn knecht Zwarte Piet. Een keer zag ik een zwarte hand om de hoek van de kamerdeur vlak voordat het pepernoten regende in de woonkamer. ’s Avonds keek ik naar de daken in de hoop een glimp van Sint, Piet en het paard op te vangen. Op de avond van 5 december, als we liedjes hadden gezongen, werd er hard op de deur geklopt, en daar stond dan een grote teil vol met pakjes. Toen Sinterklaas een keer bij opa en oma op bezoek kwam, zag hij er anders uit dan de Sinterklaas op televisie. Deze Sint had een baard aan een touwtje. Mijn broertje en ik begrepen hoe het zat: dat was een hulp-Sinterklaas. De echte Sint kon immers niet overal tegelijk komen.

Het geheim
Een paar jaar later was ik ingewijd in het geheim: Sinterklaas had ooit wel bestaan. Nicolaas was bisschop in Myra. Hij stierf op 6 december. Toen hij heilig werd verklaard, werd zijn sterfdag zijn geboortedag als heilige. Hij had een aantal goede daden gedaan, zoals arme meisjes aan een bruidsschat helpen. (Daarom werd hij goed-heiligman genoemd: heilik = huwelijk). Omdat hij die bruidsschat door een opening in het dak had gegooid (of door een raam), kwamen nu de pakjes zogenaamd nog door de schoorsteen. Maar de heilige kwam niet echt meer langs: het waren de grote mensen die het sprookje voor de kinderen in stand hielden. En de grotere kinderen deden er ook aan mee. Zij maakten ook surprises voor elkaar en de volwassenen, en rijmpjes waarin ze zaken op de hak namen. En vooral elkaar op de hak namen, want met Sinterklaas kun je je eens lekker uitspreken over alles wat je een beetje dwars zit aan elkaar. Grote broer die zo lang onder de douche staat, een blunder van je vader vorige maand of moeder die zelfs de nietjes van de theezakjes haalt om alle afval te scheiden.

Zwarte Piet
Nog een paar jaar later bleek dat het verhaal niet helemaal klopte. De bisschop uit Myra in Turkije lag begraven in Bari in Italië. Een paleis in Spanje had hij nooit gehad. Zwarte Piet was niet zwart van het roet van de schoorsteen, maar had de trekken van een Moor, ofwel een (islamitische) Noord-Afrikaan in Spanje. Toen Nederland nog bij Spanje hoorde (net als Italië!), onder Karel V, waren de Moren net definitief uit Spanje verdreven door zijn oma Isabella. Spanje was voor ons het land van exotische lekkernijen zoals amandelen (marsepein) en sinaasappels (appeltjes van oranje). Waar het kostuum van Zwarte Piet vandaan kwam, dat mooie fluweel in felle kleuren en een baret met veer, daar had ik geen idee van. Nu lees ik over zwarte bedienden of pages aan Europese hoven, en bij adellijke of welgestelde burgers. Op schilderijen worden zij getoond in dat soort kleren. De schilders vonden het blijkbaar interessant om hen extra zwart af te beelden, naast een wit paard. Jan Schenkman schreef een populair boek over Sinterklaas waarin hij een naamloos zwart knechtje van Sinterklaas opvoert. Dat boek verscheen rond 1850, maar ook al in 1828 wordt gesproken van ‘Pieter-me-knecht’. Dat was een ‘kroesharige neger’, volgens schrijver Jozef Alberdingk Thijm die zijn herinneringen aan de Sinterklaasavond opschreef.1 Waarom het uiterlijk van Zwarte Piet zoveel weerstand oproept, vertelt Mathijs van de Sande.2 Maar is dit de (enige) oorsprong van Zwarte Piet, of ligt het toch ingewikkelder?

Sunderklaas
Omdat ik als kind een paar keer op Ameland was geweest, hield ik een spreekbeurt over dat Waddeneiland. Ik zal zo’n elf jaar oud geweest zijn. In een boek dat ik ter voorbereiding gebruikte, las ik over ‘Oude Sunneklaas’. Dat gaat daar héél anders toe dan ik van thuis gewend was. Het begint er nog met de aankomst van Sint Nicolaas in de haven, op 3 december, die de school bezoekt. Maar op 4 december begint het baanvegen: baanvegers zijn de wegbereiders van het feest. Zij jagen de vrouwen en kinderen naar binnen. Ze zijn gekleed in witte lakens, en gedragen zich dreigend. De gordijnen moeten dicht: Sunderklaas is een mannenaangelegenheid. En alleen voor de eilanders: buitenstaanders moeten zich ook niet op straat begeven, anders kan het fout aflopen met ze. Vrouwen die zich toch op straat wagen – voor sommigen een sport! – lopen het risico op een pak slaag of een bad in de mest. Niemand zal zich daarmee bemoeien. Een uur na de baanvegers, komen de Sunneklazen. Onherkenbaar verkleed met lakens en mombakkesen, en met lange hoorns en roedes. In huizen waar ze welkom zijn, laten ze de aanwezige vrouwen over een stok springen. Een fallussymbool, weet ik nu, en ook dat op andere Waddeneilanden vergelijkbare feesten worden gevierd. Oude versies van Sinterklaas bevorderen de vruchtbaarheid. (Is een pak slaag het enige dat een vrouw op straat die nacht te vrezen heeft? Op sommige eilanden zie je de ‘onvruchtbare’ vrouwen het jaar erna met een baby op de arm).

Duivels?
In bijvoorbeeld Duitsland en Oostenrijk heeft de Sint ook donkere helpers. Angstaanjagende mannetjes, met bezems of roedes in de hand, die allerlei namen hebben. Ruprecht, Ru-klaas, Eckhart, Pelz Nickel, Krampus of Klaubau. Zoals zij worden afgebeeld, doen ze denken aan duivels. Begeleiden duivels de heilige Nicolaas? Opmerkelijk genoeg wordt soms Sinterklaas zelf zwart afgebeeld. ‘Old Nick’ is een Engelse naam voor de duivel. Ook de Sint wordt wel afgebeeld met een roede of bezem, of met een complete naaldboom. (De afbeeldingen van Sinterklaas en de Kerstman zijn soms uitwisselbaar.) Niet alleen een zwarte huid is een veel voorkomend verschijnsel bij ‘Sinterklazen’ en helpers, maar ook dierenhuiden en hoorns. Een Slavische versie van de helper is in het zwart gekleed, en heeft hoorns en grote, puntige, rode oren. Hij danst rond en jaagt de kinderen angst aan. Een Russische versie is juist een vriendelijke deugniet. Want “hij is van voor de tijd van Satan”, volgens een door Tonny van Renterghem geciteerde winkelbediende. Voorchristelijk dus. Van Renterghem legt verband met de sjamaan, met Herne/Pan en Robin Hood. De naam Pelz-Nickel verwijst ook naar dierenhuiden. Arnold-Jan Scheer vindt op zijn reizen ook allerlei zwarte figuren (gekleurd met roet of met pek) en begeleiders van Sinterklaas in dierenhuiden. Hij haalt ook aan dat er in Nederland tot in de negentiende eeuw ‘Zwarte Sinterklazen’ (geen heiligen) rond trokken, in Amsterdam, op de Veluwe en in Friesland. Hij legt een verband met Wodan via een Westfaalse traditie om op ‘schimmels’ afscheid te nemen van het jaar.

Welke datum?
Hoewel Sinterklaas vaak begin december gevierd wordt, zijn er genoeg plaatsen waar vergelijkbare feesten pas rond de winterzonnewende (circa 22 december) worden gevierd, en soms nog later. Dat kan wijzen op de vervanging van de juliaanse kalender door de gregoriaanse. Maar ook op verschillende oorsprongen van wat één feest lijkt: de sterfdag van de heilige Nicolaas en het einde van het jaar dat rond de wintersolstice wordt gevierd. Zowel Van Renterghem als Scheer wijzen op de Wilde Jacht als een van de oorsprongen van Sinterklaas. Die vond ook plaats rond de wintersolstice, of in de ’twaalf nachten’: van de zonnewende tot 6 januari. Wat mij dan opvalt, is dat ze ook Percht en Befana noemen, en die zijn verwant aan Holle, die ook een rol speelt in de Wilde Jacht. Befana is de heks die in Italië de cadeautjes brengt aan de kinderen, op 6 januari.

Omkering
Tot de winteractiviteiten van vroeger, in het oude Rome, behoorde ook het omkeren van waarden. De ‘Heer van de Wanorde’ (Lord of Misrule) heerste en slaven, dienaars en leerlingen mochten even de baas spelen over hun meesters. (Wie de boon treeft in de driekoningenkoek, mag dat ook). De huidige Nederlandse Zwarte Piet is niet de gehoorzame knecht, maar trekt gekke bekken achter de rug van de Sint. Ja, hij moet je meenemen in de zak als je niet braaf geweest bent, maar hij maakt duidelijk dat hij het daar zelf niet mee eens is. Denk ook aan de rol van de nar, de trickster, aan de omkering van mannen- en vrouwenrollen op schrikkeldag en aan wat carnaval allemaal betekent. In landen waar de mensen een zwarte huid hebben, worden ze wit geschminkt als ze de onderwereld vertegenwoordigen. In landen waar de mensen een witte huid hebben, schminken ze zich dan zwart.
De surprise is blijkbaar ook al een heel oud gebruik: geschenken verborgen in vele lagen pakpapier of in op het oog nutteloze voorwerpen. Het geven van cadeaus aan de bedienden is eveneens heel oud. De speculaaspoppen verwijzen dan weer naar offers, ooit mensenoffers. De marsepeinen varkens herinneren aan echte offerdieren.

Heidens?
Heeft Sinterklaas nu een heidense oorsprong (naast het christelijke heiligenverhaal)? Tonny van Renterghem3 en Arnold-Jan Scheer4 maken dat wel heel aannemelijk. Alle kleine feitjes bij elkaar opgeteld, lijkt er echt wel een compleet verhaal achter te zitten. In de meest afgelegen dorpen trof Scheer resten aan van hele oude tradities. Juist dat maakt het in mijn ogen des te aannemelijker dat het om één oorsprong gaat. Welke dat dan precies is, gaat in de nevelen van de tijd verborgen. Kun je ‘Sinterklaas’ (en de kerstman) gelijkstellen aan Wodan, of aan Herne, Pan of andere goden? Is de oorsprong nog ouder, en is ‘Sinterklaas’ een afstammeling van de dansende sjamaan? Het zou kunnen. Beide schrijvers hebben heel veel materiaal verzameld dat zeker interessante verbanden suggereert. In de Webwegwijzer van dit nummer vind je nog een hele reeks aan artikelen over de achtergrond van Sinterklaas – en over de discussie over Zwarte Piet.

Discussie
Of een terugkeer naar de heidense wortels van Sinterklaas een antwoord is op de huidige discussie5 over Zwarte Piet? Het ziet ernaar uit dat juist de huidige Zwarte Piet bedoeld is als een minder enge, ‘geciviliseerde’ versie van de heidense of ‘duivelse’ helpers. Krampus is niet zo gezellig als Piet! Enig historisch besef kan helpen om in te zien dat ons huidige beeld van Sinterklaas en Zwarte Piet niet ‘altijd al’ vast stond. Als Zwarte Piet vervangen wordt door – of gezelschap krijgt van – Pieten en Petra’s in allerlei kleuren, betekent dat niet het einde van het Sinterklaasfeest. Een met een beroete kurk zwartgemaakt wit gezicht is ook een optie, die bovendien historisch verantwoord is. Maar ook een Zwarte Klaas heeft historische rechten. Ik hoop in ieder geval dat iedereen bereid is om te luisteren naar andere meningen dan de eigen. Op dat gebied valt er nog heel wat te verbeteren. De afgelopen weken is er een heleboel racisme aan de oppervlakte gekomen. Mijn begrip voor degenen die Zwarte Piet – of zijn huidige imago – ter discussie stellen, is in korte tijd sterk vergroot!

3 Het geheim van Sinterklaas en de Kerstman. Tonny van Renterghem. Zie ook de recensie elders in dit nummer.

4 Wild Geraas. Arnold-Jan Scheer. Zie de recensie elders in dit nummer, en zie het artikel dat hij schreef voor Trouw: Zwarte Piet verdeelt niet maar verbindt.

5 Lees hoofdstuk 9, De strijd om Zwarte Piet, in: Cultuur en migratie in Nederland. Veranderingen van het alledaagse, 1950-2000 [PDF].

En zie voor meer links de Webwegwijzer in dit nummer.

Geplaatst in Artikelen | Getagged , , , , | 4 reacties

Oud nieuws in de verjongingsketel gegooid – Samhain 2013

Logo rubriek Nieuws - Wiccan Rede Online Magazine

Natuurgraf

In september werd de natuurbegraafplaats Hillig Meer in Drenthe officieel geopend. Volgens het AD is dit de vijfde natuurbegraafplaats in Nederland. Natuurbegraafplaatsen hebben als voordeel dat er geen kosten zijn voor onderhoud van het graf. Het graf wordt nooit geruimd, het gaat op in de natuur. Er wordt gebruik gemaakt van biologisch afbreekbare urnen en kisten, schreef Onkruid. Grafmonumenten als zerken en kruisen passen niet in de omgeving. Wel kan er een Drentse zwerfkei met of zonder inscriptie op het graf worden gelegd, of een boom worden geplant, stond in Trouw. Het bijzondere aan Hillig Meer is dat de begraafplaats zich bevindt in een gebied waar ook zeven prehistorische grafheuvels liggen.

Nomadententen

“[N]ergens is de reïntegratie van mens en natuur zo letterlijk te nemen als op een natuurbegraafplaats” stond in het artikel in Trouw over Hillig Meer. Onder de levenden zijn de bewoners van nomadententen misschien wel het meest verbonden met de natuur. Eind juli berichtte Trouw over Nederlanders die in reactie op de crisis kiezen voor een eenvoudige manier van wonen kiezen, zonder hypotheek.  De onderneming Nooitmeerhaast laat in Mongolië tenten maken die geschikt zijn voor het Nederlandse klimaat. Officieel is het in Nederland niet toegestaan om in een tent te wonen. Zolang de omwonenden niet klagen, wordt het in sommige gemeenten gedoogd. Andere gemeenten, zoals Leeuwarden, staan open voor het duurzame karakter van deze woonvorm en zoeken naar mogelijkheden om die te legaliseren. De tenten worden verwarmd met een houtkachel.

Graftuinen

Volgens Yvette van der Does en Dieuwertje Daams lijken veel voortuinen op een graf. En daarmee bedoelen ze geen natuurgraf, maar een ongezellig vlak van grind en tegels en een paar bakken met saaie planten. “Alleen nog een grafsteen erbij en klaar ben je.” Zij pleiten voor de terugkeer van de bloementuin en de wilde (maar niet de verwilderde) tuin, waar bijen en vlinders in terecht kunnen, berichtte het Noordhollands Dagblad in september. Daarnaast ontfermen ze zich over kamerplanten die door mensen aan de straat zijn gezet en maken ze kerststukjes van kerstbomen die niemand wil hebben. De dames opereren onder de naam ‘De Zielige Plant’.

Gezond groen

Schoolpleinen kunnen ook meer groen gebruiken, stond in Eos (juli-augustus 2013). Jongens die in de pauze kunnen spelen op gras, bij boomstammen, water en moestuintjes, kunnen zich in de klas beter concentreren. Jongens en volwassen mannen zijn in een natuurlijke omgeving minder competitief, wordt als verklaring gegeven, en dus minder gespannen. Voor meisjes geldt dit niet: die presteren beter na het spelen op een grijs plein. Maar het onderzoek van de VU richt zich blijkbaar niet op meisjes: die hebben over het algemeen minder concentratieproblemen dan jongens. “Creatief en exploratief spelgedrag” zoals hutten bouwen en in bomen klimmen, stimuleert volgens de onderzoekers het abstracte denkvermogen en zelfvertrouwen.

Volwassenen met een volkstuintje of andere mogelijkheid om bezig te zijn in het groen, blijken gezonder en aantoonbaar minder gestresst dan degenen die dit niet kunnen. Ook zij kunnen zich na het contact met de natuur beter concentreren, zegt Agnes van den Berg, bijzonder hoogleraar beleving en waardering van natuur en landschap bij de RUG. Er wordt niet verteld of hierin verschil is geconstateerd tussen vrouwen en mannen. Volgens Van den Berg houdt het gezonde effect verband met de grillige en tegelijk repetitieve vormen of ‘informatiepatronen’ van de natuur. We zijn evolutionair niet berekend op de overmaat aan rechte lijnen in stedelijke omgevingen. Zelfs gesimuleerde natuur, bijvoorbeeld een filmpje van een boswandeling, kan stress verminderen.

Offshoots

Gesimuleerde natuurpatronen voor Mac-gebruikers: het programma Offshoots laat grillige takken over het beeldscherm groeien

Bijgeloof

Niet alleen de natuur, maar ook bijgeloof kan iemands prestaties en zelfvertrouwen verbeteren, schrijft Rebecca Coffey in Discover (october 2013), in een artikeltje ter gelegenheid van Halloween. Ze somt een aantal wetenswaardigheden over bijgeloof op: het geloof in een gelukbrengend object of ritueel kan iemands prestaties daadwerkelijk verbeteren. Omgekeerd heeft het geloof dat iets ongeluk brengt een ongunstige uitwerking. Stress en machteloosheid maken mensen bevattelijker voor bijgeloof.

Schotse boeren in de 18de eeuw joegen hun vee met Halloween door een haag van lijsterbestakken om het te beschermen. Lijsterbessen bevatten het schimmelwerende ascorbinezuur. Mogelijk ontstond het Schotse ritueel uit de observatie dat schapen die lijsterbessen hadden gegeten, gezonder waren.

Eetritueel

Een podcast van Scientific American uit augustus maakte melding van een onderzoekje waaruit bleek dat voedsel lekkerder smaakt wanneer het eten is voorafgegaan door een ‘ritueel’: Mensen die een chocoladereep eerst in de verpakking doormidden moesten breken en dan de helften afzonderlijk uitpakken en opeten, gaven die chocola een hoger cijfer dan mensen die de reep naar eigen inzicht op hun gemak mochten opsnoepen. Het is wel van belang dat iemand het ritueel zelf uitvoert: als iemand anders het doet, wordt het voedsel daarna niet hoger gewaardeerd.

Oud ritueel

In de late prehistorie en de Romeinse tijd werd in de Lage Landen Keltisch gesproken, schreef Herman Clerinx in Geschiedenis Magazine (september 2013). Waarschijnlijk was het niet de enige taal, maar wel een belangrijke. Men neemt aan dat plaatsnamen als Thorn en Doornik zijn afgeleid van het Keltische *tornos, ‘plek op de hoogte’. In Born is ooit een beeldje van een haan gevonden, dat was geofferd aan de godin Arcuana. Arcuana is een Keltische naam die zoiets betekent als ‘zanger’ of ‘aankondiger’.

In Baudecet (bij Namen) is de enige Keltische tekst uit deze streken gevonden. Het gaat om een gouden plaatje met daarop in het Gallisch de bezwering: “Ziekte, gemene huiduitslag, maak dat je verdwijnt! Blijf in deze kuil!” Dergelijke bezweringen werden in die tijd vaak opgeschreven en op een speciale plaats gedeponeerd: in dit geval in een kuil naast een Gallo-Romeinse tempel. Dat het plaatje van het kostbare goud was, doet vermoeden dat de patiënt erg veel last van uitslag of jeuk moet hebben gehad.

Nieuwe gelovigen

Naar aanleiding van de tentoonstelling ‘Van God los?’ die nog tot 30 maart te zien is in het Dolhuys in Haarlem, zette het AD in september ‘de nieuwe gelovige’ in de schijnwerpers. De nieuwe gelovige is niet strikt aan één kerk of geloof verbonden, maar is vooral gericht op ontspanning, alternatieve genezing en zelfontwikkeling, en switcht in die zoektocht gemakkelijk tussen verschillende vormen van spiritualiteit.

Een yogadocente vertelt in het artikel dat religie voor haar niet iets is “wat je op bepaalde momenten inzet”, zoals tijdens een kerkdienst of om te bidden voor het eten, maar “iets wat stroomt in je bewustzijn.” Een christelijke yogadocente ontdekte yoga toen ze aan God hulp had gevraagd voor haar astmatische zoontje, en een moeder op het schoolplein haar vertelde over een magnetiseur. Diens behandelingen hadden goed resultaat en hierdoor raakte ze geïnteresseerd in verschillende spirituele stromingen. Als het resoneert met het hart, kan het je helpen het voorbeeld van Jezus te volgen, vindt zij.

Chantal Stegeman vertrok ook vanuit gezondheidsklachten, in haar geval chronische bijholte-ontstekingen. Via reiki en andere alternatieve therapieën kwam ze op een paranormaalbeurs, waar iemand haar hand las en vertelde dat ze afstamde van een hogepriesteres en daarom een heks was. Daar wilde ze meer van weten. “Ik ontdekte dat hekserij niets met satanisme of occultisme te maken heeft.” Het sprak haar aan en ze volgt nu een opleiding tot solitaire heks. Uit respect voor de natuur eet ze zoveel mogelijk biologisch en scheidt ze haar afval. Ze doet rituelen bij altaren in de tuin en in haar woonkamer. Een ritueel kan je bevrijden van bijvoorbeeld rookverslaving, zegt ze. Ze werkt met geneeskruiden en geeft die kennis door aan haar drie dochters.

Traditionele heks

Lunadea kreeg van haar ouders al veel spiritualiteit mee, vertelde ze aan Eva van der Veen van Onkruid (september/oktober 2013). Toen ze achttien was, ontdekte ze de hekserij en niet veel later kwam ze in contact met hogepriester Mario van Doorn, die haar uitnodigde bij zijn heksenkring. De traditionele hekserij zoals die in zijn coven werd beoefend (‘traditioneel’ in de zin van ‘zoals vroeger’, niet zozeer ‘volgens een vastgelegde traditie’, legt ze uit op haar website), beviel haar wel en ze liet zich inwijden. Na haar tweedegraadsinwijding raakte ze in een crisis. Haar toenmalige partner wilde niets met hekserij te maken hebben. Nadat ze hem de deur wees, vond ze haar verbinding met de natuur en de lichtkrachten weer terug.

Inmiddels is ze derdegraads en leidt ze als hogepriesteres haar eigen coven Salix. Haar hekserij is naar eigen zeggen minder dogmatisch en hiërarchisch dan de meer formele wicca. De filosofie erachter gaat uit van de dualiteit tussen de Godin, die staat voor het vrouwelijke, de hemel en de maan, en de God, die staat voor het mannelijke, de aarde en de zon. Het morele principe is “do no harm, but take no shit”. Je moet kennis hebben van de zwarte kant van de magie omdat je anders niet weet hoe je bijvoorbeeld een vloek moet verbreken, maar je moet geen zwarte magie beoefenen. Het is niet goed om iemands vrije wil te beïnvloeden.

Puberheks

In het televisieprogramma Puberruil werd in augustus een zeventienjarige deelneemster geïntroduceerd met de woorden “Viviënne is paranormaal begaafd en gelooft in wiccanisme, dat is een soort witte hekserij.” Viviënne wil later verpleegkundige in het leger worden. Ze ruilde tijdelijk van omgeving met Pam, die van mode en dansen houdt en seksuologe wil worden.

Viviënne kon het goed vinden met de vrienden van Pam. “Heeft er al iemand gevraagd wat voor ketting ze om heeft?” vroeg de presentator. (Ik kon niet goed zien wat voor hanger ze droeg. Het was geen pentagram.) Die stond voor haar geloof, legde Viviënne uit, zij geloofde namelijk in wicca: witte hekserij, een natuurgeloof. Er werd wat nerveus gelachen. Viviënne vertelde dat spreuken altijd positief moesten zijn en nooit ten gunste van jezelf. De tieners vonden het toch wel creepy klinken. Bij de opmerking dat een jongen met een donkere huidskleur ook een witte heks kon worden, kregen ze allemaal de slappe lach.

Pam mocht meedoen met een wiccaritueel van vier volwassenen, waarvan één zich voorstelde als “de moederkoningin van de Nederlandse wiccaloges de Traditionals van de Benelux”. Pam zat in het midden van een vijfpuntige ster die op de bosgrond was gemaakt, terwijl de magiër uit het gezelschap een cirkel om haar heen trok en de heksen de heersers van de windstreken op- en aanriepen. “Zijn jullie niet een beetje te oud voor dit?” vroeg Pam, die het maar een mallotige vertoning vond. “Dat hele wicca heeft wel de meeste indruk gemaakt. Elke keer als ik eraan terugdenk, moet ik gewoon lachen,” zei ze achteraf. “Ik wist echt niet dat er in Nederland zulke mensen waren, die dat deden.”

Peace

Vredesteken

Enge schoolagenda

Aan het begin van het schooljaar ontdekten verontruste ouders in de schoolagenda van de reformatorische scholengemeenschap Pieter Zandt in Kampen, Staphorst en Urk een foto waarop een jongen een T-shirt met het peace-teken droeg. Zij meenden dat dit teken een occult of heidens, in elk geval een antichristelijk symbool was.

De apostel Petrus is volgens de overlevering ondersteboven gekruisigd en als de zijbalken van dat Petruskruis naar beneden worden geknakt, heb je volgens sommigen het ‘Nero-kruis’ dat zou verwijzen naar de christenvervolgingen onder die Romeinse keizer, al ontkent een historicus van de Radbouduniversiteit dat het teken iets met Nero te maken heeft.

Daarnaast wordt gezegd dat het een omgekeerde levensrune, oftewel een doodsrune is. En dat het iets met de SS te maken heeft. Zoiets meen ik me ook te herinneren uit een pamflet dat ik jaren geleden eens onder ogen kreeg, waarin werd betoogd dat de hele vredesbeweging een list van de duivel was.

Het teken is echter zonder satanische bijbedoelingen in 1958 door Gerald Holtom ontworpen voor de CND, de Campaign for Nuclear Disarmament (campagne voor nucleaire ontwapening, ‘ban de bom’). De ontwerper had daarbij de semafoorcode voor de letters N en D in gedachten, en associeerde die met de persoon voor het vuurpeloton op het beroemde schilderij van Goya (alleen heeft die zijn armen omhoog). Het teken was veel te zien bij vredesdemonstraties en daardoor is het een algemeen vredesteken geworden.

Op de scholengemeenschap zijn de ‘occulte’ agenda’s weer teruggenomen en vernietigd. De scholieren zelf vonden alle ophef maar onzin. Niet alle leerlingen leverden hun oude agenda in. Anderen vonden de nieuwe, vervangende agenda maar saai en tekenden die zelf vol met vredestekens.

Enge heks

Mythosofe Lisette Thooft schreef in Onkruid (september/oktober) over haar ‘Heksenworkshops’, waarin het niet gaat “over die wijze vrouw die kruiden zoekt in het maanlicht of een dans doet voor de herfst.” In de workshops gaan vrouwen op zoek naar “de feeks in onszelf” – en daarmee wordt geen ongetemde vrouwenkracht bedoeld, maar onaangename trekjes als afgunst, leedvermaak, manipuleerzucht of overdreven dramatisch doen. Thooft lijkt van mening dat die deel uitmaken van iets universeel-vrouwelijks.

Ze vertelt het verhaal over Amor en Psyche: de menselijke Psyche verpest haar relatie met de liefdesgod door te luisteren naar de roddel van haar zusters, en nieuwsgierig te worden naar de identiteit van haar minnaar. Pas na veel omzwervingen komt alles goed, wanneer Amor er voor zorgt dat Psyche een godin mag worden. En het verhaal over de lelijke vrouwe Ragnell, die beeldschoon wordt als haar ridderlijke echtgenoot Gawan erkent dat zij recht heeft op liefde en zeggenschap over haar eigen leven.

De moraal van deze verhalen is dat vrouwen zich moeten verenigen met hun innerlijke ridder (animus) en van daaruit hun innerlijke heks moeten omarmen. Van het vrouw- of heksbeeld dat ik in dit alles proef, word ik niet bijzonder blij, maar de vrouwen bij de workshops ervaren dit duidelijk anders. Zij ronden de zoektocht naar hun schaduwkanten af met positieve, bekrachtigende affirmaties.

Vrouwenkracht

Al wat ouder nieuws (de laatste expositie eindigde in juli), maar ik had het nog niet eerder gezien. Katarzyna Majak fotografeerde en sprak met 29 Poolse ‘Women of Power’: heksen, traditionele genezeressen, boeddhistes, sjamanen en andere vrouwen die een spiritueel en/of heidens pad bewandelen in een land waar 90% van de bevolking het katholicisme aanhangt. De interviews en foto’s (een aantal is op internet te bekijken) vormden een reizende tentoonstelling en zijn (of worden) gebundeld in een boek.

Mannenkracht

Bestaan er nog wildemannenworkshops waarin mannen op zoek gaan naar de goddelijke jager in zichzelf, om die de ruimte te geven door in de bossen stoere dingen te doen en heel hard “oeh!” te roepen? Zo niet, dan konden degenen die toch graag iets dergelijks zouden willen, dit jaar meedoen aan het Nederlandse kampioenschap burlen in het nationale park De Hoge Veluwe.

Burlen is het geluid dat mannelijke edelherten maken in de bronsttijd. Ze proberen hiermee indruk te maken op de hindes en tegelijk andere mannetjes te laten weten dat ze niet bang zijn voor een geweiengevecht. Jagers doen het geluid na om herten te lokken. In Duitsland, waar meer wordt gejaagd, worden hier al langer kampioenschappen in gehouden. Vrouwen kunnen ook meedoen, maar de meeste deelnemers zijn mannen. De Nederlandse kampioenschappen waren een groot succes.

Ritueel tegen fracking

In september werd er een beroep gedaan op de innerlijke krijger van zowel mannelijke als vrouwelijke heidenen (pagans), om in Glastonbury of in de eigen omgeving deel te nemen aan een ritueel tegen fracking in Groot-Brittannië. The Warrior’s Call heette de oproep. Om de ecologische voetstap van de deelnemers aan het ritueel zo klein mogelijk te houden, werd verzocht zo veel mogelijk lokaal te werken.

Fracking, of hydraulisch kraken, is een omstreden methode om schaliegas en andere fossiele brandstoffen te winnen. Er wordt een vloeistof in de bodem gepompt waardoor daar kleine barstjes in ontstaan en de brandstoffen vrijkomen. De heilige bronnen – Chalice Well in Glastonbury en de bronnen van de godin Sulis in Bath – lopen gevaar hierdoor te worden vergiftigd, schreef The Warrior’s Call. Die zorg is niet onterecht, blijkt uit een bericht in Trouw, begin oktober: “Op een plaats [in de VS] waar afvalwater van schaliegaswinning geloosd wordt, hebben onderzoekers radioactiviteit vastgesteld, naast verhoogde waarden voor zouten en metalen in riviersedimenten.” Methaan, waterstofsulfide en andere stoffen kunnen vrijkomen of in het grondwater belanden en er is een verhoogd risico op aardbevingen.

De energieën die tijdens de rituelen zouden worden gebundeld in een ‘cone of power’ (kegel van kracht), moesten samen een beschermend magisch web om Groot-Brittannië weven. Vanuit de bundeling van krachten kon iedereen vervolgens weer iets terug laten stromen naar de eigen omgeving. Ter ondersteuning was een sigil ontworpen waar deelnemers zich op konden focussen. Druïde Philip Carr-Gomm schreef een ritueel dat voor elke plaats ter wereld, of voor de hele aarde kon worden gebruikt.

Sigil

The Warrior’s Sigil

Paganistische politiek

Veel hedendaagse heidenen steunen de milieubeweging. Ze protesteren tegen de aanleg van snelwegen of tegen het afmaken van dassen en zijn voorstanders van het aanplanten van bomen, schreef Liz Williams in augustus in the Guardian in haar lezenswaardige serie over het paganisme. Hoewel er in het Verenigd Koninkrijk ook rechtse tot extreemrechtse heidenen zijn, zijn die in de minderheid. De meesten zijn liberaal tot links en een vrij groot aantal beschouwt zichzelf als anarchist. Dit is begrijpelijk, schrijft Williams, want het paganisme kent geen eenduidige, formele organisatiestructuur en de theologische opvattingen van pagans kunnen onderling sterk verschillen.

In de Verenigde Staten ligt dat iets anders. Doordat religieuze organisaties daar een belastingvoordeel hebben, is het aantrekkelijker om de zaken meer te formaliseren. Amerikaanse heksen hebben de neiging om sterk de nadruk te leggen op de lijn van inwijding en “dogmatisch te doen over een spiritueel pad zonder dogma’s”.

Het paganisme als religieuze stroming is relatief nieuw. Misschien verklaart dat waarom er nooit een gedetailleerd uitgewerkt ethisch systeem is ontwikkeld. Afgezien van een ongeloofwaardige ‘Wet van Drie’ die stelt dat elke (mis)daad in drievoud naar de dader terugkeert, is de enige regel “berokken geen schade en doe wat je wilt”, een spreuk die via Crowley en Rabelais kan worden herleid tot – nota bene – de kerkvader Augustinus! Uitzonderingen vormen het Noordse heidendom dat beschikt over een reeks voorschriften voor het gedrag in de dertiende-eeuwse Havamal, en andere oudere stromingen zoals voodoo, candomblé, en de Britse en continentale volksmagie.

Het paganisme biedt zoveel ruimte aan een eigen invulling dat would-be leiders weinig houvast vinden om een paganistische sekte te vormen, schrijft Williams. Er zijn er wel die het proberen, maar die komen nooit ver omdat de andere pagans te eigenwijs zijn voor de rol van volgeling. Alleen de gemeenschap Damanhur in Italië, waar men onder meer de goden Horus, Sekhmet en Pan vereert, heeft sektarische trekken. Maar daarvan is de leider deze zomer overleden en het is niet ondenkbaar dat de groep nu uiteen zal vallen.

Gouden Dageraad

In september kwam de Griekse politieke organisatie Gouden Dageraad Gouden Dageraad uitgebreid in het nieuws, na de moord op de antifascistische hiphopper Killah P (Pavlos Fyssas). Een man die met een bebloed mes werd gearresteerd, bekende de moord en zei lid te zijn van de Gouden Dageraad. Deze groepering is in korte tijd een van de populairste politieke partijen van Griekenland geworden. Na de moord is de partij onder de loep genomen en tot criminele organisatie verklaard. Gouden Dageraad wordt verantwoordelijk gehouden voor diverse misdaden, waaronder geweldsdelicten (met name tegen immigranten, homo’s en anarchisten), afpersing en het witwassen van geld.

Wat sommige mensen zich ongetwijfeld hebben afgevraagd, is of die Nationale Volksbeweging Gouden Dageraad in Griekenland iets te maken heeft met de Hermetische Orde van de Gouden Dageraad, of dat de naamsovereenkomst puur toeval is.

De leider van de ultranationalistische partij, Nikolaos Michaloliakos,  blijkt in het begin van de jaren tachtig, nog voor de oprichting van de partij, een tijdschrift te hebben uitgegeven met de naam Gouden Dageraad. In dat tijdschrift stonden neonazistisch-heidense teksten gericht tegen “het joods-christelijke model”. Giorgos Ioannidis citeert (vertaling door Google, enigszins gefatsoeneerd door mij): “de godsdienst van Europa is het heidendom, dat is de uitdrukking van het religieuze gevoel van de Arische mens. In het heidendom leeft nog de oude religie van de primitieve puurheid, gewoonten, tradities, festivals, mythen, en een duurzaam en vruchtbaar contact met de natuur.”

Jason Pitzl-Waters schreef in zijn blog The Wild Hunt: “Wie zich dit mocht afvragen: de partij bedient zich van nationalistische pseudo-paganistische ideeën, maar heeft ook het populistische potentieel ontdekt van de Grieks-Orthodoxe kerk. Zoals de meeste fascisten gebruiken ze geloof en traditie alleen als opstapjes naar de macht.” Hierop kreeg hij een brief van een aanhanger van die partij, van de strekking dat het de enige politieke partij ter wereld was die het paganisme echt serieus nam, en waarom hij niks positiefs over ze schreef terwijl ze alleen maar tegen het internationale zionisme waren, en dat ze iedereen die zich tegen hen keerde zouden vernietigen!

De paganistische pluriformiteit blijkt zo ruim, dat ook extreemrechts er een eigen draai aan kan geven. In Engeland is (schrijft Liz Williams)  “gelukkig slechts een handjevol” heidenen lid van de extreemrechtse English Defense League. Nick Farrell schrijft dat extreemrechts zich vaak voelt aangetrokken tot het vermeende elitaire karakter en de geheimhouding van het occultisme . Hij maakt zich er zorgen over dat iemand als Julius Evola, “de favoriete occultist van Mussolini”, tegenwoordig weer wordt “afgestoft en gepresenteerd als een occult genie”. In welke mate Michaloliakos of zijn partijleden zich hebben toegelegd op het hermetisme, is niet bekend.

Donald Michael Kraig deed een oproep aan de leiders van de diverse vertakkingen van de Hermetische Orde van de Gouden Dageraad, om zich te distantiëren van de Nationale Volksbeweging Gouden Dageraad. Velen gaven hieraan gehoor.

 

~ met dank aan iedereen die me nieuws toestuurde of me er op attendeerde! ~

Geplaatst in Nieuws | Getagged , , , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Oud nieuws in de verjongingsketel gegooid – Samhain 2013

Review: A teaching handbook for Wiccans & Pagans

A Teaching Handbook for Wiccans & Pagans. Practical guidance for sharing your path
Thea Sabin
Llewellyn, 2012, 299 p. ISBN 978-0-7387-2710-3. € 17,95.

Thea Sabin wrote Wicca for Beginners that was reviewed positively. And rightly so, because Sabin succeeded in describing the philosophy and the practice of (traditional, initiatory) Wicca for beginners. Now she presents a guide for all teachers of Wicca and the broader field of Paganism. Because: “As the Pagan and Wiccan communities grow, so does the need for teachers, mentors, and role models. For those who want to share their knowledge, teaching can be a very empowering and spiritual experience. But practicing the Craft and teaching it are two different things.”

One does need a basic knowledge of the subject before being able to teach it. But just having a certain knowledge does not make one a teacher, though some people seem to be born teachers. It helps to learn a little about teaching before you actually take on students. Sabin wrote the Pagan teacher training manual she’d wished she had when she began teaching. She describes techniques and best practices and thus gives tools to the people who contribute to their community as teachers. Sabin does not only share her own experiences, but interviewed other teachers in Wicca and Paganism who share their knowledge. Among those T. Thorn Coyle, Pete ‘Pathfinder’ Davis, Ellen Evert Hopman, Patrick McCollum and Oberon Zell-Ravenheart and the director of Cherry Hill Seminary: Holli Emore.

In my opinion the book is valuable for lots of teachers outside of Paganism too. Maybe even more to a more general group of teachers than to a core of Wiccans (or to Wiccans teaching other subjects than Wicca). The idea of whole classes studying Wicca is new to me. We (Gardnerians in the Netherlands, in the Silver Circle tradition) are used to one-on-one training, either in a correspondence course or student and teacher meeting in person. Having more than one or two students at the same time, in the same phase of learning, does not occur often, in my experience. And – depending on tradition – only some training is done before initiation, and the rest afterwards. I asked around, and advertising courses in Wicca is not very common either. Wiccan teachers can be found, but you have to search. There’s a list of contacts in the Arachnes’ Web pages in this online magazine (our equivalent of Witchvox listings of local Pagans). You can come into contact with teachers in pubmoots (‘Witches’ cafés’), through Wiccan and Pagan forums on the internet or by asking around. But advertising courses in real adds in magazines does not happen.

So not everything in this book applies to every possible Wiccan or Pagan teacher. Having said that: the guide is very complete and informs potential teachers of everything they could encounter. Where do you find students (or how do they find you)? How do you screen them? What are adult teaching styles – adults ask for other methods of teaching than children or teenagers! Where are you going to teach (at home, in the local library or Pagan bookshop, in a community center?) How do you prepare your lessons? How can you teach online, what facilities are there to aid you and your students? Some problems are more urgent to Wiccans and Pagans than to other teachers. Since there still are many misapprehensions and prejudices about Paganism, let alone Wicca, not everyone will be able or willing to invite interested people at home. And there’s the issue of money: most Wiccans do not charge for passing on the tradition, other than expenses. How much money will it cost you to teach? And how much in terms of space, time, energy? When you do make a business out of your teaching, there are legalities to consider: insurances, taxes, licenses. And waivers of liability, or waivers of permission signed by the parents when you teach minors.

What I particularly like about this teaching handbook, are the chapters on ‘A few possible pitfalls’ and ‘Care and feeding of the teacher’. One of the advices to avoid or address pitfalls is ‘not avoiding conflict’. Communicate clearly with the students. And in an early stage of conflict, or better even: before a situation turns into a conflict. Some teacher-specific challenges are ‘hubris and believing your own hype’ and ’the guru syndrome’. But also ‘exhaustion and burnout’ and ‘facing your own demons’ are dealt with. A final chapter is about Pagan clergy. Once you’re established as a teacher, you may be asked to perform marriages and burials too, or to do interfaith work or (prison) ministry. Appendixes give ‘screening questions’ and ‘sample syllabuses’, a list of resources and an index.

Highly recommended for teachers in the Pagan communities and outside of these!

Geplaatst in Boeken, English articles | Getagged , , | Reacties uitgeschakeld voor Review: A teaching handbook for Wiccans & Pagans

Review: Blood Sorcery Bible Volume 1: Rituals in Necromancy

Blood Sorcery Bible Volume 1: Rituals in Necromancy
The Necromancer
by Sorceress Cagliastro
The Original Falcon Press, 2011. ISBN 978-1-935150-81-7
http://www.originalfalcon.com/

I have come to trust Original Falcon Press. They usually publish cutting-edge books from amazing writers Christopher S. Hyatt, Ph. D, Peter J. Carroll, Phil Hine and even Lon Milo DuQuette worked with them, and I have not been disappointed. Until now.

I always feel apprehension when opening a book entitled Something-or-Other Bible. It makes me feel that the authors have an overly high opinion of themselves assuming to publish a work that should be taken as Holy Scripture; they have no clue of what a Bible is – and that ignorance tends to spread over to the subject matter as well, or they simply haven’t had the imagination to come up with an actual title, which forebodes a rather dull read later on.

I also  raised an eyebrow at the name of the authoress. I am not against authors choosing their name, especially when publishing a book, but when one has to put ‘Sorceress’ in her name, it feels she doesn’t have the confidence that it would be apparent from what she writes. Using names of well known people (even in a twisted form) again feels unprofessional and gives the impression of lack of imagination.

For the above reasons I opened the book with dread. The arrangement is not unlike Christoper S. Hyatt’s books, which filled me with new hope only to be let down again by the actual content. The text starts by crediting “attending demons”, a “screeching demon” and “channeled words” of “the 7th Lubavitcher Rebbe”.

In the Prefatory Remarks we see a ‘Who Am I’ part, which I read with interest in the hopes of finding answers. Instead I found sentences like “I am unapologetic and brilliant, well read and an explorer of the processes of great scientists.” Usually people who are all those things have no need to emphasize the fact, although I see why the opinion was needed to be written down in this particular case – none of it becomes apparent in the book.

The basic theory outlined in the book is that blood is within us, therefore ‘Blood Sorcery’ is an absolute sorcery that needs no external tools, yet each ‘spell’ requires cutting yourself somewhere. While it is not impossible that the authoress’ natural nails are fit for such activity (although it does not seem so from the picture she provided for the cover), most people would require some form of blade. This is not the only self-contradiction in the book.

On page 24 she argues “Neither fate nor karma exists, and if they did (and I firmly stand my ground that they do not) they certainly would not exist around Sorcerers.”. Six pages later, however, there is  “ONE CLEAR NON NEGOTIABLE DIRECTIVE” (capitalisation of the authoress): “DO NOT SHARE THIS BOOK. IT IS A TALISMAN. IT CAME TO YOU BECAUSE IT IS YOUR TIME TO READ IT.” (sic). If it’s not my ‘fate’, why exactly did the book “come to me” and how come it’s “my time to read it? Rather confusing.

Generally the whole book is full of rather confused eso-occult-pseudo-scientific theories, a lot of them self-contradictory; ‘spells’ which require either cutting yourself, then doing something Gothic and exotic-sounding (putting six drops of blood in wine, smearing blood on a stone from a crypt, that kind of thing), or animal sacrifice. Sorceress Cagliastro comes across as a very confused and disturbed young woman, and I certainly would not recommend her books to anyone.

Saddie LaMort

Geplaatst in Boeken, English articles | Getagged , | 4 reacties

Recensie: Beschermheer, kind van de wegen, deel 2

Beschermheer, kind van de wegen deel 2
Linda Wormhoudt
Uitgeverij A3 boeken, 2013, 235 blz. € 19,50. ISBN 978 94 91557 06 4

De roman Nephilim van Linda Wormhoudt, het eerste deel van Kind van de wegen, had ik gefascineerd gelezen. Ik was dus zeer benieuwd of Linda in het tweede deel erin zou slagen de aandacht van de lezer vast te houden en het magische, mythische wereldbeeld opnieuw op te roepen en ons verder te voeren langs andere wegen. Dat is haar wonderwel gelukt.

Lesgeven zit Linda in het bloed en dat doet ze dan ook. Elk hoofdstuk bevat een deel waarin Linda haar kennis etaleert over Noordse Goden en Godinnen, over heilige plaatsen, over de lotgevallen van de Sami, de nomaden uit de Russische gebieden, ook wel Lappen genoemd, die nu nog in Zweden, Noorwegen, Rusland en Finland wonen. Details over de meedogenloze onderdrukking van de Sami, in door de kerk en de verschillende staten gesanctioneerde pogingen de heidense nomaden te kerstenen en aan te passen aan de samenleving, worden de lezer niet bespaard. Niet echt een deel van de westerse beschaving om trots op te zijn. De situatie is ogenschijnlijk verbeterd, maar nog steeds worden de Sami gediscrimineerd en gedwongen hun religie in het diepste geheim te belijden, alsof het iets is waar ze zich voor moeten schamen.

Maar het boek is een roman, geen studieboek over de Sami. De verhaallijn van het eerste deel wordt opgepakt. De ik-persoon, Linda, is alweer enige tijd terug uit Koerdistan, waar Nephilim zich voornamelijk afspeelde. Ze krijgt een relatie met Jesse, maar die komt tot een eind als hij naar Australië emigreert. Linda zet, zo goed en zo kwaad als het kan, haar leven als alleenstaande moeder voort, maar er zijn andere zaken die aan haar trekken. De fascinerende wereld van de Sami roept haar en tijdens een reis naar Noorwegen wordt dit gevoel alleen maar sterker. Ze ontmoet een Sami, Mikha, van wie ze veel leert over de magische wereld van de Noordse mysteriën. Bij een later bezoek aan Noorwegen neemt Mikha haar mee naar Finland en samen met hem duikt ze in de ruige en bijna ontoegankelijke natuur steeds dieper onder in de magische wereld, waarin alles leeft en bezield is, een wervelende kosmos van elkaar doordringende realiteiten.

In de meeste hoofdstukken is een deel waarin Mikha in de ik-vorm zijn verleden beschrijft en naarmate het boek vordert wordt steeds een tipje van de sluier opgelicht. Wie is hij en waar komt hij vandaan? Wie heeft hem opdracht gegeven Linda te begeleiden en als haar beschermheer op te treden? En hoe gaat verder met hem en Linda? Dat blijft tot het eind toe spannend.

Beschermheer is bovenal een zoektocht naar wortels, het wezen van de Sami, en ook en vooral haar eigen wortels. Bij haar zoektocht vindt Linda veel aanknopingspunten in de magische wereld waarin ze onderduikt, maar ze wordt voortdurend op zichzelf teruggewezen. Wie is ze en wat haar doel in het leven? Hoe kan ze de krachten die ze in zichzelf ontdekt, gebruiken als ze teruggaat naar Nederland? Ze wil niet een soort goeroe worden die even heeft gesnuffeld aan een andere cultuur om dan als een pseudo-Sami in workshops Nederlanders te imponeren. Daarvoor is de wereld van de Sami voor haar te heilig. Maar wat dan? Tijdens een bezoek aan Nederland van Mikha realiseert ze zich dat zij hier thuis is, terwijl Mikha ontheemd en kwetsbaar haar volgt naar heilige plaatsen in de moerassige gebieden rond Amsterdam, zodat zij nu als zijn beschermvrouwe optreedt.

Meer zal ik niet over de roman vertellen. Lees het boek en laat je meevoeren. Misschien vind je dan tegelijk je eigen wortels. En anders kan Linda je een eind op weg helpen.

(Gepubliceerd met toestemming. Reeds verschenen op de website Circe Wicca.)

Ko Lankester

Geplaatst in Boeken, Recensies | Getagged , , | Reacties uitgeschakeld voor Recensie: Beschermheer, kind van de wegen, deel 2

Review: Anahita, Ancient Persian Goddess & Zoroastrian Yazata

Anahita, Ancient Persian Goddess & Zoroastrian Yazata
edited  by Payam Nabarz
Avalonia Books,  ISBN 978-1905297306 

From Avalonia books: “The Indo-Iranian Anahita is an ancient Persian Goddess, who became a Zoroastrian Yazata (or Angel) and is still part of contemporary Zoroastrianism. Described as a beautiful maiden, who is strong, tall and pure, she is depicted as wearing a mantle embroidered with gold and as holding the baresma (sacred plant) in her hand. She is the Goddess of all the waters upon the earth, her full title being Aredvi Sura Anahita which means moist, mighty and immaculate (pure), and she travels on her chariot pulled by four horses: Wind, Rain, Cloud and Sleet. Closely associated with the King’s investiture she is a Goddess of Sovereignty, thought by some to be the Persian Aphrodite, who also has some remarkable similarities to numerous other ancient goddesses, including Ishtar, Venus, Nana and Isis.

 Bronze Head of Anahita, reign of Tigranes; Hellenic 1st Century BCE, Armenia

Anahita: Ancient Persian Goddess and Zoroastrian Yazata is a collection of papers, art and poetry celebrating this fascinating Goddess from more than 25 esteemed international academics, Zoroastrians, artists and writers. Each in turn share their research and insights leading the reader on a journey of discovery – from the Achaemenid Royal Inscriptions featuring Anahita and Mithra, to the possible relationships between Anahita and the Dame du Lac of Arthurian Legend, representations of her in Sassanian art, William Morris Hunt through to Anahita as the pre-Christian Virgin Mother of Mithra, as well as her role in purification and purity. Studies of the Sassanian rock reliefs, hot mineral springs, and her water ritual in Mahāyāna Buddhism, in addition to an examination of the Sassanid stucco discovered in the Barz-e-qawela in Lorestan province of Iran and women in ancient Elam are all brought together illustrating the significance of Anahita throughout Persian and Middle Eastern history.

This book is the most extensive study of the figure of Anahita in recent years, and includes new and never published before research. Anahita: Ancient Persian Goddess and Zoroastrian Yazata is essential reading for all those interested not just in this Goddess and her history, but also all those interested in Persian and Middle Eastern history.”

I was particularly interested in this book because of my own interest in ANATOLIA. I had wondered before if the name Anahita and Anatolia were linked. And although there wasn’t a direct link there was enough material in this book, that my curiosity was more than quenched when I started reading this wonderful collection of essays.

The meaning and origin of Anatolia, the ancient name of Asia Minor, from M.L. Anatolia, from Gk. anatole ’the east’, originally ‘sunrise’ (which of course happens in the east), lit. ‘a rising above (the horizon)’, from anatellein ’to rise’, from ana ‘up’ +tellein ’to accomplish, perform’. Anahita means in sanskrit ‘who nurtures crops and herds’. Also ‘immaculate’,  that is pure. She is the Ancient Persian Goddess of water, fertility, war and the patroness of women.

As the immaculate, the pure and untouched, it is not difficult to follow the reasoning for historians to have connected Anahita to the cult of the Great Goddess, whether it is Cybele, Ishtar or Aphrodite. In this collection of essays we read about “Anahita’s Water Ritual in Mahayana Buddhism”  to references in Arthurian Legends.

Statue of Anahita in Maragha, Iran

.

.. and the Fountain of Cibeles, Madrid, Spain

So what started out as a wish to to find out more about Anatolia and deities in the area (Asia Minor) … I discovered that Anahita was far more than a local Goddess.

From the Zoroastrian text Aban Yasht 5: “Angel-Goddess of all the waters upon the earth and the source of the cosmic ocean; you who drive a chariot pulled by four horses: wind, rain, cloud and sleet; your symbol is the eight-rayed star. You are the source of life, purifying the seed of all males and the wombs of all females, also cleansing the milk in the breasts of all mothers. Your connections with life means warriors in battle prayed to you for survival and victory. 

A maid, fair of body, most strong, tall-formed, high girded, pure… wearing a mantle fully embroidered with gold; ever holding the baresma [sacred plant] in your hand.. you wear square golden earrings on your ears… a golden necklace around your beautiful neck… Upon your head… a golden crown, with a hundred stars, with eight rays… with fillets streaming down.”

Thanks to Payam Narbarz and Sorita d’Este & David Rankine from Avalonia Books for this important contribution.

Contributors include: Dr. Israel Campos Méndez, Dr. Kaveh Farrokh, Dr. Matteo Compareti, Sheda Vasseghi, D.M. Murdock, Dr. Sam Kerr, Rahele Koulabadi, Dr. Seyyed Rasool Mousavi Haji, Morteza Ataie, Seyed Mehdi Mousavi Kouhpar, Seyyed Sadrudin Mosavi Jashni, Farhang Khademi Nadooshan, Hassan Nia, Masoud Sabzali,  Dr. Masato Tojo, Behzad Mahmoudi, Amir Mansouri, Dr Kamyar Abdi, Dr Gholamreza Karamian, Maryam Zour, Saman Farzin,  Babak Aryanpour, Reza MehrAfarin, Akashanath, Shapour Suren-Pahlav, Ana C. Jones, Katherine Sutherland, and Dr. Payam Nabarz.

Anahita, the Lioness Lady and Queen of Beasts
[British Museum, 500 BCE] 

References:

http://en.wikipedia.org/wiki/Anahita

http://en.wikipedia.org/wiki/Anatolia

http://ancientweb.org/index.php/explore/country/Armenia

http://www.goddessgift.net/anahita-lady-of-beasts-SS-LB.html

Geplaatst in Boeken, English articles, Recensies | Getagged , , | Reacties uitgeschakeld voor Review: Anahita, Ancient Persian Goddess & Zoroastrian Yazata

Review: Of the Wand and the Moon

I had heard of ‘Of the Wand and the Moon’ from Denmark  about two years ago and knew them via YouTube clips such as this, ‘Raven Chant‘.

I really like their music so was overjoyed when I found out they were playing at this years ‘Summer Darkness’ festival in Utrecht.

And I wasn’t disappointed. They appeared in the renovated church at Leeuwenbergh, near the Maliebaan, Utrecht.

Most of what they played was new to me except for the numbers ‘I crave for you’ and ‘My devotion wll never fade’.  With a rather avant garde film playing in the background they were more theatrical/arty than I had expected. I was expecting a more dark folk band. I knew them classed under the  ‘Neo-folk’ genre and the associations with the extreme right wing. Nevertheless I was impressed at how close they sound to their albums. And if they were neo-nazis I didn’t notice.

 (Summer Darkness, Morgana) 

After the concert I later bought a couple of their older albums (from Bol.com… 🙂 ) and have not regretted it.

The first ‘Emptiness, Emptiness, Emptiness’ from 2001 (Euphonius Rec/VME) includes ‘My devotion will never fade’, a hypnotic track with Kim Larsen’s melancholic voice.

Full Tracklist:
1. Lost In Emptiness
2. My Devotion Will Never Fade
3. In A Robe Of Fire
4. Algir Naudir Wunjo
5. Silver Rain
6. Gal Anda
7. Here´s To Misery ( A Toast)
8. Can I Erase The Demon?
9. Reficul
10. I Crave For You (re-recorded, featuring Matt Howden)*
11. In A Robe Of Fire (re-recorded)*
12. My Devotion Will Never Fade (re-recorded)*

The second album is actually the second half of the above album and is called ‘Lucifer’. Again the hypnotic hearthrob sound leads us to a dark, dank place.

  1. LuciferLucifer walk with me
    Lucifer inflame this heart
    Lucifer embrace this soul
    For I am fallen just like youI gave in
    To lifes bitter promises
    Yes I gave in
    But not againLucifer embrace my soul
    I´ve lost everything – all I love
    Lucifer we share the dark
    We are brothers you and II gave in
    To lifes bitter promises
    Yes I gave in
    But not againLucifer share this wine
    Bitter and black like my love
    Lucifer share my wine
    One last toast before I goI gave in
    To lifes bitter promises
    Yes I gave in
    But not again

Links: 
– FFI Website
– An interesting piece about OTWATM including an interview with Kim Larsen touching on politics and runes and so on.
– Certainly an interesting band and if you don’t know them check them out on YouTube or their Facebook page.

 

 

Geplaatst in English articles, Muziek | Getagged | Reacties uitgeschakeld voor Review: Of the Wand and the Moon

Recensie: drie boeken over (de oorsprong van) Sinterklaas

Het geheim van Sinterklaas en de Kerstman. Waarin u de duistere kanten en de magische krachten ontdekt van onze oeroude heidense volksgebruiken
Tonny van Renterghem
Kosmos-Z&K, 1996. 156 p. ISBN 90-215-3001-5 (uitverkocht, maar tweedehands verkrijgbaar)

Originally: When Santa was a Shaman. The ancient origins of Santa Claus and the Christmas Tree. Llewellyn, 1995.

Tonny van Renterghem emigreerde na de Tweede Wereldoorlog naar de Verenigde Staten, waar hij dertig jaar werkzaam was bij de film- en tv-industrie. Daarna keerde hij terug naar Nederland. Hij verdiepte zich tien jaar lang in de oorsprong van de kerstman. En van Sinterklaas en Zwarte Piet, speculaaspoppen, de kerstboom en andere gebruiken en figuren. Het boek opent met de brief van een achtjarig meisje aan een krant in New York in 1897, en een deel van het antwoord dat in de krant verscheen. “Ja, de Kerstman bestaat. Hij bestaat zo zeker als liefde, vriendelijkheid en toewijding bestaan; … De ware dingen in het leven zijn die, welke kinderen en grote mensen niet kunnen zien. …”

Van Renterghem verkent oude mythen en rituelen, en legt links tussen de – op grottekeningen afgebeelde – dansende sjamaan uit de oertijd, Wodan, de heidense winterzonnewende, en Sinterklaas en de Kerstman. Zelf zegt hij: “Beschouw dit boek maar gewoon als een oud detectiveverhaal, een speurtocht naar wortels, dat u bij voorkeur leest bij een gezellig haardvuur tijdens een koude winteravond. / Veel in dit boek is noodzakelijkerwijs gebaseerd op gissingen en op vergelijkingen met nog bestaande primitieve culturen. Daarom verwacht ik dat toekomstige studies een aantal van mijn bevindingen zullen verwerpen of bevestigen. Ik hoop echter dat deze poging anderen zal aanmoedigen om dit onderwerp nog dieper te onderzoeken.” De bibliografie van dit boek is zeer uitgebreid, en aan het dankwoord te zien is de auteur ook te rade gegaan bij musea als het Catharijneconvent en het Rijksmuseum, bij het Meertensinstituut en een kenner van eilandgebruiken op Texel.

Het boek zelf is al een samenvatting van heel verschillende onderwerpen, die ik hier alleen aanstip aan de hand van de inhoudsopgave en onderdelen van de inhoud van elk hoofdstuk:
– Voorwoord
– Inleiding (Gaia, de sjamaan en de geboorte van de mythe)
– De brandende boom (hoe de mens het vuur ten geschenke kreeg)
– Het overleven van de religie (de heidense viering van het leven en voortplanting versus de christelijke fascinatie met dood, zonde en hiernamaals)
– Het berekenen van de tijd (kalenders, verschillende data, begin van de dag bij zonsondergang)
– De oude herinnering (blijvend groene gewassen; ‘de boom van vuur’).
– De sjamaan: de vroege voorouder van Sinterklaas, Zwarte Piet en de Kerstman (vruchtbaarheidsceremonieën)
– Het kruis en de bezem (Germaanse goden, het Romeinse pantheon, Herne/Pan)
– De Nederlandse Sinterklaas en Zwarte Piet (en de Beierse voorouders van Santa Claus; de duivelse, ‘zwarte’ slaaf; Sinterklaas in verschillende Europese landen)
– Oude wortels (“Was de Germaanse god Wodan de eerste Sint? Niet helemaal.”)
– Tradities (de overleving van oude heidense tradities in Nederland, Engeland en elders in Europa)
– De Grote Jacht (een fictieve ‘ooggetuige’ doet verslag van een Grote Jacht uit vroeger tijden)
– Het Grote Feest (vervolg van het fictieve verslag naar nu van de voorloper van ons kerstfeest en verwante feesten)
– Besluit (de donkere kant van de beschaving. Wat tienduizend jaar geleden wel werkte, maar nu niet meer. Hoe nu verder?)

Dit rijk geïllustreerde boek geeft een overzicht van allerlei gebruiken die aan de basis (kunnen) liggen van de huidige viering van Sinterklaas. Fascinerend! Waar het verhaal niet voor iedereen overtuigend zal zijn, geeft het wel opmerkelijke overeenkomsten die het bestuderen waard zijn. Bij veel van onze huidige ‘christelijke’ feesten is ook een duidelijke heidense achtergrond aanwezig. Dat geldt zeker voor het Sinterklaasfeest. De index maakt het zoeken in dit boek gemakkelijk (maar waarom ontbreekt de ‘roe’ daarin?). De bibliografie en illustratieverantwoording wijzen de weg voor wie zelf verder onderzoek wil doen.

 

Wild Geraas. Mijn wonderlijke reizen met Sinterklaas en kerstman
Arnold-Jan Scheer
Aspekt (‘non-fictie’), 2010. 227 p. ISBN 978-90-5911-901-7 .

Levenslang al is weekbladjournalist Scheer (ook bekend van tv-programma’s als Showroom en Paradijsvogels) geïntrigeerd door het fenomeen Sinterklaas. Tijdens een aantal reizen verkent hij de wortels van het Sinterklaasfeest. Hij komt in afgelegen bergdorpen in de Alpen en op de Nederlandse Waddeneilanden, maar ook elders in Europa en daarbuiten. In Myra (nu Demre) in Turkije en in Bari in Italië gaat hij op zoek naar de (letterlijke) restanten van de bisschop Nicolaas. In de afgelegen streken blijken er echter hele andere oorsprongen te zijn voor het Sinterklaasfeest. Duistere, heidense wortels. Sunneklaas, Old Nick, Samichlaus of hoe hij ook maar wordt genoemd, heeft waarschijnlijk te maken met zonnewendevieringen. Opmerkelijk is het verhaal van de ‘Klaubaufs’ in Oostenrijk, maar zeker zo frappant de besloten Sinterklaasvieringen op de Waddeneilanden. Hier wordt duidelijk hoe ‘Sinterklaas’ de vruchtbaarheid kan bevorderen…

Sinterklaas en de Kerstman zijn dezelfde, is ook de conclusie van Scheer, die zich baseert op overeenkomsten in illustraties van beide figuren, met een naaldboom over de schouder. De ‘heilige’ laat zich bijstaan door zwart geschminkte of in dierenvermomming verklede figuren. Niet altijd zijn het de helpers die als ‘duivels’ kunnen worden herkend. ‘Old Nick’ is een van de namen van de duivel. Tot in de negentiende eeuw trokken ‘Zwarte Sinterklazen’ rond in Amsterdam. Ook op de Veluwe (er was geen heilige) en in Friesland gingen zwarte sinterklazen rond, met een ketting aan het been, een bel, een bezem of takkenbos. Hun gezicht was met roet zwartgemaakt.

Tijdens zijn reizen wordt het Scheer duidelijk dat ‘Sinterklaas’ afstamt van de ‘Wilde Jacht’. Dat bewijzen is lastig, maar hij maakt het voor de lezer wel aannemelijk. Wat weerwolven, paarden, katten, heksen (Befana!), berserkers en ‘mummers’ ermee te maken hebben, staat te lezen in dit meeslepende boek. (Dat wel wat redactie had kunnen gebruiken. Er staan nogal wat taalfoutjes in en sommige zinnen zijn niet af). Wat Wodan en Sinterklaas gemeen hebben, wat die dansende sjamaan ermee te maken heeft, en of ‘Sinterklaas’ ook een vrouw had, komt allemaal aan bod. Evenals de fascinatie van de nazi’s voor duizenden jaren oude riten en de link – Germaanse mannenbonden – met de Ku Klux Klan.

Dit boek ontbeert een index, maar biedt een uitgebreide lijst van bronnen, waarbij ook documentaires, speelfilms en musea. Scheer – die een documentaire voorbereidt over Sinterklaas – geeft nog een aantal bijzondere feitjes in de appendix.

Het Sinterklaasboek
Eugenie Boer, John Helsloot
Waanders Uitgevers, 2009. Tweede druk 2010. 352 p. ISBN 978-90-400-8648-9. Nu € 7,50.

Dit kleine, dikke boekje geeft op iedere pagina een illustratie – vaak in kleur – met begeleidende tekst. In het voorwoord ruimt ‘Sinterklaas’ zelf al een aantal misverstanden uit de wereld. Hij komt niet uit Spanje (zie verder het hoofdstuk dat wel naar die reis genoemd is). Dit boek toont en bespreekt:
– de verering van Sint Nicolaas
– legendes over Sint-Nicolaas; de reformatie
– ‘Van Sint-Nicolaas tot Sinterklaas’
– Zwarte Piet; de reis van Spanje naar Nederland
– de intocht
– Sinterklaas en de commercie
– pakjesavond
– ‘Sinterklaas is van ons allemaal’
– de ontwikkeling van Santa Claus.

‘Het Sinterklaasboek’ beschrijft de geschiedenis van het fenomeen Sinterklaas in de lage landen, beginnend bij de ‘heilige’ Nicolaas (inmiddels niet meer als zodanig erkend door de katholieke kerk). De discussie over Zwarte Piet krijgt hierin wel een plaats, maar naar Wodan of de Wilde Jacht zul je tevergeefs zoeken. De cultuur rondom het Sinterklaasfeest – en hoe dat door de machtshebbers niet viel uit te roeien – wordt zeer uitgebreid belicht met talloze prenten en schilderijen. Ook hier helaas geen index, maar wel een uitgebreide opsomming van bronnen en een illustratieverantwoording. Een leuk en leerzaam boek voor iedereen die wel eens Sinterklaas gevierd heeft, en voor iedereen die met grote ogen naar dit typisch Nederlandse verschijnsel kijkt.

Geplaatst in Boeken | Getagged , , | Reacties uitgeschakeld voor Recensie: drie boeken over (de oorsprong van) Sinterklaas

Review: Traditional Witchcraft for Urban Living

Traditional Witchcraft for Urban Living
Melusine Draco
Moon Books, 2012, 152 pages. ISBN 978-1846949784. € 19,95.

With the number of books available nowadays that address the solitary practitioner, it’s surprising to see how very few of them focus on one concrete common fact – that most of us witches (or pagans) do not live in a small cottage in the countryside, surrounded by fairy-tale forests and herbs. That many of us live in flats, inside blocks, in the middle of the city. If you are lucky enough, you’ll have a small house with a garden. If you are even luckier – and your job allows you to do so – you’ll live in the suburbs.

Even though most of the books mention that likely possibility, they do it in a rather ‘patronising’ way – IF one cannot go out to gather herbs, there’s the ‘possibility’ to use those in our kitchen. Personally I consider that that’s showing the reader that “it’s not very nice” but “it should work”, making him or her not appreciate what she’s using and regarding it as a “second hand element” (and we all know how important it is, for our practice, the feeling we put into something.)

In Traditional Witchcraft for Urban Living, Melusine Draco dedicates the whole of this small volume to address this situation. Mainly offering a useful way to develop our Craft practice in what she describes as “an hostile environment” – instead of just stating the obvious inconveniences that we have.

The surprising bit is that she doesn’t achieve this through the seeking of ‘exceptions’, of ‘country-like’ places in the city – she encourages the witch to rediscover the city, to look into it, and to change her (or his) attitude rather than getting stressed by the daily noises coming from the street. In short, she encourages us to make the best of what we’ve got.

She guides us to small places in our city or our own house that may have been overlooked. In each chapter she also offers a useful exercise related to the subject.

The downside of the book is that she tries to draw a broad line between what she considers Wicca & Paganism and witchcraft. To argue that she explains that witchcraft is not a religion, but a practice. That witchcraft is not bound by social rules and conventions, only by the personal morality of the individual. The author also argues that Pagans (including Wiccans/Witches) have a formal Wheel of the Year and that they generally believe that esoteric knowledge should be available to everyone – whilst witches, instead, keep it hidden because it is impossible to convey the meaning of the true mysteries without the appropriate teaching.

During the last decades, there have been several groups who have insisted in developing an alternative system to mainstream Wicca – especially after the publication of a variety of volumes by Llewellyn and the proliferation of different degrees of academic (or even reliability) among this books. The dogmatism popularised by certain books on ‘rules’ or ‘ethics’ like the Wiccan Rede, or the ‘Threefold Law’ (or others, like the 13 virtues) encourage those groups to look for an alternative term, Traditional Witchcraft, even though it is not based on any tradition and neither is a concrete set of practices or rituals, just “folksy and quaint ”.

The irony is that in this book, the author – who is one of those traditional witches – talks about the importance of drawing a circle, several festivities (amongst which we can find the historically inaccurate Ostara), and a personal and individual interpretation of the divine.

Now that to me sounds a lot like Wicca!

This downside doesn’t make the book worse – it just makes the reader raise an eyebrow, especially in those parts where the authors writes about what the old witches used to do. We barely know what witches do nowadays in the same province!

Another thing I really liked is that she covered a few topics that are not discussed in other similar books (as she herself points out), like working during the Dark phase of the Moon.

At the end of the book, Melusine raises a few very good points that I consider key for the solitary practitioner: The dark night of the soul, how do I know that this isn’t just a fantasy or illusion? Is this still truly my path?

In conclusion, the historical accuracy and the Wicca rant aside, I believe that this a small and valuable primer, for those witches who live in the city and want to find a few, very good, tips on how to develop their practice whilst  taking advantage of their surroundings.

Geplaatst in Boeken, English articles | Getagged , , , | Reacties uitgeschakeld voor Review: Traditional Witchcraft for Urban Living