Oud nieuws in de verjongingsketel gegooid – Beltane 2015

Angelsaksische antibiotica

Het zal weinigen zijn ontgaan, maar ik wil het toch vermelden. Onderzoekers van de Universiteit van Nottingham volgden een tiende-eeuws Angelsaksisch recept voor een middel tegen oogontsteking, en ontdekten dat het resultaat werkzaam was tegen MRSA, de ziekenhuisbacterie waar de meeste antibiotica niet meer tegen werken.

Antibioticaresistentie is een groeiend probleem. In april werd bekend dat 5 tot 10% van de Nederlanders is besmet met een bacterie die het enzym ESBL produceert, waardoor bepaalde antibiotica niet meer werken. Aangenomen wordt dat dit het gevolg is van een te rijkelijke toepassing van antibiotica in de veeteelt. Bij kippen is 80% besmet met de bacterie.

Het Angelsaksische recept schreef voor dat gelijke delen knoflook en ‘cropleek’ (een uiensoort) in een vijzel werden fijngewreven. Dan ging er wat wijn bij en ossengal, en het geheel moest negen dagen in een messing pot staan. Tenslotte werd het gezeefd door een doek. Op deze manier bereid bleken de ingrediënten elkaar te versterken.

Het is niet voor het eerst dat er een ‘nieuwe’ medische ontdekking wordt gedaan door oude teksten te bestuderen, schreef New Scientist: oude Chinese kruidenboeken leidden al eens tot de ontdekking van artemisinine, een stof uit de plant zomeralsem (Artemisia annua), als middel tegen malaria. Overigens begon de malariaparasiet in 2007 al weer resistent te worden tegen artemisinine. Het blijft dus zaak om ziekten en infecties niet met één middel te willen bestrijden.

In Trouw merkte hoogleraar middeleeuwse geschiedenis Catrien Santing op: “Wat we vooral uit die teksten leren, is de integrale aanpak van de geneeskunde. Ziektes worden vaak niet veroorzaakt door één ding, maar door een combinatie van factoren. Die oude boeken gaan in feite over lifestyle. Dat is heel actueel.”

Autonoom wassen

Wat de meeste mensen zal hebben verbaasd aan het nieuws over de werkzaamheid van het oude recept, is de eenvoud ervan. Dat er geen gecompliceerde chemische bewerkingen nodig zijn maar dat in principe iedereen het zelf thuis kan maken, onafhankelijk van de farmaceutische industrie. In Het Laatste Nieuws vertelde herboriste Heidelien Bultynck dat ook (af)wasmiddel, zeep en shampoo zelf te maken zijn, buiten de petrochemie om.

Haar recept voor afwasmiddel komt neer op: klimopblad met water in een blender fijnmixen en vervolgens een paar minuten koken, daarna zeven. Je hebt er meer van nodig dan van afwasmiddel uit de supermarkt, maar het werkt net zo goed.

In haar scriptie Natuurlijke waskracht schrijft ze over de geschiedenis van zeep en over risico’s voor mens, dier en milieu van veelvuldig gebruik van commerciële wasproducten. Ze vertelt over de verschillende soorten saponinen (zeepstoffen) in planten en noemt een aantal plantaardige zeepvervangers. Twee gepelde en verpulverde paardekastanjes (Aesculus Hippocastanum) in een sok geknoopt, volstaan om kleding te wassen. Een handvol geplette sneeuwbessen (Symphoricarpos albus laevigatus) werkt uitstekend om haar en hoofdhuid te reinigen. De bekendste plant is het zeepkruid (Saponaria officinalis), waarvan vooral een afkooksel van de wortel wordt toegepast. Maar ook de bovengrondse delen zijn te gebruiken, zoals ooit te zien was in het BBC-programma Wartime Farm. Ruth Goodman gebruikte het daar om haar haren te wassen. Ze was tevreden over het resultaat.

Zelfgemaakte wasmiddelen kennen ook nadelen. Ze ruiken niet zonder meer lekker, wassen niet zo blinkend wit en kunnen zeepresten achterlaten op de kleding of in de wasbak. Alles zelf doen is niet te combineren met een full-time baan. Bij het gebruik van klimop wordt gewaarschuwd dat sommige mensen allergisch zijn voor de inhoudsstof falcarinol. Toch vindt Bultynck het zelf-maken alle moeite waard, omdat het beter is voor het milieu en de gezondheid. Ze ziet het als onderdeel van een bewuste levenswijze.

 Wilde tuin

Om de grauw geworden witte was weer ouderwets wit te krijgen, schrijft Bultynck, zou die net als vroeger op de bleek gelegd moeten worden. Dat is een stuk grasveld waar de was op neergelegd wordt om door het UV-licht van de zon te worden gebleekt. Een ander idee voor de tuin, dat eerder in Het Laatste Nieuws werd genoemd, is die te laten verwilderen.

Het gaat niet om echt verwilderen in de zin van: er helemaal niets aan doen. Maar een wat minder piekfijn gazon en meer variatie in de beplanting, draagt bij aan een beter klimaat. Dichtgetegelde of met grind volgegooide ‘graftuinen’ zijn nog minder geschikt dan eentonige gazons. Steen houdt warmte vast en zorgt in stedelijke gebieden voor ‘warmte-eilanden’. Planten gebruiken water en zorgen daarmee voor een goede afwatering van de tuin. Ze nemen CO2 op uit de lucht en helpen zo het broeikaseffect tegen te gaan. Gevarieerde beplanting is aantrekkelijker voor bijen, vogels en andere dieren.

hommel

Hommels houden van longkruid

 

Keltische bomen

Over bomen valt meer te vertellen dan dat ze zorgen voor een prettig klimaat. Abe de Verteller, auteur van een boek over de symboliek van bomen, kwam dit jaar in Groei & Bloei (februari) aan het woord over de Keltische bomenkalender. Beltane valt volgens die kalender in de vijfde maand, van 15 april t/m 12 mei. Dat is de maand van de wilg, een echte heksenboom volgens Abe. “Wilg komt van ‘weik’, een woord dat staat voor buigen en draaien, maar ook voor hekserij en magie. De wilg hoort bij overgangsrituelen en (…) brengt je dichter bij je emotie en geeft hierdoor dichterlijke inspiratie.”

De kalender begint met 24 december en kent dertien maanden. Hoewel daarvoor vaste data in het (zonne)jaar worden gegeven, is de kalender volgens het artikel gebaseerd op de maancyclus. Dit wordt niet uitgelegd. De bomen zijn: berk (vanaf 24 december), lijsterbes (begint 21/1), es (18/2), els (18/3), wilg (15/4), meidoorn (13/5), eik (10/6), hulst (8/7), hazelaar (5/8), appel (2/9), klimop of wijnrank (30/9), riet of sleedoorn (28/10), vlier (25/11). Allemaal hebben ze hun eigen symbolische en magische betekenis.

Keltische zeegod

Eind januari berichtte de BBC over de mysterieuze verdwijning van een standbeeld van de Keltische zeegod Manannán Mac Lir. Het één jaar oude beeld stond op Binevenagh Mountain in Noord-Ierland en keek uit over zee. Het kon niet, zoals andere beelden, zijn gestolen voor het brons, want dit beeld was gemaakt van roestvrij staal en glasvezel. Het was ook niet in zijn geheel verdwenen, maar afgeslepen vanaf de sokkel die de vorm van de voorkant van een boot had.

Op de sokkel was een houten kruis neergelegd met de tekst: “Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.” Een paganistische priester uit Belfast vond dat de diefstal van het beeld daarom als religieuze ‘hate crime’ moest worden aangemerkt. De Noordierse politie beschouwde het echter als een geval van een ‘vermist persoon’ en deed opsporingsberichten uitgaan waarin het publiek werd verzocht uit te kijken naar: “een opvallende plaatselijke verschijning, een man van ca. 1 m 80, atletisch gebouwd (…) met ontbloot bovenlichaam en om de hals een dunne sjaal bijeengehouden met een decoratieve gesp.”

Eind februari werd het beeld inderdaad teruggevonden, ongeveer 300 meter verderop. Waarschijnlijk was het te zwaar geweest om ver te vervoeren en hadden de dieven het daarom maar van de klif gegooid. Het was onherstelbaar beschadigd. Maar de lokale bestuurders hadden eerder al unaniem besloten dat er een nieuw beeld zou komen.

In april werd bekend dat de Order of the Golden River, het religieuze genootschap van de hiervoor genoemde paganistische priester uit Belfast, in maart officieel is erkend als ‘kerk’. Dit betekent onder meer dat hun handfastings (in een aantal berichten ‘hand passings’ genoemd) voor de wet als huwelijk gelden. De priester, die zijn geloof omschrijft als “traditioneel Keltisch sjamanisme”, zegt dat een kerkgebouw niet nodig is omdat ze in de natuur en in oude steencirkels samenkomen. Evengoed heeft iemand ze een gebouw in Derry/Londonderry ter beschikking gesteld.

Keltische handelsroutes

In Lavau in de Champagnestreek in Frankrijk ontdekten archeologen bij voorbereidende werkzaamheden voor een winkelcentrum een Keltische grafheuvel met verschillende urnen en ook een graf met een skelet op een wagen. De grafgiften die ze daar bij aantroffen zijn van een buitengewone kwaliteit en doen vermoeden dat het om het graf van een hooggeplaatst persoon gaat. Diverse media berichtten hierover begin maart.

Indrukwekkend is de bronzen ketel van één meter doorsnee. Op de rand zijn versieringen aangebracht, waaronder een kop van de Griekse riviergod Acheloös, die behalve een baard en een driedubbele snor ook horens en oren van een stier heeft. De ketel werd gebruikt om wijn te mengen en is waarschijnlijk van Etruskische makelij. In de ketel vond men een wijnschenkkan van zwartfigurig Attisch (Grieks) aardewerk met versieringen van goudfiligrain. Op de kruik staan de god Dionysos en een vrouw afgebeeld. De ketel en schenkkan zullen zijn gebruikt bij het begrafenismaal.

Deze vondst wijst op een uitwisseling tussen de Kelten en de volkeren aan de Middellandse Zee, zegt Dominique Garcia, voorzitter van het Franse archeologische onderzoeksinstituut. Er werd (in de woorden van de BBC) gehandeld in “slaven, metaal en andere kostbaarheden”. De stad Marseille was in die tijd, de vijfde eeuw v.C., een Griekse kolonie.

Vikinghandelsroutes

Vele eeuwen later brachten de Vikingen over grote afstanden kostbaarheden mee. In Historia (3/2015) stond een artikel over het Vikingzwaard Ulfberht. Er zijn meerdere zwaarden gevonden die allemaal de naam Ulfberht droegen. Omdat de zwaarden uit verschillende perioden dateerden, van halverwege de negende tot het begin van de twaalfde eeuw, kan dat niet de naam van de maker zijn. Men weet niet wat Ulfberht betekent.

Wel weet men dat de zwaarden drie keer zo sterk waren als gewone zwaarden uit die tijd. De Vikingen beschikten zelf niet over de techniek om het ijzer zo heet te maken dat het zich kon verbinden met koolstof en staal kon worden. Men heeft achterhaald dat het staal voor de zwaarden werd gehaald uit Khorasan, een gebied in het huidige Iran, Afghanistan en Turkmenistan, waar men die techniek vanaf ongeveer 800 beheerste. Op YouTube is in een documentaire te zien hoe Richard Furrer een hedendaags Ulfberhtzwaard smeedt.

Meer Vikinghandelsroutes

De Vikingen “kwamen helemaal tot in de Kaspische Zee, en uit vondsten van bijvoorbeeld Boeddhabeelden in Scandinavië blijkt dat het netwerk van de Vikingen aansloot op de handelsplaatsen in India en het Verre Oosten” staat in Historia. Op een Boeddhistisch blog verscheen begin april een stukje over een Boeddhabeeldje dat in 1954 in Zweden is opgegraven. Het is in de vijfde eeuw gemaakt in Noord-India. Vermoedelijk werd het als talisman gedragen. Het beeldje staat in het Zweedse Historische Museum en is onlangs afgebeeld op één van de vijf Zweedse postzegels met het thema ‘Vikingtijd’.

vikingboeddha

Boeddhabeeldje uit Noord-India, door Vikingen naar Zweden gebracht – foto: Zweeds Historisch Museum (SHM)

Een andere vondst uit de Vikingtijd (niet afgebeeld op een postzegel) werd in maart besproken door ScienceNews: een ring, die in de negentiende eeuw in een Zweeds vikinggraf is gevonden en onlangs is onderzocht met een elektronenmicroscoop. Men nam altijd aan dat de steen van de zilveren ring een amethist was, maar dat blijkt nu glas te zijn. In die tijd ook een bijzonder materiaal. De glazen ‘steen’ draagt in Koefisch Arabisch schrift de inscriptie AL_LLH die men leest als ‘il-la-lah’, d.w.z. ‘aan Allah’. De ring vertoont weinig sporen van slijtage en is dus waarschijnlijk zonder veel tussenpersonen van de islamitische zilversmid naar de vrouw in Birka gebracht.

Meer archeologische vondsten

Ook in Noord-Holland wordt van alles opgegraven. In maart werd in West-Friesland een skelet van een jonge vrouw uit de bronstijd gevonden. Men noemde haar ‘Drechtje’. In april kreeg ze gezelschap van ‘Mark’. Bij Hoogkarspel ontdekte men een vierkante greppelstructuur in het landschap die afwijkt van de bekende ronde grafstructuren. In het Noordhollands Dagblad werd gespeculeerd over een houten tempeltje dat er gestaan zou kunnen hebben.

In Brandenburg in Duitsland groef men een urnenveld op dat aanvankelijk uit de ijzertijd, rond 500 v.C. leek te komen. Later werden er echter skeletten gevonden die de datering overhoop gooiden: die wezen namelijk op de Trechterbekercultuur uit de jonge steentijd (4000-3500 v.C.). Bijzonder aan dit grafveld is dat het een grote oppervlakte bestrijkt en dat alles nog in ongeschonden staat is. Op de graven waren stenen geplaatst die cirkels, wielen en schepen vormden.

Kuilen van Stonehenge

Naar aanleiding van de zonsverduistering op 20 maart zond de BBC een aantal avonden Stargazing Live uit. Daarin werd verteld dat in Stonehenge in de grond een kring was geweest die bestond uit 56 kuilen. Die kuilen vormden samen met markeringen zoals paaltjes die met een bepaalde regelmaat werden verzet, een kalender waarmee zons- en maansverduisteringen konden worden voorspeld. Er was een markering voor de maan die twee keer per dag werd verzet en eentje voor de zon die langzamer ging, en twee die aangaven waar de banen van zon en maan elkaar kruisten. Op een website over zonsverduisteringen legt Bill Kramer uit hoe de kalender werkte.

‘Stonehenge van Afrika’

Steencirkels komen niet alleen in Europa en het Nabije Oosten voor. In Gambia en Senegal is een gebied van 30.000 km² waar meer dan duizend cirkels van stenen zijn te bewonderen. Men denkt dat deze monumenten tussen de derde eeuw v.C. en de zestiende eeuw zijn aangelegd. Ze hebben de bijnaam ‘het Stonehenge van Afrika’, maar staan als ‘Steencirkels van Senegambia’ op de lijst van Werelderfgoed.

Een Amerikaanse reisorganisatie die zich richt op Afrika, berichtte in maart over de steencirkels van Wassu in Gambia. Verondersteld wordt dat de stenen rond grafheuvels van koningen en hoofdmannen zijn opgericht. Later zouden er ook islamitische heiligen zijn begraven. Omdat er een vloek zou rusten op het verstoren van de graven, zijn ze lang ongemoeid gebleven. De steencirkels worden beschouwd als heilige plaatsen. Sommige stenen, zegt men, stralen ‘s nachts licht uit. Mensen komen er bidden en laten kleinere stenen of tomaten op de rechtopstaande stenen achter.

Heksen in Afrika

Suzanne Vanhooymissen woont in Ghana. Ze merkt dat mensen in Europa daar nogal eens vreemde ideeën over hebben, bijvoorbeeld dat iedereen er in hutjes woont en moet koken op een kampvuur. Ze wilde daarom liever niet berichten over ‘hekserij’ in Afrika, om geen vooroordelen te voeden. Toch maakte ze voor de Belgische televisie een reportage over de heksenkampen in het noorden van Ghana, omdat ze de misstanden daar niet onbesproken wilde laten.

De aantekeningen die ik tijdens de uitzending van het programma maakte, kan ik niet terugvinden en de herhaling op internet is alleen in België te bekijken (waar ik niet ben). Uit mijn hoofd herinner ik me dat sommige mensen die van hekserij werden beschuldigd, werden opgevangen in een kamp – in hun eigen dorp liepen ze gevaar te worden vermoord of mishandeld. In de kampen leefden ze in armoede en isolement. Anderen belandden bij een louche figuur die beweerde met een ritueel te kunnen bepalen of iemand schuldig of onschuldig was aan hekserij. Daar waren hoge kosten aan verbonden. Als zij de prijs niet konden betalen, hield hij ze gevangen en liet hij ze voor zich werken. In een klein kamertje zat een man met een zware keten aan zijn been.

Vanhooymissen schrijft dat in het zuiden van Ghana, waar zij woont, mensen net zo geschokt zijn als zijzelf over hoe ‘heksen’ in het noorden van het land worden behandeld. Zuid-Ghanezen geloven over het algemeen wel dat hekserij bestaat, maar zijn er minder bang voor omdat ze denken dat hun eigen geloof, islam of christendom, sterker is.

Het Witch-hunt Victims Empowerment Project van Simon Ngota zet zich in voor deze ‘heksen’ en probeert ze uiteindelijk weer te verenigen met hun dorp en familie.

Heksen in Europa…

De Duitse televisie (ZDF) besteedde begin maart aandacht aan de heksenvervolgingen in Europa. Na vertoning van de film ‘Die Seelen im Feuer’, naar de gelijknamige roman van historica Sabine Weigand, werd in een documentaire dieper ingegaan op de achtergronden van het verhaal.

Op de website van de ZDF werd er aan herinnerd, dat heksenprocessen geen typisch middeleeuws verschijnsel waren (het merendeel was tussen de vijftiende en achttiende eeuw), dat er geen miljoenen mensen zijn terechtgesteld (ZDF noemt op de website het getal van 100.000 slachtoffers in Europa, in de documentaire 60.000; Wikipedia neemt ook Amerika mee, maar houdt het op ca. 80.000 processen waarvan ca.35.000 executies), dat doodvonnissen niet door de inquisitie werden geveld en voltrokken (dat deden wereldlijke rechtbanken, zowel in katholieke als in protestantse gebieden; de inquisitie wilde mensen tot het – in hun ogen – juiste geloof terugbrengen), dat de beschuldigingen niet vooral uit kerkelijke kring kwamen (maar vanuit de bevolking) en dat de slachtoffers niet vooral arme, oude of roodharige vrouwen met verstand van kruidengeneeskunde of vroedvrouwen waren (in Bamberg bijvoorbeeld werd in vier jaar tijd het complete stadsbestuur wegens hekserij ter dood gebracht).

… in Bamberg…

De meeste heksenprocessen vonden in Duitsland plaats. In het bisdom Bamberg werden tussen 1612 en 1630 zo’n duizend mensen als heks verbrand. Door een bijzondere samenloop van omstandigheden bezit de Staatsbibliotheek Bamberg meer dan achthonderd documenten uit die tijd, van verhoorprotocollen tot rekeningen voor brandhout: Tussen 1830 en 1840 hield het gerechtshof opruiming in de archieven. Het ‘oud papier’ kwam terecht bij een kruidenier die het als pakpapier gebruikte. Een klant met belangstelling voor geschiedenis ontdekte dat het zakje waar zijn kruidnagels in zaten, was gemaakt van een heksenprocesakte, en kocht de voorraad papieren op.

Een van de bekendste documenten is de brief van de burgemeester Johannes Junius aan zijn dochter Veronica, waarin hij bitter opmerkt dat hij onschuldig is, maar dat wie in de heksengevangenis belandt, nooit meer vrij komt: “Toen de beul mij weer had weggevoerd naar de gevangenis, zei hij tegen mij: ‘Mijnheer, ik bid u om Gods wil, beken iets, of het waar is of niet. Bedenk iets, want u kunt de martelingen niet uithouden die men u aandoet, en zelfs als u ze alle verduurt, dan komt u toch niet vrij, al was u zelfs een graaf; want na iedere marteling begint weer een andere marteling, tot u zegt dat u een heksenmeester bent; zeg dat, eerder laat men u niet met rust’, zoals dan ook blijkt uit al hun vonnissen, dat het bij de een niet anders toegaat dan bij de ander” (hier geciteerd uit Kurt Baschwitz: Heksen en heksenprocessen, Amsterdam 1964). Dat de brief bewaard is gebleven, betekent dat hij de geadresseerde nooit heeft bereikt.

faustboek

‘Historia von D. Johann Fausten, den weitbeschreyten Zauberer und Schwarzkünstler (…)’ uit 1587 – afbeelding: Wikipedia

De heksenprocessen in Bamberg begonnen met een jongen van 14, wiens puberale verbeelding zozeer op hol sloeg bij het verhaal over Doctor Faust dat hij ging rondvertellen dat de duivel ook hèm had verleid, in de gedaante van zijn naakte moeder en een dienstmeisje. De autoriteiten namen dit letterlijk en arresteerden, verhoorden en martelden de jongen. De mensen in Bamberg waren extra gespitst op hekserij doordat hun bisschop Friedrich Förner daar voortdurend over preekte. De preken waren gebundeld in het boek Panoplia armaturae Dei (‘Complete wapenrusting van Gods gewapenden’). Volgens Förner werd het christendom in zijn tijd zwaar belaagd door de duivel en wel in de vorm van hekserij en calvinisme. Later bediende bisschop Fuchs von Dornheim zich van de Bambergse heksenprocessen om politieke tegenstanders uit de weg te ruimen.

De ‘heksen’ die bekenden, werden onder marteling gedwongen namen te noemen van anderen die hadden deelgenomen aan de heksendans. Zo leidde iedere arrestatie en afgedwongen bekentenis met een sneeuwbaleffect tot nog meer arrestaties. Tenslotte waren er zoveel mensen beschuldigd van hekserij (1 op de 10) dat de bevolking er genoeg van begon te krijgen. Ook zal hebben meegespeeld dat men de proceskosten op de familie van de slachtoffers was gaan verhalen.

Het einde van de heksenprocessen in Bamberg werd ingeluid door Barbara Schwarz, die na drie jaar uit de gevangenis wist te ontsnappen. Ze vluchtte naar keizer Ferdinand II in Regensburg, die haar vrijsprak. De keizerlijke regering dreigde de heksenjagers in Bamberg met hoge boetes als ze niet ook anderen vrijlieten. Fuchs von Dornheim ging er vandoor naar Oostenrijk, met medeneming van enkele kerkschatten. Hierna namen de heksenprocessen snel af.

… en in Groot-Brittannië

Begin april belandde ik tijdens het zappen in een uitzending van Portillo’s State Secrets op de BBC. In dat programma bespreekt Michael Portillo zaken uit het Britse Nationale Archief die lange tijd geheim werden gehouden. In deze aflevering ging het onder meer over de rechtszaak tegen Helen Duncan. Duncan wordt wel “de laatste Britse heks” of “de laatste persoon die in Groot-Brittannië werd veroordeeld wegens hekserij” genoemd, maar dat klopt niet precies. Wel was ze de laatste die op grond van een sectie in de Witchcraft Act uit 1735 in de gevangenis belandde. Dit gebeurde in 1944.

Helen Duncan hield spiritistische seances. Ze was bekend om haar vermogen om ectoplasma te materialiseren, dat verdacht veel leek op kaasdoek. Bij een bepaald voorval had ze zelf trouwens toegegeven dat het een doek was. Daarnaast gaf ze boodschappen van gene zijde door en dit was wat haar in de problemen bracht. In november 1941 zou ze de geest van een verdronken matroos hebben gechanneld. Dat de Duitsers het schip waarop die man voer, tot zinken hadden gebracht, was op dat moment nog niet bekend gemaakt. Dus hoe kon zij dat weten? Had ze stiekem contact met de Duitsers? Of was ze echt helderziend? Aan het eind van de oorlog vond men het een te groot risico om haar vrij te laten rondlopen. Stel je voor dat ze nog meer geheimen zou openbaren.

Portillo sprak professor Donald West, die bij de rechtszaak aanwezig was geweest, en historicus Malcolm Gaskell, die een biografie van Helen Duncan heeft geschreven. Zij waren er van overtuigd dat Duncan het bericht over het gezonken schip niet uit de geestenwereld had vernomen, maar ergens in de gewone wereld had opgevangen. Want hoewel het nieuws pas eind januari 1942 algemeen bekend werd gemaakt, waren de familieleden van de 861 omgekomen bemanningsleden wel al ingelicht.

Helen Duncan werd veroordeeld, niet zozeer wegens hekserij maar wegens het “voorwenden hekserij, tovenarij of geestenbezwering te beoefenen, of de toekomst te voorspellen”, zoals het in de Witchcraft Act was verwoord. Winston Churchill moest zijn handtekening onder het vonnis zetten. Na de oorlog zorgde hij ervoor dat de Witchcraft Act, die hij maar onzinnig vond, werd afgeschaft (“no more tomfoolery”). In plaats daarvan kwam de Fraudulent Mediums Act, die het strafbaar maakte om geld te verdienen met zogenaamd mediumschap, tenzij duidelijk was dat het ging om amusement en niet om bedrog. Dit gebeurde in 1951. Van deze omstandigheden maakte Gerald Gardner gebruik om bekendheid te geven aan zijn heksenreligie (waarin geld verdienen met ‘de Kunst’ taboe is), maar dat werd in het programma niet vermeld.

Het pikante aan het proces tegen Helen Duncan, merkte Michael Portillo op, was dat ze werd veroordeeld wegens doen alsof ze helderziend was, terwijl uit het feit dat men haar in de laatste fase van de oorlog achter slot en grendel wilde hebben, de gedachte sprak dat ze wel eens daadwerkelijk in staat kon zijn om op bovennatuurlijke wijze aan staatsgeheimen te komen.

~ met dank aan iedereen die me op nieuws attendeerde (ook als ik er uiteindelijk geen gebruik van heb gemaakt) ~

Over Medeia

Een belangrijke, niet-christelijke basis van onze zgn. westerse beschaving is het oude, deels imaginaire, Griekenland. Medeia is een naam uit de Griekse mythen, waar zij echter werd beschreven als een sinistere snuiter uit het barbaarse Oosten. De spanning die voortkomt uit een denken in tegenstellingen, zoals erbij horen / een buitenstaander zijn, is in Medeia’s beleving een drijvende kracht in ‘de oude religie’. Uit de nalatenschap van de klassieke oudheid stamt ook het ideaal van de Kunst als toegang tot een andere dan de alledaagse werkelijkheid. Medeia schrijft sinds 2010 voor Wiccan Rede.
Dit bericht is geplaatst in Nieuws met de tags , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

2 reacties op Oud nieuws in de verjongingsketel gegooid – Beltane 2015

  1. Margriet schreef:

    Altijd interessant om te lezen. Weer heel erg bedankt voor het verzamelen en bewerken!

Reacties zijn gesloten.