Review: Daughters of the Spring: Mor Karbasi

Daughters of the Spring: Mor Karbasi

CD 9488199942 from  Le chant du monde: www.lechantdumonde.com

See also: http://www.morkarbasi.com/home

I first came across Mor Karbasi when I heard her debut album “The Beauty and the Sea”  (2008). This was reviewed in the Beltane edition of WR-online. I was deeply moved by this young singer of Shephardic music. It was then with great pleasure to see this new CD appear  in the Spring of 2011.

It is no disappointment either! This is a worthy follow-up to the earlier mentioned CD.

Again this is a mixture of traditional Sephardic songs such as the haunting “Arvoles” (Trees cry for Rain) and the almost raunchy “Dezile al mi Amor” (Tell my love) to Mor’s own compositions such as “Un Beso de Vida” (A kiss of life).

To hear and see more about Mor Karbasi and the Ladino culture take a look at this documentary:

http://www.youtube.com/watch?v=QciFZMUo8FU

Using  her own songs as a soundtrack she talks about her roots and her family, her aspirations and of course her music.

Definitely worth a listen!

and for Dutch fans, looky, looky: http://www.morkarbasi.com/live

 
Eindhoven Muziekgebouw Eindhoven, kleine zaal Eindhoven 11/19/11 8:00pm
Rotterdam Lantarenvenster 11/20/11 3:30pm
groningen De Oosterpoort  11/21/11  8:00 pm
Geplaatst in English articles, Muziek, Recensies | Getagged | Reacties uitgeschakeld voor Review: Daughters of the Spring: Mor Karbasi

Redactioneel Samhain 2011

Op dit moment vragen in de kranten twee berichten de aandacht die ik niet los van elkaar kan zien. Rond deze tijd wordt de zevenmiljardste aardbewoner geboren, en de groei van de wereldbevolking zal nog wel even doorgaan. En de mens zal steeds ouder worden, volgens sommige wetenschappers. “De eerste mens die 150 jaar zal worden, is nu al geboren”. Dit soort berichten roept vragen bij me op. Kan de aarde zoveel bewoners aan? Is er genoeg ruimte, genoeg voedsel en water voor al die mensen? Als iedereen naar onze huidige levensstandaard wil leven, met onze ‘ecologische voetafdruk’, komen we aan één aarde tekort. Er zijn wetenschappers die al uitkijken naar een andere planeet om naar te kunnen verhuizen, alsof we daar op afzienbare tijd de technologie voor zouden hebben, en alsof die planeet op ons staat te wachten.

Op dit moment is de levensverwachting van veel aardbewoners nog een stuk lager dan die van de bewoners van Europa en Noord-Amerika. ‘Wij’ worden nu zo’n 80 tot 90 jaar. Als iedereen zo lang in leven blijft, wordt het nog veel drukker op aarde. En als we allemaal 150 jaar oud zouden worden, dan zou de wereldbevolking nog veel meer toenemen. Wij zouden tegelijkertijd leven met onze kinderen, onze kleinkinderen, en mogelijk nog twee generaties nakomelingen. Een mooie oplossing voor de ‘krimpende’ dorpen en steden in sommige streken, maar de nu al uitpuilende miljoenensteden elders op de wereld, groeien dan waarschijnlijk helemaal uit hun voegen.

Een oplossing voor de wereldproblemen heb ik niet. Ik moet het trouwens nog zien, dat de levensduur zozeer gerekt kan worden. Ik zie maar steeds de beelden voor me van Goldie Hawn en Meryl Streep in de film ‘Death becomes her’. De dames zijn onsterfelijk geworden, maar hun lichaam is niet onkwetsbaar. Het vergt nogal wat reparaties om hen toonbaar en functionerend te houden. Fantasy en science fiction houden ons een spiegel voor. Mensen die op een andere manier leven dan gebruikelijk is in de samenleving, doen dat ook. Of het nu om ‘Occupy’ gaat of om De Kleine Aarde, om ’transition towns’ of ‘sustainable cities’ (duurzame steden) en ‘earthships’ (aardehuizen, gebouwd met gerecycleerd materiaal en zelfvoorzienend in stroom en water).

Ook religie en filosofie bieden andere manieren van kijken. Een van de uitgangspunten in magie is dat je lichaam je tempel is. En een van de basisregels in wicca is dat je niemand schaadt. Ook jezelf niet. Dat betekent dat je goed voor je lichaam moet zorgen. Goed eten, genoeg bewegen, en in het algemeen de verantwoordelijkheid op je nemen voor je eigen lichaam en je eigen leven. En als je de regel ‘(doe wat je wilt) mits het niemand schaadt’ breder toepast, dan neem je ook verantwoordelijkheid op je voor waar je eten vandaan komt. Hoe is het tot stand gekomen, heeft daar iemand schade door geleden? Een dier, mensen, de aarde zelf? Zijn het producten die zoveel mogelijk winst moesten opleveren, of kwam er bij het kweken respect aan te pas, voor andere wezens en de aarde zelf?

Misschien is de winter die nu begint een goed moment om te gaan onthaasten. Het werk op het land is gedaan, de oogst is binnen. Tijd om de balans op te maken en nieuwe plannen te maken, om later weer opnieuw te gaan zaaien. Alles keert terug naar de basis: de takken van bomen en struiken zijn kaal, de bladeren van de hosta sterven af en de hele plant zal straks voor maanden onzichtbaar zijn. Hoe zit dat met jezelf? Hoeveel overbodige franje heb jij in huis? Hoeveel spullen heb je, hoeveel tijd kost het je om zoveel geld te verdienen dat je die dingen kunt aanschaffen? Moet je werkelijk van ieder gadget het nieuwste exemplaar kopen? Wil je met de mode meedoen of duurzame producten aanschaffen? Misschien is er een manier om zowel modieus te zijn, als duurzaam. Met duurzame kleding en meubilair, met wat nieuwe accessoires kun je er ook trendy uitzien.

Duurzaam leven betekent niet per definitie ’terug naar de  middeleeuwen’: met zonne-energie en wind-energie kun je ook stroom opwekken voor allerlei apparatuur die je niet meer wilt missen, zoals je computer. En je hoeft niet per se je spullen bij de kringloopwinkel aan te schaffen – al sta je er misschien versteld van wat ze daar allemaal hebben. Waar ik voor pleit, is om je bewust te zijn van wat je doet, om weloverwogen beslissingen te nemen over de keuzes die je maakt. Om je ‘voetafdruk’ kleiner te maken, omdat dat eerlijker is tegenover andere aardbewoners van nu en later.

En op kleinere schaal is het goed om dagelijks even afstand te nemen van de ‘rat race’, om contact te zoeken met de aarde en met de goden. Neem de tijd om te mediteren, alleen al omdat het goed is voor jezelf, fysiek en psychisch. Ga ook in de winter naar buiten om te wandelen, om een half uur per dag lekker buiten te zijn. Overdag, omdat het licht goed is om depressies tegen te gaan, of juist ’s avonds, als je zo iemand bent die er het liefste met de bezem op uit gaat in weer en wind. En doe wat je te doen hebt met aandacht, met liefde en plezier. Probeer het een maand, en kijk wat het je brengt.

Gelukkig nieuwjaar!
Jana.

Benieuwd welke artikelen er dit seizoen bijgekomen zijn?
Bekijk hier de inhoudsopgave van dit nummer!

Geplaatst in Editorials | Getagged , , | 4 reacties

Your Own Celebrations of Winter


Can you feel the chill in your bones? In the coldest, darkest of times, perhaps that’s when we enjoy warmth the most….

Winter’s Chill

From Autumn’s gentle cool, we turn to the extreme of Winter. Winter sorts out those things which are strong enough to survive the harsh cruel times, to sow their seeds again in Spring. After the new birth of Spring, the growth of Summer, and the fruition of Autumn — Winter brings a cold dark sleep to the busy Earth. Likewise, our own lives “chill out” a bit during Winter, as we put away our Summer toys. We turn inward; we renew our love affair with hearth and home.

In Winter, we need to make our own warmth and light, rather than merely find it in the Summer sun.  We proactively create warmth in our home.  Blankets and boots, sweaters and scarves, heaters and hot cocoa these are the magical tools of Winter, with which we evoke the warmth that we crave.  Whether you use a wood-burning fire place, or modern-day furnace, you invite the powers of fire to enter your home.

To make an analogy, for food we can hunt and gather what is already available, or we can farm — and actually create the food that we eat. Likewise, in Winter, we create the “fires” we need to survive, warmth that otherwise would not be there. Creating something is one of the most magical events we ever do.

How do you create fire and warmth? How do you relate to the warmth-making tools you use, year over year? Celebrate the people, places and things which keep you warm when you need it most. See them as a magical part of your life, and honour them for the gifts that they give. Say a few special words each time you light your flame, set your thermostat, or prepare your warm woolly clothes.

In Winter, the outdoors looks much different than it did just a few weeks ago. The trees stand naked. They let us see their true shape, expose the gentle curves of their branches, unclothed by leafy green.

Look at your favourite trees now. See them right down to the bone. As each individual tree becomes leafless, the entire forest opens itself up to be seen.  In the lush green of Summer, leafy trees are so full that they hide what stands behind them.

They let us see only a few feet ahead of us to what is on the surface. But in Winter, we can see much further, much deeper into the forest than any time of year. What do you notice now that otherwise was hidden? See your favourite places in a new way, in a way that only Winter can show you.

Winter’s apparent lifelessness takes away so much foliage, that we focus on those few plants left. Perhaps it is no accident that we associate Evergreens with this season. Even in the darkest of times, what parts of you always seem to hang in there, no matter how rough life gets? What within you manages to cope with your bleakest moments, pulling you through till brighter days appear? Perhaps we all have a spark within us that is truly ever green!

Winter Treats

I always marvelled at how nature gives us a great big refrigerator, at the same time our special holiday foods roll around. Growing up, I remember my Mother used our chilly garage to store left-over turkeys, big pans of lasagne, soups, pies and other holidays treats — perfect timing to keep those treats from spoiling.

Likewise, citrus crops brought in from warmer places, peak in the Winter months. Mother Nature gives us a healthy dose of Vitamin C, just when we need it most! Winter also brings the warmth of chestnuts, which hold magic like no other season can offer. Chestnuts are the seeds of a tree, coming straight from the Earth, in their own natural wrapper, unprocessed and unadulterated. Once roasted, they tickle your nostrils, (burn your fingertips) and let you take a tasty bite out of Winter!

What holiday treats do you find only during the cold months of December, January and February? Don’t limit your treats to just food. On February’s Valentine’s Day, the roses are red and the violets are blue! Do you have a special someone, an old love or new? See your Beloved as a unique form of the God or Goddess within your own life. Worship them; thank them for their many gifts. Then snuggle close, and warm a Winter night. 

Solstice Cycles

In the northern hemisphere, we celebrate the dawn of Winter near December 21. This is the darkest day, but marks the point where daylight begins to grow again until reaching its peak on the Summer Solstice. Solstice days remind us that the annual cycle waxes and wanes, just like any other cycle.

If you attach special meanings to the moon’s waxing and waning, what long-term magic might you find in the months between the solstices? What things in your life do you want to grow, like the daylight increases, just a smidgen each day over the next six months? What things do you wish to rid yourself of, just as the darkness fades away?

Imagine Summer is like the peak of noon, and Winter is like the dark of night. What similarities do you find between all the different cycles you encounter?Day to week, week to month, month to year the cycles in nature show us how things which may seem unrelated are actually all linked together, woven into an interrelated tapestry – of which you (yes, you!) are a part.

Perhaps the lessons of Winter might benefit us in other parts of life. Stock up on what you need, because it won’t always be readily available. Stay close to what warms you. (And always wear your protective ‘mittens’ when you go out to play!)

Winter’s Magic

What special forms of magic might work best during Winter? Try using the things that are unique to the season, like pine cones or holly, or even snow and ice!  Snow and ice are special forms of water, and very close kin to Winter. Whether you gather a bit of the first gentle snowfall, or chop off a chunk of a raging blizzard, try storing a piece of Winter in your freezer for the water you use during rituals. Add a bit of it to the special collection of waters you may already have from the rain, sea, and rivers. If you enjoy crystal gems, try scrying into a crystalline piece of ice, naturally formed by the energy of the season.

Why not use Winter’s chill to create something magical out of ice? Find a suitable container, fill it with liquid and forge an icy shape by letting it set outside on a cold Winter night. What aspects of your life might you want to cool down, or maybe strengthen and solidify into something more tangible? What obstacles do you want to just melt away, out of your life and into thin air? A tool formed of ice can be the most versatile tool you could ever ask for, whether it’s a special magical charm, or just a home-made fruit-juice popsicle! As children, we bring Winter to life via the Snow Man ‘poppets’ we make in our yard. If you skate, Winter lets you literally walk on water. The magic you make with ice and snow is limited only by your imagination!

Sometimes even the most mundane Winter activities can be very magical. Winterizing your car or salting an icy walk can be spells of protection. If you exchange gifts over the holidays, bless those gifts, empowering them with something magical in addition to their physical form. Shopping, wrapping and giving:  is this any different from raising and focusing energy to cause magic? Feel the energy within your gift be released in a sudden magical ‘whoosh’ when someone special peels off the wrapper.

New Year’s Eve

We mark time by celebrating not only each new year, but the passing of the old year. How we celebrate this ritual often describes who we are, and which chapter we are living within our own personal life’s story. Look back over your journal, even if it’s only the memories in your head. How did you ring in last New Year? Two, five, ten years ago?  Who were you with? How have your priorities changed over time? What resolutions did you make, and how have those resolutions changed you? See how you progress within your own cycle, whether waxing or waning into what you are today.

For something special this New Year’s Eve, chill your bottle of champagne by placing it outdoors in the cold. Toast both the old and new year, and drink in a bit of Winter’s magic!

January is named after the Roman God Janus, who looks both ahead toward the future, and behind to the past. He is the ‘doorway’ which unites past, present and future.

How fitting for the New Year! Look back to where you have been, and build upon what strengths you have earned. Then dream onseeing what you desire for the coming year. Resolve to make those dreams come true, whether something simple or a major life change! Why not take some time to add a special New Year’s Ritual, where you reflect back on what has happened, and look forward to see what is yet to come in the New Year?

The Four Seasons

Spring, Summer, Autumn and Winter all join to form a wheel that keeps on spinning, year after year. Each year, look for new ways to see the sacred and magical side to each season, as part of your everyday life. Go to your favourite place, at least once during each season and notice how it changes.  Look for similarities in the changes in nature, and the changes within your own life as you move from season to season, from phase to phase. Create your own celebrations of the seasons, finding them everywhere you look!

Geplaatst in English articles | Getagged , | Reacties uitgeschakeld voor Your Own Celebrations of Winter

Stone-people


Achter in de tuin is mijn buitenaltaar. Verborgen onder de bruidsluier, die de rozenstruik, een erfenis van de vorige bewoners, totaal overwoekerd heeft liggen stenen uit verschillende streken. Nederlandse en buitenlandse. Ik heb altijd wat met stenen gehad. Als kind verzamelde ik ze al. Iemand bij ons in de straat had een oprijlaan van grint. En soms, als we naar school liepen was daar een bepaald steentje dat riep, dat opviel, dat mee wou met me. Terugdenkend is dat met stenen eigenlijk altijd al min of meer zogeweest, dat ik me liet roepen. Vroeger bleven die stenen in mijn jas of ze belandden op mijn kamer. Of ik speelde ermee in de serre die tegen ons huis aangebouwd was. Uiteindelijk verdwenen ze meestal. Naar buiten neem ik aan.

Later leerde ik over de eigenschappen van edelstenen, ging ik naar mineralenbeurzen en verkende ik die wereld. Een mooie wereld. Ook daar heb ik geleerd me te laten roepen door een steen en me niet teveel aan te trekken van wat er in de boekjes stond. Maar het had toch niet hetzelfde als in een bos lopen en een metgezel vinden. Maar met mineralen kun je werken. Hoe zit dat eigenlijk met gewone stenen?

Vanuit het sjamanisme leerde ik dat stenen de botten van moeder aarde zijn. Stenen onthouden, ze zijn goed in het vasthouden van energie. Op plekken waar iets naars gebeurd is, kunnen stenen de energie vasthouden zodat iemand die gevoelig is daar ineens in terecht kan komen. Stenen kunnen huizen zijn, boodschappers, metgezellen.

Sjamanen gebruiken stenen om ziekte in op te slaan. Als ze een ziekte uit iemands lichaam halen, stoppen ze die in een steen zodat ze zelf niet met de energie rond blijven lopen en daarmee het gevaar lopen zelf ziek te worden. Er wonen geesten in stenen, die geëerd worden met offers. Ze kunnen ook een gevangenis zijn voor een kwade geest.

In de zweethut werden de gloeiende stenen binnengedragen. Eén voor eén. Ieder van de stone-people werd welkom geheten en geëerd. Met elke steen, werd de hitte intenser… Om het vol te kunnen houden, leerde ik me te verbinden met de stone people. Leerde ik me openstellen voor hun kracht en steun. Stone people, dank voor jullie hulp.

Tegenwoordig doe ik geen zweethutten meer, maar de lessen die ik daar geleerd heb, in het donker, zijn me nog steeds behulpzaam in het beter begrijpen van stenen. Een steen gaf me kracht tijdens een wandeling in Schotland en in ruil daarvoor nam ik hem mee in mijn jaszak, naar allerlei verschillende plekken. Nu ligt hij bij mijn tuinaltaar, tot hij me weer het gevoel geeft dat het tijd wordt voor een andere omgeving. Ik heb geleerd om stenen te gebruiken in mijn rituelen. Steen vindt het prima om een anker te zijn voor een bepaalde energie. In een bepaalde vorm van voorouderwerk dat ik doe, zijn het stenen die representanten zijn voor specifieke voorouders. En ik voel dat zich verschillende energieën met de stenen verbinden zodat ermee gewerkt kan worden.

Ook gewone stenen kunnen helpen, vaak omdat ze steun kunnen geven op bepaalde gebieden. In de cursus die ik afgelopen zomer gaf, was een vrouw die veel moeite had met zichzelf rust gunnen, ze moest altijd maar door van zichzelf. Een van de grote stenen die ik mee had genomen om de rituele ruimte af te bakenen, maakte duidelijk kenbaar dat hij de kwaliteiten had om haar daarmee te helpen. Ze was heel gevoelig en ze merkte duidelijk de kracht, steun en vriendschap die ze ondervond van de steen. Voor mij was het een nieuwe ontwikkeling, om op deze manier stenen in mijn werk te betrekken, of liever gezegd, te laten gebeuren dat ze zichzelf erbij betrokken.

Maar ik hoop nog veel samen te werken met de steenmensen. En lach zachtjes in mezelf als ik mijn kinderen thuis zie komen met hun zakken vol stenen. Steen is geduldig, ze zullen tegen ons blijven spreken en wachten tot we eindelijk weer gaan horen.

Geplaatst in Artikelen | Getagged , | Reacties uitgeschakeld voor Stone-people

Zand en modder – gedachten rond de oud-Egyptische reis naar het Dodenrijk

Ooit gingen Egyptenaren gewoon dood. Ze werden begraven in de nabije woestijn; hun lichamen vergingen daar niet maar droogden uit: het zand bleek conserverend te werken. Op een gegeven moment hield het daar niet mee op en moesten ze op reis naar het Egyptische dodenrijk, de Duat. Dat was een lange en gevaarlijke reis. Wilde die slagen dan was het van groot belang dat het lichaam van de gestorvene intact bleef. De doden kregen steeds meer gaven mee: voedsel en drinken, kostbare voorwerpen en beeldjes die als dienaren fungeerden. En de graven ontwikkelden zich van eenvoudige zandkuilen via graftombes naar grote piramides. Alles voor een veilige tocht met aansluitend een aangenaam leven.

Alleen als het fysieke lichaam bewaard bleef, had men kans op een leven na de dood. De nabestaanden brachten offerandes en hielden de naam van de overledene levend, en de dode zorgde dat hij of zij de juiste antwoorden gaf gedurende de reis door de onderwereld; elke naam, elk goed antwoord was een sleutel die toegang gaf tot het volgende gebied. De andere lichamen ba, ka en akh bleven regelmatig terugkeren naar het fysieke lichaam. Ontbrak die behuizing (die in uitzonderlijke gevallen ook een beeld kon zijn) dan kwamen ze spoken op aarde en vielen de levenden lastig.

Hoe wonderbaarlijk moet het zijn geweest om te ervaren dat lichamen in woestijnzand niet vergingen, maar uitdroogden en mummificeerden. In een wereld die vanwege de hitte en de modder heel gevoelig was voor rotting en vergankelijkheid, moest men naar een voor mensen moeilijk begaanbaar en vaak dodelijk gebied om lichamen te kunnen bewaren. In het rijk van de dood werd de voortgang van het leven verzorgd.

Het land

Egypte ligt vlakbij de Evenaar en bestaat uit een smalle strook zwarte grond die wordt geflankeerd door woestijn. De strook in het midden is zeer vruchtbaar dankzij de rivier de Nijl die elk jaar opzwelt, overstroomt en daarmee voedselrijke modder uit het zuiden over het land verspreidt. Verder van de Nijloevers af zie je slechts dorre, hete woestijn, goed voor weinig anders dan het begraven van de doden. Men wist precies wanneer de Nijl zou overstromen; begin juli, kort na het verschijnen van Sirius – de ster van Isis oftewel Isis zelf – boven de horizon, vlak voor zonsopgang. Zodra het licht van Sirius en dat van de zon, Re, weerkaatste in de edelsteen in het voorhoofd van Isis’ beeld te Denderah, brak het nieuwe jaar aan.

Het Egyptische rijk heeft duizenden jaren bestaan. Van zo’n drieduizend daarvan zijn overblijfselen overgeleverd – bouwwerken en (vaak op die bouwwerken aangebrachte) geschreven bronnen. Sporen van het dagelijks leven zijn er relatief weinig; gewone huizen bouwde men van leem en die zijn in de loop der jaren weggespoeld of verwaaid. De tombes en graven daarentegen werden gemaakt van duurzamer materiaal zoals baksteen of natuursteen. De graven en zeker de piramides moesten tenslotte langer meegaan dan één aardse levensscyclus, ze waren bedoeld voor de eeuwigheid.

kaart-egypte

De cycli

Alles draaide om cycli in het oude Egypte. Niet alleen de aardse landbouwcyclus, ook de cycli van zon, maan en sterren speelden een belangrijke rol. Het jaar was in Egypte verdeeld in drie seizoenen: het jaar begon begin juli met Axt (de vloedtijd wanneer de Nijl overstroomde),  dan kwam het ‘winter’seizoen Prt (het Nijlwater loopt terug, het land komt tevoorschijn en er kan geplant worden), en het jaar sloot af met Shm (oogstseizoen en droge tijd). In de periode wanneer er geen landbouwwerk was, werd er gebouwd aan de dodensteden. Ook werd in die tijd veel aandacht besteed aan irrigatiekanalen en het herstel van de orde op de landbouwgrond (eigendomsafscheidingen bijvoorbeeld) ná de overstromingen.

Het hemelgewelf vormde een imponerende klok, die draaiend gehouden moest worden. De goden woonden tussen en wáren de sterren. Zo boven, zo beneden: wat zich op aarde afspeelde, was een afspiegeling, maar ook het resultaat van allerlei acties en onderhandelingen, offerandes en werkzaamheden om alle cycli soepel te laten verlopen, de goden tevreden te houden en de boel op orde te houden. Het streven was erop gericht die cycli ongestoord en soepel door te laten draaien.

De vruchtbaarheid van het land en zijn inwoners vormde een teken dat de cycli goed werden onderhouden, het gaf aan dat de banden tussen mensen en goden goed en sterk waren. De chaos die anders en altijd dreigde was dodelijk of op z’n minst ongemakkelijk.

Osiris en de farao

Osiris, een van de bekendste Egyptische goden, was de zoon van hemelgodin Noet en aardegod Geb. Op zeker moment werd zijn lichaam verscheurd in veertien stukken verspreid over Egypte, waarbij elk deel een regio was. Iedereen die stierf en de juiste maatregelen nam en de reis naar het Dodenrijk volbracht, herenigde hemel en aarde met elkaar en herrees als Osiris uit de dood. Hij of zij werd Osiris en hield de vruchtbaarheid levend en de cyclus gaande.

Osiris was (ook) de eerste farao; dit geeft een idee van de eenheid die werd ervaren tussen het land en zijn bevolking. Ook het land was een levend wezen, bijvoorbeeld Geb of Osiris, afhankelijk van het moment en de mythe. De farao maakte ook deel uit van deze eenheid, bij leven maar ook na zijn dood, als hij een god, Osiris, was geworden tussen de andere hemelgoden.

De farao was verantwoordelijk voor het welzijn en de staat van het land. Met ‘land’ bedoel ik niet de staatsinrichting of de bevolking, ik bedoel het letterlijk, de grond en alles erop en erin. Hier bestond geen onderscheid in, tenminste niet zoals tegenwoordig ervaren wordt. Voerde de farao zijn dagelijkse rituelen niet correct uit en werden de offerandes niet gebracht zoals de bedoeling was, dan zou de chaos, die vanuit de woestijn en de moerassen in het noorden makkelijk kon toeslaan, het winnen van de orde.

Na de dood van de farao hield deze verantwoordelijkheid niet op, die werd alleen maar groter en anders. Hij kwam na zijn dodenreis terecht tussen de sterren waar hij woonde met de goden, en er zelf ook een was. Van daaruit bleef hij eeuwig meewerken aan het instandhouden van de orde in Egypte. Ook hier gold: zo boven, zo beneden.

Duat

De duat was de onderwereld, het gebied, de tunnel waardoorheen de zon reisde gedurende de uren van de nacht. Deze tunnel werd ook wel gezien als een godin die de zon en ook de gestorvenen inslikte met zonsondergang, waarna zon en de gestorvenen door haar lichaam reisden om de volgende ochtend (zon) danwel na verloop van tijd (gestorvene) herboren te worden in het Oosten. Het Westen was niet alleen het gebied waar het Dodenrijk, de Eeuwige Rietvelden zich bevond, het was ook de plek waar de doden rustten tot ze waren opgeladen voor een volgend leven of een volgende levensvorm. Zoals het zaad van het graan in de wintertijd ondergronds rust, tot het in het voorjaar opkomt en zich tot groene planten ontwikkelt.

De ba is het deel van de overleden mens dat de reis door de Duat maakt. Na het sterven werd er een strak protocol gevolgd. Eerst werd het dode lichaam behandeld ter mummificatie. De organen werden beschermd door de vier canopische goden (de Zonen van Horus, die kort gezegd een vorm was van Osiris) en hun vier godinnen.

Dan begon de dode de reis door de twaalf uren van de nacht: twaalf plekken met elk vier wachters. Om die te kunnen passeren, moest de dode zich hun macht eigen maken en die neutraliseren door het correct uitspreken van de namen.

Daarop volgde het oordeel van Osiris. Hij was de eerste die de dood had ervaren en het rijk der doden was binnengegaan. Wie dit oordeel van Osiris doorstond, werd zelf Osiris en leefde eeuwig in perfecte omstandigheden in de Eeuwige Rietvelden, een ideale afspiegeling van het aardse Egypte.

Zolang de Egyptenaren hun doden in het zand bleven begraven, mummificeerden de lichamen van nature en was leven in het hiernamaals eenvoudig bereikbaar. Mythen werden echter steeds meer gebruikt om de staatsmacht te legitimeren. Tegelijkertijd was het de taak van de machthebbers om met het vervullen van religieuze verplichtingen de mythen en religie levend te houden. Hierdoor leek het of alleen de farao, en later ook de beter gesitueerden, een leven in het hiernamaals zou kunnen bereiken. Maar de essentie was dat het aardse lichaam bewaard blijft, en dat kon eenvoudig door de doden te begraven in de woestijn. Een ander essentieel punt was dat bepaalde handelingen verricht en antwoorden gegeven moesten worden. Was de dode eenmaal geslaagd voor alle tests, dan transformeerden zijn ba en zijn ka tot de akh, waarmee de wedergeboorte was voltooid en het nieuwe leven in de onderwereld definitief begon.

De farao was het kind van de goden. Hij werd na zijn aardse sterven weer één met Osiris, hij werd opgenomen in de sterrenhemel. En uiteindelijk zou hij ook weer terugkeren op aarde. De dode, gemummificeerde farao lag op zijn rug, de blik (zijn wezen?) gericht op de plaats waar hij naartoe reisde en waarvandaan hij ooit terug zou keren op aarde, namelijk de sterrenhemel. Gewone stervelingen maakten een iets andere dodenreis, zij gingen westwaarts om na verloop van tijd in het oosten weer boven te komen. Zij lagen als mummie dan ook niet op hun rug, maar op hun zij. De dood was geen eindpunt maar maakte deel uit van de levenscyclus.

Mummificatie

Bij mummificatie werden het lichaam en de organen van de oude Egyptenaren zorgvuldig geprepareerd voor de eeuwigheid, op de hersenen na. Die werden zo snel en grondig mogelijk uit de schedel verwijderd en weggegooid. Afval was het, alleen goed om snot te produceren. Niet zoals bij ons de zetel van het bewustzijn en de basis van ons wezen. Die centrale rol was in het oude Egypte weggelegd voor het hart: daar huisden wijsheid, emoties en het denken. Via het hart spraken de goden en verkreeg men kennis over hen en hun wil. Het was de zetel van de ziel.

Het totale wezen bestond volgens de oude Egyptenaren uit meerdere ‘lichamen’.

De ba werd afgebeeld als een vogel met een mensenhoofd. Het was de ziel of de persoonlijkheid van de overledene. Deze kon vliegend het land der levenden bezoeken.

De ka was de levenskracht die vorm had gekregen bij het ontstaan van het fysieke lichaam. De ka kon niet leven zonder het lichaam en offerandes van de nabestaanden.

De akh was de onsterfelijkheid van de overledene. Deze werd actief na het uitvoeren van de juiste rituelen en kennis van de correcte spreuken en namen, na het goed doorlopen van de reis door het dodenrijk dus. Om dit proces goed te laten verlopen kregen de meer welgestelde overledenen spreukenboeken mee en werden de spreuken, namen en routebeschrijvingen op tombe- en piramidewanden getekend.

Welgestelde Egyptenaren namen geen genoegen met de eenvoud van een zandgraf en een ongerieflijke reis te voet door het dodenrijk. Zij zochten meer comfortabele manieren en wilden hun luxueuze leven voortzetten na de dood. Men nam van alles mee, van beeldjes die fungeerden als dienaren tot de boot die ze moest vervoeren, eten en drinken enzovoorts. Vanuit deze wens heeft de kunst van het mummificeren zich ontwikkeld. In feite was mummificatie een slap aftreksel van de natuurlijke mummificatie die plaatsvond in het woestijnzand. In het zand werd een lichaam neergelegd, en dat droogde volledig intact in. Bij mummificatie werd het lichaam opengesneden en er werden organen verwijderd, het risico van fouten gedurende dit proces was groot. Aan de andere kant beschermden de stenen tombes, die mummificatie noodzakelijk maakten, het lichaam en de meegegeven schatten tegen grafschenners.

De mythe van Isis en Ra

IsisWie de naam kende van willekeurig wie of wat, had hem, haar of het in z’n macht; reden waarom het niet ongebruikelijk was om meerdere namen te hebben, waarbij de echte geheim bleef. In vele mythen speelt dit gegeven een rol. Het bekendste voorbeeld is de mythe van Ra en Isis, waarbij Isis zijn krachten aan Ra ontfutselde met een list – ze had zijn werkelijke naam nodig om hem te genezen, nadat ze Ra zelf ziek had gemaakt. Deze werkelijke, geheime naam vormde de sleutel tot zijn macht en kracht. Ra was toendertijd al zo oud dat hij kwijlde. Het kwijl droop uit de hemel. Isis mengde een paar druppels met klei en kneed een slang van dit mengsel. Met haar magische krachten bracht Isis de slang tot leven en verstopte het bij het pad dat Ra als de zon dagelijks aflegde. Al snel kwam Ra eraan met zijn gevolg van goden en dienaren. De slang beet Ra in z’n been. Ra voelde direct zijn krachten wegvloeien. Het slangengif brandde in zijn aderen. Zijn tanden klapperden en zijn ledematen schudden, het gif stroomde door zijn ledematen zoals elk jaar de Nijl over het land van Egypte. Ra leed zo erg, dat hij de goden uit zijn gevolg smeekte om hem te helpen met hun toverkrachten. Hij vertelde over zijn vele krachtige namen, en dat zijn échte, geheime naam door zijn verwekker verborgen was in zijn lichaam zodat geen enkel magisch krachtwoord vat op hem kon hebben. Uiteraard was Isis de enige die begreep wat er gaande was. Zij vroeg Ra om zijn naam, alleen daarmee zou zij hem kunnen genezen.Ra vertelde nog eens hoe machtig hij was, dat hij de aarde en bergen had geschapen en dat hij de macht had over het stijgen van de Nijl. Hij noemde wat van zijn bekendere namen, maar daar trapte Isis niet in. Uiteindelijk gaf Ra toe: ‘I will allow myself to be searched through by Isis, and will let my name come out from my body and pass into her body’. Ra verborg zich voor de andere goden en Isis verrichtte het nodige werk met de hulp van haar zoon Horus. Ze sprak een magische spreuk uit om het slangengif te verwijderen uit het lichaam van Ra. RaHiermee was hij genezen, maar ook al zijn macht en kracht kwijt. Die waren overgegaan in het lichaam van Isis.

Deze mythe maakt duidelijk hoe essentieel namen waren in het oude Egypte. Namen moesten dan ook levend gehouden worden, ook na de dood van de eigenaar. Dit gebeurde door de naam regelmatig te noemen, bijvoorbeeld in speciale rituelen. Ook werd de naam wel vastgelegd in tempel- of grafwanden, of in beeldjes. Het tegenovergestelde gebeurde overigens ook, om vermeende kwade krachten, concurrentie en dergelijke uit te schakelen. Vele namen, attributen (de voorwerpen waar je een beeltenis van een god(in) aan kunt herkennen) en andere dragers van krachten en machten zijn van tombewanden afgebeiteld of op andere wijze vernietigd.

Het Oude Egypte en moderne mysteriën

Wie zich verdiept in esoterie, magie en westerse mysteriën komt als snel het oude Egypte tegen – denk alleen al aan de Crowley Tarot waarvan de symboliek sterk Egyptisch georiënteerd is. De Grieken zijn schatplichtig aan de Egyptenaren. De kruisvorm van de vier windrichtingen die zo’n cruciale (pun intended) rol speelt in de westerse traditie, lijkt gebaseerd op het kruisvormige raamwerk van de Egyptische fysieke en spirituele landkaart.

De routebeschrijvingen en verzamelingen spreuken voor de reis naar de Duat zijn ook nu nog van grote waarde. Er zijn maar weinig niet-christelijke, oude tradities en natuurreligies zo omvangrijk en gedetailleerd vastgelegd. Wie inspiratie zoekt om eigen rituelen vorm te geven, andere manieren om tegen goden of kosmische krachten aan te kijken, kan hier zijn hart ophalen. Wie de mysteriën liefheeft en een sleutel zoekt: de wijsheid van het oude Egypte wacht nog altijd geduldig op wie horen wil en zien.

Dit artikel is geschreven na lezing van ‘The Penguin Book of Myths & Legends of Ancient Egypt’ van Joyce Tyldesley. Dit boek geeft een helder overzicht van de geschiedenis van het oude Egypte en vanuit het bewustzijn dat we vooral heel veel níet weten over deze cultuur. Verfrissend en fijn om te lezen. Veel boeken over dit onderwerp zijn behoorlijk stellig en brengen persoonlijke indrukken en conclusies als vaststaande feiten. Tildesley stipt alle mogelijke opvattingen aan over het oude Egypte, van hardcore wetenschappelijk-archeologisch tot occult, en laat ze elk in hun waarde.

De schrijfster

Ishtar heeft zo lang zij zich kan herinneren een fascinatie voor alles wat samenhangt met mythen en mysteriën. Zij verdient haar brood als masseur/reflexoloog/pedicure, is getrouwd en moeder van twee blakende bloedjes, en verbonden aan de Temple of Starlight.

Geplaatst in Artikelen | Getagged , | 1 reactie

Oud nieuws in de verjongingsketel gegooid – Samhain 2011

Logo rubriek Nieuws - Wiccan Rede Online Magazine
Shinto

Op een grote foto en in een klein stukje tekst liet de Amsterdamse Shintomeester drs. Paul de Leeuw de lezers van Trouw (25 augustus) kennis maken met de Japanse religie Shinto. Volgens Shinto zijn mensen en natuur onlosmakelijk met elkaar verbonden in een cyclus van ontvangen en geven. De mens ontvangt energie en geeft daarvoor dagelijks offers van rijst, zout, water en sake terug.

Alles in de natuur is bezield met de energie van ‘kami’ of natuurkrachten. Ook Shintoschrijnen zijn bezield met deze kracht. Verblijfplaatsen van kami zijn dikwijls herkenbaar aan een koord van rijststro waaraan papieren bliksemschichten zijn bevestigd. Dit beschermt de omgeving tegen negatieve energie.

Shinto bestaat in Japan al duizenden jaren, maar in Europa nu dertig jaar. De Leeuw wordt door Japanse bedrijven in Europa vaak gevraagd ceremonies uit te voeren, bijvoorbeeld bij de inwijding van nieuwe gebouwen.

Braziliaanse religies

In september bezocht Rik Torfs in het programma ‘Brazilië voor beginners’ op de VRT een aantal religieuze stromingen in dat land. In het begin van de uitzending legde hij uit dat hij geen speciale kennis had van het onderwerp; hij dacht bij dat land vooral aan “schitterende voetballers en schitterende vrouwen”.

Torfs is hoogleraar kerkelijk recht aan Katholieke Universiteit Leuven en senator voor de christendemocratische partij CD&V. Het was in het programma goed te merken dat hij katholiek is. Met Candomblé had hij moeite. Volgens hem had deze religie geen heilige schriften en geen concept van goed en slecht. Een van de priesters vertelde dat het het oude geloof was van de slaven uit Afrika, dat werd verboden door de Portugezen en daarom overgoten met een katholiek sausje. Deze priester wilde de koloniale invloed er zo veel mogelijk weer uit werken en terugkeren naar de oorspronkelijke vereringsvormen en godennamen. Een andere priester daarentegen probeerde Torfs er van te overtuigen dat Candomblé en christendom geen tegengestelden waren, omdat de oude Afrikaanse gebruiken ook al werden genoemd in het Oude Testament, namelijk in de passages over het offeren.

Een andere geloofsgemeenschap was die van de spiritisten. Het spiritisme volgens de leer van Allan Kardec heeft in Brazilië veel aanhangers. In de groep die hij bezocht, probeerde men onder meer stemmen van geesten op te vangen door vier verschillende radiofrequenties op te nemen op een magneetband die ondertussen werd bestraald met een oude fosforlamp. Dit keer leverde dat slechts ruis op, maar men had een andere bandopname waarop de stem van de geest Astrogildo te horen was. Torfs vroeg hoe ze wisten of dat geen bedrog was en een man antwoordde dat hij dat eenvoudig geloofde. Het was namelijk geen wetenschap: het berustte niet op bewijzen, maar op een gevoel.

De Indiaanse religie van de Pankararé kon rekenen op de meeste sympathie van de hoogleraar. Hierin ging de beleving van een natuurreligie probleemloos samen met katholieke concepten. Er werden vruchten geofferd aan natuurkrachten en er werd een processie gehouden naar een heilige rots. Mannen dronken de hallucinogene jurema-drank, zongen sjamanenliederen en dansten, terwijl vrouwen de rozenkrans baden en voor Maria zongen. “Onze kracht komt uit de natuur; het is een levende kracht,” legde een man uit. “Door de kostuums van de dansers nemen de natuurkrachten bezit van de dansers, met toestemming van de hoogste God. We gaan naar deze berg als apostelen naar de kruisigingsberg. Het is een zuiveringstocht om de ziel te reinigen.” Hij concludeerde: “als je midden in de natuur bent, ben je dichter bij Jezus.”

‘Onwaardige’ kunst

In Nederland ligt de combinatie van natuurreligieuze en katholieke elementen moeilijker. Eind augustus ontstond beroering nadat het kunstenaarscollectief iLLUSEUM in de Amsterdamse Chassékerk een ‘heidens’ kunstwerk op het altaar had geplaatst, waar het bisdom Haarlem aanstoot aan nam. Wat het bisdom nog precies te zeggen heeft over wat er in de Chassékerk gebeurt, is onduidelijk. Het gebouw is door de kerk in 2007 verkocht en nu eigendom van wonincorporatie Ymere (volgens Trouw) en/of zakenman Lenny Balkissoon (volgens het Noordhollands Dagblad). Wat de nieuwe bestemming van het pand is, lijkt ook in nevelen gehuld. Het Noordhollands Dagblad noemde een “cultureel centrum”, maar in Trouw was sprake van “een dansschool en een gymzaal”.

Het kunstenaarscollectief schrijft: “In ons kontrakt met Ymere stond niets over een co-eigenaarschap van het bisdom Haarlem, er stond alleen het inachtnemen van ‘waardig gebruik van de ruimte’. In ons begrip van dit woord hebben we ons hier altijd aan gehouden.”

In het gebouw, dat vroeger de kerk van Onze Lieve Vrouwe van Altijddurende Bijstand heette, algemeen bekend staat als Chassékerk en door de kunstenaars de Eeuwigheid is genoemd, vonden al eerder cultureel-religieuze manifestaties plaats; bijvoorbeeld de godinnenprocessie waarover was te lezen in de vorige aflevering van deze nieuwskroniek.

sun&moon

Het ‘heidense’ beeld dat zoveel ophef veroorzaakte, beeldt het heilige huwelijk uit tussen de zon en de maan. Andere kunstuitingen van het iLLUSEUM waar de katholieken bezwaar tegen maakten, waren volgens een brief van de woningbouwvereniging “skeletten in het kader van Allerzielen, Azteekse rituelen enz.” Op grond hiervan mogen de kunstenaars niet langer gebruik maken van de ruimte. Ook zullen resterende katholieke symbolen zoals de glas-in-loodramen en de mozaïekvloer in het gebouw worden verwijderd of bedekt met cement.

Het beeld is inmiddels uit de Chassékerk, maar zal tijdens de ‘Museumn8’ op 5 november te zien zijn in de Oude Kerk te Amsterdam.

Jaartelling

De BBC was wel bereid niet-christenen eens wat tegemoet te komen en gaf daarom het (niet-bindende) advies aan medewerkers, niet langer de termen BC en AD (Before Christ – voor Christus en Anno Domini – na Christus) te gebruiken. In plaats hiervan stelde men CE en BCE voor: Common Era en Before Common Era (gebruikelijke / voor de gebruikelijke jaartelling). In plaats van Common wordt ook wel Current (huidige) gezegd.

In Nederland werd jaren geleden al in kleine kringen “voor en na Christus” soms vervangen door iets als “voor / volgens de gangbare jaartelling”. Dat bleek in de praktijk niet zo handig, deels doordat de afkortingen het zelfde waren, maar ook omdat er, in tegenstelling tot de Engelse versie, geen C in voorkomt. CE kan immers ook worden opgevat als Christian Era (Christelijke jaartelling), door iemand die niet bekend is met de religieus-neutrale formule. ‘BCE’ achter een jaartal is daardoor beter te begrijpen dan iets als ‘vgt’.

Zo neutraal is CE / BCE trouwens niet, want als de christelijke indeling van tijdperken de “gebruikelijke” is, zijn alle andere jaartellingen blijkbaar ongebruikelijk, dus raar. In het Engels is het wel een verbetering voor niet-christenen, want Anno Domini betekent letterlijk “in het jaar des Heren” en daarmee wordt geïmpliceerd dat Jezus onze Heer is. In Nederland wordt AD door vrijwel niemand gebruikt.

Het Vaticaan was, zacht gezegd, niet blij met de BBC-richtlijn. In de krant L’Osservatore Romano schreef men dat het “gigantische onzin” was om “de historisch revolutionaire functie van de komst van Christus op aarde” aan het oog te willen onttrekken. Volgens de Vaticaankrant erkennen zelfs joden en moslims het belang daarvan en hanteren alleen totalitaire types van het slag Lenin en Mussolini een onchristelijke jaartelling. Over gigantische onzin gesproken…

Minst religieus land?

Tom Esslemont hoefde de jaartallen 1940 en 1991 niet te voorzien van ‘CE’ in het artikel dat hij schreef over Estland, want dat was wel duidelijk. In die periode maakte het land deel uit van de Sovjet-Unie. Onder het communistische bewind werd het openlijk belijden van een religie “niet aangemoedigd” schrijft de BBC-journalist, maar in tegenstelling tot in andere voormalige Sovjetstaten beleefde religie in Estland na het uiteenvallen van de Sovjetunie geen opleving. Slechts 20% van de bevolking zegt van zichzelf dat religie een belangrijke rol speelt in hun leven. Hiermee zou Estland statistisch gezien het minst religieuze land ter wereld zijn.

Volgens een deskundige heeft het christendom in Estland nooit veel voorgesteld omdat de missionarissen talen spraken die de mensen niet verstonden. De Lutheranen spraken Duits en Deens. Hun geloof werd gezien als het geloof van vreemde overheersers. Hetzelfde gold voor de Russisch-orthodoxen die in de 19e eeuw kwamen en aanvankelijk alleen maar Russisch spraken.

Het heidendom blijkt er echter bijzonder levend. Een Estse vorm van natuurspiritualiteit heet Maausk en de aanhangers noemen zich ook Maausk. Dit is moeilijk te beschouwen als een georganiseerde religie, schrijft de journalist, want er is geen voorgeschreven ceremonieel en er zijn geen heilige teksten. De bomen en de aarde zijn volgens de Maausk dragers van kracht. Het goddelijke bevindt zich in de natuur en de mensen zoeken harmonie met de natuur en met hun eigen ziel. Ze vieren midzomer met een groot kampvuur, liedjes, het maken van een reuzeschommel en het vlechten van bloemenkransjes die de jonge meisjes een echtgenoot moeten bezorgen.

Een archeoloog merkt op dat de Estse natuurreligieuze beleving vooral bestaat uit negentiende- en twintigste-eeuwse folklore. Er is niets middeleeuws of voorchristelijks aan, zegt hij. Maar volgens de organisatie Maavalla Koda ligt dat anders. Zij zeggen zich te baseren op eeuwenoude runenkalenders. Leden van deze organisatie praten met bomen. Ze leggen uit dat je de boom niet als object maar als subject moet zien. Het commentaar daarbij, dat eiken nogal oordelend zijn terwijl een lijsterbes soms erg scherpzinnig is, gaat de journalist merkbaar te ver.

Dayakreligie

In de New York Times stond een artikel over het geloof van de Dayak op Kalimantan (Borneo). Deze religie heet Kaharingan, maar bestaat officieel niet, omdat de Indonesische wet slechts islam, rooms-katholicisme, protestantisme, confucianisme, boeddhisme en hindoeïsme als religies erkent.

Vroeger noemden de Dayak zich rooms-katholiek, want dat was het geloof van de scholen en als je een goede opleiding wilde, moest je je bekeren. Maar nu zijn er mensen die zeggen dat Kaharingan een vorm van hindoeïsme is. Lewis Koebek Dandan Ranying is van mening dat de Dayak van oudsher hindoes zijn, maar dat dit besef door de loop der eeuwen en onder druk van de Nederlandse verdeel-en-heerspolitiek is verdwenen.

Anderen zeggen dat de Hindu Kaharingan als zodanig pas dertig jaar bestaat en is ontstaan onder Suharto. Diens regering stimuleerde godsdiensten als tegenwicht tegen het communisme, zolang ze maar een heilig boek hadden. Voor de gelegenheid werd daarom voor de Hindu Kaharingan een heilig boek opgesteld, de Panaturan, en een priesteropleiding in het leven geroepen. Ceremonies die tot dan toe in de buitenlucht of binnenshuis plaatsvonden, werden verplaatst naar speciale tempelgebouwen.

Kaharingan is voor een buitenstaander niet herkenbaar als hindoeïsme. Goden als Shiva en Vishnu zijn onbekend en er wordt geen gebruik gemaakt van hindoeïstische begrippen zoals karma, of symbolen als de swastika. Er is daarentegen sprake van een wereld van de Sangiyang, dat zijn de geesten en voorouders, die “boven” wordt genoemd. Afgezien van de bureaucratisch verplichte priesters, lijkt er geen priesterkaste te zijn. Er zijn wijze mensen die de esoterische taal van de Sangiyang spreken en mediums die genezingsrituelen uitvoeren.

Sommige Dayak willen ijveren voor een zelfstandige status van hun geloof. Anderen zeggen dat de tijd daar nog niet rijp voor is, en dat ze voorlopig maar als hindoes te boek moeten staan.

Lieve heksen, enge elfjes

Volgens een bericht in The Telegraph raadde deskundige Anne O’Connor in het blad Nursery World magazine de peuterspeelzalen in Engeland aan, om heksen in de poppenhoek voortaan in het roze te kleden en elfjes in donkere kleuren. Dit om racistische stereotypering te voorkomen.

Ook zou er niet alleen maar wit papier moeten zijn en meer keuze in (huid)kleurpotloden. Het was een serieus artikel, uit september, niet van 1 april! Bovendien moesten volwassenen op de vraag naar hun lievelingskleur “zwart” of “bruin” antwoorden. Waarmee de elfjes in hun nieuwe outfit natuurlijk weer worden voorgetrokken en de roze heksen het nakijken hebben…

‘Snape’ favoriet

Zwarte kleding en weinig toeschietelijk gedrag vormden geen bezwaar voor de Harry-Potterfans die hun favoriete personage mochten kiezen in een enquête gehouden door Bloomsbury, de uitgever van J.K. Rowlings boeken. De altijd geheel in het zwart gehulde professor Severus Snape (Sneep) kwam als winnaar uit de bus.

Kleine kinderen vinden Snape eng. In de extra’s bij de eerste films is te zien hoe zelfs de jonge acteurs die Harry en zijn vriendjes speelden, toegaven een beetje bang te zijn voor Alan Rickman, de acteur die zo overtuigend Snape wist te spelen. Maar aan het eind van de serie blijkt dat Snape ondanks zijn duistere voorkomen uiteindelijk toch de goede zaak diende.

De slimme Hermione Granger (Hermelien Griffel) werd tweede; derde was Sirius Black (Zwarts) – alweer iemand met zwarte kleding die aanvankelijk een moordenaar lijkt, maar later een hart van goud blijkt te hebben – en Harry zelf kwam op de vierde plaats.

Opmerkelijk was de aanwezigheid in deze top-40 van de sadistische machtswellustelinge Dolores Umbridge (31e plaats). Zouden de fans die voor haar hadden gestemd, zijn misleid door haar nette roze mantelpakjes? Waarschijnlijk niet, want nog vóór haar in de lijst staan de chagrijnige racistische huiself Kreacher en de griezelige geesten van depressie de Dementors. Dat zijn visueel kleurloze figuren.

IJslandse elfen

En of elfen buiten de Harry-Potterwereld nu altijd zo lieflijk zijn? Op IJsland legden enkele bewoners van Bolungarvik een reeks ongelukken en instortingen bij de aanleg van een gletsjerdijk, uit als de woede van “elfen en het verborgen volk”. Men had deze wezens namelijk niet om toestemming gevraagd voor de werkzaamheden en het veelvuldig gebruik van dynamiet zou hen te veel zijn geworden. Nog geen jaar eerder was er ook al een tunnel aangelegd, eveneens zonder voorafgaande goedkeuring van het elfenvolk.

Zieners adviseerden de gemeenteraad om excuses aan te bieden, maar de raadsleden waren van mening dat er een andere verklaring moest bestaan en weigerden mee te werken. Andere bewoners hebben toen maar op eigen houtje een verzoeningsceremonie georganiseerd, met gebeden en liederen om de elfengemoederen te kalmeren.

Heks van tegenwoordig

In het tijdschrift Vrouw & Passie Magazine verscheen in september een artikeltje over ‘De heks van tegenwoordig’. Mariëlle Brink sprak hiervoor met een aantal heksen uit verschillende richtingen.

Joke en Ko Lankester spraken vanuit hun Gardneriaanse achtergrond en vertelden over de geschiedenis van de wicca. Ze benadrukten dat het geen therapie is om jezelf te vinden, maar een geloof met een sterke rationele inslag. Het gaat niet om het zien van verschijningen als elfjes en kabouters. Kennis en lange studie zijn belangrijk.

Volgens Manou, priesteres volgens de stroming van The Traditionals, gaat het er in wicca om, het goddelijke in jezelf te vinden.

Petra Stam viert niet-traditionele maanfeesten met een groep vriendinnen. Voor haar is het belangrijk dat ze in gelijkwaardigheid de verbinding kan aangaan met anderen en met het moment, “zonder de regie die je in een coven treft”.

Yoeke Nagel vertelde dat je binnen een opleiding tot heks je eigen krachten leert kennen, maar ook wordt geconfronteerd met je blokkades en schaduwkanten. De opleiding is daarom intensief en persoonlijk. De hekserij van haar stroming, Reclaiming, berust op “magie, zelfonderzoek en maatschappelijke verantwoordelijkheid”.

Heks van vroeger

Vroeger vlogen heksen nog wel rond op bezemstelen, leek een zinnetje in ‘De heks van tegenwoordig’ te willen zeggen, maar ze werden ook gemarteld en verbrand. In september werd in Italië een schrijnend overblijfsel gevonden van de oude ideeën over heksen. Op een begraafplaats in Piombino bij Lucca werd het 800 jaar oude skelet gevonden van een vrouw (een nieuwsbericht had het over de resten van een 800 jaar oude vrouw!) met zeven spijkers door het kaakbeen en omringd door 13 spijkers, die vermoedelijk in de grond waren geslagen om haar kleding vast te pinnen. Het graf was ondiep en er waren geen resten van een kist of lijkwade.

In een soortgelijk graf op dezelfde plaats lag het skelet van een vrouw omringd door 17 dobbelstenen. Dit waren niet zomaar geliefde persoonlijke bezittingen, want in de middeleeuwen mochten vrouwen niet dobbelen. Archeoloog Alfonso Forgione van de universiteit van L’Aquila is ervan overtuigd, dat deze vrouwen werden verdacht van hekserij en daarom op zo’n merkwaardige manier zijn begraven. Hij denkt dat dit wijst op een soort uitdrijvingsritueel. De oorzaak van de dood van de vrouwen is nog niet onderzocht.

Het bijzondere aan deze graven is dat ze zich op gewijde grond bevinden, vlak bij een kerk. Men vermoedt dat de vrouwen afkomstig waren uit belangrijke families, die hun invloed aanwendden om te voorkomen dat de begrafenissen in ongewijde grond zouden plaatsvinden. De archeologen zijn overigens niet op zoek naar heksengraven, maar naar de resten van de plaatselijke heilige Sint Cerbonius, die vijftien eeuwen geleden volgens de legende niet werd opgegeten door een beer, hoewel hij hiertoe was veroordeeld door de barbaarse bezetters van Toscane in die tijd.

Heksen en nonnen

De periode van de grote heksenvervolgingen kwam pas later. In de zestiende eeuw protesteerde de Nederlandse arts Jan Wier tegen de manier waarop vermeende heksen werden behandeld. Volgens hem waren pacten met de duivel, nachtelijke vluchten naar de heksensabbat en dergelijke, onzin en waren veel verdachten gewoon geestesziek. Je moest zulke personen niet veroordelen voor niet-bestaande misdrijven, maar op een humane manier behandelen. Vanwege deze opvatting wordt hij wel beschouwd als voorloper van de psychiatrie en kampioen van de mensenrechten.

Vera Hoorens schreef een boek over deze man, maar ook een artikel in Geschiedenis Magazine (oktober 2011). Uit het artikel ‘Bezeten kloosterzusters – Verpakte kritiek op de 16de-eeuwse katholieke kerk’ valt op te maken dat Wier niet zo ‘modern’ was als vaak wordt gedacht: “Omdat hij sommige heksen beschreef als geestesziek… Zijn pleidooi voor een menselijke bejegening van (sommige) verdachten…”  (cursivering door mij). Het lijkt er op dat hij met zijn kritiek op de heksenvervolgingen vooral kritiek wilde uiten op de katholieke kerk. In zijn tijd kwamen de vervolgingen nog voornamelijk uit die hoek.

In het boek Over duivelse begoochelingen, waarin Wier bezwaar aantekent tegen de heksenvervolgingen, besteedt hij veel aandacht aan duivelse bezetenheid in vrouwenkloosters. Dit is opvallend. Duivelse bezetenheid was voor zestiende-eeuwers namelijk iets anders dan hekserij: hekserij berustte op een pact met de duivel en was dus een welbewuste keuze van de heks, maar bezetenheid ging van de duivel uit en dat kon de bezetene niet echt helpen. Bezetenheid leidde zelden tot aanklachten van hekserij.

Moderne historici denken dat de ‘bezetenheid’ van nonnen een manier was om reclame te maken voor hun klooster: kijk eens, de duivel vindt ons een serieuze bedreiging en probeert ons uit alle macht dwars te zitten. Maar Wier geloofde werkelijk in de machinaties van de duivel. Ook voor de nonnen wenste hij een menselijker behandeling: hij vond bijvoorbeeld dat ze toestemming moesten krijgen om hun familie te bezoeken en om desgewenst het klooster te verlaten en te trouwen. Zijn fascinatie voor dit onderwerp lijkt echter meer gestoeld op verontwaardiging over het schandalige gedrag van de katholieke geestelijkheid, dan een belangeloze bevlogenheid voor humanitaire waarden.

Moderne duiveluitdrijving

Het geloof in duivelse bezetenheid bestaat nog steeds en lijkt meer voet aan de grond te hebben gekregen dan enkele decennia geleden. Bij het Tweede Vaticaanse Concilie, begin jaren zestig, werd het exorcisme vrijwel geheel afgeschaft. Maar volgens het Oostenrijkse tijschrift Falter maakt de katholieke duiveluitdrijving een comeback en zijn er nu psychiaters die patiënten doorverwijzen naar een exorcist, in plaats van andersom. Op een school in Wenen worden uitdrijvingen gedaan in overleg met de schoolarts. “Het is makkelijker, meer in lijn met de tijdgeest, om even snel een exorcisme te ondergaan dan om een lange en dure therapie te moeten volgen,” zegt een anonieme medewerker van het bisdom van Wenen.

Volgens Falter brengen exorcismen eerder geestelijke schade toe dan dat ze ervan verlossen, en wordt de beschuldiging van ‘duivelse bezetenheid’ soms aangevoerd om slachtoffers van seksueel misbruik de mond te snoeren.

Niet alleen katholieken geloven in duivelse bezetenheid. Uit Peru kwam begin oktober het onthutsende nieuws dat de burgemeester van Balsa Puerto en zijn broer, bijgenaamd ‘de heksenjager’, verantwoordelijk zouden zijn voor de dood van ten minste zeven sjamanen uit die regio in de afgelopen twintig maanden. Volgens de protestantse sekte waarvan de burgemeester en zijn broer lid zouden zijn, zijn sjamanen bezeten door demonen en moeten ze daarom worden gedood. De burgemeester ontkent elke betrokkenheid en zegt dat de sjamanen waarschijnlijk zijn vermoord door familieleden van onsuccesvol behandelde patiënten.

De sjamanen waren van het Shaui-volk en hielden zich bezig met het opzetten van een associatie om sjamanistische kennis uit te wisselen. Zeven van hen zijn vermoord aangetroffen; zeven anderen zijn vermist. Men neemt aan dat die ook zijn vermoord.

Verlichtingsreizen

Ook in Peru, maar dan anders. Rémi van der Elzen beschreef in Happinez (nr.6 – 2011) een reis die ze maakte onder leiding van sjamanendocent Alberto Villoldo. Villoldo is geboren op Cuba, opgegroeid in de Verenigde Staten waar hij psychologie en antropologie studeerde, en tenslotte naar Peru getrokken, op zoek naar “experts (…) die me meer konden vertellen over het buitengewone menselijke vermogen om zichzelf te helen.” In Peru maakte hij kennis met de Laika-indianen bij wie hij sindsdien leeft.

Volgens een vriendin van Van der Elzen is Villoldo “zoiets als de Dalai Lama van het nieuwe sjamanisme”. Hij heeft een organisatie opgericht, de Four Winds Society, die onder meer sjamanistische reizen door het Andesgebergte organiseert. De reis die Van der Elzen maakte, is de enige die toegankelijk is voor mensen die geen opleiding volgen tot sjamaan. Tijdens de reizen ontvangen de deelnemers diverse initiaties van Villoldo en de Laika-indianen, waarbij volgens de een “het vibratieniveau van je chakra’s wordt verhoogd” en volgens een ander “energetische zaden” in de reizigers worden geplant.

Ze leren ook over de vier waarnemingsniveaus die de Laika kennen. Deze niveaus corresponderen met de windrichtingen en met de krachtdieren slang (zuid), jaguar (west), kolibrie (noord) en condor (oost). De niveaus beginnen bij het lichamelijk-instinctieve van de slang en worden steeds subtieler. De adelaar (condor) bestrijkt het spirituele, heldere overzicht.

Het reisgezelschap bestond uit onder meer een ex-kolonel uit het Amerikaanse leger, een eigenaresse van een wietplantage en haar vriendin, een dertigjarig hippiemeisje met kennis van hallucinogene planten en haar stuurse puberzoon, en een voormalige huisarts met een burn-out. De ex-kolonel en ex-huisarts waren al opgeleid tot sjamaan. “Villoldo wil met zijn boodschap zo veel mogelijk mensen bereiken vóór december 2012, het einde van de roemruchte mythologische Mayakalender” schrijft Van der Elzen en ze citeert hem: “Dat is belangrijk. We richten ons op mensen die open staan voor onze boodschap en die de boodschap verder kunnen dragen, de healers van straks. Dit is een tijd van nieuw bewustzijn. We willen mensen energetisch voorbereiden…”

Middeleeuwse kasteelbescherming

Wie wel op reis wil, maar drieduizend dollar wat veel vindt of meer belangstelling heeft voor geschiedenis dan voor het nieuwe tijdperk, kan misschien naar Wales. In Nevern Castle werden bij de ingang twaalf leistenen platen ontdekt waarin ster-figuren en andere tekeningen zijn gekrast. De platen dateren uit de fase waarin het Normandische kasteel werd opgetrokken in steen, tussen 1170 en 1190.

Archeologen denken dat de inscripties ritualistische tekeningen zijn die boze geesten moesten afweren. De ingang is de enige plaats van het kasteel waar deze platen zijn gevonden. Ingekraste tekeningen uit de middeleeuwen zijn zeldzaam. Men verwacht uit deze vondst meer te weten te komen over de belevingswereld van de steenhouwers, dienaren en boeren, die werden ingeschakeld om het kasteel te bouwen. De leisteen wordt nu schoongemaakt en de afbeeldingen worden vastgelegd. De gemeente Nevern hoopt de platen op den duur onder haar hoede te krijgen als lokaal erfgoed.

Egyptisch-Romeinse cultuur

De toekomst van het geplande museum in de Egyptische oase Dachla en zelfs de huidige toestand van de opgravingen aldaar zijn onzeker, nadat het Nederlandse archeologische team er halsoverkop vertrok en de Minister van Oudheden Zahi Hawass werd afgezet. De plannen om verder te gaan met de opgravingen in de herfst, zijn verschoven naar januari 2012, ruim na de verkiezingen en daar mogelijk uit voortvloeiende “nieuwe onlusten”.

De Leidse hoogleraar in de Egyptologie Olaf Kaper werkt sinds 1991 aan de opgraving en reconstructie van een ‘mammisi’, een kleistenen kapel van 12 bij 5 meter, die in dat jaar werd gevonden in het antieke dorp Kellis in de Dachla-oase. De kapel dateert uit de tweede eeuw en is het enige gebouw in Egypte waarin faraonische en Romeinse elementen zijn gecombineerd in de schilderingen.

Toen de kapel werd gevonden, stonden alleen de muren nog overeind. De rest lag als ‘Een Egyptische legpuzzel met ontelbare stukjes’ (zo luidde de kop van het artikel hierover in Trouw van 17 september) in het woestijnzand.

In de kapel waren 400 goden afgebeeld. Mogelijk werden priesters hier opgeleid en maakten ze zo kennis met de diverse goden en hun attributen. De belangrijkste functie van de mammisi was echter de rituele hergeboorte van de god Toetoe. Eens per jaar werd zijn beeld uit de hoofdtempel gehaald en naar de mammisi gebracht, waar de god met hulp van de 400 goden nieuwe energie opdeed om de mensen weer naar behoren te beschermen tegen ziekte en ongeluk.

In de oase is ook een vijftien meter hoge piramide gevonden uit de Romeinse tijd, namelijk uit de eerste eeuw na Christus. Deze vondst betekent dat de geschiedenis van de piramidebouw moet worden geschreven. Tot nu toe werd aangenomen dat na ca. 500 v.C. geen piramiden meer werden gebouwd.

Een andere belangrijke vondst is een tempel gewijd aan de woestijngod Seth. Interessant hieraan is dat de verering van deze god elders in Egypte vanaf de twintigste dynastie afnam, toen de god van het dodenrijk Osiris in zwang kwam. Seth kreeg toen een slechte reputatie als moordenaar van Osiris. Zijn tempels werden in verschillende plaatsen verwoest, maar in de oase van Dachla bleef hij onverminderd populair.

~ Met dank aan iedereen die mij nieuws toestuurde of me er op attendeerde ~

Geplaatst in Nieuws | Getagged , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Gronden

Wicca is een heel aardse religie. Het fysieke is zeker zo belangrijk als het spirituele. Maar de een vindt vanzelf houvast en de ander moet er moeite voor doen. Daarom hier aandacht voor ‘gronden’.

De basis
Als je auto leert rijden, is een van de eerste dingen die je leert hoe je moet remmen. Dat stel ik me tenminste zo voor, omdat juist het kunnen remmen bij mij niet direct goed ging toen ik leerde fietsen. Nadat ik in de rozenstruiken terecht kwam in een poging om de auto van de bakker te ontwijken, leerde ik het alsnog. Als je een vliegtuig leert vliegen, moet je vooral weten hoe je weer veilig kunt landen. Wie een spirituele techniek leert waarbij je in trance kunt gaan, zou ook aandacht moeten besteden aan hoe je weer te aarden. ‘Zou moeten’: het is helaas niet voor iedereen vanzelfsprekend om grondingstechnieken te doceren tegelijk met manieren om uit je lijf te komen. Het is dus goed om zelf voorbereid te zijn en je manieren om te gronden eigen te maken. Maar ook in het dagelijks leven kun je baat hebben bij manieren om je te aarden. Veel mensen leven heel erg ‘in hun hoofd’. Dat kan er maar al te makkelijk toe leiden dat je niet gefocust bent op wat je doet en in het algemeen moeite hebt je te concentreren. Aarden brengt je terug in het hier en nu.

Handwerk
Een van de makkelijkste manieren om contact met de aarde te houden, is om dingen te doen met je handen. Koken bijvoorbeeld, en dan bedoel ik niet een zakje sla open trekken en een ‘complete maaltijd’ in de magnetron schuiven, maar uien snijden, aardappels schillen, de sla zelf schoonmaken, en echt even stilstaan bij wat je bereidt. Of het huis schoonmaken, en je daarbij bewust zijn van wat je doet, waarvoor je het doet en wat het resultaat is. Helemaal goed: tuinieren: met je vingers in de aarde zitten in je tuin of op je balkon of vensterbank. Ook een plantenbak met aarde brengt je namelijk in contact met de bodem, met de aarde die ons voedt en de grond waarop we leven. En niet te vergeten: contact maken met mensen om je heen. Je kleine kinderen knuffelen, stoeien als puber, seks met je partner of met jezelf.

Beweging
Een heel fijne manier om te aarden is dansen. Er zijn danssoorten die je uit je lichaam halen, zoals het wervelen van de derwisjen, maar veel soorten dans zorgen juist voor gronding. Welke soorten je ‘omhoog’ en welke soorten dans je ‘omlaag’ brengen, verschilt van persoon tot persoon. Je zult zelf moeten uitzoeken welk type dans en welke muziek jou helpt bij het aarden, maar dansen op een feestje is vaak een goede manier om te aarden. Ook sporten, en douchen en misschien massage na afloop, kan een manier zijn om weer helemaal in je lichaam terecht te komen.

Je centrum
Weet jij waar je centrum zit? De plek in je lichaam waar je kracht uit kunt putten, je anker als het ware? Het is goed om er nu en dan bij stil te staan, het even goed te voelen. Als je dreigt door te draven in je werk bijvoorbeeld. Als je het gevoel hebt dat je geleefd wordt, in plaats van dat je zelf bepaalt wat er gebeurt. Ga er om te beginnen rustig voor zitten of staan. Als je vaak geoefend hebt om ‘in je centrum te komen’, gaat het je steeds makkelijker af. Jennifer Hinton beschrijft in haar boek ‘Gronden*’ hoe zij leerde haar centrum te vinden. Ze werd ernstig ziek en kwam bij een genezeres terecht die ook opmerkte dat ze aan gronding moest doen. “Bij haar leerde ik voor het eerst dat mijn centrum een concrete locatie in mijn buik was, waar ik contact kon krijgen met mijn emoties en evenwichtig kon worden. Voor mij was dat een regelrechte openbaring! Eerst leerde ze mij dat ik, als ik mijn handen vlak onder mijn navel tegen mijn buik legde, mijn centrum kon leren voelen. Ze gaf me de raad mijn aandacht af te laten dalen tot in mijn handen, en mijn aandacht op die manier in mijn handen te focussen. Toen ik dit deed, voelde ik hoe mijn innerlijke evenwicht zich herstelde, hoe de in mijn hoofd en schouders opgestuwde energie begon af te dalen en hoe ik me rustiger en helderder begon te voelen. Ik was in contact gekomen met mijn binnenste, de locatie van intuïtief weten. Voor het eerst begreep ik wat er werd bedoeld met ‘in je centrum zijn’.” Zo duidelijk als Jennifer Hinton het beschrijft, heb ik het nooit elders gelezen. Er staat juist opmerkelijk weinig over gronden en aarden in boeken over magie en verwante onderwerpen. Alleen tijdens mijn training in wicca heb ik dit soort technieken geleerd, en de rest moet je zelf in de praktijk ervaren. Voor wie dat meer moeite kost: de gegevens over het boek staan hieronder. Van harte aanbevolen!

Wortels
Een andere manier om te aarden is om contact te zoeken met de aarde onder je. Ga staan en laat wortels groeien vanuit je voeten, of ga zitten en laat een dikke wortel groeien vanuit je ruggegraat en je stuitje, door alle lagen heen die je je kunt voorstellen: door de verdiepingen van het gebouw waarin je je bevindt (als het helpt, visualiseer dan dat de wortel door de muren gaat in plaats van door de lucht in de kamers), door de toplaag van omgewoelde aarde, door de sporen van eerdere bewoning en door zand of klei en rotsen, net zo lang tot je bij het binnenste van de aarde komt. Knoop je wortel vast aan steen om een anker te vinden, of gebruik ‘m als kanaal om overtollige (onrustige) energie te laten afvloeien. Wees niet bang dat je de aarde belast met jouw negatieve energieën: kristallen, waaruit steen en zand bestaan, zijn bij uitstek in staat om de ene soort energie om te zetten in een andere. De aarde zelf biedt je goede, voedende energie in ruil voor alles wat je komt brengen. Laat de roodbruine aarde-energie naar boven stromen door de wortel, je lijf in. Zoveel energie als je nodig hebt. Als je klaar bent, laat je wortel zich dan weer terugtrekken naar binnen. Ook deze oefening gaat je makkelijker af als je ‘m vaker gedaan hebt.

Blote voeten
Of ga een stukje lopen over de aardbodem. Gaan er dagen en weken voorbij dat je helemaal niet met blote voeten in contact komt met de aarde, zoek die gelegenheid dan op. In je eigen tuin, bij een vakantiehuisje of op het strand, of loop door het gras in het stadspark. Ga in je lunchpauze een wandeling maken, of ga er ’s avonds nog even op uit. Ook als je geen hond hebt, kun je jezelf uitlaten. De buitenlucht zal je sowieso goed doen. Als je een geschikte steen vindt, raap die dan op en neem ‘m mee in je zak of tas. Elke steen is een stukje van de aarde, en het hoeft beslist geen grote of bijzonder mooie steen te zijn om effect te hebben. Aan je bureau op kantoor kun je jezelf aarden door die steen aan te raken, of door heel aardse dingen te visualiseren. Bedenk hoe je vanavond de maaltijd gaat bereiden, of hoe je het lekkerste toetje kunt klaarmaken dat je ooit gehad hebt.
Na een ritueel of meditatie kun je wat eten of drinken om te aarden. Belangrijk is ook om met vaste symbolen je ritueel of meditatie af te sluiten, zodat je bewust overstapt van een periode waarin de grenzen tussen de werelden open waren, naar een periode waarin je dagelijks bewustzijn het weer overneemt.

Noodrem
Voor het geval iemand niet terug komt uit een pathworking, herhaal ik de tips uit het artikel ‘Eerste hulp bij rituelen’ uit het Samhainnummer 2007: Meestal kom je vanzelf terug vanuit een trance, na een beperkte tijd. Maar het kan helpen om ’triggers’ te zetten, om woorden af te spreken waarmee iemand teruggeroepen kan worden, woorden die als het ware een pad terug vormen. ‘Chocola’ kan een toverwoord worden om iemand snel weer terug te krijgen – zeker als je het gebruikt als middel om weer te aarden na een trance, waar het erg goed voor is! Wat ook kan helpen is om iemand die in trance verkeert vragen te stellen over hele dagelijkse dingen, zoals op welk adres je woonde als kind, hoe je huis eruit ziet, en om iemand aan te spreken bij zijn of haar ‘gewone’ naam. Of juist om ingewikkelde, gekke vragen te stellen. “Wat voor soort ijsje zou je geven aan je ergste vijand?” En als dat alles niet helpt, dan is het goed te weten dat mensen zo goed als altijd vanzelf terugkomen van een pathworking als ze een nacht geslapen hebben.

* Jennifer Hinton: Gronden. Oefeningen tot herstel van het contact met de aarde. De Driehoek, oorspr. 1995. 149 p. ISBN

Geplaatst in Artikelen | Getagged , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Gronden

Oud worden en sterven

Logo rubriek Wiccan Rede Online MagazineDit lijkt me het moment van het jaar om het je toch maar eens te zeggen: we worden oud, zo oud als ons gegeven is, en dan sterven we.

Wat we dan zelf gaan beleven is nog maar de vraag. Wat we wel zeker weten is dat dat het moment is dat onze geliefden opeens verantwoordelijk zijn voor een afscheid dat bij ons past.

Dat valt niet mee.

In de afgelopen maand heb ik, natuurlijk zoals gebruikelijk bij toeval, te maken gehad met een aantal sterfgevallen. Sterfgeval. Mal woord. Je valt uit het leven of je glijdt eruit weg, misschien wordt dat ermee bedoeld.

Voor het eerst mocht ik ook iets zeggen tijdens de rouwplechtigheid. Ik merkte dat ik dat heel prettig vond: een verhaal schrijven over de vrouw die was overleden hielp me goed om met hoofd, hart en buik bij haar leven stil te staan en bij wat ze voor me had betekend. Wel lastig natuurlijk om me te realiseren dat de gesprekken die we hadden – zij had een goed contact met een aartsengel en daar had ik nou weer wat minder mee – zich niet zo goed leenden voor een min of meer openbaar uitgesproken afscheidstekst.

Bij een andere gelegenheid, het afscheid van een oudere man, was zijn dood zelf een ingewikkeld punt in de afscheidswoorden die werden gesproken.

Hij was ziek, wilde euthanasie, maar kreeg die niet omdat hij niet ziek genoeg was volgens de arts die een second opinion moest geven volgens het euthanasieprotocol. Daarom hongerde hij zichzelf dood.

Dat snijdt door de ziel bij alle dierbaren die in de zaal zaten en misschien ook wel bij jou. Er was dan ook maar een van de sprekers die erop durfde te zinspelen. Misschien werd dat ook wel bepaald door het feit dat de man een streng katholieke opvoeding had gehad. Hij had zich daar dan wel van vrijgemaakt, maar veel van zijn familieleden die hem kwamen uitzwaaien, niet.

Een oude vriend van mij, die wat langer geleden overleed, was z’n halve leven solitair heks. Er werd met geen woord over gerept. Na zijn dood verdween zijn magische bibliotheek en zijn gereedschap is vermoedelijk ergens op een rommelmarkt terecht gekomen.

Nog eentje dan: de overbuurman overleed na een akelige tijd van ziek zijn en pijn lijden. Ik had weliswaar niet veel contact met hem gehad, maar herkende hem in elk woord dat gezegd werd over hem. De zaal zat vol, er was een diaserie en muziek waar hij prachtig voelbaar in aanwezig was, ook al zou ik zelf nooit van m’n leven die muziek draaien.

Overmorgen ga ik naar de crematie van een man die een groot deel van z’n leven op zee gezeten heeft en z’n kinderen niet zag opgroeien. Drie volwassen mannen zijn het inmiddels en ze zullen alle drie iets over hem zeggen.

Ook dat moet een worsteling voor ze zijn. Wat zeg je bij zijn dood wat je tijdens zijn leven nooit hebt kunnen bespreken met elkaar?

In dezelfde tijd mocht ik voor het AD een artikel schrijven over rouwrituelen. Ik deed een oproepje via Twitter: ‘wat was je mooiste uitvaart en waarom?’

Er kwamen zoveel reacties dat ik mensen moest teleurstellen: hun verhaal kon er niet meer bij, maar ik luisterde er wel ademloos naar. Wat me opviel was dat een aantal uitvaartdiensten die in mijn ogen heel neutraal en min of meer standaard waren verlopen, waren ervaren als heel persoonlijk, heel indringend en intiem. Als ik vroeg wat nou het meest bijzondere was geweest aan zo’n afscheid werd zonder uitzondering een handelingsmoment genoemd.

‘En toen bliezen alle kleinkinderen de 48 kaarsjes uit die om haar kist heen stonden’. Of ‘Er ging een mandje rond met dezelfde pepermuntjes die hij altijd bij zich had.’ Kleine ritueeltjes. Een eenvoudige handeling, gekoppeld aan een intentie. Is dat niet een prachtige vorm van magie?

Yoeke is Reclaiming heks. Zij verzorgt op zondag 13 november een workshopdag ‘Werken met de Vijf Elementen’ in de buurt van Amsterdam. Zowel zienden als blinden en slechtzienden zijn welkom om mee te doen.

Deelname 50 euro, iets meenemen om te delen als lunch. Aanmelding via yoeke@yoeke.com

Geplaatst in Artikelen, Columns | Getagged , | 1 reactie

Volle maan van de Klif – 10 November 2010

Samhain, het begin van het nieuwe jaar. Buiten is het donker, onstuimig soms…

De tijd van naar binnen keren is begonnen rond Mabon, mijn favoriete jaarfeest. Tijdens Mabon kijk ik altijd terug naar het afgelopen jaar….wat heeft het me gebracht, wat zijn de vruchten die ik heb mogen plukken?

Het is net Mabon als ik dit schrijf, het is 23 september 2011. Buiten is het prachtig nazomer weer… haast niet te geloven na een zeer natte juli- en augustusmaand. Afgelopen weekend een zonovergoten Elf Fantasy Arcen beleefd… als bezoekers 🙂 Voor het eerst sinds 2003 zijn we als bezoekers binnen gekomen en natuurlijk met onze mooiste kleren aan. Wat een verschil met 2003, toen met kleine kinderen van 8 en 10 jaar en zeikende regen, wat een trieste aanblik was dat.

Wel had ik toen besloten dat dit mijn wereld was… we zouden terugkeren naar Elfië. En nu zijn we de elite van Elfië en hebben een heel gezellige kennissenkring in dit prachtige land. Met moeite maken we een rondje kasteelpark omdat we met iedereen willen bij beppen. Als we als goblins aan het werk zijn, is daar geen tijd voor… nu wel, heerlijk! Dochterlief is druk doende handtekeningen uit te delen op boxers van jongemannen… koningin Bifi is op tv geweest! Ze is beroemd, een BN-ster 🙂

Waar ze ten overstaan van het hele Nederlands volk vertelde dat ze zich best schaamt… voor haar ouders en haar eigen groen zijn… en dat ze Bifi genoemd is door haar moeder omdat ze indertijd op een worstje leek… kijk, dat is lef! En wat is ze in een warm bad gevallen op de Elf 🙂 genieten!

Toch best een mooie vrucht geworden… dit afgelopen jaar. Gevraagd worden door SBS 6 of we mee willen werken aan een nieuw programma en dan ook nog de publiekstrekker worden van het nieuwe programma ‘Het zullen je ouders maar zijn’… zoonlief zou het kind met ‘het probleem’ zijn, hij doet niet met alles meer mee. Het is een leuk document geworden 🙂 Dat was mijn insteek om mee te doen… een leuk document voor later.

Ik ben benieuwd of deze vrucht nog zaad gaat zetten, je weet maar nooit… van het één komt vaak het ander. Samhain… de tijd van het zaaien… zaaien van je intentie voor het komende jaar.

Zo, even terug naar Samhain… dat is de tijd waar het in deze Wiccan Rede om draait. Vanuit het Keltische geloof begint het nieuwe jaar bij de bevruchting, in het donker… bij de intentie die je neerzet… voor het nieuwe jaar. Niet bij het lengen van de dagen, bij de geboorte van het licht (kersttijd, midwinter)… maar ver daarvoor. Als je de tijd heb genomen om naar binnen te keren tijdens Mabon, je jaar te overzien… oude rommel op te ruimen… los te laten wat los gelaten kan worden en kiezen voor nieuwe intenties… te vertrouwen op je innerlijke kracht, zielekracht! Je denkhoofd te legen en te voelen wat je werkelijk wil! En daar voor te gaan met ‘De Volle maan van de Klif’. De sprong te wagen! Dat kan alleen als je de vaste grond onder je voeten los laat… het bekende laat voor wat het is en te gaan voor het onbekende. Je weet dat je altijd kan terug keren… maar groeien doe je alleen door het nieuwe tegemoet te treden. Dat deed je bij je geboorte, je eerste stapjes enzovoorts… gewoon omdat het tijd was… en nu is het weer tijd.

Thema ‘Ruim oude emoties op’

Buiten straalt de zon. Het is maandag en ik heb herfstvakantie. Ik heb voor het eerst de hele week vrij genomen, heerlijk thuis aan het werk (ja, inderdaad mijn brem gebruiken, de boom die bij deze volle maan hoort… schoonmaken in alle hoeken en gaten) en nu dus eerst mijn ‘Volle maan wandelverslag’.

Ik zat net te lezen in mijn favoriete stoel en op de achtergrond was het geluid van de zee te horen… mijn screensaver met visjes… En in de tekst, van Modron, staat een zin uit het lied van Amergin: “Ik ben een geluid van de zee”. Deze zin verwijst naar het geluid dat de golven maken. Het geluid van de golven vormt de basis die je helpt om in een trance te komen en zo andere werelden te bezoeken. Niets is toeval.

De kaart die ik vandaag trok was ‘De dood’, prachtig! En de zin die bij de beschrijving stond, was van Krishnamurti “We hebben leven van sterven gescheiden en de interval is vrees. Men kan niet leven zonder te sterven”.

En dan moet ik nog beginnen met inlezen en mijn wandeling terug halen 😉 Niets voor niets.

“De Klif duidt de grens aan en het geluid van de zee is als een tempelgong die je eraan herinnert dat je ziel je roept en vraagt om je spirituele taken op je te nemen die gepaard gaan met de wisseling van het seizoen van zomer naar winter”.

Mijn dochter is bezig alle jassen van de kapstok te halen… met vier personen hebben we welgeteld 28 jassen/vesten/colberts hangen. Zo, oude zooi opruimen. We mogen twee winterjassen per persoon en één vest laten hangen. De rest in de was en opruimen of kringloop. Mijn zoon is zijn kamer (eindelijk) aan het opruimen en hij kwam net met twee jassen aan voor de kringloop. De brem gaat er lekker door en de zon die schijnt 😉

23 oktober  – Volle maan van de Klif

Deze keer ga ik vroeg op stap. Om 21.00 komt Vero om samen met mijn man en mij het touw te maken voor de handvasting van 21 november. Zij kan helaas niet bij het ritueel zijn… wel later op de dag en zij vroeg om het touw te mogen maken.

Om 19.45 stap ik de deur uit. Geen maan te zien. Het is koud. Het gaat vast regenen. Met mijn fijne wandelschoenen aan is het een plezier om de paden op te gaan. Het is guur en de wind raast door de bomen, wat een prachtig geluid. Ik loop stevig door want ik wil op tijd terug zijn. In de haast ben ik er niet aan toe gekomen om me even in te lezen. Ondertussen weet ik dat de Klif de eerste maan is en staat voor opruimen en overnieuw beginnen…keuzes maken.

De opvallendste keus die ik gemaakt heb is de keus om me opnieuw te verbinden met mijn man. En daar zijn we dan ook mee bezig. 21 November, Blauwe maan en dan buiten een huwelijksfeest en handvastingsritueel. Tenten regelen, gaskacheltjes huren, uitnodigingen versturen, overnachtingen regelen. Het ritueel invullen en voorbereiden… en last but not least, de kleding. Vrijdag hebben we weer gepast… wauw!

Ik loop zonder veel bijzonderheden in rap tempo het buitengebied in. Zodra ik over de brug ben wordt mijn staf bijna uit de handen gerukt door de heftige wind. Nu ben ik overgeleverd aan de elementen… lucht en water! Ondertussen blijkt het dus te regenen… onder de bomen had ik dat nog niet door. Ik kijk of ik ook maar ergens de maan kan ontwaren, nee dus. En tijdens de hele wandeling laat zij zich geen moment zien.

Bij het weiland roep ik Luca (mijn staartloze zwarte kat, die mij geregeld vergezeld op mijn wandelingen) drie keer en dan loop ik door. Als hij buiten is weet hij dat ik er ben… ik hoop dat we elkaar treffen.

Het is donker en door het wolkendek straalt de hele wandeling Venus. Venus, de vrouw in de schelp… in het water.

Het is niet voor niets zo donker hier. De straatlantaarn die bij de ‘Wachter van de driesprong’ (een prachtige wilg, met drie stammen, die op de hoek van de driesprong stond…..”een boom die was”) staat, is uit. Een heel flauwe oranje gloed komt uit de kap. Zelfs na een trap tegen zijn paal komt hij niet tot leven… mooi zo. Lekker donker, zo hoort het. Tegen de wind in met de regen in mijn gezicht vervolg ik mijn wandeling naar Boompje, eens kijken hoe hij het maakt.

Na een heerlijke wandeling in weer en wind kom ik bij het wilgenpad. Zo in het donker kan ik niet zien of hij er nog staat. Pas als ik dichtbij ben, zie ik dat hij er nog is. Hij is nu zo hoog dat ik zijn topje in mijn hand kan nemen zonder te bukken 😉 Als ik dit dan ook doe, krijg ik direct “Prettig, Fijn” van hem door. Als ik zo bij hem sta voel ik verbondenheid met vrienden die nu ook buiten zijn. In Uffelte hebben ze deze maan de eerste wandeling die via hun hyve ‘Volle maanwandeling’, gestart is. Ik bel ze… natuurlijk nemen ze niet op, wel spreek ik in dat ik aan hen denk en me verbonden voel met hen. Achteraf zijn er elf mensen geweest….ze waren met z’n dertienen ;-). Mijn voorkeur blijft echter: alleen wandelen.

Tijdens de wandeling naar Boompje had ik voor mezelf het woord ‘Verbondenheid’ gevonden. Mijn intentie? Ik ben daar nu natuurlijk wel veel mee bezig en zo voelt het ook. Verbondenheid met mijn man, kinderen, vrienden en maanvrouwen. En natuurlijk ook met Boompje… en dat is prettig en fijn ;-).

Ik blijf een hele tijd bij Boompje staan. Hij staat in de luwte, de wind beukt op mijn rug. De bomen naast hem gaan tekeer in de wind, wat een geluid! Ik bedank Boom 8 en Boom 6, de buren van Boompje, dat ze hem beschermd hebben in de tijd dat hij afgebroken was tot aan de grond. Want ook bomen zijn verbonden. Onder de grond zijn zij verbonden. Diep in de aarde speelt zich hun communicatie af. Tijdens de afwezigheid van Boompje had ik ook contact met Boom 8, aangewezen door Luca, en wie weet sprak ik nog steeds met Boompje… via Boom 8 😉 Want achteraf bleek hij verre van dood. En zo sta ik een hele tijd te mijmeren. De maan laat zich niet zien (vaak wel als ik bij Boompje ben). En het bos trekt me niet. Uit gewoonte zou ik naar de brug van de Klif ‘moeten’ lopen om me daar weer op de reling te hijsen, mijn armen te spreiden en mijn sprong te wagen (achteruit dan wel…).

Maanden geleden stond ik op een andere brug (onderweg naar mijn werk) te genieten van jonge meerkoeten. Toen er een kennis van landschaponderhoud langs fietste en zei “Kijk nou niet steeds naar het bekende”. Dit zei hij in het voorbij fietsen… en deze opmerking is mij bijgebleven. Heel vaak plopt deze opmerking weer op… zo ook nu.

Als het me niet trekt om nu het bos in te lopen naar de brug… gewoonte bij volle maan van de Klif, doe het dan niet. Ik besluit lekker terug te lopen naar huis. Vero komt zo en dan gaan we fijn het koord maken dat ons gaat verbinden. Bij de driesprong lopen zowaar mijn schoenen naar links in plaats van naar rechts… huis. Ik besluit mee te lopen. Het is per slot van rekening wel heel lekker buiten. Dus hup, richting dijk! Als ik op de dijk kom, waar van die hele hoge populieren staan, ruik ik de heerlijke geur van afgevallen en nat populierenblad… heerlijk! De eerste geur die ik ruik vanavond. Onder de grote boom schuilen drie schapen, twee dicht tegen elkaar aan en een aan de andere kant met zijn snuitje tegen de boom.

Het haventje langs (waar van die kleine bootjes liggen), het klaphek door… waar alleen wandelaars en fietsers mogen komen. Dan kom ik bij het gemaal. Het water spuit van het hooggelegen terrein naar de delta van de Vecht, een terrein met allemaal eilandjes in een prachtig uitgestrekt watergebied. Daar sta ik een tijdje te kijken naar het water met z’n witte schuimkoppen dat uit de dijk kolkt, voortgestuwd door het gemaal. Wat mooi dat ik hier terecht ben gekomen, het sterke water en het geluid van stroming, prachtig!

Als ik eindelijk verder loop, groet ik de paarden die ook op de dijk zijn. Samen lekker nat worden 😉

Aan de andere kant van het dijkpad, het klaphek achter me gesloten, loop ik door naar huis. Als ik langs de weilanden loop, zie ik dat de boeren het niet gehaald hebben. Vorige week hebben ze  ’s nachts doorgewerkt om het hooi binnen te halen… vóór de regen. Veel hooi ligt nog op het land en het land is stuk gereden door de zware tractoren. Nu maar hopen op nog een paar zonnige dagen voordat alles verrot is. In een ander weiland is een boer bezig met zijn twee schapen, samen met een jongen is hij met de etensbakken bezig en waarschijnlijk probeert hij ze binnen te zetten in hun stalletje. Deze man is altijd druk in de weer met zijn schapen 😉 Ze staan er dan ook altijd goed bij. En dus ook met ‘slecht’ weer is hij er weer voor zijn dieren… fijn om te zien!

Verder is er niemand buiten. Zij zijn de enige mensen die ik gezien heb.

In rap tempo loop ik door naar huis. De brug weer over, de bewoonde wereld weer in. Als ik langs de achterkant van het huis van een vriendin loop, geef ik de boom die achter haar huis staat – en haar in de toekomst het uitzicht zal belemmeren – een knuffel. Ik weet dat ze hem dood wenst… van mij mag hij groot en sterk worden 😉 Als ik bij huis kom, doet mijn man net open voor Vero en ik kan achter haar aan de gang in stappen.

Samen vilten we deze avond het koord dat ons volgende volle maan zal verbinden.
Handfasting. Copyright Loes

Zo, dat was het dan weer… terug zien en vooruit gaan. Leuk om zo deze verslagen te gebruiken. Het is een mooi hulpmiddel om op mijn eigen jaar terug te zien.

En of het nu toeval is… Vero komt zo langs, om haar dieren op te halen (cavia’s, konijn en hamster). Tijdens haar werk voor de Elf hebben we twee weken op haar dieren gepast. Ik zal het gepiep van de ‘cavies’ best missen… maar de ruimte heb ik straks weer terug.

Gezellig even bijbeppen.

Het gaat jullie goed!
Loes

Geplaatst in Artikelen, Volle Maan Wandelingen | Getagged | Reacties uitgeschakeld voor Volle maan van de Klif – 10 November 2010

Recensie: De Stem van de Godin


De Stem van de Godin
Joyce Hellendoorn
A5, fc, 144 pagina”s, geïllustreerd
+ CD (MP3) met visualisaties en meerstemmige liederen
ISBN: 978 90 77408 88 9, € 24,50
Bestellen: A3 boeken

Dit boek is voor vrouwen die willen werken met de energie van de volle maan en met hun innerlijke archetypische godinnen. Elke maan maak je kennis met een godin, die staat voor een bepaald aspect van jouw vrouw-zijn. Je onderzoekt zowel het licht als de schaduw. Door al deze aspecten van vrouwelijke energie te onderzoeken, zul je meer durven te vertrouwen op de rijkdom van je intuïtie en met de stroom mee te gaan. En als vanzelf zal de mannelijke energie in je systeem zich heel helder aandienen op het juiste moment. Door meer vrouwelijke energie toe te laten in je leven, zul je makkelijker bij jezelf kunnen blijven in relaties en op je werk, omdat je jezelf altijd datgene kunt geven wat je nodig hebt – onafhankelijk van de ander. Mannelijke en vrouwelijke energie in balans maakt dat je als vanzelf in je autoriteit kunt staan, vanuit je hart kunt leven en bij de ander kunt laten wat van de ander is.

Joyce Hellendoorn: “Dit boek is ontstaan vanuit mijn eigen ervaringen met het herstellen van mijn verbinding met Moeder Aarde, het land waar ik woon, de maan, de zon en hun samenspel dat onze natuur met haar seizoenen vormt. Het gevoel van heelheid dat ik bij de oude matriarchale Godin of oermoeder ervaar, confronteert mij tevens met de versplinterdheid in mijn vrouw-zijn. Door de splinters weer aan elkaar te leggen, kan ik de heelheid weer voelen. En hoe meer ik de heelheid voel, hoe energieker ik ben en hoe makkelijker ik kan werken vanuit mijn authentieke vrouwelijke creatiestroom. Ik nodig je uit te luisteren naar de innerlijke stem van jouw godinnen, naar wat ze jou te vertellen hebben. Want dan kun je weer in contact komen met jouw intuïtie en jouw authentieke innerlijke wijsheid, waarna je deze wijsheid op geheel eigen wijze naar buiten kunt brengen.”

Op de CD (MP3) staan ingesproken visualisaties en meerstemmige godinnenliederen, geschreven en gezongen door Joyce Hellendoorn.

Recensie
Ik heb mijn boekenkast de afgelopen maanden weer aangevuld met twee nieuwe boeken over het thema: ‘De Maan’; beide doe-boeken, vind ik. Het fijne van deze handboeken is dat ze je in staat stellen om het boek rustig stuk voor stuk te lezen, de informatie tot je te nemen, en er daadwerkelijk iets mee te doen. De indeling van dit boek is per maand, de maand waarin de volle maan valt. Iedere maan(d) is gewijd aan een Godin, een archetype-onderdeel van de vrouw, tezamen vormen zij één heelheid. Het is heel prettig om de aspecten van deze vrouwelijke energieën te onderzoeken, en te ervaren wat het met je doet. Naast informatie over de Godinnen en hun archetypen, staan er stukjes praktisch werk tussen. Deze (vraag-) stukjes zetten je aan tot nadenken, en geven inzichten in jezelf, raken delen van je innerlijk aan, en schijnen lichtjes op je knelpunten. Voorbeelden van visualisaties en vieringen, en tips om daar praktisch mee aan de slag te gaan. Verder zit er een CD bij met die visualisaties en meerstemmige liederen; op die manier geef je extra dimensie aan je maanviering, en maak je contact met de Godin in jezelf. Het boek zelf ziet er heel vrolijk en fleurig uit, er is gebruik gemaakt van gekleurde pagina’s, teksten in zwart, blauw en rood en prachtige tekeningen van de Godinnen, en het is gericht op vrouwen en vrouwenenergie. Alleen van het doorbladeren al word ik vrolijk, en ervaar ik zo’n girly-girl boek met zachte pasteltinten, en zachte lieflijke uitstraling. Dat de Godinnen je weer wijzen op de soms zo harde werkelijkheid en delen in jezelf, maakt het nou juist zo interessant. Al met al voor mij niet een alledaags boek, maar een boek waarin je in jezelf leert kijken, en dat kan best heftig zijn af en toe.

Geplaatst in Boeken, Recensies | Getagged , , | 1 reactie