De kale maanden

December is een maand vol feestelijkheden, niet alleen binnen het paganisme maar in heel de westerse samenleving. Zodra de vuurwerkdampen zijn opgetrokken en de boom het huis uit is, is het echter ineens heel kaal. Welke symbolen kan ik op mijn altaar zetten? Wat betekent deze periode eigenlijk? 

Foto van een tak die wel een beeldhouwwerk lijkt

Er zijn perioden waarin het leven in een stroomversnelling lijkt. De gebeurtenissen rijen zich aaneen, er is van alles om naar uit te kijken, en in december kun je dan ook nog meedrijven op de stroom omdat de hele maatschappij feest viert. Alle etalages staan vol met symbolen die voor een groot deel paganistisch zijn, en er is een algemeen gevoel van feestvieren. Of dat nu kerst is of midwinter, en of mensen nu religieus zijn of niet, de meesten vieren wel iets gezamenlijk met familie of vrienden. Veel mensen hebben deze periode vrij van hun werk, sommigen gaan een weekje weg, en tot besluit van alle festiviteiten is daar Oud en Nieuw, met vuurwerk, oliebollen en voor de liefhebbers het nieuwjaarsconcert op tv. Maar dan. Begin januari ruim je alle versiering op, en ineens is het kaal, leeg. De bloemisten proberen je zover te krijgen dat je je huis volzet met kamerplanten, maar wellicht is de portemonnee ook leeg. En ook kamerplanten kunnen de kater niet wegwerken.

Wat is dat toch, dat maakt dat we blij zijn met een deel van de cyclus, maar veel minder met een ander deel van diezelfde cyclus? Je leert de dag alleen maar kennen doordat het ook wel eens nacht is, en van mooi weer geniet je des te meer als het ook wel eens minder fraai is. Net zoals dat je weet wat gezondheid waard is als je ziek bent geweest of pijn hebt gehad. Maar is deze periode van het jaar dan alleen maar een periode die we moeten doorstaan, afwachtend tot het weer voorjaar wordt? Ja, als we twee maanden winterslaap zouden kunnen houden, dan konden we de hele kale periode overslaan. Maar nu we wakker zijn, is het juist het beste om erin te duiken, om erop uit te gaan om te zien wat de natuur ons te vertellen heeft over de winter. En wie weet, vinden we dan ook nog symbolen die we op ons altaar of onze seizoenstafel kunnen zetten.

Foto van een akkertje in het bos

Volg mij op een wandeling in een bos. Het is niet ver van huis, een paar straten lopen. Misschien is het ook niet een echt bos, maar een stukje gebied zonder bestemming, waar toevallig al tientallen jaren bomen staan. De grond is bedekt met de dode bladeren van vorig jaar, die nat zijn en al deels vergaan. De bomen zijn kaal, behalve een paar naaldbomen, een enkele hulst, en wat eikenbomen waar nog geelbruine bladeren aan hangen. Hoewel je ze niet meer kunt herkennen aan het blad, valt je op dat de stammen anders zijn. Er zijn bomen met een gladde stam, met vooral horizontale takken. Er zijn er met een hele ruige stam, met als het ware verticale ribbels, die een beetje op een vlechtwerk lijken. De eiken hebben ook ruige stammen, maar met weer een ander patroon. En als je omhoog kijkt naar een stam met weer een heel ander ruw patroon, zie je dat dit een naaldboom is. Er zijn ook heel wat jonge boompjes. Een aantal staat in een kring om een oudere boom, alsof het zijn kinderen zijn die hand-in-hand een rondedans doen. Rondom sommige bomen voel je onder je voeten de resten van de vruchten die tussen de bladeren verborgen liggen. Lege doppen van beukenoten, eikels die niet allemaal onbeschadigd zijn, hier en daar een denneappel.

Op de paden is de bodem veel minder bedekt met bladeren, en voelt het anders aan onder je voeten. Iets verderop zie je een akker liggen. Zwarte aarde, al geploegd voor als het nieuwe seizoen begint. Aan de rand van het stukje bos zie je ook wat tuinen en een grasveld. In het bos kom je stukken tegen waar sprieten van zo’n twintig centimeter omhoog steken. Zijn dit bosbessenstruikjes? Iets verderop een veel dichter begroeid stuk met wat hogere en dikkere sprieten. Aan de knopjes bovenop lees je af dat dit hele jonge kastanjebomen zouden kunnen zijn. Verderop liggen enkele complete boomstammen op de grond. Omgevallen of omgezaagde berken. De stam heeft gladde gedeelten, maar ook opmerkelijk ruwe stukken en op sommige plaatsen lijkt de bast opengebarsten. Een boom die er al wat langer lijkt te liggen, heeft zwammen over de hele lengte van de stam. Een rij kleine oranje zwammetjes, enkele elfenbankjes en nog een serie wat grotere oranjebruine zwammen. Van twee bomen liggen er de onderste meters van de stam met een kluit wortels eraan. Die wortels hebben een heel eigen structuur van zwarte of donkerbruine vezelige ‘haren’ bij de ene boom. Bij de andere vallen aan de onderkant van de kluit vooral een paar ‘druipende’ bruinzwarte structuren op waarin je met wat moeite paddestoelen herkent.

Tussen de bladeren op de grond groeien ook nog wat paddestoelen. En als je ergens wat blad wegschuift met je voet, komen daar twee witte zwammetjes tevoorschijn die beide bestaan uit drie sprietjes met een gezamenlijke voet. Ze zijn zo wit, dat ze bijna licht lijken te geven. Overal op het dode hout en dode blad blijkt leven te zijn, als je het zo eens nagaat. Echt dood hout vind je ook, vermolmd en deels uiteengevallen. Er zijn stukken wit hout, waar de vezels uit elkaar geplozen lijken, en meer roodachtig hout. Net als de bladeren is dit onderweg naar een stadium waarin de elementen waaruit het is opgebouwd weer uiteen zullen vallen, om opnieuw tot grondstof te dienen als het leven weer terugkomt. En dat zal het doen, dat kun je zien aan de knoppen aan de uiteinden van de takken. En aan een enkel plantje dat nu alweer uitloopt, omdat het blijkbaar beter bestand is tegen de kou dan de andere planten. Niet alle leven is verdwenen of onzichtbaar. Boven je hoofd hoor je de vogels, verschillende soorten vogels.

Foto van sterretjesmos

De dag is kort, en het is bedekt weer. Maar soms is er ineens wat meer licht, omdat de zon even door de wolken breekt. Het zeer beperkte kleurenscala van bruinen, van donkere aardetinten, wordt dan ineens aangevuld met opvallende stukjes kleur. Ergens staat een blad overeind tussen wat dode grassprieten, en licht felrood op. Aan de boomvoet is het mos felgroen, een heel andere kleur dan dat van het sterretjesmos dat er donkergroen naast groeit op de grond. Een boomstam is goed zichtbaar in het licht, en het valt je op dat tussen de min of meer gladde bast een rechtopstaande ovaal zit die meer reliëf heeft, bijna het lijstje van een miniatuurschilderij. Wat ook opvalt, als je zo om je heen kijkt, is dat het reliëf van de bosbodem zoveel duidelijker zichtbaar is dan ’s zomers. Er is een klein heuveltje, er zijn enkele gleuven in de grond die als greppels gegraven kunnen zijn, of toevallig zo ontstaan. En zomaar tussen de dode bladeren onder de bomen liggen soms takken in rijtjes, alsof ze een afscheiding vormen. Aan de rand van het bos, naast de akker, is werkelijk een wal gemaakt van takken, ondoordringbaar verstrengeld tot een muurtje. Het hek dat erachter staat is kapot. Er staan nog palen, maar lang niet overal zit meer gaas tussen. Wandelaars met honden maken er dankbaar gebruik van om een ander deel van het bos te bereiken.

Op een open plek blijk je aan het begin te staan van een bomenlaan. Aan weerskanten staan rijen grote, oude bomen statig een oprijlaan te vormen naar niets in het bijzonder. Eén boom trekt je aandacht. De stam is afgerond op een veel lagere hoogte dan de bomen ernaast, en de hele stam lijkt een sculptuur, gemaakt door een artiest uit de Art Nouveau-periode. Het lichtgroen van het mos doet erg denken aan het kopergroen van sommige Jugendstilkunst. Het zal geen toeval zijn dat natuur lijkt op kunst. Die kunst is juist gemaakt door artiesten die zich door de natuur lieten inspireren! Een mooi besluit van de wandeling.

Foto van een boom die model kan hebben gestaan voor Jugendstilkunst

Wat kunnen we leren van deze wandeling, van wat we in de natuur gezien hebben? De schaal is misschien anders, het is allemaal wat minder uitbundig, maar er is wel degelijk leven. In deze periode zijn vooral structuren zichtbaar. Het landschap zelf vertoont zich; van de bomen zien we de stammen en hoe de takken daaraan groeien: horizontaal, verticaal of schuin omhoog. Er is kreupelhout en er zijn kronkelige takken van struiken. Sommige structuren zijn op zichzelf het bestuderen waard. Er is kleur, maar daarvan is een beperkter palet beschikbaar dan in andere jaargetijden. Als het gaat sneeuwen, ziet de wereld er helemaal anders uit.

Hoe kun je dit vormgeven op je altaar, of op de seizoenstafel die door veel mensen ook ‘altaar’ wordt genoemd? Je kunt besluiten om ook hier alleen de basisonderdelen neer te zetten die er anders ook staan, de symbolen van de elementen bijvoorbeeld. Een andere mogelijkheid is om iets van de structuur van het bos zelf mee te nemen in de vorm van een stuk boomschors, of – als je er een vindt en kans ziet die heelhuids mee te nemen naar huis – een bladskelet. Dat kan genoeg zijn. Een andere optie is om stenen neer te leggen, kiezelstenen of halfedelstenen. Kale rots is immers ook een stuk natuur dat de basis voorstelt, de aarde zelf. En dat past bij de symboliek van aarde, van winter, van skelet en basis. En misschien wil je in deze periode stilstaan bij het concept ’tijd’ in het algemeen, bij oneindigheid en bij de cycli van de seizoenen, van de maan en in je eigen leven. Een kalender zou hierbij passen. Maar ga voordat je je altaar versiert zelf naar buiten, om met eigen ogen te kijken wat deze periode voor jou betekent. En ga over een paar weken weer, om het verschil te zien. Want stilletjes verandert er wel degelijk van alles, ook al zou je er zonder goed kijken aan voorbij kunnen lopen. ‘In der Beschränkung zeigt sich der Meister’ – ‘in de beperking toont zich de meester’ – luidt het spreekwoord. En dat geldt ook voor de natuur!

(Eerder geplaatst in Wiccan Rede in de editie Imbolc 2008).

Geplaatst in Artikelen | Getagged , , | Reacties uitgeschakeld voor De kale maanden

Review: A Ceremony for Every Occasion

Siusaidh Ceanadach
A Ceremony for Every Occasion : the Pagan Wheel of the Year and Rites of Passage
O-Books. 2012. 164 p. ISBN 978-1-84694-841-1

Cover photo of the book Ceremony for every occasion

Siusaidh Ceanadach has been Pagan for over 25 years and is a recognised Legal Celebrant with the Pagan Federation in Scotland. That means that she may conduct legally recognised marriage rites (handfasting ceremonies). She also conducts name baby namings and funeral ceremonies. The last part of the book deals with these rites of passage. The first part is about the seasonal festivals. It is written as a guide for Pagans and non-Pagans alike who wish to celebrate the passing of the seasons, the Wheel of the Year.
The ceremonies in this book are not designed for specific Pagan groups, such as Wiccans or Druids, but are a mix of Druidcraft, General Pagan, Shamanic and with touches of Heathen. The deity in Scotland is Celtic, from the Tuatha de Danann of Ireland, and Midsummer is in June. Readers can adapt the names to their chosen Deity or a general term such as ‘Lord and Lady’ and you can switch the festivals around to match the Wheel of the Year in your part of the world.
A touch of Heathen is for instance the call upon the ancestors, and a Celtic element the call to the Horse, to the Eagle, the Stag and the Salmon. The rituals, some longer and more complex than other, are beautiful and will speak to Pagans of many traditions. Some background is given before every ritual, and there are handy checklists and a list of participants needed, though sometimes one person can double (as one invocating a quarter and as speaker later on).

Geplaatst in Boeken, English articles | Getagged , , , | Reacties uitgeschakeld voor Review: A Ceremony for Every Occasion

Imbolc: creatieve stilte

Logo rubriek Wiccan Rede Online Magazine

Door Yoeke Nagel

Yoeke is Reclaimingheks en docente van magische technieken die het dagelijks leven lichter maken. Meer informatie: www.yoeke.com

“Je bedenkt waar je het over wilt hebben en wat je daar over zou kunnen zeggen. Vervolgens sla je je laptop dicht en je gaat iets anders doen. Liefst een paar dagen. Ik noem dat Creatieve Stilte.”

Dit fantastische advies kreeg ik van mijn leraar retoriek: Jan Vaessen. Sinds een tijdje volg ik met heel veel plezier een cursus bij hem. Voor de zwartkijkers onder ons: ja, het is een dominee, maar het is toch goed volk hoor.

Nou ja, dat blijkt wel uit zijn advies over het schrijven van een tekst. Hij schrijft preken. Ik schrijf meditaties om in een ritueel te kunnen gebruiken. Details.

Maar de essentie is hetzelfde: de bron van je woordenstroom ligt in de stilte.

Zoals in de natuur nu, rond Imbolc, alles weer heel voorzichtig in beweging komt, de eerste schopjes van nieuw leven voelbaar zijn in de buik van de Moeder, zo groeit elke zin, elk inzicht en elke daad in rust en stilte in ons.

Of, zoals Jan dat zegt: in de tijd dat je zomaar wat anders aan het doen bent krijg je misschien een plotselinge ingeving. Gebeurt er toevallig iets wat met jouw idee te maken lijkt te hebben. Kom je iemand tegen die je iets vertelt dat precies aansluit bij jouw onderwerp. Lees je bij de tandarts iets over een onderzoekje wat nou net het cijfermateriaal aanlevert dat je idee onderbouwing geeft… Creatieve stilte is de ruimte tussen kiem en ontkieming. Het is de draagtijd van een idee, een gedachte, waarin de kinderkamer als vanzelf behangen wordt.

Als Samhain en Litha op een dag vallen…

Wij, schrijvers, planners, doeners,  eisen vaak van onszelf dat we alles zelf kunnen. Hard nadenken. Focussen op je doel. Functioneel handelen. Dat soort technieken gebruiken we om iets te creëren, om vorm te geven aan een gedachte of een verlangen in te vullen. Daar word je vaak heel moe van en het resultaat is niet altijd zo geweldig. Eigenlijk is dat ook wel logisch.

Is de hele natuur niet een groot creatieproces? De creatie van nieuw leven. Transformatie van wat er al bestaat. Afsterven. Rusten. Opnieuw geboren worden. Ze doet dat toch maar allemaal. En dat nog wel in Haar Eigen tempo.

Het tempo van de seizoenen, waarbinnen voor alles tijd is.

En wij, heidenen, volgen die seizoenen weliswaar met onze rituelen en vieringen, maar zijn er soms opeens van overtuigd dat in ons eigen leven, in ons bedrijf, onze eigen praktijk of onze relatie, alles effe op een dinsdagmiddag gecreëerd zou moeten worden. Alsof er in ons persoonlijke leven maar een enkele ademteug zou moeten zitten tussen Samhain en Litha, tussen niet-zijn, pikkedonker, niet-weten, en alles-oogsten, stralende zon en alles begrijpen.

Ik moet toegeven dat ik heel wat dinsdagmiddagen heb doorgebracht in frustratie. Omdat het me op een of andere manier toch niet gelukt was om te creëren wat ik mezelf had voorgenomen te creëren.

Dit is de tijd van het jaar waarin ik, met de hulp van Jan Vaessen, beetje bij beetje begin te begrijpen dat het ook helemaal niet de bedoeling is om alles zelf te creëren in het razende tempo van de moderne mens.

Beschikbaar zijn voor de goden

Dit is de tijd van het wachten, de zwangerschap. Te vroeg geboren ideeën zijn vaak helaas niet levensvatbaar. En teksten of plannen die onder stevige tijdsdruk uit het hoofd gewrongen worden, zijn vaak saai. Te bedacht. Te geconstrueerd. Te theoretisch.

Het wonder gebeurt pas als er stilte overheen is gegaan. Niet alleen omdat je eigen gedachten in die creatieve stilte kunnen rijpen. Niet alleen omdat je met je onderwerp in je achterhoofd onverwachte aanvullingen op je kennis en inzichten zult krijgen in je dwaaltijd van creatieve stilte. Het is ook omdat je in creatieve stilte bewust of onbewust een signaal uitzendt naar de Goden, waarin je Ze uitdaagt om met je mee te spelen, om Toevalligheden je op je pad te strooien, om Hun ongebruikte Ideetjes via jou de wereld in te sturen. Je laat Ze weten dat je beschikbaar bent voor dit ene onderwerp. Vinden Ze keileuk. Hebben Ze schik van. Gaan Ze giechelen en met je meewerken. Het enige dat jij dan op zeker moment nog te doen staat is de tijd nemen om de boel even bij elkaar te harken.

De hele Creatieve Stilte heeft zich na een paar weken, soms slechts dagen, ongemerkt gevuld met informatie, gedachten, plezier, ervaringen, gesprekken en ontmoetingen, zodat het rustig opzwol tot een enorm ei van creatie – gegroeid uit de samensmelting van je eigen themakeuze, de vrijgevigheid van de goden en jouw bereidheid om beschikbaar te zijn voor creatie.

Effe tikken. Hopla. Tekst klaar.

Meer?

Wil je meer weten over het werk van Jan Vaessen? www.wajomer.nl

In de komende maanden kun je meedoen aan verschillende workshops met Yoeke Nagel, waarbij altijd een combinatie wordt gemaakt tussen magie, zelfinzicht en maatschappelijke activiteit. Op z’n Reclaimings. Kijk op de agenda voor o.a. workshops Magisch Schrijven en Tarot Systeem Opstellingen. www.yoeke.com

 

Geplaatst in Artikelen, Columns | Getagged , | Reacties uitgeschakeld voor Imbolc: creatieve stilte

Websites – Imbolc 2013

Logo pagina Webwegwijzer Wiccan Rede Online Magazine

Pagan Identity
Witches&Pagans present ‘GOPagan: Thoughts from a Heathen Republican’.
“There has been much talk of the question of Pagan identity of late. High-profile Pagans have given up the label, while others make the case that the Pagan label is still relevant. I would like to begin my own analysis of the subject with some thoughts on one facet of Pagan identity; the question of the ‘Pagan community’.

Pivotal to the question of whether or not there is a ‘Pagan community’ is the definition of ‘community’ itself. Some people say that Wiccans, Druids, Ásatrúar, Celtic Reconstructionists, British Traditional Witches, etc. form a community based on shared interests in the broader culture, such as religious freedom issues.”

Joseph Bloch poses some interesting questions, and gives some answers.
Pagan Identity, Part 1: Is there a “Pagan Community”?
Pagan Identity, Part 2: At Least We All Worship the Goddess, Right?
 Pagan Identity, Part 3: We’re All in This Together!
And see the other entrances on Witches & Pagans!

Patheos.com – Hosting the Conversation on Faith

A website with a broad spectrum of topics discussed in Blogs & Columns, from the perspective of different religions. There is the ‘Religion Library’, you can find ‘News & Politics’ and many more pages. The News section is about such news as the confessions of former cyclist Lance Armstrong, but dealing with the moral and religious dimensions of the news.

Some articles from various ‘channels’ and blogs on Patheos in January 2013 give an overview of the subjects presented. On the Atheist channel: What funerals should be about.

On the Progressive Christian channel: Martin Luther King and Liberal Theology.
On the Pagan channel: Aidan Kelly on Gardnerian Wicca in the USA
On the Science on Religion-blog: Do you believe in magic? Seriously. And: How are religious values passed down through families?
And there even is a section on movies, helping you decide to ‘go’ or ‘no’.

The Wild Hunt

“The Wild Hunt is primary destination for those interested in following news relating and of interest to modern Pagan religions and other minority faiths. Founded by Jason Pitzl-Waters in 2004, The Wild Hunt has grown to become one of the most-visited and popular destinations exploring these topics. Recruited to Patheos.com in the Summer of 2011, The Wild Hunt decided to exist as an independent entity once more in the Summer of 2012. In addition, The Wild Hunt has now expanded into a media outlet with paid contributors and two paid staff members.”

“In simple terms, this is a daily updated blog that concerns itself with news, opinions, and events dealing with (or of interest to) the modern Pagan and Heathen communities. The ultimate goal, ideally, is to raise the standards of journalistic discourse regarding our faiths from within and without. Consider it an exercise in advocacy journalism, where a decidedly ‘pro-Paganism’ view is exercised.”

The Folklore Society

“The Folklore Society (FLS) is a learned society, based in London, devoted to the study of all aspects of folklore and tradition, including: ballads, folktales, fairy tales, myths, legends, traditional song and dance, folk plays, games, seasonal events, calendar customs, childlore and children’s folklore, folk arts and crafts, popular belief, folk religion, material culture, vernacular language, sayings, proverbs and nursery rhymes, folk medicine, plantlore and weather lore.”

Green Egg – Legendary Journal of the Awakening Earth

“Green Egg Magazine was the flagship publication of the Church of All Worlds. During its long tenure it brought innovative, quality writing and information to the worldwide pagan community. In 2001, financial circumstances forced the closure of the magazine.” Now it’s back, online.

Codex Alimentarius (op datum gerangschikt; oordeel zelf)

– Hoe wordt de voedselveiligheid internationaal beschermd? (geen datum)
Welke wetgeving is van toepassing op claims? (geen datum)
National Health Federation – A non-profit health-freedom organization (geen datum)
Codex Alimentarius (geen datum)
Codex Alimentarius (Ministerie van ELenI, geen datum)
Kruiden (geen datum)
Rectificatie van Verordening (EG) nr. 1924/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen ( PB L 404 van 30.12.2006 )
Kamervragen aan de ministers van LNV en VWS over de Codex Alimentarius (17-07-2008)
De minister bindt de strijd aan tegen kwakzalversmiddelen 11-07-2009
Codex Alimentarius en angst voor kwaliteitscontrole – Zijn fabrikanten van supplementen paniek aan het zaaien? (28-08-2009, laatste wijziging 15-10-2010)
Is het voortbestaan van de natuurgeneeskunde in gevaar? (2010?)
Anschlag auf die Volksgesundheit! (23-08-2010)
Geneeskrachtige kruiden verboden vanaf 1 april 2011 (19-11-2010)
Voornemen tot intrekking RUB- toelatingen (27-01-2012)
Verordening (EU) Nr. 432/2012 V van de Commissie van 16 mei 2012 tot vaststelling van een lijst van toegestane gezondheidsclaims voor levensmiddelen die niet over ziekterisicobeperking en de ontwikkeling en gezondheid van kinderen gaan (25-02-2012, PDF)
De NVWA muilkorft journalisten (08-11-2012)
Wikipedia: Codex Alimentarius (laatst bewerkt 02-12-2012)
Questions and Answers on the list of permitted Health Claims on food products (16-05-2012)
Handen af van de homeopathie (sinds 7 maanden)
Burgerinitiatief: handen af van supplementen, vrijheid van meningsuiting en pers (sinds een maand)
De Codex Alimentarius in werking..! (04-12-2012)
Belangrijke mededeling van de redactie (05-12-2012)
Wet op voedingsclaims schendt grondrechten burgers (15-12-2012)
De wereld is niet vergaan op 21 december 2012. Earth Matters wel. Voorlopig… (21-12-2012)
’t Kruidenvrouwtje: Helaas, de website is uit de lucht! (22-12-2012)
Moord via het wetboek – Een tragedische thriller in vele bedrijven (22-12-2012)
Schrijvende burger, let op EU-claimsverordeningen (24-12-2012)
Alle 222 toegelaten gezondheidsclaims (31-12-2012)
– Onze overheid wenst u langdurige ziekte inclusief veel pijn toe: Doodziek en Overheidscensuur (2013)
‘Onbewezen’ claims op supplementen verboden (03-01-2013)
Codex Alimentarius – International Food Standards – Safe, Good Food for Everyone (updated 09-01-2013)
Codex Alimentarius – Onze gezondheid aan banden gelegd! – Interview met Ed Vos (16-01-2013)
Gezondheidsclaims van planten en kruiden zijn (voorlopig) toegestaan (23-01-2013).

 

Geplaatst in Web Wegwijzer | Getagged , | Reacties uitgeschakeld voor Websites – Imbolc 2013

Het pad naar de inwijding

Het pad naar de inwijding

Imbolc is de tijd van geboorte, een nieuw begin en initiatie, het is de donkere periode waar alles naar binnen is gekeerd. Ditmaal laten we vier mensen aan het woord over hun ervaringen op het heksenpad.

“De mysterietraditie maakt het voor het mij speciaal”

Alexsandra is zestien jaar terug begonnen met het geven van de introductiecursus ‘De heks in jezelf’:

De trainee-opleiding heb ik samengesteld omdat ik zelf sommige dingen als een gemis heb ervaren toen ik begon met het inwijdingspad. Bij veel vragen kreeg ik te horen dat ik dit pas na mijn eerstegraads inwijding te weten zou komen. Het gaat dan over hele algemene onderwerpen,  geen inwijdingsgeheimen waarmee de eed van geheimhouding wordt verbroken. De introductiecursus bevat voor mij persoonlijk echt de minimale bagage die je mee moet krijgen om een beetje voorbereid te zijn. Er worden allerlei verschillende onderwerpen behandeld en iedereen pakt daar uit wat voor hem of haar op dat moment belangrijk is. Als je veel aantekeningen maakt tijdens de cursus en deze na een tijd terugleest zullen je ineens hele andere dingen opvallen. Dat is dan een zaadje dat op dat moment ontkiemt.

Na het afronden van deze opleiding kan een geïnteresseerde om de neofietenopleiding vragen. Inmiddels heb ik die persoon beter leren kennen en heb zelf dan ook een beeld of die persoon inderdaad in een coven op de juiste plek is. Het is echter nooit vanzelfsprekend dat je op dat moment in een opleidingscoven terecht komt. MA-AN Fryslân zal wel altijd de leerlingen die willen doorstromen naar een vervolg zo goed mogelijk adviseren en begeleiden.

De Alexandrian traditie kent een neofietengraad die voorafgaat aan de eerstegraads inwijding. Deze fase duurt minimaal een jaar en een dag en kan bij ons tot maximaal vijf jaar duren. Komt het na vijf jaar nog niet tot een eerstegraads inwijding dan stoppen we ermee, je kunt tenslotte niet eeuwig leerling blijven. Voor deze fase krijg je ook een neofiet-inwijding en ga je als neofiet aan de slag met de vooropleiding. Je bent dan nog niet daadwerkelijk lid van de coven, je behoort als het ware tot de ‘buitencirkel’. Als neofiet heb je nog niet te maken met de verplichtingen waar je mee te maken krijgt na je inwijding, maar het is zeker ook niet vrijblijvend. Je zult moeten laten zien dat je de discipline hebt die nodig is om het inwijdingspad verder te bewandelen. Dus het is belangrijk dat je afspraken nakomt en op de afgesproken tijd verschijnt. Zo wordt in onze coven je doorzettingsvermogen op de proef gesteld met het overschrijven van het ‘Book of the Law’.

Het ‘Book of the Law’ is een verzameling wetten en regels die voornamelijk toepasbaar waren in de tijd dat hekserij nog verboden was en het echt verstandig was je als heks verborgen te houden. We maken tegenwoordig dus ook niet meer zoveel gebruik van het boek, hoewel het tijdens de lessen wel regelmatig besproken wordt. We kijken dan vooral naar wat wel toepasbaar kan zijn.

In de neofietfase krijg je voorbereidende lessen op de inwijding en het nodige huiswerk. Af en toe kun je meedoen aan het vieren van de jaarfeesten. Dit gaat dan om meer paganistische jaarfeesten, waarbij geen cirkel getrokken wordt. Een neofiet zal bij ons nooit meedoen aan de daadwerkelijke rituelen van de inwijdingstraditie. In de periode als neofiet kun je ook aftasten of je echt in een groep kunt en wilt functioneren. Ook heeft de rest van de coven zo de kans om jou te leren kennen en er achter te komen of je qua energie in de groep past.

Sommige mensen weten gelijk al heel zeker dat ze door willen gaan voor de eerstegraads inwijding en staan precies na een jaar en een dag bij mij op de stoep om een gesprek aan te vragen. In dat gesprek kun je aangeven waarom je verder wil op het inwijdingspad. Vervolgens gaan wij in gesprek met de elders van de coven en nemen we gezamenlijk de beslissing of deze kandidaat geschikt is voor een inwijding en de discipline hiervoor bezit.

Als dit van alle kanten positief is, en gesteld dat er zou plaats in mijn coven zou zijn, dan wordt er een datum geprikt. Dit is meestal dertien weken later, wat de periode van retraite is die vooraf gaat aan de inwijding. Aan het eind van de dertien weken ga je vasten, dan bereid je je niet alleen mentaal, maar ook fysiek voor op de inwijding.

Soms krijgen we te maken met partners die bang zijn voor wat er gaat komen. Dat is heel begrijpelijk en we staan er ook altijd voor open om met die partner het gesprek aan te gaan. Je komt er niet onder uit dat de persoon die ingewijd wordt gaat veranderen. Mensen worden bijvoorbeeld zelfstandiger en komen steviger in hun schoenen te staan.

Ik vond het zelf een hele prettige fase; aan het begin van die dertien weken denk je bij je zelf ‘hoe ga ik daar doorheen komen’. Het lijkt dan een enorme tijd om te overbruggen. Naderhand vond ik het juist jammer dat het maar dertien weken duurde. Ik vond het een heerlijke periode en het mocht van mij nog wel langer duren.

Ik ben eigenlijk ook best een tijd bezig geweest om uiteindelijk bij de inwijding terecht te komen. In december 1970 kwam ik voor het eerst in aanraking met hekserij en heb de eerste twintig jaar mijn pad solitair bewandeld. Op een zeker moment heb ik toch een bepaald gemis ervaren, waaronder het beleven met anderen. In die tijd was er natuurlijk ook nog heel weinig te vinden, je had wel de eerste boeken over wicca, maar je was verder ook wel op jezelf aangewezen. Pas jaren later kwam ik terecht bij een coven en kreeg in 1994 mijn inwijding. Het mysterie van de inwijdingstraditie maakt het voor mij speciaal, het maakt het net wat voller en rijker. Zonder het mysterie is het meer algemeen en is het voor mij iets minder speciaal. Daar ligt ook het verschil met het solitaire of eclectische pad. Het is echt iets anders, niet meer of minder. Daar ligt ook het verschil tussen hekserij en wicca.

“Je wordt op het solitaire pad wel heel erg op jezelf teruggeworpen”

Robin Bokkepoot noemt zichzelf een eclectische heks:

Voor mezelf ben ik misschien meer bezig met de magische kunde dan met de religie, hoewel dat laatste wel degelijk een belangrijke rol speelt in mijn leven. Het zou best kunnen dat dit te maken heeft met het feit dat ik solitair werk. De oude religie is tenslotte vooral gericht op het eren door middel van viering, en dat is natuurlijk het leukst als je met meerdere mensen bent. Op dit moment voel ik me niet echt geroepen tot het inwijdingspad en ik heb ook niet echt de tijd om gezamenlijk met mensen dingen te gaan doen.

Het pad van de hekserij geeft voor mij wel een bepaalde richting aan, er ligt voor mij wel degelijk een bepaald streven. Dat is vooral het streven naar kennis en inzicht. Ik geloof dat kennis macht is en dat macht kennis is. Ondanks dat ik niet ben ingewijd, denk ik dat ik wel degelijk wijsheid opdoe die niet voor iedereen toegankelijk is.

De weg die ik heb gekozen is op zijn tijd best zwaar, ik word toch heel erg op mijzelf teruggeworpen. Ook word ik mij bewust van mijn eigen valkuilen. Een goed voorbeeld hiervan is dat ik na een tijd oefenen met de tarot tot het bewustzijn kwam dat ik bepaalde boodschappen niet wilde zien. Toen werd het me dus duidelijk hoe moeilijk het is om kennis op mezelf te betrekken. Ik heb ook geen referentiekader als ik aan het experimenteren ga met magisch werk en het uitvoeren van rituelen. Hoe weet ik bijvoorbeeld dat ik een cirkel goed getrokken heb? Dan kan ik dus alleen maar vertrouwen op wat ik zelf op dat moment ervaar.

Soms heb ik ook even behoefte aan ondersteuning of een luisterend oor. Maar er is dan niemand waar ik op terug kan vallen en die mijn hand vasthoudt als dat nodig is.

Ook als het aankomt op theoretische kennis ligt er een heel leerproces om voor mezelf onderscheid te maken tussen wat nuttige en bruikbare informatie is en wat niet. Er is tegenwoordig heel veel informatie te vinden op het internet en een enorme hoeveelheid boeken, maar ik moet die informatie wel weten te filteren.

Op mijn dertiende kwam ik al in aanraking met hekserij en voelde me daar gelijk sterk door aangetrokken. Een paar jaar later heb ik eens een zelfinwijdingsritueel gedaan uit een boekje en daar voelde ik helemaal niks bij. Toen heb ik ook gelijk besloten om niet zomaar klakkeloos dingen aan te nemen en mijn eigen weg te vinden.

Toen ik een jaar of negentien was kwam ik bij toeval in een boekenzaak voor het eerst de term ‘Seidhr’ tegen, het magisch pad van de Noordse traditie. Dit was een heel bijzonder moment waarbij ik gelijk een soort klik voelde, alsof er een connectie werd gemaakt. Ik ben daar verder in gaan zoeken en kwam ook boeken tegen die bepaalde technieken beschrijven waar ik zelf mee aan de slag kon gaan. Toen ik met deze oefeningen begon heb ik ook een paar heel bijzondere en intense ervaringen gehad. Door het werken met de magische staf en het zingen raakte ik bijvoorbeeld heel makkelijk in trance.

Ik heb ook een heel krachtig contact gekregen met de vooroudergeesten en de Goden. Het eerste ritueel dat ik deed om contact te maken met de voorouders was heel eenvoudig, maar ik heb gelijk heel sterk hun aanwezigheid ervaren. Het contact leggen met de geesten van de voorouders is ook zeker een overgangsfase voor me geweest. Ik ben dichter bij me zelf gekomen, sterker geworden en heb aan zelf vertrouwen gewonnen.

Ik voel me vooral verbonden met de oudere vruchtbaarheidsgoden en de Moedergodin. Toen ik een paar jaar terug met de lente-equinox bezig was met het schoonmaken van mijn altaar voelde ik ineens in een opwelling de behoefte om ook een toewijding te doen aan de Godin. Vanaf dat moment ervaar ik ook heel sterk die verbinding. Het is een hele subtiele uitwisseling. Als ik daarmee bezig ben zie ik vaak ineens een spin bij me in de buurt. Zij herinnert me dat haar web is als het leven  en dat de draden alles met elkaar verbinden. Om contact met de Goden te krijgen gaat het niet zozeer om hoe hard ik aan het draadje trek, maar wel om dat ik aan het juiste draadje trek.

“Ik  werd mij bewust dat alles in mijn leven doordrongen was van wicca”

Bran begon zijn inwijdingspad in 1990:

Ik was al op jonge leeftijd geïnteresseerd in alles wat maken had met sprookjes en mysterieuze dingen. Feeën en kabouters, eigenlijk alles wat zich zichtbaar en onzichtbaar in de natuur bevindt, wist me te boeien. Jaren later kwam ik in een boekenzaak een boek tegen van Janet en Stewart Farrar. Dit boek ging specifiek over de sabbats en het sloot heel erg aan op mijn beleving van de natuur en de seizoenen. Stewart was heel serieus en oprecht bezig om deze nieuwe bestaande religie handen en voeten te geven. Er was toen eigenlijk verder heel weinig te vinden over dit onderwerp en ik kende ook niemand die zich hier mee bezighield. Zeker in het Noorden van het land hoefde je niet te verwachten iemand tegen te komen met een soortgelijke interesse.

Een paar jaar later ontdekte ik Silver Circle in Zeist. Ik abonneerde me op Wiccan Rede en besloot uiteindelijk contact te leggen met Merlin en Morgana. Eigenlijk verwachtte ik om gelijk tijdens het eerste gesprek ingewijd te worden, zonder een fase daaraan vooraf. In plaats daarvan kreeg ik een uitnodiging voor de vrijdagavondgroep. Deze avonden werden gehouden om met elkaar te praten over hekserij en de oude religie.

Nadat ik al een tijdje elke maand langskwam voor de vrijdagavondgroep werd de ‘schriftelijke begeleiding’ geïntroduceerd. Deze lessen zouden geïnteresseerden de nodige bagage meegeven die belangrijk was voor de inwijding. Ik was een van de eersten die de schriftelijke begeleiding volgden en later werd het een vast onderdeel van de vooropleiding. Daarnaast werden sommige mensen uitgenodigd voor de rituelengroep. Deze groep bood de mogelijkheid om ervaring op te doen met het vieren van de jaarfeesten. Deze rituelen hadden een open karakter met thema’s uit de wicca, maar stonden los van de daadwerkelijk rituelen van de coven.

De voorfase naar de inwijding duurt minstens twee jaar, in die tijd volg je de schriftelijke begeleiding waarin allerlei onderwerpen met onderliggende thematiek van de wicca ter sprake komen. Door hiermee bezig te zijn raak je vertrouwd met de materie en leren de beginners en de begeleiders elkaar beter kennen. Je voelt dan op een bepaald moment vanzelf wel aan of het klikt of niet. Deze fase was voor mij wel een hele omwenteling in mijn gedachtenwereld. Van huis uit was ik niet grootgebracht met het idee van een god en een godin. Dit soort ideeën kwamen wel makkelijker binnen omdat ik me al veel verdiept had in mythologie en een rijke fantasie had. Ik werd me er ook steeds meer bewust van dat alles in mijn leven doordrongen was van wicca. Alles wat ik deed, waar ik me mee bezig hield, het had allemaal te maken met de natuur en de invulling van mijn religie.

Van het begin af aan wist ik dat ik ingewijd wilde worden, ik wilde deel uitmaken van een coven, samen de jaarfeesten vieren en magisch werk bedrijven. Toen ik eenmaal op dat punt kwam, was het van beide kanten eigenlijk ook wel duidelijk, je voelt dat van elkaar aan.

Op de dag van de inwijding zelf moet je je goed voorbereiden en word je voorafgaand aan het ritueel een tijdje alleen gelaten. Tot je wordt opgehaald overdenk voor jezelf of je dit echt wilt en of je echt klaar bent voor de inwijding. De inwijding was voor mij ook het afsluiten van de beginfase, het is een soort hoogtepunt van de eerste fase, een doel dat is bereikt. Het had uiteindelijk langer geduurd dan ik verwacht had, maar ik had alle geduld om uiteindelijk datgene te bereiken waar ik zo sterk naar verlangde.

‘”Inwijding betekent voor mij vooral jezelf veel onder de loep nemen”

Yoeke heeft een Reclaming-inwijding gehad:

Mijn inwijding was wel een inwijding in Reclaimingstijl, alleen werd deze inwijding gedaan door zeven priesteressen van verschillende tradities, waaronder ook twee niet-heksen. Ik had daarvoor al jaren als Reclaiming-priesteres gewerkt en geleefd zonder een inwijding of iets dergelijks. Op een gegeven moment ontstond er toch behoefte een belofte te doen en daarmee zowel mijn ervaringen te bestendigen als mijn intentie uit te spreken voor mijn leven als priesteres in de toekomst. Een inwijding voelde ik als belangrijke stap om zo’n belofte te intensiveren.

Reclaiming kent geen systeem van meerdere graden. Er is één inwijding, en dat is een puur persoonlijke inwijding. Je werkt daar naar toe in een jaar en dag. In die periode ben je vooral bezig met het overwinnen van je eigen uitdagingen. Dat kan betekenen dat je bijvoorbeeld ’clean and sober’ wordt als je een afhankelijkheidsprobleem hebt, of je huis opruimt als je een onverbeterlijke sloddervos bent. Ik had een strenge begeleidster, dat had ik ook wel nodig. Mijn opdracht was onder andere om te werken aan mijn persoonlijke discipline. Niet mijn sterkste kant; ik fladder graag van hier naar daar en terug. Nu moest ik het hele jaar elke dag een uur mediteren.

Er is dus geen standaardprocedure voor een Reclaiminginwijding. Ik kan alleen vertellen hoe het voor mij was.

Bij het jaar voorafgaand aan mijn inwijding hoorde voor mij ook om steeds bewust te leven en werken als priesteres, rituelen te doen en anderen te begeleiden met rituelen op verzoek. Voor die periode deed ik daar ook al kennis en ervaring in op, maar nu kwam er toch een bepaalde diepte bij.  Ik merkte bijvoorbeeld dat een aantal technieken die ik als Reclaimer heb geleerd, en ook heb onderwezen, meer betekenis voor me kregen. Het werken met de elementen, de ‘planes of stability’ bijvoorbeeld, waarbij je zes levensthema’s nauwkeurig in het oog houdt. En het magische werk rond het ‘iron pentacle’.  De drie poten van de cauldron werden steviger voor me. Dat laatste, die drie poten, is een belangrijk en centraal onderdeel van de Reclaiming. De drie poten staan voor je persoonlijke, magische en je maatschappelijke ontwikkelingspad. Het maatschappelijk aspect is dus ook heel belangrijk bij Reclaiming. Dit kun je vormgeven door je in te zetten voor vrijwilligerswerk, op de school van je kinderen, in de buurt of in je dagelijks werk. Voor mij is dat ‘buitenpad’ vooral mijn journalistieke werk. Iedereen heeft echt de ruimte zijn eigen kwaliteiten in te zetten.

Voor een inwijding moeten alle drie die aspecten grondig verkend zijn. Je gaat ze ook op elkaar betrekken en als één geheel in je leven integreren. Inwijding betekent voor mij vooral jezelf onder de loep nemen. Daarom is zelfinwijding of toewijding ook zo lastig. Het is heel moeilijk om voor je zelf in te schatten wanneer je ergens klaar voor bent; je hebt veel blinde vlekken. Je begeleider kan je een spiegel voorhouden waar dat nodig is. Het bepalen van het moment van inwijding is denk ik een samenspraak, goed overleg en een vorm van overgave en vertrouwen. Toen ik begon aan mijn inwijdingsproces wilde ik het liefste drie maanden later de boel afgerond hebben. Door de intensieve en puur persoonlijke begeleiding tijdens de voorbereiding merkte ik dat ik na een jaar pas zo ver was dat ik vond dat ik nog lang niet toe was aan een inwijding. Toen was het tijd.

Hoewel het inwijdingsritueel voor iedereen verschillend is, is het is wel per definitie altijd schokkend en uitdagend. Het gaat namelijk vooral in op het doorbreken van je persoonlijke blokkades. Je weet eigenlijk ook nooit waar de inwijding toe zal leiden. Ik was zelf in elk geval volkomen verrast door het effect. De inwijding heeft echt een poort geopend waarvan ik niet eens wist dat die er was. Het is een beetje aanmatigend te denken dat wij zelf de grenzen aangeven. Met een toewijding of inwijding stel je je beschikbaar. Je gaat op de rand van de schutting staan en je roept: Hier ben ik! Vervolgens heb je geen idee wat de reactie zal zijn, of wat er op je af komt. De 48 uur van mijn eigen inwijding waren levensveranderend op alle drie de vlakken, persoonlijk, magisch en maatschappelijk. Op een heksenmanier is dat ook wel logisch. Een inwijding is per definitie een mysterie, dus het effect ervan is niet te voorspellen. Je geeft het uit handen. Je geeft jezelf uit handen. Met als doel jezelf, met alle goddelijke en menselijke aspecten te kunnen omarmen. Dat is een mysterie op zich.

 

Meer weten over dit onderwerp?

– Op het Silver Circle-forum kun je veel interessante informatie opdoen
– De rubriek Arachne’s Web is een handige gids om in contact te komen met verscheidene covens en groepen.
– Je kunt ook een van de redactieleden mailen als je een specifieke vraag hebt.

Door Bliss.

Geplaatst in Artikelen | Getagged , , | Reacties uitgeschakeld voor Het pad naar de inwijding

Tales of Anatolia: From Hekatesia to Aphrodisias, Part 2 – July 2012

Tales of Anatolia: From Hekatesia to Aphrodisias, Part 2 – July 2012

… to be continued… the journey goes on to Didyma and the Temple of Apollo and to Aphrodisias.

For an extended article about The Temple of Apollo at Didyma, modern Didim, please refer to the separate article ‘The Apollo Temple of Didyma‘.

From Bodrum to Aphrodisias is quite a long journey, not only distance-wise but also the terrain we covered by car. Climbing to heights of over 1800 meters there were some spectacular views.

On the way to Aphrodisias, in the area of the district of Karakasu (Morgana June 2012)

The temple complex, as in many other cases such as Lagina, covers a large area often several square kilometres. I arrived at Geyre and the starting point for the temple. There was the usual market with souvenirs and local produce of textiles and pottery. I often wonder if this was also the case when pilgrims travelled to the various temples for the annual festivals many hundreds of years ago. Wasn’t I also a pilgrim?

Several of us gathered together and we were instructed to step into “the tractor” which was in fact an open wagon pulled by a tractor. After a rather bumpy ride we stepped out into shady forecourt where there was a museum shop and a large modern building housing the present museum.

More about this later. First a little background information.


Map copyright PlanetWare.com

“The ancient city of Aphrodisias, once the capital of the province of Lydia, is located near the village of Geyre in the district of Karacasu 38 km south of Nazilli. In ancient times, the attractive marble buildings of Aphrodisias no doubt shone out, as they do now, from amidst the rich vegetation of the Dandalaz valley with its almond, pomegranate and poplar trees.

The wealth and cultural and political importance of the city is clearly attested by the size and magnificence of the buildings of which it is composed. The name Aphrodisias is derived from Aphrodite, the goddess of nature, beauty, love and plenty, and was one of the most famous cult centres of the goddess. But this was not the original name of the city. According to the historian Stephanus it was founded by the Lelegians and was first known as Lelegonopolis.The name of the city was later changed to Megalopolis, and later again to Ninoe after Ninos, the King of Assyria.

The history of the city can be traced back to the early bronze age and there is even clear evidence of a chalcolithic culture prior to the 3rd millennium B.C. The use of the name Aphrodisias began after the 3rd century B.C., in the Hellenistic period.The spread of Christianity under the Byzantine Empire and the gradual adoption of Christianity as the state religion resulted in a marked change in the status of the city. The cult centre of Aphrodite declined in importance, to such an extent that the names Aphrodite and Aphrodisias were finally erased from all the inscriptions.” (1)

I have tried to find out more about the neolithic remains but apart from very brief mentions it seems that little is actually known.

“Two prehistoric settlement mounds mark the earliest habitation of the site, in the sixth or fifth millenium B.C. In spite of its long occupation, Aphrodisias remained a small village until the second century B.C., the date of the earliest coins and inscriptions recording the name of the city.”

(http://www.nyu.edu/projects/aphrodisias/hist.htm)

Of course it is precisely this earlier period which interests me the most 🙂

The statue of Aphrodisias reminded me of the statue of Artemis at Ephesus with both goddesses wearing what seems to be an elaborate gown with multiple pockets or pouches.

This is Aphrodisias:

(http://allisonwucher.com/wordpress/2010/03/08/turkey-tour-day-two-aphrodisias-hierapolis-pamukkale/)

This is Artemis of Ephesus

Clearly these two images of the goddesses have many similarities.

“The cult image that is particular to Aphrodisias, the Aphrodite of Aphrodisias, doubtless was once housed in the Temple of Aphrodite. She was a distinctive local goddess who became, by interpretatio graeca identified with the Greek Aphrodite. Her canonical image, typical of Anatolian cult images, shows that she is related to the Lady of Ephesus, widely venerated in the Greco-Roman world as Artemis of Ephesus. The surviving images, from contexts where they must have been more civic than ritual, are without exception from the late phase of the cult, in Hellenistic and Roman times. They are rendered in the naturalistic style common to their culture, which gave the local goddess more universal appeal. Like the Lady of Ephesus, the “Aphrodite” of Aphrodisias wears a thick, form-disguising tunic, encasing her as if in a columnar box, always with four registers of standardized imagery. Her feet are of necessity close together, her forearms stretched forward, to receive and to give. She is adorned with necklaces and wears a mural crown together with a diadem and a wreath of Myrtle, draped with a long veil that frames her face and extends to the ground. Beneath her overtunic she wears a floor-length chiton. The bands of decoration on the tunic, rendered in bas-relief, evoke the Goddess’s cosmic powers: the Charities, the Three Graces that are the closest attendants of Aphrodite; heads of a married pair (the woman is veiled), identified by Lisa Brody as  Gaia and Uranos, Earth and the Heavens, over which this goddess reigns.”

http://en.wikipedia.org/wiki/Aphrodisias

Both statues reflect the goddess’s connection with the Earth and Gaia and the seasonal cycles. The pouches at Artemis’ breast look significantly like the pods bees lay their eggs into and remind us of the strict hierarchy, whilst Aphrodisias too reflects her connection with the populace, the people. I was also reminded that one of the names of Aphrodisias was in fact ‘Megalopolis’ meaning literally ‘large city’.

The Three Graces depicted at the Sebasteion (Morgana June 2012)

With the lush vegetation and rich fertile plains this area of Anatolia must have been extremely attractive for many different peoples.

The Temple of Aphrodite (Morgana June 2012)

“Located in the northern section, in ancient times the Temple of Aphrodite formed the centre and nucleus of the city. All that remains of the ancient temple consists of fourteen of the over forty Ionic columns that once surrounded it and the foundations of the cella section. Although the cult centre dates back to earlier times the temple whose remains we see today was begun in the 1st century B.C. and is thought to have been completed during the reign of Augustus. The temenos (temple precinct) was completed in the 2nd century during the reign of Hadrian. The building would appear to have been what is known as an octastyle temple with thirteen columns on each side and eight columns at front and rear. On some of the columns are inscribed the names of the donors who presented them to the temple. The discovery of several mosaic fragments belonging to the Hellenistic period indicate the existence of an older temple on the same site, but with the conversion of the temple to a church in the 5th century all traces of the older building were erased. At the same time, the walls of the cella containing the cult statues were removed and the building enlarged by moving the side columns outwards. Walls were added at the front and rear of the building to form an apse and nave. An apse and an atrium were added on the east and west. No cult statue was found in the cella but in 1962 a statue was found immediately outside it bearing all the characteristics of a cult statue.” (2)

The Theatre (Morgana June 2012)

The Remains of an Altar. (Morgana 2012)

When I saw this altar I was immediately reminded of the oyster shell so often associated with Aphrodite. I didn’t find any evidence to support this idea and perhaps it was the way it had fallen which gave me this impression? As you can see it looks like a big dish.

There are a number of other interesting features at Aphrodisias including the

Sebastion: “The Sebastion is a most remarkable discovery, not only as regards the excavations in Aphrodisias but in the whole context of classical archaeological excavation. When the building was first unearthed in 1979 it appeared to have no relation to any other building but, as excavations were carried down to deeper levels, it became apparent that this consisted of a temple dedicated to the cult of the Emperor Augustus (Sebastos is the Greek equivalent of the Latin Augustus) and its surrounding complex.”

Baths of Hadrian: “The baths constructed in the 2nd century during the reign of the Emperor Hadrian lie to the west of the Portico of Tiberius. This complex consists of a large central hall, probably the caldarium or hot room, surrounded. by four large rooms, the tepidarium, sýýdatorium, apoditerium and frigidarium (warm room, sweating room, dressing room and cold room respectively).

It is a most imposing building with all the requisite facilities, such as labyrinthine underground service corridors, water channels and furnaces.

In the excavations conducted here in 1904 the French archaeologist Paul Gaudin unearthed a large number of artistic works now preserved in the Istanbul Archaeological Museum. (3)

Bouleuterion

The Bouleuterion (Council House) is centred on the north side of the North Agora. it consists of a semicircular auditorium fronted by a shallow stage structure about 46 m wide.

Bouleuterion from above (Morgana June 2012)

Bouleuterion from the side, looking upwards. (Morgana June 2012)

One of the most impressive sites at Aphrodisias is the Tetrapylon, or Ornamental Gate. It is called the Tetrapylon because of the four groups of columns. It has been extensively repaired and reconstructed (1990). This is the view walking from the main temple area. It is quite breath-taking!

The path to The Tetrapylon (Morgana, June 2012)

The Tetrapylon (Morgana June 2012)

The head of Aphrodite of Aphrodisias adorns the entrance of the museum (Morgana June 2012)

The Museum:  

A modern building, the museum houses some of the city’s famous marble sculptures. It also includes the cult statue of Aphrodite that stood in the temple. See description above. I was amazed at the large hall of rows of reliefs/statues.

Here is an interesting account of the discovery of Aphrodisias and the  founding of the museum:

It’s September 1958. The then Prime Minister is going to open Turkey’s biggest dam, the Kemer. Getting wind of the event, Hayat (Life) magazine quickly dispatches photojournalist Ara Güler to the nearby town of Aydın. Provided with a car and driver by the governor’s office, Güler is still shooting when night falls. They lose their way, winding up in a coffeehouse in a remote mountain village. The locals are playing cards on top of a Roman column capital. As soon as it gets light the next morning, Güler takes a look around the village, photographing the reliefs of figures on sarcophagi crushing grapes and driving a pair around the Hippodrome. The village is Geyre. On his return to Istanbul he shows his pictures first to writer and culture doyen Sabahattin Eyuboğlu, and then to Rüstem Doyuran, Director of the Archaeological Museum. No one is familiar with this place. Güler has the idea of sending his photos to the Architectural Review. Not long afterwards a telegram arrives from the American journal, Horizon. Güler returns to the village with the same driver. When the journal requests a ‘very well known’ writer, Prof. PhD.. Kenan T. Erim is enlisted. And from that day forward, Erim never stops writing about Aphrodisias. Right up to his death…”

http://www.ozgurguker.com/Turkey/Aphrodisias-Archeology-Museum-Turkey.html

Sebasteion sculpture hall in the Museum (Daydreamtourist.com)

I have only scratched the surface of the many wonders of Aphrodisias. As I look back now at the photos of my recent visit I suddenly have a feeling of being homesick.  Artemis, Aphrodite, Hekate, Apollo, Hermes and Zeus… all known in the Hellenistic world but their roots firmly embedded in the ancient world we now know as Anatolia. (Greek for EAST).

Underlying this ancient stream is the one goddess I have not mentioned in detail yet… KYBELE.

I will dedicate another article to her… “From Kybele to Cibeles”.  For now the torchbearer continues the journey.

Hekate of the two torches

REFERENCES:

http://www.turizm.net/cities/aphrodisias/  1, 2 , 3

http://www.nyu.edu/projects/aphrodisias/stad.htm

http://www.circewicca.nl/goden/kybele.html

http://www.istanbultours.org/aphrodisiasdaytrip.html

http://daydreamtourist.com/2012/07/25/you-must-see-aphrodisias/

 

Geplaatst in English articles | Getagged , , , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Tales of Anatolia: From Hekatesia to Aphrodisias, Part 2 – July 2012

Bijvoet


De Latijnse benaming van het kruid bijvoet ‘Artemisia Vulgaris’ vertelt al een heel verhaal. Ondanks dat het kruid inderdaad een sterke connectie heeft met de Godin Artemis, is het geslacht Artemisia hoogstwaarschijnlijk vernoemd naar de Griekse koningin Artemisia, gemalin van koning Mausolos van Karië. Zij was een beroemd plantkundige en medisch onderzoeker. Toch is het lastig om dit te achterhalen, mede doordat de oorsprong van de naam Artemis nogal schimmig is. Het Griekse woord ‘artemes’ betekent ‘veilig’. Dat zou heel goed passen bij de beschermende eigenschappen die deze plant toegedicht worden. De meest aannemelijke theorie is dat ‘Artemis’ verwant is aan het Griekse woord ‘arktos’, oftewel ‘berin’. Dit zou er op wijzen dat de godin voortkomt uit een nog veel oudere cultus, waarin de grote Berin het totemdier was dat symbool stond voor de grote Moeder. Uiteindelijk is het ook niet erg belangrijk waar de oorsprong ligt van de naam, we kunnen sowieso concluderen dat het kruid en de Godin een sterke relatie met elkaar hebben. Immers heeft het kruid eeuwenlang bekend gestaan als ‘Moeder der kruiden’ en ‘Al heler’. Artemis was net als haar broer Apollo toegewijd aan genezing. Apollo bezat ook een aloude tuin, waar geen bloemen maar kruiden in stonden. Hetzelfde gold voor Hecate, de godin die eigenlijk in een adem met Artemis wordt genoemd: zij bezat een soortgelijke tuin die bezocht werd door de tovenares Medea. Wat vooral ook interessant is om te weten, is dat bijvoet in grote getale groeide op de berg Taygetos in Arcadië, waar Artemis met haar nimfen het liefst ging jagen. Een manuscript uit de elfde eeuw laat weer een afbeelding van Artemis zien waar zij het kruid schenkt aan de centaur Cheiron.

Het Nederlandse bijvoet zou afstammen van het volksgeloof dat Bijvoet vermoeidheid zou tegen gaan wanneer het in de schoenen gedragen wordt. Dit zou later inderdaad op die manier verbasterd kunnen zijn, maar in feite stammen de verschillende Nederlandse en Duitse termen af van het Germaanse werkwoord ‘Bautan’, wat zoveel betekend als ‘stoten’. Er zijn verschillende theorieën vanwaar het deze naam heeft gekregen. In Engeland was de oorspronkelijke naam ook ‘Motherwort’, pas in latere tijd werd de naam ‘Mugwort’ aangenomen. Er wordt wel eens gezegd dat ‘mug’ gebruikt wordt als in ‘mok’. Dit vanwege het feit dat bijvoet tijdenlang gebruikt is als ingrediënt van bier, ter vervanging van hop. In werkelijkheid zal het eerder zijn dat ‘mug’ komt van ‘moughte’, oftewel een mot. Het is namelijk al sinds oude tijden een kruid dat bekend staat om zijn insectenwerende eigenschappen, inderdaad specifiek tegen motten.

Bijvoet is zogezegd een kruid met een breed scala aan geneeskrachtige eigenschappen. Onder de werkzame stoffen bevinden zich onder andere etherische oliën, bitterstoffen en looistoffen. De bitterstoffen hebben een heilzame werking op de spijsvertering, daarom is bijvoet ook een geliefd kruid in de keuken bij zware en vette maaltijden. De looistoffen in de plant verzachten menstruatieklachten en vergemakkelijken de bevalling. Ook hebben de looistoffen een sterke antiseptische werking. Bijvoet heeft in het algeheel een ontkrampende en verwarmende werking in het lichaam. Daarnaast heeft het een stimulerende invloed op het zenuwgestel en een verhelderend, rustgevend en opwekkend effect op de geest.

Het wordt al gauw duidelijk waarom bijvoet het ‘Moederkruid’ en de ’Alheler’ wordt genoemd. Naast de bovengenoemde eigenschappen zijn er waarschijnlijk nog pagina’s vol te schrijven met medische bevindingen over dit kruid. Het is daardoor ook lastig om een heersende planeet, element en temperament aan bijvoet toe te wijzen. Moderne kruidkundigen, heksen en magiërs zijn al gauw geneigd om de Maan of Venus en het element aarde met bijvoet te verbinden. Terwijl het element aarde ‘koud en droog’ is, wordt in oudere beschrijvingen vermeld dat het kruid een ‘heet en droog’ temperament bezit. Neptunus wordt tegenwoordig ook genoemd vanwege de euforische werking op de geest. Neptunus is dan ook het verhoogde octaaf van Venus en heeft deels vergelijkbare eigenschappen met de Maan. De diversiteit aan eigenschappen van de plant en haar werking op het zenuwstelsel duiden weer op Mercurius, de boodschapper van de Maan. Er is fysiek ook een zekere samenwerking tussen deze krachten. De Neptunus/Maan-eigenschappen, dus de euforische bewustzijnstoestand, heeft weer invloed op het zenuwstelsel.

Het menstype dat past bij bijvoet is een overgevoelige persoon die blootstaat aan allerlei invloeden van buitenaf, die ervoor zorgen dat deze persoon geestelijk uit balans raakt. Hij mist stevige grond onder zijn voeten en heeft te weinig afweer tegen de buitenwereld. Dit heeft uiteraard ook zijn weerslag op het fysieke lichaam: het veroorzaakt een verkrampte en overprikkelde toestand. Er kan ook sprake zijn van een disbalans tussen het ‘mannelijke’ en het ‘vrouwelijke’ in deze persoon. Dit kan zich bijvoorbeeld manifesteren in een onevenwichtig functioneren tussen emoties en de geest. Zo’n mens heeft vaak een rijk innerlijk leven, maar hangt juist vooral in dromen en fantasieën. Bijvoet kan deze persoon helpen met beide benen op de grond te komen, zijn wortels te versterken. Iemand kan met hulp van deze plant leren beter naar zichzelf en naar zijn intuïtie te luisteren. De verhelderende werking van bijvoet kan ervoor zorgen dat deze persoon balans leert vinden. Het kruid is een prettige en krachtige ondersteuning tijdens het bewandelen van ons levenspad.

We kennen in Europa een enorme schat aan folklore over het kruid Bijvoet. Deze levert ons niet alleen kennis van de medicinale en voedzame eigenschappen, maar ook talloze magische toepassingen. In de Oud-Engelse negenkruidenspreuk die zowel christelijke elementen als wel een verwijzing naar de god Wodan bevat, wordt bijvoet genoemd:

“Remember, Mugwort, what you made known,
What you arranged at the Great proclamation.
You were called Una, the oldest of herbs,
you have power against three and against thirty,
you have power against poison and against infection,
you have power against the loathsome foe roving through the land.”

Bijvoet’s beschermende eigenschappen reiken van afweer tegen boze geesten en donkere elven tot het buiten de deur houden van onheil en ziekte. In Limburg maakt men een kruisje van bijvoet als amulet en driemaal afkloppen met een bosje bijvoet, zo geloofden onze voorouders, kon alle vloeken weer onttoveren. Met Midzomer was het een van de negen planten in de kruidenwis en maakten de mensen gordels of kransen voor om het hoofd; deze werden later in het vuur gegooid om ongeluk in het komende jaar te voorkomen. In de zomer wordt vooral ook gebruik gemaakt van de Venus- eigenschappen van bijvoet (Venus wordt regelmatig met het kruid afgebeeld) en de zomerverschijningen van de Moedergodin, zoals Aphrodite, Artemis, de Keltische Aine en de Germaanse Freyja. Het wordt gebruikt in amuletten om liefde aan te trekken en om vruchtbaarheid en potentie te versterken. In Engeland wordt bijvoet ook wel eens ‘Lad’s Love’ genoemd: als een jongeman een takje in zijn knoopsgat droeg, liet hij daarmee zien op zoek te zijn naar romance. Het kruid leent zich goed om getrokken in witte wijn (voor ongeveer een maand) te dienen als liefdesdrank.

“Artemisia – Mugwort, Motherwort sacred to Venus – help me to see beyond the world of effects, to the world of causes and meaning, of beauty and power. May fatigue be banished, protection be always about me”
~Phillip Carr Gomm~

In oktober kunnen de wortels van de plant geoogst en te drogen gehangen worden. In deze tijd van het jaar, waar wij afscheid nemen van het licht en het donkere jaargetij aanbreekt, en de sluier tussen de werelden heel dun is, kunnen wij een de magische eigenschappen van bijvoet goed gebruiken. Want in deze tijd, wisten onze voorouders, dolen ook de onrustige en wrokkige geesten rond. Een bosje bijvoet bij de voordeur of een mooie guirlande bij de ramen houdt de donkere geesten buiten de deur. Ook kan het kruid gebruikt worden als wierook om het huis te zuiveren en gereed te maken voor het nieuwe jaar. Met een beetje handigheid kun je zelfs een fantastisch schoonmaakmiddel bereiden dat zowel het stoffelijke als het onstoffelijke schoonmaakt. De beschermende, verdedigende en reinigende eigenschappen van bijvoet, alsmede zijn stimulerende eigenschappen op de geest, die dromen versterken en verhelderen, en visioenen en voorspellende gaven op kunnen roepen, worden vooral geassocieerd met de donkere kant van de Moedergodin, zoals Hecate, Cerridwen en de Morrighan, en de Germaanse Holda. Het is mogelijk om een staf te maken van bijvoet. Deze staf is uitermate geschikt om tijdens een ritueel de ruimte te reinigen en te wijden. Tijdens een Samhain-ritueel kan bijvoet gebrand worden om te divineren. Sommige heksen en sjamanen roken het kruid in een pijp en het is een van de mildere kruiden die vanouds voor vliegzalf wordt gebruikt. Ook kan bijvoet gebruikt worden om divinatie-instrumenten, zoals de kristallen bol en de zwarte spiegel, te reinigen en op te laden. Wie liever tijdens de slaap een heldere droom of een visioen wil oproepen kan bijvoet in zijn kussen stoppen. Het is wel aan te raden om bij inwendig gebruik voorzichtigheid in acht te nemen!

Geplaatst in Artikelen | Getagged , | Reacties uitgeschakeld voor Bijvoet

Recensie: Aardevrouwen spreken

Aardevrouwen spreken
Samentelling en redactie Manon Tromp
Geesteren, A3 boeken, 2012. 139 p. ISBN 9789077408995. € 17,50.

Voorkant van het boek Aardevrouwen spreken

Dertien vrouwen, onder wie Manon Tromp, geven hun visie op deze tijd en de toekomst. Ze zijn actief voor de aarde en de maatschappij, allemaal op hun eigen terrein. Dat varieert van landbouw en ecologie tot kunstgeschiedenis en natuurgeneeskunde; de beroepen van kennismakelaar tot politica en het religieuze scala omvat een natuurmagiër, een sjamaniste en een druïda. Veel van deze vrouwen hebben meerdere opleidingen gevolgd en op meer gebieden gewerkt. Een aantal schreven al een of meer boeken, zoals Karin Haanappel, Linda Wormhoudt en Gerwine Wuring.
Rond de tijd dat dit boek uitkwam, was er op tv de documentaire ‘Power to the people’ te zien in Tegenlicht, over allerlei kleinschalige initiatieven, met name op het gebied van energievoorziening maar bijvoorbeeld ook dat ZZP’ers onderling zorgen voor een verzekering tegen ziektekosten. Aardevrouwen spreken past helemaal in deze trend dat je je als mens zelf inzet voor een betere wereld, in plaats van te wachten tot een ander dat voor je doet.
Levenspadvindster Elvira van Rijn laat zien hoe je je dromen kunt laten uitkomen, welke stappen je daarvoor moet volgen. Natuurgeneeskundige Margreet Kattestaart geeft aanwijzingen om je gezondheid te verbeteren door alleen goede voeding te nemen, én te genieten. Carin Biegnolé filosofeert over het vrouwelijke, en over de vraag of we in staat zijn om het vrouwelijke meer ruimte te geven en tegelijkertijd de waarde van het mannelijke hoog te houden. “Zijn we in staat om te voorkomen dat de een de ander domineert?” Fransje de Waard heeft het over permacultuur en composteren, en over de nieuwe onderstroom van de stadslandbouw, waarin het draait om verbinding, authenticiteit, waarden, plek en betekenis.

Bij elkaar geven de meer beschouwende en de meer praktische verhalen een mooi overzicht van wat – deze – vrouwen beweegt en hoe dat ze inspireert om iets te doen. Het verhaal van oervrouw Agnes Meijs wil ik graag uitlichten. Zij publiceerde eerder Het oergevoel, over vuur maken, sporen zoeken, sluipen en nog meer. In dat boek richt ze zich op hoe je kinderen kunt stimuleren de natuur in te trekken. Bij kinderen uit het Gooi die drie dagen lang, verspreid over drie weken, in kleine groepjes de natuur in trokken, was duidelijk dat ze een verandering doormaakten van afkeer van natuur naar plezier en vertrouwelijkheid. Ouders en leerkrachten zeiden bijvoorbeeld: “Ineens heeft mijn kind allerlei verhalen die het nooit eerder had” of “We zien ons kind dingen ondernemen die het eerst niet durfde, het lijkt wel een ander kind.”
Net als volwassenen hebben kinderen natuur nodig. “We lijken te vergeten dat wij een onderdeel zijn van de natuur en dat we nooit zonder die bron in leven hadden kunnen blijven”, zegt Van Rijn. Ze noemt allerlei initiatieven waaraan ze zelf deelnam of die los daarvan ontstaan voor bijvoorbeeld buitenschoolse opvang in de natuur en geeft tips om met (je) kinderen erop uit te trekken. Als eerste: “Herinner je eens wat je zelf leuk vond als kind om in de natuur te doen. Neem dat als start. Je kunt het beste datgene aanzwengelen waarover je zelf enthousiast bent.”
En dat is eigenlijk wat er uit het hele boek spreekt: deze dertien vrouwen vertellen over waar ze enthousiast over zijn, en ze doen dat op zo’n manier dat je als lezer geïnspireerd wordt om ook bij te dragen aan een betere wereld.

Geplaatst in Boeken | Getagged , , | Reacties uitgeschakeld voor Recensie: Aardevrouwen spreken

Recensie: Dochters van Durga

Marnel Breure
Dochters van Durga. Op zoek naar de godinnen van India.
Amsterdam, Augustus, 2011. ISBN 978-90-457-0486-9
319 pag. € 19,95

Voorkant van het boek Dochters van Durga

De aantrekkingskracht van de wicca zit er voor veel mensen in dat het vrouwelijk-goddelijke niet alleen wordt erkend als principe, maar bovendien een belangrijke rol speelt in de riten. Toch kennen ook andere religies godinnen. Het hindoeïsme bijvoorbeeld, dat zowel in het Britse gebied als in Nederland bekendheid kreeg in het koloniale verleden. Maar betekent de verering van vrouwelijke goden ook eerbied voor menselijke vrouwen? Marnel Breure reisde door India en merkte dat de link tussen de vrouwelijke kant van het goddelijke en de goddelijke kant van de vrouw lang niet overal wordt gelegd. Uit haar boek blijkt dat de schrijfster de slechte omstandigheden waarin veel Indiase vrouwen leven geschokt aanziet, en maar slecht kan begrijpen hoe dit mogelijk is in een maatschappij die godinnen kent.

Maar ook de godinnen van het hindoeïsme hebben het niet gemakkelijk, blijkt uit wat ze vertelt. De godin Sati bijvoorbeeld, die tegen de wens van haar vader met de goddelijke outcast Shiva was getrouwd, pleegde zelfmoord omdat haar vader haar man weigerde te erkennen. Uit verdriet om de dood van zijn geliefde begon Shiva zo wild te dansen dat de kosmos ontregeld dreigde te raken, waarop Vishnu het lichaam van Sati in stukjes sneed en over de aarde verspreidde. Op alle plaatsen waar een deel van de godin neerkwam, werden heiligdommen voor haar opgericht. Haar vagina viel op de heuvel van Kamakhya (een andere naam van de godin) in Assam en wordt daar in de vorm van een grot met een bron vereerd. Tijdens de moesson kleurt het bronwater rood door ijzeroxide uit de bodem: de godin menstrueert.

In deze streek wordt tantra beoefend en onderwezen. “Echtparen die op de heuvel wonen, worden over het algemeen getweeën ingewijd in de tantrische tradities van Kamakhya. Daarbij zijn man en vrouw gelijkwaardig. De man staat aan het hoofd van de familie, de vrouw heeft vanwege haar verwantschap met de Godin een leidende rol in religieuze kwesties.” De vrouwen van de heuvel gedragen zich veel vrijer dan vrouwen elders in India.

Het hindoeïsme veroordeelt het slachten van dieren, maar juist in dit lieflijke godinnenoord worden dierenoffers gebracht. In het verleden waren dat zelfs mensenoffers. Mogelijk wijst dit erop dat Kamakhya een oergodin is die ouder is dan het hindoeïsme, of heeft het te maken met de woeste kant van de godin die tot uitdrukking komt in haar manifestatie als de ontembare Kali. Het kan ook verband houden met het grensoverschrijdende karakter van de ‘linkshandige’ tantra. Om tot een mystiek, hoger bewustzijn te komen, doorbreken de beoefenaars hiervan opzettelijk het onderscheid tussen bijvoorbeeld rein en onrein.

Uiteindelijk komen in dit mystieke bewustzijn alle tweedelingen te vervallen: tussen rein en onrein, hoog en laag, ratio en intuïtie, man en vrouw. Het laatste deel van het boek gaat over een groep personen van ‘het derde geslacht’, de hijra’s. Niet alleen zijn deze mensen iets tussen vrouw en man in, maar ze lijken ook religieus tot een tussengebied te behoren. Hijra’s vereren een hindoegodin, maar ze nemen ook deel aan bijeenkomsten van (islamitische) soefi’s. Op bruiloftsfeesten verschijnen ze om het bruidspaar te zegenen met vruchtbaarheid, of alle aanwezigen te vervloeken als ze vinden dat de beloning voor hun optreden te gering is. Deze ceremoniële functie van de hijra’s is volgens de schrijfster tegenwoordig minder belangrijk dan vroeger, maar toch leeft in India blijkbaar nog altijd de gedachte dat wat of wie niet binnen de gebruikelijke categorieën van de maatschappelijke orde valt, over bijzondere, magische krachten beschikt…

Dochters van Durga is niet zomaar een reisverslag of half-afstandelijke antropologische beschrijving. Het is het persoonlijke, meeslepende, intieme verhaal van een westerse vrouw die in India op zoek gaat naar de Godin. Maar ook naar heelwording, naar zichzelf. Tegelijk vertelt het over een aantal bijzondere Indiase vrouwen en hun – vaak religieus geïnspireerde – strijd tegen de onderdrukking van vrouwen en andere bevolkingsgroepen, of eenvoudig hun worsteling met beperkende en dikwijls hypocriete – ook vaak religieuze – normen. Stof om over na te denken voor wie zich interesseert voor de verhouding tussen religieus ideaal en maatschappelijke realiteit. Maar ook voor wie zich wil verdiepen in de vraag hoe het goddelijke en het menselijke zich op individueel niveau tot elkaar verhouden. Of voor wie wil mediteren over (goddelijke en menselijke) vrouwelijkheid: wat dat nu eigenlijk precies is, en daarmee: wat mannelijkheid is, en wat polariteit betekent.

Geplaatst in Boeken, Recensies | Getagged , | Reacties uitgeschakeld voor Recensie: Dochters van Durga

Haar en hoofdzaken

'Hot items' zijn: Een diepgaande bespreking van controversiële onderwerpen, en van verschillen tussen de Wicca als inwijdingstraditie en de solo hekserij.
In veel religies en godsdiensten gelden regels voor de haardracht. Hoe zit dat bij wicca – kun je zelf bepalen hoe je je haar draagt? Zijn daar andere voorschriften waaraan je je moet houden?

Al heel lang loop ik met het idee een artikel te schrijven over haar. Hoofdhaar met name, en misschien ook wel lichaamsbeharing. Of je het moet laten groeien of juist weghalen. Het zou natuurlijk een korte cultuurhistorische studie worden, met verwijzingen naar meer literatuur. In plaats daarvan wordt het dit persoonlijke verhaal. Want hoe je je haar draagt is niet alleen cultuurgebonden, maar hangt ook nauw samen met je eigen identiteit. En het gaat niet alleen meer over haar, maar ook over voorschriften.

Als kind viel me op dat alle getrouwde vrouwen kort haar hadden, vaak gepermanent. Misschien moest je daar niet per se getrouwd voor zijn, maar was het een voorschrift voor alle volwassen vrouwen boven een bepaalde leeftijd. Moeder, oma’s, buurvrouwen, tantes. Een afschuwelijk vooruitzicht voor een meisje dat na lang zeuren eindelijk lang haar had. Triviaal als het lijkt, maakte ik me er echt zorgen over. Het kwam pas goed toen ik een vrouw ontmoette die al duidelijk op leeftijd was, met rimpels in haar gezicht en grijzend haar, die dat haar lang droeg. Zij werd mijn eerste rolmodel, nog vóór de brugklas, en voordat andere zaken belangrijk zouden worden als voorbeeld voor mijn leven. Misschien was deze vrouw haar tijd niet vooruit, maar leefde ze juist nog naar de mode van haar moeder en grootmoeder. Ooit hadden volwassen vrouwen immers wel lang haar, in een mooie wrong, in een knotje of als vlechten op het hoofd gebonden. Maar wat ze mij leerde, was dat je je eigen keuzes kunt maken, en niet moet aansluiten bij wat ‘iedereen’ doet.

Er zijn meer mensen die graag willen afwijken van wat gebruikelijk is, en dat met hun haardracht uitdrukken. De Beatles en hun fans zetten een trend, waarna het haar van sommige jonge mannen steeds langer werd. De hele groep werd door brave huisvaders uitgemaakt voor ‘langharig werkschuw tuig’, ook degenen die wel een baan hadden kunnen vinden. Later kwamen de afrokapsels, de hanekam van de punkers en het kale hoofd van de skinheads, om maar een paar groepen te noemen. Niet alleen met je kapsel, maar ook door je haar te bedekken kun je afwijken van de ‘mainstream’. Aanhangers van de monotheïstische godsdiensten vormen niet meer de dominante stroming in onze cultuur. Bij orthodoxe groepen kun je aan de haardracht zien dat mensen hierbij horen.

Eenmaal meerderjarig viel me op dat veel volwassen vrouwen hun haar blijven dragen zoals het in de mode was op het moment dat zij hun plaats vonden in de maatschappij. Voor een generatie eerder was dat vaak de periode waarin ze hun man ontmoetten en trouwden. Degenen die bleven variëren met de lengte, kleur en stijl, waren zij die niet gelukkig waren met hun leven, die bleven zoeken naar een partner, een beroep of anderszins. Of zij waren meer geneigd om aan de nieuwste mode mee te doen dan de andere vrouwen, degenen die jarenlang aan dezelfde stijl vasthielden. Voor mij was het vrijheid om zelf te kiezen om mijn haar te dragen zoals ik het wilde: lang, soms in een ‘paardestaart’ of opgestoken. Maar in de cirkel altijd los.

Toen ik kennismaakte met heksen, bleken de vrouwelijke heksen bijna allemaal lang donkerbruin haar te hebben. Net als ik. Gelukkig, want het leek bijna een voorwaarde om bij de club te mogen. Misschien was het toeval dat er bijna geen blonde heksen bij waren. Maar dat ze bijna allemaal lang haar hadden, en bovendien loshangend, was wel een keuze. Omdat dat het meest natuurlijk is? Omdat onze rolmodellen uit vroeger eeuwen lang haar hadden? Of was het weten – of aanvoelen – dat vrouwen met lang haar magische kracht hebben? Dat werd tenminste aangenomen, in de tijd dat gewone mensen nog in heksen geloofden. Je moest een heks kaal scheren om haar onschadelijk te maken. Bij mannen zetelde de fysieke kracht in het haar. Denk maar aan het verhaal van Samsom en Delilah: hij verloor zijn kracht toen zij – nadat ze er op slinkse wijze achter was gekomen wat zijn geheim was – tijdens zijn slaap zijn haar afknipte.
Het was zelfs ooit beleid van het Nederlandse gezag in Indië om gevangen Molukkers hun haar af te knippen. Ze ontdekten dat gevangenen foltering doorstonden, maar direct bekenden toen de schaar tevoorschijn kwam om hun haar te knippen.

Een wijd verbreid geloof is dat het haar een van de zetels is van de levenskracht. Daarom is het zo gevaarlijk om haar (en nagels) af te knippen, en zeker om het achter te laten waar een tovenaar het te pakken zou kunnen krijgen. In sommige culturen moet je haren die afgeknipt zijn, of die in je kam achterblijven, zorgvuldig wegdoen, bijvoorbeeld door ze te begraven. In andere culturen moet je ze juist bewaren op één plek, zodat je compleet bent op de ‘dag des oordeels’. Het taboe op knippen is des te groter bij ‘heilige’ mensen, die meer te verliezen hebben en dus kwetsbaarder zijn voor magie. De makkelijkste manier om het gevaar te vermijden, is het haar in het geheel niet te knippen.

De magie die je kunt bedrijven met haar, nagels, enzovoorts is sympathetische magie. Die gaat ervan uit dat er een link blijft bestaan tussen het levende lichaam en de ervan afgescheiden onderdelen. Het haar staat voor de persoon op wie het groeide, en als je het haar iets aandoet, treft dat die persoon. Wie het haar van een ander bezit, heeft macht over diens ziel. Voor geliefden was het een teken van vertrouwen elkaar een haarlok te schenken. (En in geval van verraad kon die lok gebruikt worden voor wraak!)
De magie van het binden en losmaken van het haar heeft ook te maken met de scheppende en vernietigende kracht van de natuur of het weer. Het knippen van haar zou onweer veroorzaken, en Schotse meisjes met een varende broer mochten hun haar niet knippen zolang hij op zee was.

Er bestaan allerlei religieuze en culturele voorschriften rondom haar. Mannen en vrouwen worden geacht hun haar te scheren of te laten groeien, het op te binden of te bedekken. Monniken scheren hun hoofd kaal – de tonsuur – en in India doneren vrouwen en ook wel mannen na een pelgrimstocht hun haar in een tempel als symbolische overgave van hun ego.
Ook het lichaamshaar moet er soms aan geloven. In Egyptische tempels was het gebruikelijk om het okselhaar te scheren, heb ik weleens gelezen. Priesteressen moesten immers schoon zijn tijdens rituelen. Er was toen al een ontharingsmiddel met onder meer was en honing als bestanddelen.
Bij mannen gelden voor snorren en baarden vaak vergelijkbare regels als voor hoofdhaar, maar mannen kunnen er ook van alles mee uitdrukken.

Het afscheren van haar is ook gebruikt als middel om wraak te nemen. Direct na de Tweede Wereldoorlog werd in het openbaar het haar afgeschoren van vrouwen die een relatie met een Duitser hadden gehad, of daarvan werden verdacht. De straf bestond niet alleen uit dat moment van vernedering, maar ook in de zichtbaarheid van de (vermeende) wandaad in de periode erna.
Niet altijd is kaalheid een gevolg van een beslissing van jezelf of anderen. Het kan het gevolg zijn van een ziekte of een bijwerking van een behandeling tegen kanker. Bij vrouwen wordt verlies van haar vaak gezien als verlies van hun vrouwelijkheid, hun schoonheid. Mannen die kaal worden, worden echter nog wel degelijk als mannelijk gezien. Juist een grote hoeveelheid van het mannelijk hormoon testosteron kan vroegtijdige kaalheid tot gevolg hebben. Hippocrates koppelde kaalheid aan viriliteit.

Tegenwoordig mag je gelukkig zelf uitmaken wat je doet met je haar. Of je nu man of vrouw bent, jong of oud: je kunt aansluiten bij de mode die je aanspreekt, of bij geen enkele mode. In sommige beroepen moet je je haar knippen of bedekken om hygiënische of veiligheidsredenen en er zijn nog voorschriften in sommige godsdiensten.

Was het een voorwaarde om lang haar te hebben om ingewijd te kunnen worden in wicca? Welnee, destijds niet en ook nu niet.* In wicca is de eigen verantwoordelijkheid van de heks een van de belangrijkste uitgangspunten. Dat rijmt niet met voorschriften omtrent je uiterlijk. Als iemand meent je dat soort eisen te kunnen stellen, moet je ernstig overwegen of je wel met hem of haar in zee wilt. Je hoeft niet meteen weg te lopen met het idee dat alle covens onzinnige regels stellen. En zelfs bij deze coven kan er iets achter zitten waar je nog niet aan gedacht hebt. Misschien is het een test: hoe ver ben jij bereid te gaan om ingewijd te worden? Lever je daarbij je gezonde verstand in, of blijf je kritisch en vraag je gewoon waarom een eis gesteld wordt?

Niet alle regels zijn onzinnig. Om samen te kunnen werken in een groep, stellen mensen vaak regels op. Soms ongeschreven, onuitgesproken. Soms heel vanzelfsprekend. Ouders van jonge kinderen willen weten waar die zijn. Als je bij een vriendje gaat spelen, moet je dat dus even zeggen. In een gezin of woongroep moet je het laten weten als je niet mee-eet op dagen waarop je thuis wordt verwacht, of als je wel mee-eet als de sporttraining niet doorgaat. Gewone spelregels.
In wicca is er bijvoorbeeld de regel dat wat er binnen de coven gebeurt en wat er daar besproken wordt privé is. Daar praat je niet over met anderen, of hooguit – en niet eens over alles – met je levenspartner. Ook kan er van je verlangd worden dat je in principe alle bijeenkomsten van de groep bijwoont. Er wordt ‘commitment’ gevraagd; het is geen gezelligheidsvereniging maar je verplicht je ergens toe als je lid wordt van een coven. Alleen al om praktische redenen: als er sprake is van een trainingscoven is het handig als iedere nieuweling erbij is als er iets wordt uitgelegd.

Het is aan jou om uit te maken of je je wilt conformeren aan dit soort eisen en om te bepalen of regels zinnig zijn of niet. Gooi het kind niet weg met het badwater! Een groep die perfect aansluit bij jouw idealen bestaat waarschijnlijk niet. Net zo min als de ideale partner of de volmaakte baan. Gebruik je hersens en je intuïtie – en eventueel een ‘second opinion’ – om te bepalen met wat voor groep je te maken hebt voor je je erbij aansluit. En als je de wereld wilt laten weten dat je voor wicca gekozen hebt, dan hoef je dat niet met je haar te tonen. Je kunt ook een heksenhoed opzetten!

*Onlangs was er op Pagan-Wiccan-About.com wel sprake van een groep die juist die eis stelde. Een vrouw die vanwege de veiligheid op haar werk haar haar kort moet houden, vroeg of het waar was dat je in wicca lang haar moet hebben. Patti Wiginton geeft zelf uitgebreid antwoord op deze vraag. http://paganwiccan.about.com/od/faq/f/Hair-Length-and-Religion.htm.

Geplaatst in Artikelen | Getagged , , , | 7 reacties