Wicca is méér dan een gezelligheidsvereniging bij volle maan of een jaarfeest. Het is ook hoe je leeft, hoe je je verantwoordelijkheid neemt. Creativiteit is van belang, maar ook taal, want taal is magie. Dus het is belangrijk hoe je spreekt en wat je zegt.
Wat ben je, hoe noem je jezelf?
Ik heb geen idee hoe ik me precies zou moeten of willen noemen. ‘Pagan’ is een bepaald etiket, ‘wicca’ is het nog meest omvattende, al moet je dat aan de buitenwereld altijd uitleggen. ‘Heks’ vind ik geen fijn woord, behalve als het historisch wordt gebruikt. Maar het dekt niet helemaal de lading als ik wicca zeg. Want in mijn geval zou ik ook het woord sjamanistisch gebruiken, dus: ‘wicca met een licht sjamanistisch trekje’. Maar dat is wel belangrijk.
Toen ik vroeg om een interview zei je dat je niet representatief bent voor wicca. Wat bedoelde je daarmee, en wat is dan wel representatief?
Als ik representatieve wicca’s voor mij zie – en dit is absoluut geen kritiek! – zijn dat mensen die alle Books of Shadow keurig hebben gekopieerd, digitaal of met de hand, die nooit een vergissing maken bij het oproepende of uitbannende pentagram, die alles heel erg volgens de regels van het boek doen. En dat past niet helemaal bij mij. Ik moet wel zeggen dat de structuur van een ritueel zoals we dat in wicca kennen wel helemaal bij me past: water en zout, de cirkel trekken, de windrichtingen aanroepen, het altaar inrichten. En de volgorde van het ritueel zelf: de jaarfeesten, eventueel magisch werk, meditatie en visualisatie – die twee heb ik er graag bij – cakes en wine, het afsluiten. Dat is voor mij een fijn kader, een goede structuur.
Zijn die rituelen het belangrijkste? Is wicca met name het doen van rituelen of uit zich dat ook op andere manieren in je leven?
Nee, het is ook hóe je leeft: met respect voor de natuur, voor dieren, planten, andere mensen. Het grote geheel en je éigen verantwoordelijkheid daarin, je eigen geweten. Zo zou het moeten zijn: dat wicca meer is dan een gezelligheidsvereniging met volle maan of een jaarfeest. Dus het heeft consequenties voor de rest van je leven. Het kan ook soberder. Ik vind dat we niet al te veel gebruik moeten maken van de bronnen die er zijn omdat de aarde ook verder moet zonder uitgeput te raken door ons gedrag. Het gaat verder dan met zijn allen in de cirkel staan. Zo zou het tenminste moeten zijn, als je jezelf wicca, paganist of sjamanist of heks noemt.
Ik begrijp hieruit dat je denkt dat niet voor iedereen geldt die zich pagan / wiccan / sjamanist enzovoorts noemt?
Nee, niet iedere pagan, wiccan of sjamaan doet dat. Ik hoef daar geen oordeel over te hebben. Ik heb onlangs het boek van Byron Katie gelezen: ‘The Work’, over de vier vragen die je leven veranderen. Ergens zegt ze: is het mijn zaak, is het jouw zaak, of een zaak van de God (of Godin)? Ik hoef niemand te bekeren en zal niet snel zeggen: ‘je vliegt wel erg veel hè’ of ‘je eet wel heel veel vlees’. Ik denk daar soms wel wat van, als het extreem is, maar iedereen moet dat zelf uitzoeken. Voor mij hoort bij wicca en sjamanisme een zekere mate van zelfkennis en beheersing. Het is niet de korfbalvereniging. Hoewel de korfbalvereniging ook eigen regels en wetten zal hebben.
Ik heb wel principes, bijvoorbeeld geen vlees, tenzij biologisch. Ik heb er geen oordeel over als iemand het zich niet kan veroorloven, maar vind dat ik best iets meer mag betalen aan dierenwelzijn.
Je noemde de structuur van rituelen. Er is meer structuur in wicca. Past dat wel bij je: de ‘dogma’s, dat er God en Godin bij komen, dat je in reïncarnatie gelooft, inwijding, dat je de jaarfeesten en maanfeesten viert. Past die jaarstructuur wel bij je?
Die jaarstructuur vind ik heel erg fijn, dat is ook een beetje mijn passie, maar de manen laat ik voor wat ze zijn. Ik ben geen maanvierder. Via de Joodse spiritualiteit heb ik kennis gemaakt met Rosh Chodesh. Rosh is hoofd; chodesh is maand, dus letterlijk het hoofd van de maand, het begin van de nieuwe maand. Voor mij betekent de nieuwe maan het startpunt. Volle manen maken mij zenuwachtig en astrologisch gezien klopt dat ook.
Je houdt je bezig met astrologie? Dat hoort niet per se bij wicca.
Wat voor mij óók hoort bij wicca, naast het vieren van rituelen en de hele wicca-levenshouding, is dat je buiten dit puur vieren van de belangrijke punten in het jaar een bepaalde passie hebt die je eventueel kunt relateren aan wicca. Bijvoorbeeld kruiden, literatuur inclusief jeugdboeken op dit gebied, kennis van dieren. Ik ken mensen die met muziek bezig zijn en mensen die veel over het menselijk lichaam weten en die zich, bijvoorbeeld, bezig houden met chakra’s. Zelf houd ik me bezig met astrologie en ook wel met kruiden en oliën. Ik noem literatuur omdat het vertellen van verhalen ook heel belangrijk is.
Je bent ingewijd in wicca, dat is heel mooi, maar als je er niets extra’s naast hebt, vind ik het wel een beetje kaal worden. De meeste mensen doen er wel wat extra’s bij, die zijn goed in runen, chakra’s, muziek bijvoorbeeld. Ik ken iemand die alles weet van wat groeit en bloeit. Hij weet daar heel veel van en dat vind ik een geweldige aanvulling. Hij is daar ook heel toegewijd aan. En ik ken iemand die net zo toegewijd verhalen vertelt. Die toewijding vind ik waardevol en inspirerend. Er zijn bijvoorbeeld verhalen met magische thema’s, volksverhalen. Die zijn ook heel belangrijk, net als het bekijken van andere culturen, ook op spiritueel gebied. Je moet weten hoe een plant groeit en wat je ermee kunt doen. Joke Lankester was heel goed in het zelf maken van wijn, speciaal voor een jaarfeest, voor midzomer bijvoorbeeld. Dat vond ik geweldig. Het maakt niet uit wát je doet, als je het maar met passie doet, en niet alleen maar om te laten zien wat een mooi gewaad je hebt. Dan wordt het consumeren en daar houd ik niet van. De oude Grieken zeiden het al: Ken uzelve. Weet wat je zwakkere en sterkere punten zijn.
Wat heeft wicca jou gebracht?
Een verbinding met mensen die ik anders nooit zou hebben ontmoet. En inspiratie, dat ik door mensen geïnspireerd kan worden, en dat we op een bepaalde manier dezelfde taal spreken. Uiterlijke verschijningsvormen vind ik niet zo interessant.
Ik wil iets zeggen wat mij altijd opvalt: ik kan met iedereen in de cirkel staan, maar als je in een coven of rituele groep zit, betekent het niet dat het per se allemaal vriendjes en vriendinnetjes van je worden. Het kan wel: er zijn mooie vriendschappen ontstaan en prettige andere contacten. Soms heb je een enorme klik met iemand bij wie je je fijn voelt en die je vertrouwt. Maar als we buiten de cirkel zijn voel ik me niet automatisch verbonden met iedereen in mijn coven.
Je moet natuurlijk kijken of het goed met iemand gaat, en natuurlijk leef je mee als er iets aan de hand is. Er kán vriendschap ontstaan, een wederzijdse sympathie, maar het zou onzin zijn om te zeggen dat het altijd gebeurt. Je raakt niet automatisch hevig bevriend met iedereen. Ik leg ook niet bij iedereen meteen mijn hart en ziel en al mijn overtuigingen bij de ander neer. Wel als het de juiste plaats en tijd is, en het wordt persoonlijker, dan heb je een goed gesprek.
Je hebt een paar grote gebeurtenissen meegemaakt in je leven. Helpt wicca je om te gaan met rouw, om daarmee te leren leven?
Gedeeltelijk wel. Bij uitvaarten die ik heb ‘georganiseerd’ heb ik ook bevriende wicca’s uitgenodigd. Kaarsen, licht, muziek, maar ook het aanroepen van de windrichtingen vond ik heel belangrijk. En natuurlijk ook de steun vanuit die community. Rouw is iets heel ingewikkelds. Ja, in zekere zin helpt het.
Je hebt het over steun van mensen en over rituelen die troost bieden. Heb je ook steun aan de filosofie van wicca? Het is een kernbegrip in wicca: elkaar weer ontmoeten, en het idee van een leven na de dood.
Ik kom nogal wat mensen tegen die daar wel ervaring mee hebben, maar ook mensen die blijkbaar de donkere kant alleen als theorie zien. Die kennen die hele teksten uit hun hoofd en kunnen ze mooi oplepelen, maar zien niet dat ik alleen zit. Als ik dat zeg, worden zij benauwd en gaan ze even een drankje pakken. Dan denk ik: wat weet jij er nou van?
Mijn vraag was: heb jij iets gehad aan de rituele teksten die er zijn, en de filosofie van wicca?
Nee niet per se de teksten. Die zinvolle zinnetjes kom je overal tegen, niet alleen in wicca. Kaarsen aansteken ook. Het zijn niet de filosofieën of hele teksten die helpen, maar kleine dingen. Dat je bijvoorbeeld een diertje ziet dat ergens symbool voor staat. In het jodendom heb je het gebed voor de overledenen, de kaddish, en het grappige is dat dat niet over dood en leed en afdalen gaat, maar over het leven en spiritualiteit. Het vieren van Allerzielen, zoals in de katholieke kerk, vind ik ook fijn: het samenkomen, kaarsjes op bijvoorbeeld een graf zetten, gewoon eenvoudige handelingen doen.
Van die vier of vijf rouwfasen die Elizabeth Kübler Ross noemt, daar klopt werkelijk niets van, voor mij. Het zijn de kleine dingen die troostend zijn. De elementen, het reinigende van de regen of de sneeuw of het licht, dat het weer lichter wordt. Dat is troostend. Het is voor mij niet alleen een theorie maar ik probeer het ook te leven.
Je zegt dat je ook niet representatief bent voor wicca omdat je niet alle regels volgt.
Ik doe buiten de coven om ook wel eens rituelen met andere mensen: met een Alexandrian, en ook met een niet-ingewijde. Als mensen toegewijd zijn, vind ik het al super.
Vorig jaar hebben we aan zee, met volle maan, met drie mensen een fantastisch Aphrodite-ritueel gedaan. We hadden ons goed voorbereid en erg echt naar toegeleefd. Hoe meer je erin stopt, hoe meer je er ook uit krijgt. Een zekere toewijding is belangrijk. Als je ineens bedenkt: o, Beltane vanavond, we houden een ritueel, dat werkt niet. Deze drie mensen zijn allemaal spiritueel opgeleid, op het sjamanistische pad of anderszins, en hebben inzicht. Een ritueel vieren hoeft niet met de buurvrouwen, hoewel dat heel grappig zou zijn. Ik ken wel mensen die daar interesse in zouden hebben. Maar het is ook wel privé. Ik wil niet alles delen met iedereen, ook niet buiten de wicca.
Toeleven naar een ritueel vind ik belangrijk. Ik heb met die zelfde vrouwen, in een natuurhuisje, Samhain gevierd met foto’s en voorwerpen van onze voorouders. Dat was heel indrukwekkend. Als je een heel weekend bij elkaar bent, gaat het diep. En tegelijk blijft het luchtig. Diepgang plus vrolijkheid is een fijne combinatie. Alleen gezelligheid is te weinig en alleen diepgang is niet bevorderlijk voor de sfeer.
Ik heb wel eens aan rituelen meegedaan met mensen uit jouw coven en het viel me op dat er veel ruimte was voor spel, voor creativiteit, voor vrolijkheid in de rituelen.
Het is heel belangrijk om spel- of zelfs knutselelementen toe te voegen aan je ritueel, en dan kun je het voorwerp dat je gemaakt hebt toewijden. Je moet er tevoren wel over nadenken wat je gaat doen, wat je gaat verwerken in je knutsel. Ik ben er ook dol op om visualisaties te schrijven voor een groep. Je moet daar wel degelijk over nadenken: wat zijn de beelden die in me opkomen en hoe
doe ik dat in een groep? Visualisaties en verhalen vertellen vind ik fijn. Al die creatieve zaken horen erbij. Ik zou een slechte Alexandrian zijn, want de Alexandrians gebruiken heel veel teksten, en die zijn heel mooi. Maar als ik met gewone woorden het oosten aanroep, komen de vertegenwoordigers van de windstreken ook. Theater en veel tekst past niet bij mij, maar het is ook kinnesinne, want ik kan niets uit mijn hoofd leren. Dat kon ik al niet toen ik 15 was.
Creativiteit is belangrijk, maar wel creativiteit van iederéén. Niet alleen consumeren wat anderen bedenken. Je kunt altijd het altaar mooi aankleden of godinnen en goden maken van keramiek, of takken mooi versieren. Creativiteit is breder dan tekenen of een verhaal vertellen, of een mooi ritueel gewaad maken.
Wat heeft de oudere heks nog aan wicca, of, vanuit ander standpunt: hoe verrijkt de oudere heks de wicca?
Daar heb ik een mooi voorbeeld van. Jonge mensen denken altijd: wij worden nooit oud, dus wat doen die oude mensen nog in wicca, maar het is Maid, Mother en Crone. Dit is crone-tijd. Ik denk dat het een wisselwerking is. Als iemand van 25 me aankijkt met een blik van ‘jij bent oud en je doet er eigenlijk niet toe’, dan kijk ik heel vals terug, met mijn Medusablik.
Wat ik zelf aan wicca heb is het zorgvuldig gebruiken van taal, omdat taal magie is. Taal is magie, dus het is belangrijk hoe je spreekt en wat je zegt.
Er zijn mensen die zeggen: ‘We worden oud. Ze kijken niet meer naar ons. We worden onzichtbaar’. Door wicca weet je dat ouder worden relatief is, dat een ‘spark’ behouden niet is voorbehouden aan twintigers. En dat als je dat maar lang genoeg zegt ‘we worden oud, ze zien ons niet staan’, dat het dan werkelijkheid wordt, dat je dan een flets vrouwtje wordt. Er hoort ook eigenwijsheid bij: wat kan mij het schelen wat een ander van me denkt? Juist omdat je je authenticiteit bewaart, word je welopgemerkt. Nog zo’n domme uitspraak is ‘alle jonge mensen zijn mooi’. Sommige jonge mensen zien er helemaal niet mooi uit. Je kunt dat niet absoluut zeggen. Je kunt iets sprankelends hebben, een ‘je ne sais quoi’, en dat is leeftijdloos. Hoe meer maling je hebt aan die vastgeroeste opvattingen over leeftijd, hoe beter het is. Nog zo’n opvatting: ‘Jonge mensen nemen ons niet serieus meer’. Dat is niet mijn ervaring. Dat zijn simpele voorbeelden van dat taal magie is. Niet alleen in wicca, ook in de politiek, en bij columnisten in de krant. Als je alleen negativisme uitzendt, krijg je dat ook terug.
We hebben het een paar keer gehad over wat er speelt in de wereld, kun jij vanuit de astrologie nog iets hoopvols toevoegen? Ik heb vaak gehoord dat de ‘Age of Aquarius’ nu begonnen zou zijn, en dat er dan meer gemeenschapszin zou zijn.
Er gebeuren hele vreselijke dingen. De wereld staat in brand. Het gekke is dat we doodsbang worden gemaakt voor Russen en Chinezen, maar dat het nu Amerika is dat verschrikkelijke dingen doet.
Maar ik merk inderdaad al verandering, dat merk ik echt al sterk, bijvoorbeeld in mijn buurt. We moeten het samen doen.
Ik denk dat saamhorigheid en groepsgevoel gaan toenemen, na een extreem egocentrische tijd. Ik zie het al gebeuren. Toen we onlangs hoorden dat we het water moesten koken, omdat er een bacterie in de leiding zat, stond er een buurman voor de deur die ook voor mij flesjes water had gekocht. Dat is een hoopvol gebaar.
Die toekomst komt en er zullen ook bepaalde dingen niet meer gepikt worden. Het is bijzonder dat sociale media nu aangevallen worden omdat veel dingen schadelijk zijn.
Nu is er een tijd van verwarring. Het allerbelangrijkste zijn innerlijke rust en innerlijk evenwicht. Zodat je een centrum in jezelf hebt waar het stil en kalm is.
We gaan langzamerhand doorkrijgen dat we het samen moeten doen. En ook dat we de ander niet als vijand zien. Ik ga er niet in mee om de ander als vijand te zien. Er zijn slechte mensen bij, maar die zijn er bij ons ook.
Deze ingewikkelde en gecompliceerde tijd zal uiteindelijk leiden tot diepgaande verbinding.

“Sneeuwklokjes, een hoopvol en krachtig plantje.” Foto van Bernfried Opala, Unsplash.