Inclusiviteit: een kernwaarde

De Vlam voor Vrede – drie koorden als zinnebeelden van verbinding: links het LHBTQIA+-koord, in het midden het vredeskoord, rechts het bezielde verbindingskoord.

Het onderwerp inclusiviteit en diversiteit heeft mijn bijzondere aandacht. Dit is deels persoonlijk: ik ben een vrouw, ik heb al dertig jaar een chronische, beperkende ziekte, ik ben neurodivergent en inmiddels op leeftijd. Daarnaast is er mijn rol als vredeswever. Met de Vlam voor Vrede, een internationale en inclusieve heidense gebedskring, voeren we al jaren verbindende rituelen uit, de laatste jaren ook met specifieke aandacht voor inclusiviteit en diversiteit.

Kort gezegd betekent inclusiviteit dat iedereen, ongeacht afkomst, gender, seksuele oriëntatie, geloof of beperking, zich welkom en gerespecteerd kan voelen. Diversiteit verwijst naar de erkenning en waardering van de verscheidenheid aan achtergronden, standpunten en ervaringen binnen een gemeenschap.

Telkens opnieuw besef ik hoeveel ik nog te leren heb, en hoe weinig ik er eigenlijk over weet. Dat was ongeveer was vier jaar geleden de aanleiding om het initiatief te nemen voor een Engelstalige podcast, die The Wyrd Thing zou gaan heten. Het Oud-Engelse woord wyrd betekent ‘lot’ en veranderde in de loop der tijd in weird. De uitspraak bleef hetzelfde, maar de betekenis verschoof naar ‘vreemd’. Onze keuze voor de naam lichten we op onze website als volgt toe: “We konden deze woordspeling niet weerstaan, omdat velen van ons – mensen die zich niet binnen de norm voelen passen – als weird worden gezien door de meerderheid, terwijl alle mensen gebonden zijn aan hun persoonlijke lot.”

Wat volgt, zijn mijn zienswijzen als mens en Germaans heiden.

Het is lastig om in algemene termen over heidendom en paganisme te spreken, omdat beide brede verzamelbegrippen zijn voor verschillende stromingen, zoals wicca, hekserij, druïdisme en Germaans en Keltisch heidendom, elk met hun eigen benaderingen. Inclusiviteit en diversiteit overstijgen echter deze verschillen en zouden in alle stromingen vanzelfsprekend moeten zijn en de nodige aandacht krijgen.

Heidendom en paganisme kennen een verbondenheid met het verleden en zijn tegelijkertijd levende en groeiende spirituele stromingen. Hopelijk staan vele van hun aanhangers open voor de diversiteit van vandaag de dag. Inclusiviteit is immers geen bedreiging voor authenticiteit. Het betekent namelijk niet dat bestaande werkwijzen en tradities zomaar overboord gegooid moeten worden, maar wel dat het nodig is om na te denken over hoe deze aansluiten bij de wereld van vandaag en van morgen. Inclusiviteit en diversiteit zijn een verrijking, ook voor heidendom en paganisme en dit houdt deze toegankelijk voor toekomstige generaties. Jonge mensen pakken het misschien heel anders aan dan wij, en dat is goed. Als oude rotten kunnen wij hen daarin ondersteunen met onze levenservaring en kennis over onze stromingen.

Veilige ruimte

Inclusiviteit betekent actief zorgen dat iedereen zich welkom en gehoord kan voelen, ongeacht fysieke mogelijkheden, neurodivergentie, gender, afkomst of andere kenmerken. Diversiteit gaat over het erkennen en waarderen van verschillende manieren van denken, voelen en waarnemen binnen een samenleving, gemeenschap of groep. Dit vraagt onder meer om bewuste keuzes in taal, toegankelijkheid en structuren, met aandacht voor mogelijke barrières. Drempels of barrières zijn obstakels die mensen belemmeren om volwaardig mee te doen, bijvoorbeeld door fysieke, sociale, financiële of communicatieve uitsluiting.

Een veelgehoorde term is safe space, oftewel een veilige ruimte: een omgeving waarin mensen zich welkom, gerespecteerd en geaccepteerd kunnen voelen, zonder angst voor discriminatie, oordeel of uitsluiting. Het biedt ruimte om jezelf te kunnen zijn, kwetsbaarheid te kunnen tonen en ervaringen te delen, zonder angst voor negatieve gevolgen. Het creëren van zulke veilige ruimtes is essentieel om open communicatie, vertrouwen en wederzijds respect te bevorderen. Dit stelt vooral mensen uit gemarginaliseerde groepen in staat om volwaardig deel te nemen aan gesprekken en activiteiten. Een veilige ruimte draagt bij aan het welzijn van de hele gemeenschap en kan diepere verbindingen mogelijk maken.

Niets over ons, zonder ons

De Engelse uitspraak Nothing about us, without us (‘Niets over ons, zonder ons’) is wat mij betreft essentieel. Werkelijke inclusiviteit houdt in dat degenen die te maken hebben met uitsluiting of barrières niet alleen onderwerp van gesprek zijn, maar zelf een stem hebben en juist ook mede bepalen hoe een gemeenschap of groep open, toegankelijke en veilig kan worden vormgegeven. Een van mijn motto’s in dezen is: praat met mensen in plaats van over mensen.

Al ruim 15 jaar ben ik als ik zelfstandig wil reizen aangewezen op speciaal vervoer en bij het reizen met de trein nog bijna altijd op in- en uitstaphulp om met mijn scootmobiel de trein in en uit te kunnen rijden. Kort geleden had ik een leuk gesprek op een station met een jongeman die mij kwam helpen bij het instappen. Hij vertelde dat hij dit werk nu een paar jaar doet en zich daardoor bewust was geworden van de drempels die er zijn voor mensen met beperkingen die gebruik moeten maken van hulpmiddelen als een rolstoel, een scootmobiel en dergelijke. “Hiervoor heb ik er nooit over nagedacht”, zei hij.

Deze opmerking deed mij terugdenken aan mijn eigen leven. Ruim dertig jaar geleden werd ik plotseling beperkt in mijn doen en laten. Ik kreeg de diagnose Posttraumatische Dystrofie, met het destijds gangbare advies om het aangedane deel – in mijn geval mijn linkeronderbeen – zo min mogelijk te belasten. Van de ene op de andere dag moest ik gebruikmaken van een rolstoel. De PTD is nooit helemaal verdwenen en heeft mijn lichaam een knak gegeven, waardoor er in de loop der jaren meer klachten zijn ontstaan. Uiteindelijk kreeg ik ook de diagnoses ME/CVS en fibromyalgie, bij elkaar drie aandoeningen die leiden tot voortdurende uitputting en pijn (en nog veel meer).

Door eigen ervaring begon ik pas te beseffen hoe weinig mensen echt begrijpen wat het betekent om te leven met een chronische en beperkende ziekte. Vóór die tijd was ik daar zelf namelijk even onbewust van. Een belangrijke les die geleerd heb, is misschien wel dat je de werkelijke behoeften van mensen met een beperking niet kunt invullen en (on)mogelijkheden voor hen niet kent. Tenzij je er zelf ervaring mee hebt: persoonlijk of uit je directe omgeving. Dan nog is het zaak in het achterhoofd te houden dat alleen diegenen zelf kunnen aangeven wat werkelijk nodig is. Geen enkele algemene richtlijn of welmenend advies kan de persoonlijke ervaring en expertise vervangen van iemand die daadwerkelijk met deze situatie leeft. Het gaat trouwens verder dan mijn eigen ervaring met beperking en neurodivergentie, want het geldt natuurlijk ook als het gaat om gender, afkomst of andere kenmerken van mensen – niemand kan de werkelijkheid van een ander volledig begrijpen, laat staan bepalen wat iemand nodig heeft.

De Vlam voor Vrede – dit schilderij van Frigga Asraaf laat vuur zien als oerkracht: verterend en scheppend, een bron van licht, warmte en verbinding.

Praktische toegankelijkheid: kleine veranderingen, groot verschil

Toegankelijkheid lijkt soms een abstract begrip, maar in de praktijk maken kleine aanpassingen een groot verschil. Hieronder volgen enkele aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een meer inclusieve omgeving.

– Voor mensen met chronische pijn kan langdurig op harde stoelen zitten nog meer pijn betekenen.
– Lang stilzitten kan lastig zijn voor neurodivergente mensen, net als presentaties of lezingen die zonder onderbreking waarschijnlijk te veel concentratie vragen.
–  Zijn er voldoende pauzes ingelast, korte (10 minuten) om de drie kwartier en langere (een uur) voor eventuele maaltijden.
– Voldoende frisse lucht en bij voorkeur ramen die open kunnen. Klimaatbeheersing in binnenruimten is voor sommige mensen onprettig. Het constante gebrom ervan kan een bron van overprikkeling zijn.
– Kan iedereen meedoen aan het ritueel? Vormt de kring zich om mensen heen die moeten blijven zitten?
– Zijn er aanwezigen die last hebben van wierook, rook of sterke geuren?
– Kan iedereen goed horen wat er gezegd wordt? Is er voldoende licht, maar niet te fel?
– Gebruik van inclusieve taal, zoals genderneutrale termen.

Dit zijn geen bijkomstigheden, maar essentiële aspecten die bepalen of iemand zich welkom kan voelen. Natuurlijk weten we dat niet alles altijd haalbaar is – dat wordt ook niet verwacht. Toegankelijkheid gaat over wat binnen redelijke grenzen mogelijk is. Daarom is het belangrijk dat een groep of organisatie helder communiceert over wat wel en niet geboden kan worden, en openstaat voor overleg. Er zijn lang niet altijd pasklare oplossingen; vaak is het een zoektocht, en behoeften kunnen tegenstrijdig zijn. Soms is er een spanningsveld tussen mensen die meer volume nodig hebben (bijvoorbeeld slechthorenden) en mensen die gevoelig zijn voor (plotseling) hard geluid. Voor plotselinge geluiden kan een waarschuwing vooraf al veel verschil maken. Daarom is het goed om vooraf te vragen naar eventuele specifieke aandachtspunten, zodat je daar rekening mee kunt houden.

Wat voor mij echt telt, is dat mensen zich bewust zijn van dat er op de achtergrond zaken kunnen meespelen — en dat ook serieus nemen. Natuurlijk is een oplossing belangrijk, maar gezien en gehoord worden kan gevoelsmatig al een wereld van verschil maken. Wat mij vooral helpt, is duidelijkheid: zodat ik zelf kan inschatten wat haalbaar is, en waar ik wel of niet ruimte voor heb. Alles wat ik onderneem kost energie, en voor de dingen die ik het liefst doe, is die prijs vaak hoog.

Terugkijkend op mijn eigen ervaringen: dikwijls was ik de enige die zat tijdens een ritueel. Jarenlang nam ik een opklapbare tuinstoel mee naar bijeenkomsten, zodat ik zeker wist dat ik kon zitten. Zolang de kring stilstaat is dat wat het is, maar zodra de kring in beweging komt, was ik de enige die niet mee kon doen. Bijvoorbeeld wanneer mensen zich omdraaien naar de windrichtingen, gaan lopen, of samen naar het midden bewegen voor een groepsknuffel. Het is me opgevallen dat de ritueelbegeleider vaak niet lijkt te beseffen dat er misschien mensen zijn die niet kunnen meelopen of draaien.

De laatste jaren wordt er gelukkig meer rekening mee gehouden, en staan er bijvoorbeeld banken in een kring, waar de mensen die staan een kring omheen vormen. Dat geeft een gevoel van welkom zijn en erbij horen. Nu de banken er staan, zijn ze meestal helemaal gevuld. Het is natuurlijk niet zo dat van de ene op de andere dag meer mensen moeite hebben met (lang) staan. Misschien vonden mensen het eerder lastig om het bespreekbaar te maken, of was er simpelweg geen ruimte om het te vragen.

Iets dat heel gemakkelijk uit te voeren is, is genderneutraal taalgebruik: kiezen voor woorden en formuleringen die geen specifiek mannelijk of vrouwelijk geslacht benoemen, zodat iedereen zich hierin kan herkennen. Gendergebonden aanspreekvormen en termen, zoals ‘dames en heren’ zijn bijvoorbeeld te vervangen door: welkom allemaal, beste gasten, lieve deelnemers. De woorden god en goden zijn mannelijk. Ik wilde voor een aanroep naast ‘goden en godinnen’ ook een genderneutrale vorm bedenken. In een woordenboek vond ik het Proto-Germaanse guthan, een onzijdig zelfstandig naamwoord dat ‘god’ betekent. Ik gebruik het nu zowel in het Nederlands, Engels als Duits, enkelvoud guthan en meervoud guthans.

Een holistische benadering van toegankelijkheid

Een holistische benadering van toegankelijkheid komt uiteindelijk iedereen ten goede, omdat het een comfortabelere omgeving creëert voor alle aanwezigen. Holisme staat voor naar het geheel kijken, in plaats van naar losse onderdelen. In het geval van toegankelijkheid gaat het om een optelsom van zaken zoals:

Fysieke omgeving (stoelen, bewegingsruimte, lift, hellingbaan)
Zintuiglijke ervaringen (geluid, licht, geuren)
Sociale structuren (hoe activiteiten georganiseerd zijn)
Communicatie (taalgebruik)
Cognitieve aspecten (concentratie, informatieoverdracht)
Financieel (kosten, financiële drempels)
Bereikbaarheid (afstand vanaf OV, parkeerruimte, mogelijkheid om voor de deur te worden afgezet)

Door een holistische aanpak erkennen we dat toegankelijkheid een samenspel is van verschillende factoren. Het gaat niet om losstaande aanpassingen, maar om een geïntegreerde visie op hoe ruimtes en ervaringen voor iedereen prettig en betekenisvol kunnen zijn.

Duidelijkheid over toegankelijkheid

Het een hoeft het ander niet uit te sluiten. Bijvoorbeeld de keuze om een locatie geheim te houden in een aankondiging van een bijeenkomst is geen belemmering om belangrijke informatie te verstrekken over de toegankelijkheid. Geef aan of het terrein geschikt is voor rolstoelen, of een gebouw drempelloos is, of er een invalidentoilet aanwezig is, en wat de afstand is tot het dichtstbijzijnde station. Ook details zoals de beschikbaarheid van een stilteruimte kunnen voor sommige mensen essentieel zijn.

Dergelijke informatie helpt mensen om vooraf in te kunnen schatten of de bijeenkomst voor hen haalbaar is en voorkomt teleurstellingen. Niemand wil enthousiast uitkijken naar een samenzijn en het weerzien van vrienden, om vervolgens te ontdekken dat de locatie ontoegankelijk is. Wees eerlijk en duidelijk wanneer iemand vraagt naar bijvoorbeeld bereikbaarheid of toegankelijkheid. Beantwoord hun vragen zo concreet mogelijk en vermijd het doen van aannames of gissen naar hun behoeften. Zo geef je mensen de kans om zelf te bepalen of deelname mogelijk is, wat ze daarvoor nodig hebben en wat zij eventueel moeten regelen.

Intersectionaliteit en verborgen drempels

Sommige mensen ervaren meerdere vormen van uitsluiting tegelijk. Dit kan bijvoorbeeld iemand zijn die zowel queer als gehandicapt is of iemand die zwart en neurodivergent is. Door aandacht te hebben voor intersectionaliteit – de manier waarop verschillende vormen van uitsluiting elkaar kunnen versterken – kunnen we beter begrijpen welke specifieke barrières mensen in hun leven, de samenleving en in onze gemeenschappen tegenkomen. Dit stelt ons in staat om een breder scala aan ervaringen te erkennen en te werken aan het wegnemen van drempels die anders misschien over het hoofd gezien zouden worden.

Zelfbespiegeling en dialoog

Met dit schilderij verbeeldt Frigga Asraaf dat we samen sterker staan. De Inguz-rune staat voor haar ook voor inclusie en laat hier dynamische cirkels van verbinding zien, waarin onze plek kan verschuiven. Soms sta je aan de buitenrand, waar je kracht en bescherming kunt bieden vanuit je privilege, expertise of ervaring. Op andere momenten beweeg je naar binnen, waar je wijsheid en steun kan vinden. We dragen allemaal meerdere talenten in ons. Waar jij vandaag je hand reikt, kan ik morgen de mijne aanbieden. Deze wederkerigheid behoort tot het hart van inclusie – waarin we diversiteit en elkaars volledige menselijkheid erkennen en vieren.

Gastvrijheid, gemeenschap en wederzijds respect worden vaak gezien als belangrijke waarden binnen heidense en paganistische stromingen. Tegenwoordig wordt daarbij ook steeds vaker stilgestaan bij inclusiviteit, diversiteit en toegankelijkheid. De manier waarop we taal gebruiken – zowel in spreken als schrijven – kan, zoals gezegd, hierin een rol spelen, omdat inclusief taalgebruik kan bijdragen aan een omgeving waarin ook mensen uit gemarginaliseerde groepen zich welkom en erkend kunnen voelen. Respect, openheid en gastvrijheid blijven waardevol om een gemeenschap te vormen waarin ruimte is voor diversiteit.

Diversiteit en inclusiviteit zijn geen modewoorden, maar behoren tot de kernwaarden van onze heidense/paganistische stromingen. Het zijn geen einddoelen, maar een levenslang proces van leren, vormgeven en aanpassen. Het is essentieel om jezelf en je gemeenschap of groep kritisch te blijven toetsen. Het is gemakkelijk om te denken dat je open en gastvrij bent, maar is dat werkelijk zo? En voor wie? Zijn er onbewuste drempels die bepaalde mensen buitensluiten? Is er zowel letterlijke als figuurlijke toegankelijkheid? Zijn er structuren die verandering tegenhouden? Welke kleine verandering zou jij kunnen doorvoeren om je bijeenkomst, groep of organisatie toegankelijker te maken? Wat zou jij zelf nodig hebben om je welkom te voelen?

Werkelijke inclusiviteit vraagt om regelmatige zelfbespiegeling en de bereidheid om naar anderen te luisteren, ook als dat ongemakkelijk is. Dit geldt voor zowel meer gesloten structuren, zoals wicca- en heksencovens en druïdische groves en seedgroups, als voor open groepen, organisaties en gemeenschappen.

Tot slot

Het thema van dit nummer is traditie en vernieuwing, en voor mij sluit dat naadloos aan bij het onderwerp van dit artikel. Het begrip ‘traditie’ betekent het doorgeven van gewoonten, gebruiken, kennis of waarden van generatie op generatie. Maar laten we onszelf niet voor de gek houden: dat geldt voor geen van onze stromingen. We putten uit wat ons is overgeleverd, maar dat is niet hetzelfde als een ononderbroken lijn van overlevering. Ook ik gebruik het woord ‘traditie’, maar ik ben me ervan bewust dat het gaat om nieuwe tradities, die misschien in sommige stromingen vast lijken te liggen – in werkwijzen, rituelen en vormen – maar die zich in mijn ogen blijven ontwikkelen, om mee te groeien met hun tijd. Het gaat immers om de inhoud, niet om de verpakking. De vraag is dus: wat willen wij graag doorgeven aan de volgende generaties? Wat vinden we de moeite waard om te behouden, en welke vernieuwing is daarvoor nodig?

Laatst las ik de uitspraak: “In paganisme hebben we de traditie om de vereniging van het mannelijke en het vrouwelijke principe te eren.” Dat zette me aan het denken, want voor mij draait Germaans heidendom niet om een strikte man-vrouw-dualiteit. De krachten van schepping, groei, rust en vernieuwing vormen een eeuwige kringloop, en die krachten zijn niet per se gebonden aan gender. Het idee van een godenpaar – de God en de Godin – is historisch gegroeid, en voor velen nog steeds waardevolle symboliek. Symbolen zijn krachtig, en juist daarom is het belangrijk om ruimte te maken voor diversiteit. Laten we ons daarom eens afvragen: hoe maken we beelden die ook spreken tot mensen die zich niet herkennen in traditionele genderrollen? Inclusiviteit vraagt dat we verder kijken dan de oude kaders – in dit geval niet om ze te vervangen, maar om ze aan te vullen. Laten we onszelf en elkaar vragen blijven stellen, elkaar blijven uitdagen, en samen blijven leren en groeien. Zo kunnen onze groepen en gemeenschappen blijven bloeien – en relevant zijn en blijven voor iedereen die zich daarbij wil aansluiten.

Tijdens de ‘Hoe!? DICHTER bij Dordt’-avond op 5 juni in de Stadsbibliotheek van Dordrecht, met als thema ‘In de voetsporen van’, droeg Frigga Asraaf haar eigen gedicht voor.

Verder lezen over inclusiviteit en diversiteit: Taal als een sleutel voor verandering en inclusie
Het artikel benadrukt hoe bewust taalgebruik kan bijdragen aan een inclusievere samenleving. Het bevat een korte begrippenlijst met uitleg over veelvoorkomende termen en geeft voorbeelden van wat DEI (Diversiteit, Equity & Inclusie ) of in het Nederlands D&I (Diversiteit & Inclusie) omvat.

Alle afbeeldingen bij dit artikel: © Frigga Asraaf

Geplaatst in Artikelen, Gedichten / Poems | Getagged , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Lekke vormen efficiënt repareren met HI

door Yoeke Nagel

‘Onze Vader, die in de hemelen zijt…’
Oh kom op, je hebt die tekst wel eens gehoord, toch?

Het Onzevader is misschien wel de krachtigste spreuk die ik ooit heb gehoord, uitgesproken, ervaren. Geen wonder. Een tekst die al decennialang, wereldwijd, op elk moment van de dag door miljoenen mensen wordt gebeden, uitgesproken, gefluisterd, gezongen, gejammerd, is zo geladen als een bliksemflits. Ook voor wie beschadigd werd door een christelijk verleden, heeft de tekst vaak nog een heftige lading, een gruwelijke.

Natuurlijk verbindt elke Onzevaderzegger zijn of haar eigen, persoonlijke, beeld of visie aan de tekst. Gedeeltelijk lispelend aangeleerd, dwars door grondige weerstand heen, gedeeltelijk zelf verzonnen of diep doorvoeld, onverwacht ervaren of opnieuw beleefd. Een traditionelere vorm van magie kan ik niet bedenken. Wie het Onzevader bidt, gebruikt een oeroude vorm die dagelijks over de hele wereld opnieuw opgeladen wordt met gloeiend individueel godsverlangen.

De vorm is lek

Dat gebeurt niet met elke oeroude vorm. ‘Gecondoleerd’ zeggen, als publiek gaan staan na een voorstelling, een dromenvanger boven je bed hangen of iemands hand vragen – het had vermoedelijk ooit een grotere lading dan tegenwoordig.

Veel traditionele vormen zijn lek geraakt. De lading is eruit, de inhoud verdwenen, de kracht die het ooit had is verloren gegaan. De tekst heeft geen betekenis meer voor wie ‘m uitspreekt, de handeling is een vastgeroeste, protocollaire verplichting geworden.

Maar vernieuwing werkt ook niet altijd goed. Een gifje sturen inplaats van een luisterend oor bieden, een plastic pompoen voor de deur zetten met Halloween – nieuwe handelingen kunnen zich loswringen van lading en inhoud en gillend de horizon voorbij flapperen.

Op de breuklijn tussen verstoft traditioneel en moeizaam gekunsteld nieuw ligt de kans om een passende, herkenbare, invoelbare, uitvoerbare vorm bij je intentie te vinden. Lukt dat, dan heb je een krachtig magisch instrument, een ontroerend ritueel, een helende spell. Ideaal, zou ik zeggen, is om bij zo’n magische creatie traditioneel en vernieuwend te combineren. Traditioneel voor de structuur die worteling in het onderbewuste mogelijk maakt, vernieuwend om actuele, persoonlijke, invoelbare woorden en handelingen toe te voegen. Zo kan een stevig en sprankelend geheel ontstaan van intentie, tekst en handeling, dat appelleert aan zowel ons diepste verlangen en magisch onderbewuste als onze alledaagse realiteit.

Schrijven? Een brug van woorden

Met de invoering van AI, in de vorm van ChatGPT, worden we massaal uitgenodigd om die vorm van creatie maar op te geven. Verrassend veel mensen schakelen vrijwillig een denkmachine in om zichzelf vrij te stellen van het menselijk proces dat creatie mogelijk maakt. Dat zie ik op een pijnlijke manier terug in mijn werk als schrijfcoach. Daar moet ik even een paar dingen over kwijt.

De traditionele manier van werken aan een tekst is: je hebt een vraag, een verlangen, een overtuiging, een gedachte. Die bespreek je met anderen om te weten hoe zij erover denken. Je zoekt er meer informatie bij. Je leest erover, je mijmert, droomt en discussieert. Je wilt je gedachten delen met anderen – een brug bouwen tussen jouw hoofd en dat van je lezer. Daarvoor moet je je woest heen en weer springende gedachten onder woorden brengen, zodat ze even rustig blijven zitten en zowel jijzelf als een ander ze goed kan zien. Je kiest welke gedachtelijnen, feiten en bespiegelingen je wilt gebruiken in je stuk. Je bepaalt een beginpunt van je tekst, je noteert een einde. Dan weef je je gedachtenlijnen op een min of meer overzichtelijke manier in elkaar en test uit of een lezer snapt wat je geschreven hebt. Als je geluk hebt, zoals ik, is er een briljante eindredacteur die je op de gaten en struikelingen in je tekst wijst zodat je gericht kunt gaan herschrijven.

Tijdens dat hele proces verdiep je je pas werkelijk in je onderwerp. Het werken aan je tekst is tegelijkertijd je onderzoek. Je ontdekt steeds meer lijn in je eigen gedachten, tot je uiteindelijk zelfs snapt waarom het onderwerp jou persoonlijk zo raakt dat je er je tijd, aandacht, energie en schrijfkunst aan wilde besteden. Wat ontstaat is niet alleen jouw tekst, dit is een zichtbaar deel van jouw sprankelende geest. Je bent de volledige eigenaar van wat er in je stuk staat. Het is geworteld in je eigen realiteit, je kent je bronnen, je hebt welbewust je afwegingen gemaakt.

Als beloning kan je lezer nu in je hoofd kijken en jou zien, jouw gedachten proeven en erop reageren. Er is een brug geslagen tussen jou en de ander, tussen jou en de goden als het ging om een gebedstekst. En ik vermoed dat je op magisch niveau ook helderheid hebt gecreëerd: de mijmeringen en feiten, twijfels en overtuigingen die jij aan elkaar hebt weten te knopen in tekst, vormen nu ook voor anderen een fijnmazig web van gedachtenkoppelingen. Intentie, inhoud en vorm vallen samen en je bent een tevreden mens. Je weet meer dan voorheen, je hebt iets gecreëerd dat er eerder nog niet was en je bent niet meer alleen.

Dát was schrijven. Vroeger. Traditioneel.

Schrijven? Klaar.

De nieuwe manier is: je kiest een onderwerp, je tikt in ‘schrijf een tekst over dit onderwerp, max. 500 woorden.’ Klaar.

Pijlsnel levert Artificial Intelligence, AI, je vervolgens een tekst die met een digitale kaasschaaf van eerdere teksten uit een brij van onherkenbare bronnen is afgeflinterd en in een technisch-logische volgorde onder elkaar is gezet.

Je hebt een nieuwe vorm. Een lege vorm. Niet eens lek, gewoon leeg. Je eigen aandacht zit er niet in, je hebt geen keuzes hoeven maken uit de deelonderwerpen die je tegenkwam tijdens je research, je hebt je niet in je onderwerp hoeven verdiepen, je hebt geen nieuwe inzichten opgedaan tijdens het werk en het zijn niet jouw woorden maar die van een machine – zelfs al heb je die misschien wel de opdracht gegeven om jouw schrijfstijl te hanteren. En je hebt geen brug gebouwd tussen jou en je medemens, die dan ook nauwelijks reden heeft om zo’n tekst te lezen. De kans bestaat bovendien dat de bronnen van AI inmiddels al zo vervuild zijn dat er klinkklare onzin in staat. Geladen is de tekst op geen enkele manier.

Het is een lege vorm. En dat kan misschien voor sommige doeleinden voldoende zijn, maar niet voor magisch werk. Zelfs niet als je prompt slim geformuleerd was en je nog wat schaaft aan de tekst die je krijgt.

‘Kruimeldief in het westen…’

Ik ben geen hardcore tegenstander van nieuwigheid hè, laat dat duidelijk zijn.
Als Reclaimer ben ik dolblij met een paar begenadigde docenten die me niet-traditionele technieken toonden om het grillige pad tussen de werelden te bewandelen.

Niet-traditioneel omdat er bij Reclaiming graag gewerkt wordt met zelfgeschreven teksten, en glorieus verrassende symboliek. ‘Vanavond roepen we de unieke kwaliteiten van de windrichtingen aan met het noemen van keukenapparatuur. We verwelkomen de staafmixer in het oosten, de warmhoudplaat in het zuiden en de kruimeldief in het westen…’

Ik kan je verzekeren, dat werkt niet. Oké, en ook weer wel.

Het grote voordeel van dit soort vernieuwing is niet de efficiënte gebruikswaarde ervan. De waarde van vernieuwing zit ‘m voor mij in het opdiepen van de kern van de zaak, door het wegsnijden van verstoffing en gewoontevormen. Wat is de essentie van een ritueel? Wat wil ik nou eigenlijk? Wat is mijn intentie, wat en wie wil ik bereiken met mijn woorden, mijn handelingen? Vanuit die kern, de diepste essentie van wat ik vorm wil geven, ga ik zoeken naar passende, nieuwe symboliek. Concreet: traditioneel beginnen we een ritueel met het aanroepen van de kwaliteiten van de windrichtingen. Eindeloze herhaling van dezelfde tekst daarbij kan die vorm lek prikken. Dus komt de traditionele vorm in aanmerking voor vernieuwing: we kunnen ‘m opnieuw vullen met betekenisvolle, voelbare lading.

Om te kijken wat nu eigenlijk die kracht van het oosten is moet ik ‘m helemaal ontleden. Wat vindt er in dat oosten plaats? Waar staat het voor? Waar herken ik dat in mijn eigen leven, in mijn omgeving, in de natuur, in mijn lichaam, mijn keuken?

Het zoeken naar nieuwe vormen betekent dat je eerst teruggaat naar de essentie, waarna zelfs de lege oude vorm geen belemmering meer vormt voor het opnieuw vormgeven van de inhoud waar je mee wilt werken. Je kunt daarmee verrassende nieuwe woorden en vormen vinden óf kiezen voor de traditionele vorm, maar nu gevuld, geladen met je nieuwe inzichten en de kracht van je persoonlijke intentie.

In de verte lijkt dat op hoe je toewerkt naar de juiste prompt voor chat-gpt. Je gaat terug naar de kern van je verlangen, je benoemt welke vorm jij passend vindt en – och, als je dat allemaal weet ontbreekt alleen nog jouw inzicht, je intentie en je verlangen je te verbinden met anderen. Weet je trouwens wat een goede manier is om die details vervolgens alsnog te integreren in je tekst? Schrijven. Met je eigen warhoofd. Ik kan het je aanraden. Vernieuwende teksten en krachtige rituelen maak je met HI. Human Intelligence.

Yoeke Nagel geeft vanaf vrijdag 26 september een training ‘Schrijven met HI’ voor iedereen die liever zelf tot de kern komt. Meer informatie: www.yoekenagel.nl

Geplaatst in Artikelen, Columns | Getagged , , , , , | Een reactie plaatsen

Traditie en Vernieuwing

door Serotia

De geboorte van een traditie gaat niet over één dag ijs. In het geval van EarthCraft Wicca gingen er zelfs jaarcycli overheen voordat de realisatie kwam dat nieuw Vuur pas kan branden wanneer de Aarde vruchtbaar is. De Maan broedde en ontnam. Totdat de planeten samenspanden en het Vuur op Aarde ging branden als een heldere vlam.

Ik ben een Alexandrian ingewijde heks en heb de traditie, zoals in Traditionele Wicca, van dichtbij meegemaakt via verschillende takken c.q. stromingen. Zowel binnen de Gardnerian tak als de Alexandrian stroming heb ik mijn opleidingen gehad en van beide tradities ruime kennis en kunde opgedaan – om uiteindelijk dus toch binnen de laatstgenoemde stroming mijn inwijdingen te verkrijgen.
Wat mij betreft ontloopt het elkaar qua lesmateriaal niet zo. Voor mij persoonlijk hebben beide stromingen plus- en minpunten, dingen die mij interesseren en aspecten die mij minder liggen. Dat geldt met name voor het rituele gedeelte, want kennis opdoen is voor mij niet onderhevig aan een bepaalde stroming.
Ik vind het heerlijk om – down to Earth – mijn rituelen te doen. Bijvoorbeeld in het bos met zo min mogelijk tools, liefst alleen wat ik om mij heen vind, in mijn gewone kleding en stevige stappers. Maar het is ook fijn om in een gewaad met een mooi aangekleed altaar, voorzien van alle pracht en compleet met alle toeters en bellen, ceremonieel uit te pakken in een ritueel.

Zoveel jaar geleden stond ik binnen onze coven ineens voor een keuze welke kant ik nu op wilde. Ik werkte al jaren samen met een Hogepriester aan mijn zijde, die net als ik een individueel pad had bewandeld naast onze eclectische coven. Alleen had hij voor het Gardnerian pad gekozen en ik voor het Alexandrian pad. “Het beste van twee paden!”, heb ik toen geroepen. Omdat het toch een samensmelting van twee stromingen zou worden, werd EarthCraft Wicca geboren. Niet Gardnerian en ook niet Alexandrian, maar een stroming waarin we de vrijheid zouden nemen om ons eigen pad uit te stippelen en te ontdekken. Waar ik toch meer het Left-Hand Path op wilde, bleef hij vasthouden aan het Right-Hand Path en (naar mijn smaak) teveel aan de Gardnerian traditie. Voordat EarthCraft Wicca goed en wel het levenslicht kon aanschouwen, was het al –haast – ter ziele, want de paden tussen ons scheidden zich.
Wat ik ook om mij heen merkte was dat steeds meer traditionele covens werden ontbonden. De covens waarin ik mijn opleidingen heb gehad zijn alle vier opgelost in het niets. Soms wegens ziekte, maar vaak ook omdat mensen de commitment niet vol kunnen houden, en de covens verlieten. Commitment blijkt voor het voortbestaan van een coven nog een hele uitdaging.
Het eerste jaar van EarthCraft Wicca had ik naast de negen mensen van mijn coven – de inner-circle die bestond uit mensen die al zo’n zeven tot vijftien jaar bij mij waren – nog eens twaalf mensen die zich hadden aangemeld voor de outer-circle.
En ja, er wordt dan gezegd door de heksen in spe dat ze al over veel kennis beschikken en dat toewijding geen probleem is. Als het echter daadwerkelijk aankomt op huiswerk maken, opdrachten doen en commitment tonen, haken veel mensen toch op een bepaald moment af.

Na een jaar EarthCraft Wicca hield ik van de twaalf nog maar twee serieuze mensen over.
Inmiddels ben ik drie jaar verder, hebben we een fijne vaste kern, is er nog wat wisseling geweest en is de Hogepriester aan mijn zijde vervangen door mijn eigenste man.
In het concept ‘EarthCraft Wicca’ heb ik alles kunnen aanpassen wat ik in eerste instantie veranderd wil hebben. Dit zijn overwegend zaken waar ik tijdens het bewandelen van mijn eigen – kronkelige – pad tegenaan liep of vond ik de antwoorden op vragen die lange tijd in mistige nevelen gehuld leken. Het ontwikkelen van een eigen traditie gaf uitsluitsel op manieren die ik voorheen nooit had kunnen voorzien.
Omdat de inwijdingen in de graden van de traditie waarin ik onderwezen ben inmiddels toch wel redelijk open en bloot liggen en voor iedereen beschikbaar zijn wat lezen en inhoud betreft, wilde ik dat sowieso anders hebben. De inwijdingen tot een mysterietraditie wilde ik opnieuw de lading en het gevoel geven van een magische en mystieke ervaring zoals het oorspronkelijk bedoeld was.
Ik heb een vijf-graden systeem ontwikkeld: de punten van een pentagram. Ieder onderdeel bevat lesmateriaal wat samenhangt met de elementen en idem de initiaties die volgen op het succesvol doorlopen van dat stuk leertraject.
Ter illustratie, zonder al te veel prijs te geven: het eerste jaar draai je grotendeels mee ter kennismaking. Bieden wij datgene in lesmateriaal en rituelen wat jij zoekt, kan je voldoen aan onze regels, het aanwezig zijn, het huiswerk maken, maar dus ook andersom: wat breng je mee qua kennis en kunde, hoe zit je in je denken en doen, pas je bij onze energie? Het uitgangspunt is dat je van ons leert, maar ook dat wij als coven van jou leren, al is het maar van de frisse blik op het leerproces en inhoud. Je leert in dat jaar dan de vorm van hoe wij rituelen doen, wat het lesmateriaal inhoudt, we leggen de basis, het fundament, van onze stroming. Dit zijn dus puur de basiszaken en -kennis. Verder hebben we geen uitsluiting van deelname aan rituelen en andere bijeenkomsten. Je hoort er gelijk helemaal bij; dat is dus ook anders dan in de gangbare traditie.
Na een Aarde-initiatie volgt Water, Lucht, Vuur en uiteindelijk de High-off met Spirit, als men dat wenst. Al deze inwijdingen vinden overigens buiten in de natuur plaats en niet skyclad maar in gewaden, omdat we ons toch in publieke ruimtes bevinden.
De Aarde inwijding is beetje te vergelijken met die van neofiet binnen de Alexandrian traditie, maar met een flinke twist. De Water initiatie is een volledige opname in de coven. De Lucht initiatie gaat geheel over jezelf leren kennen, en met Vuur sta je als een Hogepriester(es) naast mij in de cirkel. Lucht en Vuur bevatten onderdelen van de eerste en tweede graads inwijdingen binnen de bekende tradities.
Wat betreft lesmateriaal is the sky the limit. Ik, en mijn covenleden, kunnen zoveel inbrengen als we willen. Waar ieders interesses liggen vormt een belangrijke wegwijzer om verder te leren en te ontwikkelen als heks en priester(es) en als coven. Weet ik het niet, dan gaan we samen op onderzoek uit, duiken er met een aantal vol enthousiasme in en kijken we gezamenlijk of iets bij onze coven past. We werken met onder meer kruiden en planten, astrologie, maar ook met zegels, Kabbalah en de hermetische leerwegen. De ene keer bestuderen we een eigen versie van het Lesser Banishing Ritual of the Pentagram, de andere keer stampen de vijzels en maken we eigen wierook. Specifieke divinatiemethoden spelen een centrale rol binnen de leerweg en het rituele raamwerk. Het verbindende element – zoals ook uit de naam van onze traditie blijkt – is de liefde voor, en beleving van, de krachten van de Aarde. In een notendop zou EarthCraft Wicca kunnen worden begrepen als een complete mengeling van twee tradities en meer, want mijn eigen leerschool omvatte veel meer dan alleen de genoemde twee stromingen. Het is gebleken dat deze benadering erg goed werkt voor ons als coven, omdat we samen groeien in kennis en kunde.
Zelf denk ik dat deze vrijheden en flexibiliteit de traditie toegankelijker maken dan het toch redelijk strakke traditionele raamwerk. Daardoor kan het op een bepaald moment ook beter overleven zonder dat er wezenlijke kennis verloren gaat. Want het leren staat nog altijd op nummer één, maar het experimenteren is ook zo leuk en brengt ons pad verder. Het idee dat ik al weet wat ik volgend jaar met een jaarfeest moet gaan doen, omdat het zo is en we het altijd zo gedaan hebben, én omdat het zo in ons Book of Shadows staat, is een horror in mijn ogen. Daar ga ik compleet op kapot.

Ik wil creativiteit, mensen aansporen tot nadenken, verandering (is dat niet één van de meest aanvaarde definities van magie?), nieuwe onderdelen binnen een ritueel uitproberen, zelf het zwarte garen uitvinden en niet alles maar klakkeloos doen omdat het zo geschreven staat. Dat zou een dode letter zijn. Voor mij ligt in de vrijheid en creativiteit de vernieuwing binnen de traditie; een vernieuwing dat het vuur van de traditie brandende houdt. De kennis ontlenen aan het oude beproefde, het eigen maken en daarin ook je eigen weg zoeken en vinden. En wat is er mooier dan de vrijheid hebben om dat te doen binnen een nieuwe stroming – EarthCraft Wicca – met mensen die ook die creativiteit van geest hebben.

Wat mij betreft, als er geen vernieuwing en flexibiliteit komt, sterft de Traditionele Wicca door starheid een langzame dood … En dan zou er enorm veel kennis en kunde verloren gaan voor allen die wensen het magische pad te bewandelen.

Blessed Be,

EarthCraft Wicca – de natuur doet niets zonder doel!
www.earthcraftwicca.nl

Geplaatst in Artikelen | Getagged , , , , , , | 1 reactie

Volle maan van de speer

Het is een jaar geleden dat ik een computercrash kreeg, computer en externe harde schijf beide stuk. Dus alle foto’s, video’s en schrijfsels… verdwenen. Via een slimme lieve vriend nog wat kunnen redden. Foto’s in één bulk (alles was zó mooi gearchiveerd), te sneu. En wat schrijfsels tot 2012… meer niet. Dat is even afscheid nemen geweest, het is wat het is… gelukkig zijn daar de fotoboeken en de WRO 🙂

Het is natuurlijk weer net zo druk als vorig jaar vanwege de festivals. Hopelijk geen ziekenhuisopname voor mama deze keer. Wel komt er een vakantie in Egypte doorheen. Ik ga samen met een vriendin de rondreis van ons leven maken… van Caïro naar Aswan en via de Nijl en kust van de Rode Zee terug. Veel tempels bezoeken en ons laven aan de oude Egyptische cultuur. In een opwelling zei ik dat ik met haar mee ga en dat vond ze leuk. Niet gerealiseerd dat het daar dan onmenselijk en onwenselijk heet is 😛 Maar ik trek mijn keutel niet in, ik ga mee! Verder kán ik niet uit mijn comfortzone gaan 🙂 Een reis boeken… nooit gedaan :-/ Buiten Europa… nooit gedaan. Zelf alles regelen om te gaan vliegen, prikken, paspoort… nooit gedaan. Morgen de creditcard regelen, dat schijnt handig te zijn. En ik, die helemaal tevreden is met haar tuintje, wandeling door het bos… ga naar Egypte! We gaan het meemaken 🙂

Mantelzorgvervanging voor mama geregeld (yep, daar ben je voor verzekerd!!) want manlief gaat naar al die festivals en is er dus ook niet.

Inzicht van deze tijd is voor mij dat ik mag voelen wat het met me doet als ik zover uit mijn comfortzone ga. Op de reis gaat er één 55+ mee… het is te hopen dat we daar geen last van hebben, die oudjes 🙁 Drong pas later tot me door dat ik dat zelf ben 😛 Inzicht… dat dus.

Volle maan van de Speer 19-08-2024

Het is een drukke tijd voor me. En niet alleen voor mij, natuurlijk ook voor mijn man. Rond deze tijd hebben we veel festivals en ons werk gaat gewoon door, dus weekendrust is ver te zoeken. En tussen de festivals door is mijn moeder een week opgenomen geweest in het ziekenhuis. Ze gebruikte de alarmknop (die direct met ons is verbonden) om 6.30 ‘s ochtends… want dan hadden we nog kunnen slapen. Ze had al heel de nacht last van hevige benauwdheid. Ze is dan ook met de ambulance afgevoerd en in drie dagen is 4,5 liter teveel vocht afgedreven. De arme ziel verdronk in haar eigen bed! Gelukkig kon ik haar een dag voor Castlefest weer ophalen en had ik de buurtzorg al aangezwengeld.

Op maandag 19 augustus is het volle maan. We zijn gisteravond terug gekomen uit Winschoten, weer een geweldig festival met heel veel mazzel met het weer. Niet te warm en niet te nat… gewoon droog. Natuurlijk bestel ik altijd goed weer en in 9 van de 10 gevallen is mijn bestelling doorgekomen, en zo niet… dan hebben we er weinig last van. Nog niet één keer met natte tenten thuisgekomen 🙂

En zo ook deze maandag en heerlijke dag, niet te warm, niet te koud/nat. De hemel is helder, dus dat belooft een ontmoeting met de maan. Om 22.00 ga ik de deur uit. Als ik mijn tuin uit wil lopen (met staf) schiet er, over de stoep, een fietser voorbij. Hij kijkt verschrikt achterom… dat was echt op het nippertje!! Had ik mijn staf 50 cm meer naar voren gestoken, dan was hij gelanceerd! En waarschijnlijk was mijn staf stuk, gelukkig dat het net kon allemaal… iets met tijd.

Nog geen maan te zien. Pas als ik het einde van de woonwijk (ik wandel aan de rand, langs het water) kom zie ik haar tussen de huizen oprijzen. Ze is diep rood! Later lees ik dat dat komt door de vele grote branden op onze aarde 🙁 Hoe mooi kan iets verschrikkelijks zijn. Vuur is niet per definitie slecht voor de natuur, zeker niet! Maar de schaal waarop de branden zijn is heftig. En natuurlijk het feit dat mensen steeds meer in het bos gaan wonen maakt het een tragedie voor hen. Ik geniet van het effect op de maan… dit is nog eens een bloedmaan!

Als ik over de brug het buitengebied in loop zie ik in de verte twee mensen aan komen met hoofdlampjes op. Ze verblinden me behoorlijk, zonder licht zie je veel meer. En zo aardedonker is het nu ook weer niet in het buitengebied. Hier en daar staat nog wel een lantaarn. Het zijn twee jongelui, die moeten nog leren dat je zonder zaklamp meer ziet 🙂 We lopen elkaar tegemoet en ze richten hun lampjes op mij. Ze gillen en slaan op de vlucht, ik heb nog nooit mensen zo lang zien rennen (met uitzondering van in een wedstrijd). Ze rennen de hele Urksteeg uit, tot ik ze niet meer kan zien… door die lampjes. Geen flauw idee wat er nou zo eng was aan mij :-/ Misschien mijn staf? Die tikte netjes op mijn tred, voor de rest was ik gewoontjes… geen schmink, geen neus, geen oren, geen stem (Mutti zat alweer in haar doosje). Blijkbaar ben ik toch enger dan ik zelf door heb. Waarschijnlijk vonden de twee het spannend om in het donker te wandelen en dan zo’n vrouw met staf tegenkomen… tja, dat kan eng zijn… het zou best een heks kunnen zijn 🙂

Wat in mezelf gniffelend vervolg ik mijn weg naar B8, mijn bomenvriend. Ik kom weer iets vaker in het bos. Van de fysio moet ik maar gewoon door de pijn heenlopen en dat doe ik dan ook maar. Op wat vreemde, misschien wel confronterende, ontmoetingen na is het rustig in het buitengebied. Ik ben heel benieuwd welk woord ik van B8 mag ontvangen. Het is fijn om hem weer om raad te vragen. Door de weeks klop ik niet bij hem aan, dan groet ik ‘m enkel in het voorbijgaan. Nu groet ik ‘m natuurlijk ook en leg mijn handen om zijn stam. Ik krijg ‘inzicht’ van ‘m. Tja, inzicht is nooit weg… maar waarom nu?

Nou, dat ben ik ondertussen wel te weten gekomen 😛 Het is nu 26 augustus en we zijn twee crematies verder. Van “niet zien aankomen”-mensen. Van één goede vriend die eigenlijk zo goed als onderweg was naar Wapserveen om weer creatief bezig te zijn. Bleken zijn darmen er opeens volledig mee op te houden… en dan gaat het snel. En toen stonden we met z’n allen om Ruud zijn stoffelijk overschot in een lijkwade. En dan hoor je dat hij als achtjarig knulletje bij opa en oma moest gaan wonen omdat mama een man had gevonden die een gezin wilde stichten… maar zonder Ruud. Gelukkig heeft hij zijn grootouders gehad en later heeft hij veel leuke dingen met zijn moeder en halfbroer gedaan. Maar zijn jongste halfbroer (nog in leven) kende hem pas vijf jaar. Ruud mocht 73 jaar worden. Die zelfde avond lezen we op Facebook dat de jongste zoon van mijn zwager is overleden (34 jaar jong). Een jongen die uit het zicht verdwenen was (3 vrouwen, 6 kinderen…) en naar wat we nu hoorden een naar leven had gehad. Verslaafd aan drank, drugs en gokken… en dakloos. Hoe ziet een verloren leven eruit? Dit hakte er beide wel in bij me. Vooral de jonge knul die geen goed leven heeft kunnen opbouwen. Niet verzekerd, dus geen plechtigheid. Vijf mensen die je kist mogen dichtmaken en hup de oven in… wie zal er nog aan hem denken, met fijne herinneringen??

Ik kom vanzelf tot het inzicht, daar is geen hogere wiskunde voor nodig. Als ik met mijn man de naaste familie doorneem qua ‘elk huisje heeft zijn kruisje’, dan mogen wij ons zeer gelukkig prijzen! Dat is inzicht 1, een niet onbelangrijke!

Van de week was ik zo moe! Logisch na zoveel rompslomp (yep, ook nog een computercrash… ben ik nog niet mee klaar!!) en emotionele zaken. Ik heb vrijaf nodig! Ik ga twee weken vrij nemen, geen werk. Even lekker kunnen uitslapen of juist vroeg het bos in, net wat ik wil! Ook ik heb mijn grenzen en moet denken aan mijn gezondheid: inzicht 2, een zeer belangrijke.

En dan het 3e, doe wat met je leven!! Zorg dat je een fijne passie vind en doe daar wat mee. Dat geldt voor mij maar ook voor mijn man en kinderen. Ook al gaat zoonlief 22 oktober voor een jaar naar Australië en daarna nog backpakken door de Oost. Misschien blijft hij 1,5 jaar weg… en als hij daar iets vindt, misschien wel langer. Als hij maar met zijn passie bezig is en gelukkig is. Tegenwoordig hebben we beeldbellen, dat is toch wel heel gaaf! Yep, daarvoor heb ik een smartphone… en alleen daarvoor. Appen en Instagram om te zien wat mijn dochter uitvoert. Die zit in de fietsen (marketing) en erop, en dan door heel Europa 😛 Wanneer die haar rust neemt, geen idee… dat heeft ze niet van een vreemde.

Ik hoop dat als ik dit aardse bestaan inwissel voor iets definitievers mensen nog weleens aan mij zullen denken. Al was het alleen al door de vele leuke foto’s die er van mijn Groene Groep zijn gemaakt door de jaren heen. Ik denk dat dat mijn nalatenschap wordt… plezier.

Ik heb de sauna al geboekt voor zaterdag, nog even een weekje werken en dan wat meer rust. Het weekend erop gaan we nog naar Annotopia in Rotenburg am Fulda, dat wordt weer een lange rit. Ik krijg er best asfalt-jeuk van 😛 Nu maar hopen dat het de rit waard is. Het Duitse publiek is leuk om voor te spelen. Wat is er nou fijner om te zeggen dat je werk… spelen is <3

Dat waren toch wel een paar inzichten deze week… en daar had ik maandag nog geen flauw benul van. Inzicht komt met de tijd 🙂

Nadat ik dus bij B8 dit mooie woord had gekregen en ik heel benieuwd was welk inzicht er tot me zou komen, ben ik verder het bos in gelopen. De maan kleurde steeds minder rood en klom op aan de hemel.

Het thema van deze maan is “Bouw aan je zelfvertrouwen” en “Zij die heelt”… dat laatste schijnt de tijd ook te zijn 😉 Mooi om naar zelfvertrouwen te kijken en Vuur. Vuur is zoveel meer dan vlammetjes. Het is ook de energie die je in je passie steekt. Spelen met Vuur <3 Natuurlijk ga ik altijd vol voor mijn spel en spelers. Maar het is noodzaak om niet te fel te branden en ook niet op te branden. Het spelen met Vuur is voor mij een vanzelfsprekendheid. Ik zeg altijd: spreid je energie over de dagen dat je speelt, wees terughoudend met alcohol en neem genoeg rust/slaap! Want je kan zomaar opgebrand zijn en dan is het spel over en uit. Gelukkig gaat dat veel spelers steeds beter af 🙂 En nu moet ik dus zelf even aan de noodrem gaan trekken. De volle maan van de Speer vraagt me mijn energie te richten en daar heb je dus energie voor nodig!

Een mooi opstekertje krijg ik van Sarasvati (godinnen-orakelkaarten): “Express yourself through creative activities”, zullen we dat dan maar doen? Schrijven hoort daar trouwens ook bij 🙂 Heerlijk dat schrijven, het geeft rust en overzicht… en inzicht.

Als mijn wandeling zo goed als over is, is de maan weer zilverwit en stralend. Het is weer mooi geweest, ik ga even op mijn lauweren rusten en me opmaken voor een festival in Duitsland.

Liefs, Loes

Zoonlief is net begonnen aan zijn tweede baan in Australië. De eerste was in Perth bij een koffiezaak (VooDoo koffie) en nu werkt hij twee uur rijden boven Perth als hoofdbarista in een koffiezaak daar aan het strand. Hij heeft nu in plaats van het hostel een eigen ruimte om te wonen. Met een gym bij het huis. Tien minuten fietsen en hij is op zijn werk. Hij is net begonnen daar en hoopt er drie jaar te mogen werken. De baas daar gaat dat voor hem aanvragen als hij door zijn proeftijd heen is, hope so! Dus de beloofde anderhalf jaar kan zomaar vier jaar worden. Dan wil hij wel tussendoor nog naar huis komen 🙂 Zijn rijbewijs halen en hopelijk genieten van zijn familie, die hij wel mist. Ik ben zó blij met beeldbellen! We babbelen een paar keer per week bij, zo fijn!

Dochterlief is net weer thuis van veertien dagen fietsen in de Dolomieten, wat een geweldig landschap! Ze heeft weer mogen fietsen voor een fietsglossy, ja, die meid van me regelt het wel. Passie en werk zijn één voor haar, dat is leven!

En mijn neef van 34 die heeft achteraf bezien een geweldige uitvaart gehad van zijn PEC Zwolle-matties. Vuurwerk, erehaag en heel veel mensen waren er voor hem… ze hebben hun eigen ceremonie gehouden voor hem. In mijn vollemaanbos staat zijn herinneringsboom. Aan de boom zie ik dat er regelmatig mensen bij hem zijn. Laatst was er een groepje jongelui dat bij zijn boom stond.

Iedere wandeling, wel of geen volle maan, ga ik even bij hem aan. Dan haal ik de dode bloemen uit zijn plantjes en denk ik aan hem. Eigenlijk hebben wij als familie nul contact met elkaar… los zand. Best triest dat ik nu pas mijn neef zie, als mens. Via zijn boom <3 In zijn boom hangt een maantje met een lichtbol… zo mooi.

Geplaatst in Volle Maan Wandelingen | Getagged , | Een reactie plaatsen

Appels en peren

Traditie en vernieuwing in wicca – en daar net buiten

Voordat we kijken naar vernieuwing in wicca, moeten we weten wat de traditie is waarbinnen die vernieuwing plaatsvindt. Wat zijn tradities in wicca, en in paganisme en magie? Spoiler alert: “it’s complicated”.

Welke tradities zijn er in wicca? Wat rekenen we wel tot wicca en wat niet? Wat is het verschil tussen een traditie en een stroming? Zijn de scheidslijnen wel allemaal zo scherp te trekken?

Gezamenlijke achtergrond, gedeelde taal en gebruiken

Wat belangrijk is, is dat een traditie verwijst naar een gezamenlijke achtergrond, een gedeelde geschiedenis. Dat leidt ertoe dat mensen als het ware dezelfde taal spreken, dat ze met een bepaald begrip (min of meer) hetzelfde bedoelen als hun gesprekspartner uit diezelfde traditie. Denk aan woorden als ‘coven’ en ‘inwijding’ of ‘de wapens van een heks’. Voor een buitenstaander heeft het woord ‘wapens’ sowieso heel andere associaties, maar binnen wicca kan er ook verschil zijn. Welke instrumenten je tot de (belangrijkste) ‘wapens’ van de heks rekent, kan verschillen van traditie tot traditie, en van stroming tot stroming. En die gedeelde achtergrond leidt er ook toe dat je dingen op een bepaalde manier doet. Ik kan me voorstellen dat scouts elkaar precies aanvoelen en elkaar zonder woorden kunnen helpen om bijvoorbeeld een vuur aan te leggen, of een maaltje te koken op dat vuur. Omdat ze een bepaalde geschiedenis delen, en er een structuur is waarbij dezelfde dingen op een bepaalde manier worden doorgegeven aan de nieuwe leden van scouting. Bij zeeverkenners gaan de dingen dan waarschijnlijk weer net anders dan bij ‘landverkenners’, en ook bij scouting kunnen dingen verschillen per groep of per regio of land. Want dat is waarom ik dit voorbeeld noem: zo werkt het ook binnen wicca.

Tradities in (en naast) wicca

Als het gaat over tradities in wicca, ligt het voor de hand om Gardnerian wicca (navolgers van Gerald Gardner) en Alexandrian wicca (navolgers van Alex en Maxine Sanders) te noemen. Maar die sluiten elkaar niet geheel uit: er zijn groepen die zich baseren op Alexandrian én Gardnerian wicca. Vivianne Crowley is hier een voorloper van.

Daarnaast bestaan tradities zoals ‘Dianic’ wicca, Reclaiming (Starhawk) waarbij de Godin en/of activisme meer nadruk krijgen dan in andere stromingen. En tradities zoals Faery/Fairy wicca (of de Tuatha Dé Danann) en Feri(feria) (Victor en Cora Anderson). Je hebt Greencraft, dat afgeleid is van Alexandrian wicca.

Binnen een traditie als Gardnerian wicca zijn een aantal stromingen aan te wijzen, die met name gekoppeld zijn aan hogepriesteressen die met Gardner samenwerkten: Doreen Valiente, Lois Bourne, Patricia Crowther, Eleanor Bone, Monique Wilson.

Deze stromingen zijn allemaal onmiskenbaar onderdeel van wicca. Bij de tradities ligt dat al anders. Sommige tradities kwamen juist tevoorschijn (na het afschaffen van de Witchcraft Act in Groot-Brittannië in 1951) als bestaand naast Gardnerian en Alexandrian wicca. De een presenteerde zichzelf als behorend tot dezelfde ‘koepel’ maar andere tradities zagen zich meer als daarvan afwijkend, maar wel voortkomend uit ‘oeroude ondergedoken (familie)tradities’. Hereditary witchcraft of in het Nederlands ‘erfhekserij’, naar overerving, en soms ook met een letterlijke connectie met het (boeren)-erf. Sybil Leek is een voorbeeld van zo’n familietraditie die wel het woord heks gebruikte, maar toch buiten wicca staat. Haar familie was meer bezig met cultuur en theater dan met landbouw, en internationaler georiënteerd. Een ander die al gedurende het leven van Gerard Gardner een eigen traditie claimde was Robert Cochrane (The Clan of Tubal Cain).
Ook ‘hedge witches’ die doorgaans solo werken – niet in covenverband – wijken af van wicca.

Familietraditie?

In Nederland en België zijn er een aantal heksen die een familietraditie claimen en wat zij doen hekserij noemen, maar niet onder de noemer wicca (willen) vallen: Margarita Rongen, Sonja Cardinaels en nog een aantal minder bekenden die je toch wel eens tegenkomt in een artikel of tv-programma. Je zou de Italiaanse Maddalena (uit Leland’s boek Aradia) als voorbeeld kunnen zien van iemand die zei uit een familietraditie te stammen. Niet al deze claims zijn verifieerbaar of zelfs aannemelijk, maar sommige wel. Sommigen die zo’n familietraditie hebben willen er absoluut niet het woord ‘hekserij’ aan koppelen. Mijn indruk is dat dit soort tradities over heel Europa voorkwamen (en nog wel voorkomen), ook binnen reizende groepen (Roma, Sinti) en bij families en individuen die als migrant de oceaan zijn overgestoken naar Noord-Amerika, zoals feministische heks Z. Budapest die een dergelijke achtergrond claimt in moederland Hongarije. Ook Raymond en Rosemary Buckland migreerden, en brachten zo een stroming binnen de Gardnerian traditie naar de VS. Die na het beëindigen van hun huwelijk uiteenviel in verschillende stromingen, maar laten we dat maar buiten beschouwing laten in dit artikel.

Afkomstig uit het verleden?

Er zijn beslist aanwijzingen dat er heidense/paganistische gebruiken bleven bestaan na de kerstening van Europa. Die leven voort als folklore, of zijn verweven geraakt met het christendom (paasvuren, katholieke heiligen die verdacht veel lijken op godinnen met vrijwel dezelfde naam), en zijn nog terug te vinden in allerlei verboden van vroeger. De koppeling van individuele families aan resterende heidense gebruiken, feesten en rituelen is veel lastiger. Voor een buitenstaander is het heel moeilijk om het verschil te zien tussen een werkelijk oude familietraditie, en een ‘traditie’ die is bedacht door iemand die daar nu mee in de publiciteit komt. Een verwijt dat overigens ook aan Gardnerian en Alexandrian wicca gemaakt wordt: dat het allemaal verzonnen is. Dit artikel is niet bedoeld om onderscheid te maken tussen ‘waar’ en ‘niet-waar’, is niet bedoeld om aan te geven welke tradities, stromingen of groepen ‘deugen’ en welke niet. Al was het maar omdat het ook voor een ‘ingewijde’ niet altijd duidelijk is of een traditie oud is of niet. Een ingewijd iemand kan meestal wel claims bevestigen of weerleggen die betrekking hebben op de coven, stroming of traditie waarin hij/zij is ingewijd. Maar bij claims over andere stromingen of tradities is ook een in-één-stroming ingewijde een buitenstaander. Al hebben veel heksen een netwerk binnen wicca, waardoor zij kunnen verwijzen naar personen die wel zinvolle uitspraken kunnen doen over claims. En al was het maar omdat een zuivere ‘lineage’ niet garandeert dat de groep of de leiding ervan deugt, of dat een dubieuze achtergrond een groep of leiding daarvan ‘slecht’ maakt.

Andere afkomst

Naast wicca(-hekserij) is er ook hekserij, eclectische hekserij. Denk aan Margarita en Lunadea en al degenen die bij hen een opleiding hebben gedaan, en aan de mensen die zichzelf hebben getraind door veel te lezen, veel te experimenteren en misschien ook workshops te volgen waar die worden aangeboden. Er is magie. Binnen het paganisme is er druïdisme (met barden, ovaten en druïden) en nu ook ‘druidcraft’ als tussenvorm tussen druïdisme en ‘witchcraft’ en er zijn paganisten die niet tot een specifieke stroming behoren. Er zijn sjamanen en sjamanisten. Er is heidendom, zoals Asatru, al dan niet met vormen van magie. En naast het westerse paganisme (enzovoorts) waren en zijn er natuurlijk overal ter wereld vergelijkbare tradities. Ik noem winti, omdat je aanhangers daarvan in Nederland kunt vinden, maar er zijn veel meer oorspronkelijke tradities (en mengvormen van verschillende Afrikaanse tribale religies) waarin je als heks veel kunt herkennen. Zeker als je een ‘echte heks’ bent, waarmee ik dan iemand bedoel die krachten heeft waarover veel van ons ‘brave heksen’ (wicca) niet beschikken. (De termen ‘echte heks’ en ‘brave heks’ zijn niet van mezelf, maar zijn in mijn bijzijn gebruikt om de verschillen aan te duiden. Niet denigrerend bedoeld, in elk geval niet hier door mij).

Nogal wat mensen die nu actief zijn in wicca, hebben ook wel eens trainingen gevolgd in een of meer van deze andere tradities, of zijn opgegroeid in een andere traditie. Je kunt dan een scherp onderscheid maken (om je bijvoorbeeld Griekse / christelijke / hindoeïstische / candomblé-) achtergrond niet te combineren met wicca. Maar je bent het resultaat van je achtergrond en je ervaringen. Als je op enig moment het pad van wicca gaat volgen, neem je al die bagage mee.

Gemengde afkomst

Waar het vroeger min of meer taboe was om contact te hebben met Alexandrians als je Gardnerian was, of omgekeerd, beschouwen Gardnerians en Alexandrians zich nu veelal als leden van dezelfde ‘familie’. Zo zijn er covens die zijn opgericht – en worden geleid – door een Gardnerian en een Alexandrian samen. Ook kan het voorkomen dat iemand een eerstegraads inwijding krijgt binnen de ene stroming en een tweedegraads (en soms derdegraads) inwijding binnen een andere stroming. De eerstegraads inwijding is een welkomstritueel in een stroming. Daaraan vooraf gaat doorgaans een periode van training, en ook als je net bent ingewijd ben je nog in training. Als het goed is, heb je dan na verloop van tijd genoeg kennis opgedaan om – met de vaardigheden die je daar ook voor nodig hebt – een eigen groep te kunnen leiden. Afhankelijk van de stroming betekent de tweede- of de derdegraads inwijding dat je zelfstandig een groep mag opzetten en leiden, doorgaans met een partner van diezelfde ‘rang’. Je eigen groep zal dan vallen binnen de stroming waarin je die ‘rechtgevende’ inwijding hebt gehad. De ‘egregore’ van die stroming wordt tijdens die inwijding doorgegeven. Het ‘Book of Shadows’ dat je gebruikt en de rituelen die je doet, zullen daarbij passen. Natuurlijk kan jouw eigen coven mede gekleurd zijn door je eerste inwijding, net zoals ook je trainingsperiode en je levenservaring een rol spelen. Je bent als persoon immers gevormd door wat je hebt meegemaakt. Maar officieel ben je lid van de stroming waarin je de tweede graad (en derde graad) hebt ontvangen.

Eigen traditie

Er zijn mensen die geen aansluiting vinden met een bestaande stroming. Vroeger konden ze helemaal niemand vinden – dat was decennia geleden een stuk lastiger dan nu. Of ze vinden niemand met wie het klikt en die bereid is hen op te leiden en/of in te wijden. Al in de jaren 1960 gaven Doreen Valiente en Raymond Buckland handreikingen om dan toch iets te gaan doen met wicca. Doreen Valiente gaf in haar boek Witchcraft for Tomorrow een ‘Liber umbrarum’, een Book of Shadows, en aanwijzingen voor hoe je dan een eigen groep kon oprichten, waar je de nieuwe leden dan wel met een inwijding binnen haalde. Raymond Buckland bood een complete stroming aan via zijn boek Seax Wicca. Feitelijk begin je dan een eigen traditie. Er is geen egregore die doorgegeven wordt. Is het wel wicca? Dat hangt er natuurlijk vanaf hoe nauw je die traditie volgt, en het is lastig om iets te volgen waarvan je geen voorbeeld hebt. Jazeker, er zijn wat boeken, en nu ook websites et cetera. Maar de eerste vraag is hoe waarheidsgetrouw die kunnen zijn, als de rituelen, enzovoorts geheim zijn? En sommige dingen kun je niet in woorden gieten, maar zul je moeten meemaken om het op dezelfde manier na te kunnen doen. De tweede vraag is of je jezelf de rituelen van een bepaalde stroming mag toe-eigenen als je geen onderdeel bent van die stroming. Of andere aspecten van die stroming. Maar als je niet vergelijkbare rituelen doet, behoor je dan nog tot de traditie van wicca?

Waarom is je lineage belangrijk?

Je ‘lineage’ is de ‘afstammingslijn’ van jouw coven. Door wie ben jij ingewijd (in welke stroming) en door wie waren jouw inwijders ingewijd? Volg die lijn terug, dan kom je in zoveel stappen terug op Gerald Gardner. En/of een van zijn hogepriesteressen. Of bij de stichter van een andere traditie. Het wordt complex als je inwijders uit verschillende stromingen afkomstig zijn (lijn Eleanor Bone en lijn Patricia Crowther, of Gardnerian en Alexandrian). Maar als je kunt aantonen wat jouw lineage is, kun je door andere leden van een stroming worden herkend als ‘familie’. Dat opent niet alleen deuren en ‘boeken’ (BoS-versies) maar je zul merken dat je bij echte ‘familie’ kunt meedoen zonder dat er veel moet worden uitgelegd. Terwijl je als gast in een heel andere stroming soms niet begrijpt wat er gebeurt, met welke symboliek er wordt gewerkt, of in welke volgorde bepaalde elementen van een ritueel worden uitgevoerd.
Als je niet wordt (h)erkend als ‘familie’, én je afkomst wordt als twijfelachtig beschouwd, kom je niet altijd binnen bij andere groepen of gezamenlijke rituelen. Dat geldt niet alleen voor jouzelf, maar ook voor de mensen die jij inwijdt. Geen probleem zolang jullie allemaal onderdeel uitmaken van dezelfde groep (coven), maar als iemand verhuist, kan die dan in een andere stad of een ander land aansluiting vinden bij een groep daar? Of wordt hij/zij beschouwd als een nieuweling zonder inwijding, en moet ie weer helemaal opnieuw beginnen met training en inwijding?
Voor wie nog aan het begin van het pad staat, zal het niet altijd duidelijk zijn dat er verschillende stromingen zijn, wat de verschillen zijn, en waarop je moet letten. Als het goed is, geven je opleiders je genoeg (en correcte) informatie over hun eigen achtergrond. Als je twijfels hebt, vraag dan naar een contactpersoon die kan instaan voor je opleider(s), en lees de pagina ‘Second Opinion‘ van Silver Circle. Ben je eenmaal ingewijd, dan hoor je ook meer over je lineage.

Appels en peren

De titel voor dit artikel kwam van het beeld dat ik had van wicca als een appelboomgaard. Je hebt verschillende appelrassen, zoals Elstar en Jonagold. Oudere heksen kunnen terugverlangen naar een sterappel, notarisappel of ‘cox orange pippin’, en jonge heksen groeien op met nieuwe smaken zoals kanzi. Fruitbomen kunnen ontstaan door vermeerdering via zaad, of door enten. Bij enten neem je als basis de stam van een sterk ras, dat niet zo onderhevig is aan, bijvoorbeeld, rot door vocht, en zet daar een takje op van het ras dat je wilt gaan kweken maar dat niet zo robuust is. Je ziet dit heel veel bij kersenbomen, vooral sierkersen, waarbij het onderste deel van de stam veel dikker is en waar het bovenste deel bovenuit steekt alsof het een takje is in een vaas (of juist andersom: dunne onderstam, dikke boom erbovenop). Ik zag parallellen met hoe het in wicca gaat met inwijding: organisch via zaad, ofwel een eenvoudige lineage binnen één specifieke stroming. Maakt niet uit of dat een oud ras of een nieuw ras is. Maar soms heb je een inwijder die eerstegraads heeft gehad in één stroming, en tweedegraads in een andere stroming. De ‘appels’ aan die ‘geënte’ boom (degenen die worden ingewijd) behoren tot die stroming van de tweedegraad. En worden als zodanig herkend door andere leden van hetzelfde appelras: een appel van een geënte Elstar, zie eruit als en smaakt als een Elstar, ook als de onderstam een sterappel is, of een Granny Smith. (Dat er soms een tak uit de onderstam groeit die wel sterappels of grannies levert, laten we in de wereld van het fruit. Wicca is al complex genoeg). Ingewijde heksen kunnen andere ingewijde heksen herkennen aan de afstamming, zoals alle appels van appelbomen afkomstig zijn. Maar soms heb je helemaal niet te maken met een appel maar met een peer. Die associatie had ik niet bedoeld, maar is mooi meegenomen.

Vernieuwing

Pas als vaststaat wat je traditie en je stroming is, weet je waar je van kunt afwijken. Zie het als BoS als een receptenboek met daarin de gerechten die in jouw stroming bereid en gegeten worden. Iedere wicca maakt (spreekwoordelijk) brood, maar jouw stroming maakt dat met gist of juist met zuurdesem. (Zuurdesem of biergist zijn mooie beelden voor de ‘egregore’. Die worden ook doorgegeven, letterlijk levend gehouden, en dienen als basis voor nieuwe gerechten en dranken en om weer door te geven). Je maakt busbrood, in een vorm, of vloerbrood, op de bakplaat. Of weer anders. Je leert dat op een bepaalde manier te kneden, een bepaalde tijd te laten rijzen, enzovoorts. Maar je wilt ook wel eens kleine broodjes bakken, er rozijnen of kruiden in verwerken of een vlechtbrood of ander model brood maken. Of in werkelijkheid: je hebt een bepaalde tekst om bijvoorbeeld de lente-equinox te vieren, of Beltane. Het is altijd goed om die teksten en voorschriften een aantal keren te gebruiken. Je ziet er immers elke keer dat je precies hetzelfde ritueel doet andere dingen in, omdat jij veranderd bent. Maar na een keer of vier weet je het wel, en wil je wat anders. Dan kun je alsnog dezelfde teksten gebruiken en aan je ritueel dingen toevoegen: je doet iets met het beschilderen van eieren voor het lente-ritueel, of richt een meiboom op met linten in rood en wit, om eromheen te kunnen dansen. Je zoekt er passend gedicht bij, een spel, een chant, of wat je ook maar kunt bedenken dat past bij het seizoen. En volgend jaar maak je een compleet nieuwe tekst (plus rituele handelingen) waarin je uitdrukt wat dit seizoensfeest voor jou/jullie betekent. Deze vorm van vernieuwing is helemaal niet zo nieuw. Het komt in veel stromingen al lang voor, en het componeren van een ritueel kan een meesterproef zijn voor een (aankomende / nieuwe) tweedegraads covenleden, die zich immers moet voorbereiden op het zelf leiden van een cirkel en een coven.

Nieuwe magische technieken

Naast rituelen zijn er allerlei aspecten aan wicca waar innovatie kan worden toegepast. Je kunt in je BoS misschien magische technieken vinden die in jouw (moeder)coven nooit werden gebruikt, omdat niemand begreep hoe ze werkte, of omdat je HPs en HP zich er niet prettig bij voelden. Misschien alleen al omdat zij er nooit in getraind waren, of omdat andere technieken voor hen beter werkten. En het kan ook zijn dat je te gast bent geweest bij een andere coven, en daar technieken hebt zien gebruiken waar je meer van wilt weten. Je kunt je deskundigheid vergroten door erover te lezen, erover te praten met degenen die er wel ervaring mee hebben, maar natuurlijk ook door ermee te experimenteren. Binnen de vertrouwde omgeving van een (goed functionerende) coven, kan dat vaak heel goed. Je kunt experimenteren met ‘simpele’ dingen, zoals het altaar in het noorden of juist in het midden zetten (andersom dan je het gewend bent) of op de andere windstreken. Maar je kunt ook andere manieren gebruiken om met energie te werken, andere manieren om energie op te wekken en/of te verzenden. Proberen uit te vissen wat er bedoeld kan zijn in Romeinse of middeleeuwse geschriften over magie. Technieken bedenken bij elk element: kaarsenmagie, koordenmagie, een techniek met water, iets met stenen, enzovoorts. Of uitgaan van de expertise van een van de covenleden, die dan de anderen traint in de techniek(en) van diens voorkeur. Je kunt heel eenvoudige, kleine, dingen anders aanpakken, maar ook een jaar of langer besteden aan het bestuderen en onder de knie krijgen van een ingewikkelde techniek. Schreef ik al dat veel ingewijde heksen allerlei andere achtergronden kunnen hebben? Ook daar kan inspiratie worden opgedaan. Je bent niet de eerste die, bijvoorbeeld, chakra’s gebruikt in wicca, maar je kunt er je eigen manier voor vinden.

Nieuwe rollen

Niet alleen met rituelen en magische technieken kun je innoveren. In een coven zijn doorgaans de leiders niet de enigen met ervaring met groepswerk, of met het componeren van rituelen. Misschien zijn groepsleden er wel beter in, en als ze er geen ervaring mee hebben, kunnen ze het leren. In andere stromingen (Dianics bijvoorbeeld) is het heel gebruikelijk dat de rollen anders verdeeld worden dan ‘HP en HPs leiden, de rest van de coven volgt’. Daar kan per keer iemand anders (of twee personen samen) de leiding hebben over het ritueel en alles dat erbij komt kijken. Of je verdeelt de rollen over alle deelnemers: de een zorgt voor de aankleding, de ander voor cakes & wine (of een alternatief daarvoor), of voor het kiezen van een ritueel, het schrijven van een ritueel, en/of een pathworking, een chant, et cetera. Sommige groepen (en dan heb ik het niet per se of niet alleen over Dianics) variëren met genderrollen bij het aanroepen van Godin/God of het wijden van cakes & wine. Je kunt er verschillend over denken of dat wenselijk is, maar alleen al het denken over deze onderwerpen opent een zee aan mogelijkheden.
Neem je hele ‘toolbox’ van eerdere ervaringen mee, en lees over al die andere tradities en stromingen. Grote kans dat je daar heel interessante ideeën opdoet, en van sommige ideeën gebruik kunt maken op een manier die past binnen je eigen stroming. En die recht doet aan de traditie waaraan jij dat idee ontleent (geen ‘culturele toeëigening’).
Zorg er wel voor dat je nieuwe covenleden weten wat tot de kern van jouw en hun traditie en stroming behoort, en wat je er later aan hebt toegevoegd. Houd de wijzigingen bij in je BoS (of cd-rom of shadows. Liever niet de ‘cloud of shadows’, want wie weet waar jouw teksten opduiken als AI ermee aan de haal gaat).

Geplaatst in Artikelen | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Pan (poem)

His face with countless deep wrinkles; a groove for every
Era. Far from ancient times, but still young, his nimble caper.
The untameable Ancient God, forever young. Always there
his cry for desire, unstoppable lust and never-ending
eagerness.

His yellow eyes – was it yesterday – still can see the neolithic
time. Pan’s birth is shrouded in fog. He cannot be the son
of Penelope and Hermes. Because in the Egyptians pantheon,
the Lord of the Forest, he already jumped around.

The messenger God, the one of the golden winged dreams,
his father? Could be! But, Penelope always virtuous behind
her loom, remove the shroud at night. And again, she lived
in different times. Her moral compass, her loyalty, is beyond
His tempting heart.

Thamus sailed at Paxus, with seaweed in his ears, still confused
by The Sirens call. Perhaps enticed by the sound of the jealous
Poseidon; Amphitrite fled this God before. No, The Goat horned
God is not dead. He lives forever.

He is alive! Pan lures and dances; his Syrinx, his desire
caught in a three-quarter time. The thin sound of Debussy’s
solo piece, softly sad, grief of centuries in just three minutes.
The God is trapped in Arcadia in a perpetual mobile of
flute playing.

Come, oh Pan, the world old and grey, needs you.
Come out of your forest, the world misses your youth.
Come; it is time, seduce us with your spell.

Statue of Pan

Foto Annemarie

Geplaatst in Gedichten / Poems | Getagged , | Een reactie plaatsen

Pan (gedicht)

Zandplooien sieren zijn gezicht; elk Era zijn eigen groef.
Oudheid, wereldspracht, de bokkensprong symbool van
jeugd. Het ontembare, de oude God voor altijd jong. De
roep naar begeerte, niet te stillen lust, het verlangen
– dat blijft.

Zijn gele ogen zagen – was het gister? – nog de prehistorie.
Pans’ geboorte in mistflarden gehuld. Onjuist is de Mythe:
Het is de zoon van Penelope en Hermes.’ Hij, de boodschapper
van de goudgevleugelde dromen? Het kan! Maar zij?

De twintig jaren weefster van de deugdzaamheid, het uitgehaalde
lijkkleed? Zij leefde in een andere tijd, later. Haar moreel kompas,
haar trouw, leeft niet in zijn verlokkend hart. Al in het Pantheon
van de Egyptenaren sprong de Heer van het Woud in het rond.

Thamus bij Paxos was nog verward van de sirenes roep, had
vast zeewier in zijn oren; of werd verlokt door de stem van
de jaloerse Poseidon. De Zeegod zijn Amphitrite ontvluchtte hem
al eerder. Nee, de Geitenhorens God is niet dood, hij leeft voort.

Pan lokt en danst; zijn Syrinx, zijn begeerte, gevangen in
een driekwartsmaat. Debussy’s solostuk van ijle klank, zacht-
treurig, smart van eeuwen in slechts drie minuten. De God
zit vast, in een perpetuum mobile van fluitspel, in Arcadia.

Kom, oh Pan, de wereld oud en grijs heeft je nodig.
Kom, uit de bossen, de wereld mist jouw jeugdigheid.
Kom, verleidt ons met je spel(l).

Tekening van de god Pan

Geplaatst in Gedichten / Poems | Getagged , | Een reactie plaatsen

Review: Washing Rituals from Bulgaria

Deze galerij bevat 2 foto's.

Georgi presents us with more stories from eyewitnesses of performing often complex ‘Washing Rituals’. Lees verder

Meer galerijen | Een reactie plaatsen

Review: The Horns of the Moon: Wicca – Portrait of a Nature Religion

The Horns of the Moon: Wicca – Portrait of a Nature Religion
Merlin Sythove

Published by Silver Circle Publishing as an e-book. To order a copy, please use the Donation button on the Silver Circle website.
The guideline is EUR 7,50. Then send me an email so that I can complete the order <morgana@paganfederation.org> Thanks!

In March 2025, Martika and I travelled to the Netherlands to celebrate the Silver Circle 45th anniversary.  Needless to say, we had a fantastic time catching up with old friends and making some new ones.  When we returned home, I was delighted to find that Morgana had sent us a copy of the eBook Horns of the Moon by Merlin.

First published in 1998, this is a concise yet informative book on the type of Wicca I grew up with.  From its evocative cover (designed by Alexandra Cichecki), the Horns of the Moon is a refreshing read, beginning with a forward by Rhianne, Merlin’s daughter.  Merlin begins by discussing the word Wicca itself, pointing out that the word originally referred to the people of the Craft, rather than the religion/spiritual tradition itself.  He points out that Wicca is an initiatory tradition, and as an initiate, a person becomes a Wicca priest/priestess and witch.  Merlin discusses what is meant by modern Witchcraft as well as distinguishing between revelatory religions such as Christianity and experiential religions like the Craft.

In the first part of the book, Merlin considers the history of Witchcraft from the pagan past through to the witch trials of the early modern period.  He is careful to point out that the women and men killed in the witch trials were the victims of a miscarriage of justice, rather than being actual witches.  This leads to a brief discussion of the father of modern witchcraft, Gerald Gardner, and the role of other important contributors to the Craft, like Alex Sanders and Doreen Valiente.

Merlin then discusses what is meant by a mystery tradition, pointing out that experience is key to understanding what is meant by mysteries.  Merlin uses the excellent analogy of the marriage, explaining that although it is a common thing, the only way to really get the mystery of marriage is to experience it, and in experiencing it, there is no adequate way of explaining that experience to others who have not.  This leads to a discussion on what is meant by Wicca being a nature religion.  The nature aspect of Wicca, like that of the mysteries, is an important part of my experience and practice of this tradition, and so it is refreshing to read such a lucid explanation.

The next two chapters explore the Goddess and the God as the triple Goddess and the dual nature of the Lord of death and life.  Merlin discusses the importance to the Divine Feminine and Divine Masculine, hinting at that which transcends them both.

In the next chapter, Merlin discusses the Wiccan view of the afterlife, explaining some key concepts like the myth of Summerland, Reincarnation and Karma.  The Wheel of the Year is covered in the chapter on annual festivals.  Merlin outlines the four greater sabbats using the Celtic names of Imbolc, Beltane, Lughnasadh and Samhain, relating them to the archetypal stages of life and the mysteries associated with them.  The lesser Sabbats are also covered, before moving onto the lunar festivals.  Here is where Merlin introduces something new and unique by giving a European version of the names of the moon, and also relating them to the tides and seasons of the year.

Merlin briefly discusses the role of ritual nudity and the role of ritual as symbolic actions that enable to the witch to out themselves in accord with the powers of nature.  He describes the process of casting the magic circle, explaining some of the visualisations that go with the process.  Next, he talks about magic, something that is intimately connected with the concept of the witch.  Again, Merlin takes time to dispel myths, before talking about what magic is.  In a nice turn of phrase, he describes it as “using the laws of nature to bring about certain changes”.

The next chapter looks at initiation, outlining how the first degree introduces the new witch to the work within the circle and the coven.  Once mastered, they may then go on to take the second-degree initiation.  Here they become elders who can take on some responsibilities from the High Priestess and High Priest, such as training seekers, new to the Craft.  Finally, Merlin briefly outlines the third degree, but is clear to state that these degrees are not ranks in a hierarchy.

After discussing rites of passage such as naming ceremonies, handfastings and funerals, Merlin then goes on to say something about coven life.  He outlines the role of the High Priestess as the leader of the coven.  The final chapters look at Wicca in the Netherlands before concluding that Wicca belongs to the realm of night and the emotions.

Merlin has skilfully provided us with a primer for those people who want to find out what Wicca is all about.  He lays out the importance of Wicca as an oral tradition.  His writing style is informative and accessible, and he provides signposts for readers who want to look more deeply into the topics he describes.  For example, in the chapter on the history of Wicca, he recommends the books of Ronald Hutton and Phillip Heselton.  He takes the parts of the Craft, both well known, but also innovative such as the lunar festivals based on European moon names, and illuminates them with lucidity and charm.

While there are literally hundreds of books on the market about the various different forms of Witchcraft, there are very few which introduce Initiatory Wicca to the reader.  This may be because of the nature of Initiatory Craft as an esoteric mystery tradition, or the fact that it is a long-term commitment and so not very marketable.  However, along with a few other authors, Merlin has created a book that is a perfect introduction to Initiatory Wicca.  As someone who spends a great deal of time training people for this tradition, it is a gift to have an excellent book to recommend to students.

 

Geplaatst in Boeken, English articles, Recensies | Getagged , , , , , | Een reactie plaatsen

Review: Witch Bottles – History, Culture, Magic

Witch bottles. History, culture, magic
Daniel Harms
Avalonia Books, October 31, 2022, 118 p.
Paperback & Kindle editions available. ISBN 978-1-910191-00-2. 

This is a concise yet richly detailed study of the folk‑magical practice known as “witch bottles”. It offers a thematic and chronological exploration of this artefact, as an aspect of domestic magic. The book begins with a foreword by Alexander Cummins, who characterises the unearthed witch bottle as a “murky treasure” encapsulating historical strategies for counter‑witchcraft. Harms defines the essential elements of a witch bottle: typically involving a sealed vessel containing urine plus sharp objects (pins, nails, thorns), employed to trap or repel malefic intent.

Through meticulously referenced scholarship crossing folklore, archaeological findings, and historical records, Harms traces the origin and evolution of witch bottles. He notes, “Witch bottles are rapidly becoming part of the heritage, not just of one person, but of the world, and granting them to our public institutions and museums will do much to help us to unlock their meaning, to the people of both the past and present.”

He covers the period from 17th-century England, particularly East Anglia, where many early examples arise, through the 18th and 19th centuries, with case studies including buried artefacts found in homes, hearths, and public buildings; and cross-geographical extensions into Scandinavia and North America.

The book includes chapters on typology, ritual use, geographic distribution, modern-day usage, and the cultural significance of witch bottles. Harms integrates folklore, archaeology, legal records, and material culture insights, with detailed footnotes and an extensive bibliography.

With illustrations by Emily Carding (Cover), Heloisa Saille and design by Avalonia, the book is both informative and aesthetically pleasing.

It is strongly recommended for folklorists, historians and anyone interested in how tangible objects — urine‑filled, pin‑studded bottles — encode beliefs about protection, witchcraft, and their usage in domestic rituals. Its concise size makes it an excellent entry point, while its references pave the way for further research.

About the author

Dan Harms is a librarian and author living in central New York. He has a master’s in anthropology from the University at Buffalo and a master’s in library and information science from the University of Pittsburgh. His fascination with magical belief and practice has led him to research and publish a great deal in the areas of folklore, ritual magic, and their appearances in literature.

His past works include The Cthulhu Mythos Encyclopedia, The Necronomicon Files (with John Wisdom Gonce), The Long-Lost Friend (editor), The Book of Oberon (with Joseph Peterson and Daniel Clark), William Dawson Bellhouse, Wax Images, Of Angels, Demons, and Spirits (with Daniel Clark), Balloonists, Alchemists, and Astrologers, and The Book of Four Wizards (with S. Aldarnay, forthcoming).

His articles have been published in Abraxas, Folklore, Fortean Times, The Journal for the Academic Study of Magic, The Journal of Scholarly Communication, The Journal of the Western Mystery Tradition, Thanatos, and The Unspeakable Oath. He has spoken at Treadwell’s in London and at conferences at Oxford, Western Michigan University, and Waterloo University, among others. He is also an avid roleplaying gamer, and occasionally writes for publishers including Chaosium, Arc Dream, and others.

References

This 17th-century Bellarmine jug from Lincoln, United Kingdom, features the iconic bearded face of a “Bartmann”. Often used as ”witch bottles”, these stoneware jugs were filled with sharp objects or bodily fluids to ward off curses and malevolent forces.

Photograph by Sabena Jane Blackbird, Alamy

See: https://www.nationalgeographic.com/history/article/witch-bottles-rituals-superstition-17th-century

Geplaatst in Boeken, Recensies | Getagged , , , | Een reactie plaatsen